maandag 31 mei 2021

De terrassen zijn weer open

De kleurcode voor Nederlanders voor reizen naar België is oranje. En voor de Belgen is Nederland rood. Tja, wat doen we nu? Josephine heeft al ervaring met de grens oversteken en zij ziet geen enkel probleem.

Is er nog een pontje in Brabant, dat we kunnen doen? 
Ja NB41: In een wandelroute langs de Buulder Aa, gelegen tussen Soerendonk en Maarheeze, is een trekpontje opgenomen.

Maarheeze

Bij binnenkomst rijd ik langs een Lidl en Jumbo en je kunt gewoon voor de deur van de winkels parkeren, zelfs zonder parkeerschijf. Maarheeze heeft ruim 5.000 inwoners, maar veel winkels.



Als we onze fietsen hebben afgeladen, kiezen we een richting uit om te gaan fietsen
Nee, de verkeerde kant uit. Bij kasteel Cranendonck rijden we het bos in, twee maal rechts en dan zijn we er. Een mooie omgeving, maar geen pontje
‘De reis is belangrijker dan het doel,’ hijgt Josephine terwijl we ons overeind proberen te houden op een zandpad.
Toch maar even de GPS gebruiken. Het had twee maal links moeten zijn.
We rijden de Perkstraat in en … rijden tegen een hek aan van Rioolwaterzuivering Soerendonk.
Rioolwaterzuivering Soerendonk van het waterschap De Dommel

Hierachter moet het ergens liggen. Een volgend paadje in dat naar de scoutinggroep Kizito leidt en blijkbaar ook naar een manage, waar de ruiters worden gemaand om de gedane behoeften van edele viervoeters op te ruimen.

Pick up the shit station


Het zelfbedienings touwveerpont

Nu nog dit bruggetje over en we rijden ineens tegen het pontje aan. Wat een prachtig pontje met de touwen in synchrone lussen. Het hout nog niet verweerd.

Het pontje over de Buulder Aa

We lezen de aanwijzingen:

·         Gebruik vanaf 6 jaar: Ja.

·         Max. draagvermogen: 200 kg: Blijven we binnen.

·         Zwemdiploma verplicht: Ja.

·         Gebruik uitsluitend onder toezicht van een persoon met diploma reddend zwemmen: Eh, nee.

We wagen het erop. Josephine stapt erop en het pontje helt vervaarlijk over. Ik breng hem weer in evenwicht. Het water is zo helder dat we de onderliggende kabel zien lopen.

Het pontje ligt in het gespuide water van de rioolzuivering van waterschap De Dommel

Vandaag wil ik mijn Joby GorillaPod proberen. Dankzij de dertig flexibele gewrichten die kunnen buigen en draaien, kun je met dit ministatief een fotocamera of mobieltje stevig op en aan vrijwel elk oppervlak bevestigen.

 

De GorillaPod klaar voor gebruik.

 


Ja, we staan erop.
De weerman had nog zo gewaarschuwd: smeer je goed in, want je huid is nog niets gewend. Ik was mijn zonneklep vergeten, maar gelukkig had Josephine een cap in haar fietstas zitten.
 ‘Petjes staan mij niet’, zeg ik. Josephine moet het beamen.

Vogelgeluiden herkennen

Nergens iemand te bekennen. We zoeken een bankje om de boterham op te eten. Ik zet de app Birdnet aan om het vogelgeluid te detecteren. Juist op dat moment verfrommelt Josephine haar broodzak.
De app heeft niet met zekerheid kunnen vaststellen welke vogel er nu fluit.
Nog een keer (zonder bijgeluiden): de karekiet, is de uitslag.

Terrassen

In Maarheeze kiezen we een terras uit en nemen ons eerste appelgebak sinds 14 maanden. We blijven zitten, zitten en zitten.
‘Wat doen we nu? Nog een stukje fietsen?’
‘Neuh, waar is het dichtstbijzijnde pannenkoekenhuis?’
‘De clown?
‘Nee, geen leuke herinnering aan clowns. Dan klinkt ‘De Suykerbuyk’ gezelliger’

Fietstechnisch geen goede tocht, wel horeca gesteund en het pontje gescoord.

Eén pontje gedaan.
Nog 14 Nederlandse pontjes te gaan.
Nog 28 Belgische pontjes te gaan.

29 mei 2021.



zondag 25 april 2021

Deze maand, 8 jaar geleden

Mijn  moeder zei altijd 'Als je pissebed weggooit, krijg je kakkebed terug'. Zo is het maar net.
Josephine is een tijdje bij haar broer in Duitsland gaan wonen om de eenzaamheid te verdrijven. Het valt ook niet mee als je alleenstaand bent en je nu ook nog eens thuis moet werken.
Ik zag gelijk perspectieven: in het oosten van Nederland zijn een paar pontjes die we nog moeten doen. Maar de Duitse regering kleurt Nederland oranje en dat betekent dat je een negatief testbewijs moet overleggen en in quarantaine moet. Nu hebben wij veel over voor pontjes, maar dit niet.
Dan maar een verhaal van 13 jaar geleden in april opgeduikeld.

 Amstelland gruttoland

‘Als er ergens geen sloot is, ben ik al op vakantie’ zegt schrijver Gerbrand Bakker in Benaliboekt. Sloten waren nu net ons doel van vandaag. In de Bovenkerkerpolder tussen Amstelveen en Uithoorn liggen 2 pontjes op ons te wachten: De zelfbedieningskabelveerpont ‘Maria Johanna Petronella en een naamloze.

 

Als ik op station Nieuwerkerk aan den IJssel uit de lift stap, vraagt een vrouw ‘Bent u van de mannekes?’ ‘Nee, als ik al iets ben, is het van de vrouwkes,’ antwoord ik. ‘Aan de andere kant van het station staat een vrouw met een fiets te wachten op een vriendin.’
‘Mijn vriendin ontmoet ik pas in Gouda,’ zeg ik.
De liftdeuren gaan weer open en er komt een vrouw met een fiets uit. Dezelfde vraag wordt herhaald.
‘LIA!!!!!!!!!!!!, je staat aan de verkeerde kant,’ is de reactie. Een zwak antwoord duidt erop dat Lia het heeft gehoord. Als de sprinter arriveert, komt Lia hijgend uit de lift.

Op het fietsbalkon treffen we een allegaartje van fietsen kris kras door elkaar aan.

 


Josephine komt daar nog eens bij in Gouda.


 De Waver

In Abcoude rijden we over de A2 heen naar de rivier De Waver. Waver komt, volgens mijn Plaatsnamengids van het Engelse to waver (wankelen, heen en weer gaan). In dit geval wordt verwezen naar het kronkelen van het water. We meanderen mee met de bochten van het riviertje en we verbazen ons erover dat we nog niet eerder van dit watertje gehoord hadden. Bij een rustiek bruggetje stoppen we voor soep en een boterham

 



De Amstel

Die kennen we wel. In 2006 hebben we hier al verschillende pontjes gedaan. Het pontje bij Nessersluis doen we nog een keer.

 

Bovenkerkerpolder

We weten dat de pontjes in een sloot in een weiland liggen. We bereiden ons voor op een lange zoektocht en eventueel wat loopwerk. Dan zien we echter een vrouw met twee honden lopen. Die moet hier goed thuis zijn. Jawel, ze weet waar ze liggen en ze wijst hoe we er kunnen komen. Ze vermoedt dat het eerste pontje er niet ligt, omdat die naar een broedgebied van vogels leidt en het broedseizoen is begonnen. Over het tweede pontje is ze verbaasd dat die op de website van de Vereniging van vrienden van voetveren staat. Het is nl. een privé-pontje van een boer. Het wordt ook wel het liefdespontje genoemd, volgens haar. Ik vergeet te vragen waarom.

 

Het pontje naar het vogelbroedgebied

Uit de verte zien we hem al liggen. Bij aankomst blijkt dat de kabel bediend moet worden met een zogenaamde klos

 

De houten klos

De klos houd je onder een zodanige hoek dat hij zich vastklemt en dan kun je de kabel strak trekken. Dit hefmechanisme zorgt ervoor dat je niet veel kracht hoeft te zetten. We hebben dit systeem vaker gezien, maar dan waren het altijd bemande pontjes. Nu mochten we het zelf doen. Aan de overkant kunnen we niet verder en we varen weer terug.


 Het pontje Maria Johanna Petronella

We volgen de aanwijzingen van de hondenuitlaatster op en rijden richting Uithoorn. En jawel, daar ligt hij: de liefdespont. We stappen aan boord; de sloot is zo smal dat we door ons opstappen al voor zoveel beweging zorgen, dat het pontje meteen aan de overkant is. In de verte zien we een boerderij.

 

Het liefdespontje

Vlakbij is een bankje waar we thee drinken en een kokosmakroon eten, ondertussen peinzend hoe deze pont aan zijn naam ‘liefdespont’ komt. We komen er niet uit. Hij ligt in the middle of nowhere. Dat is een pre. Maar erg beschut ligt hij niet. Een verliefd stel zoekt toch wel enige beschutting?

Verderop zien we een mobiele vogelkijkhut. Zou dat het eigenlijke liefdesnest zijn?

 Gruttoland

Amstelland waar we nu zijn, wordt ook wel gruttoland genoemd. We hebben verschillende grutto’s gezien en gehoord; op een gegeven moment streken er twee pardoes naast ons neer.

 

Onze nationale vogel: de grutto
 
Het is duidelijk dat de mobiele vogelkijkhut wordt gebruikt door serieuze vogelaars.

 Vintage cars

In plukjes van drie komen ons oude Austins, Humbers, MG’s en andere oude modellen tegemoet rijden. Bij het pontje over de Nessersluis begrijpen we waarom het er iedere keer drie zijn. Zoveel gaan er op de pont.

 


Eierkoeken

Sinds Sonja Bakker de eierkoek als gezond tussendoortje heeft aanbevolen, zijn ze niet aan te slepen. Nu komt Sonja uit Avenhorn (Noord-Holland bij Hoorn), dus ik begrijp wel dat deze veerman zijn provinciegenoot wil ondersteunen.

De aangegeten eierkoek van de pontbaas


WC

In het begin waren we nog horecagelegenheid tegengekomen, maar nu al uren niet meer. Dus maar aan mensen die voor het huis in de zon zaten, gevraagd of ik daar naar het toilet mocht. Dat was goed. Op het toilet trof ik een klein computertje aan waarmee je Yahtzee kan spelen. Nooit eerder gezien. Terug bij Josephine zei ik: ‘Ik weet wat we kunnen gaan doen als we klaar zijn met de pontjes. We gaan bij mensen aanbellen of we naar het toilet mogen en we kunnen dan de trends op toiletgebied beschrijven.’ Josephine kijkt sceptisch.


 Terug naar huis

Via andere knooppunten dan op de heenweg keren we weer terug naar station Abcoude.

Onze eerste tocht weer sinds een paar maanden. Februari ging niet door vanwege de sneeuw. In maart was Josephine ziek. We hadden geen mooiere dag kunnen kiezen. Sinds lange tijd was het boven de 10 graden en scheen de zon.

 

Twee pontjes gedaan; nog 74 te gaan.

7 april 2013.

maandag 15 maart 2021

Wij nemen het niet zo nauw

Mijn pontjesvriendin mag nog steeds België niet verlaten en kunnen we dus geen pontjestochten doen. Maar elkaar ontmoeten bij de grens kunnen we wel. Ik had uitgerekend dat als ik van knooppunt nr. 19 naar het Belgische 20 zou fietsen en zij vanaf nr. 20 naar het Nederlandse nr. 19 we elkaar zouden moeten tegenkomen

Schaluinen

Ik dacht dat ik knooppunt 75 had ingegeven in het navigatiesysteem van de auto, maar ik kwam uit bij nummer 91. Dat knooppunt stond niet op mijn beperkte uitgeprinte route, maar ik begon maar naar 92 te fietsen over het Bels Lijntje. Een verdwenen spoorwegtracé dat Tilburg met Turnhout verbond. Na 100 meter ga ik de grens over met België. Dat was niet de bedoeling, ik moest in Nederland blijven! Even later rijd ik Nederland alweer binnen. En zo zal het gedurende de hele fietstocht gaan.

Geen grenspalen, maar kruisen op de weg geven de grens aan.

Naar het westen

Ik had de route zo uitgestippeld dat ik heen tegen wind zou rijden. De beloofde windkracht 3 in het zuidoosten kwam niet uit. Het was eerder kracht 5. Ik had ruim de rijd genomen en met de 11 kilometer per uur zou ik er ook wel komen.

In totale eenzaamheid rijd ik uren lang. Af en toe zie ik in de verte een flits van wielerploegen in fluorescerende kleuren.

Eerst koffie. Ik installeerde mijn trapje op het fietspad. Er was in velden noch wegen iemand te bekennen. Alleen de honden blaften bij de boerderij.
Zomers zal het hier vast druk zijn. Nu blijf ik maar in die leegte van de Brabantse Kempen fietsen. Vanaf het einde van de 19e eeuw zijn de heidevelden dankzij de invoering van de kunstmest omgebouwd tot landbouwgronden. Eindeloze vlakten worden afgewisseld met kleine bospartijen. Hier en daar een verdwaalde boerderij. Hier geen coronawandelaars waar ik tegenwoordig in het westen omheen moet slalommen.

De ontmoeting

Nu gaat het spannend worden. Op naar nummer 20 en daarvoor de grens. Ik vraag aan een tegemoetkomende fietser hoe ver het nog is naar de grens: ‘Vijf kilometer,’ roept ze.
Ik blijf stug doorfietsen. Ik ben blij dat ik een jongetje heen en weer zie fietsen op de oprit van zijn huis. Eindelijk iemand om te vragen waar ik ben. Zijn vader antwoordt in het Vlaams en zegt dat ik in Heerle ben. ‘Bent u over een zandpad gekomen?’ Daar moet u weer naar terug.’
Ik ploeter weer over het zandpad en zie rood, wit, blauwe randjes langs de huisnummer. Aan de boer die met zijn tractor bezig is, vraag ik waar de grens is. ‘Ergens in dat bosje met het zandpad, maar het staat nergens aangegeven.’ Ik ploeter weer over het zandpad en op de weg aangekomen, zie ik dat ik eerder het bordje 20 heb gemist. Ik sla links af. Wellicht kom ik zo Josephine tegen. 

Ik houd een echtpaar met een vriendin aan en ik verontschuldig mij voor het feit dat ik illegaal in België ben.
‘Wij kijken niet zo nauw,’ stellen ze mij gerust. ‘Rijd maar achter ons aan,’ zeggen ze bemoedigend. Bij het zandpad stoppen we
‘Maar dit pad heb ik al drie keer afgereden,’ protesteer ik.
‘Twee kilometer verderop is een kapelleke. Daar kunt u beter afspreken.’
Op hetzelfde moment gaat de telefoon. ‘Waar ben je?’ ‘Ja, dat kan ik ook aan jou vragen.’ Toevallig kijk ik achterom en op 200 meter zie ik Josephine aan de overkant staan, met de rug naar mij toe. ‘Draai je om.’
Ik bedank mijn helpers en Josephine en ik rijden het zandpad af en bij het riviertje stoppen we en bepalen dat hier de grens is en pakken onze stoeltjes, drinken koffie respectievelijk thee met wafels van de Antwerpse markt en gevulde koeken van bakker Klootwijk in Capelle.
Het begint te hagelen en we schieten in de lach. We wisselen nieuwtjes uit en na anderhalf uur stappen we weer op om ons voor de wind naar huis te laten blazen.

Ontmoeting bij de Nederlands/Belgische grens.

Nu ik de foto van onze ontmoeting weer zie, realiseer ik me dat het toch mis is gegaan. Ik zit in het Belgische deel en Josephine in het Nederlandse.

Nul pontjes gedaan.
Nog 15 Nederlandse pontjes te gaan.
Nog 28 Belgische pontjes te gaan.

14 maart 2021.

zondag 14 februari 2021

Twitteren

 ‘Twitteren vind ik wel wat voor jou,’ zei Renée van H. tegen mij afgelopen donderdag. Ik had er wel eens over nagedacht, maar het verworpen als te ‘hijgerig’. De volgende morgen heb ik me er toch eens in verdiept. Ik heb nu immers alle tijd om dat soort dingen te doen. Een account was snel aangemaakt en het bleek dat ik zelfs met mijn oude mobiele telefoon (Nokia 6100) kon twitteren. Het is gewoon SMS’en en dan naar een bepaald telefoonnummer sturen en klaar is kees. De eerstvolgende pontjestocht leek mij een geschikte gelegenheid om mijn eerste berichten de ether in te sturen.

Bij ons beiden was er twijfel of we wel zouden gaan, omdat er weer een pak sneeuw was gevallen, maar geen van beiden had de telefoon gepakt. We hadden gewoon weer zin in een tocht. De fietspaden in Capelle aan den IJssel waren afwisselend schoon en met ijs bedekt. De provinciale weg was schoon; het risico van hard rijdende auto’s nam ik op de koop toe.

Vrij reizen

Vandaag zou ik mijn eerste ‘vrij reizenkaartje’ van de NS gebruiken. Niet vergeten om wel een fietskaartje te kopen en niet vergeten om het ‘vrij reizenkaartje’ af te stempelen op het perron.

Catharina Amalia

Achter Amsterdam CS is het spekglad, zelfs de steiger is niet schoongemaakt. Het blijkt dat de fietsen bovenop de fast ferry moeten worden geplaatst. Halverwege de helling naar het dak van de draagvleugelboot Catharina Amalia glijden we weg, maar met behulp van de bootsman lukt het om de fietsen op de bestemde plaats te krijgen.

 

Eenmaal in de boot realiseren we ons dat onze fietstassen er nog op zitten. Als een instructiefilmpje ons vertelt dat we de veiligheidsriemen om moeten doen en dat we tijdens
de reis niet mogen lopen, kijken Josephine en ik elkaar aan. Terwijl de instructiedame vrolijk doorgaat met de mededeling dat we geen mobiele telefoon mogen gebruiken tijdens de vaart, valt mijn oog op een mededeling dat je in de chillroom wel mag bellen. Maar hoe kom ik daar, als ik niet mag lopen? Josephine let beter op: ‘We zìtten in de chillroom.’ Ik verstuur mijn eerste twitterbericht:

‘eerste pontje vandaag fast ferry naar velsen. Wij zitten in de chillroom. ‘

Barbara W. reageert onmiddellijk met:

‘hebben die degelijke ferrys nu ook al een chillroom? ik loop achter:-) veel plezier tijdens je trip’

Na een aanloop verheft de ferry zijn neus en worden we in de kussens gedrukt.

Bij Spaarnwoude passeren we de sneeuwgrens. Bij aankomst blijken onze fietsen nog aanwezig en ook de tassen zitten er nog aan. We kunnen gelijk overstappen op de motorveerpont naar Velsen-Noord. We willen echter niet in Velsen-Noord zijn en we willen weer terug naar de andere kant. We moeten 20 minuten wachten; dan maar een kopje soep met boterhammen. Uiteindelijk gaat het zo snel dat ik vergeet te twitteren.


 De fietspaden zijn mooi schoon en met de wind in de rug zijn we snel weer bij Spaarnwoude, waar de motorveerpont Rijkspont 7 ons naar Buitenhuizen brengt. Ik twitter

‘derde pontje alweer, de rp 7.’

Nu blijven we wel aan de overkant, de Zaanstreek, met zijn mooie houten huizen. We passeren Nauerna (duidt op ‘ver afgelegen plaats’ of ‘land dat de moeite van het bewerken niet loont’). Josphine maakt een paar sfeervolle foto’s.

 

Het wegdek is meestal schoon met hier en daar ijsplekken. Wanneer we het station van Zaandam binnenrijden, blijkt binnen een paar minuten onze trein te vertrekken. In onze ooghoeken zien we nog net het Golden Tulip Hotel met zijn gevel van op elkaar gestapelde Zaanse huisjes. Ik kan helemaal blijven zitten tot Nieuwerkerk. Josephine stapt over op Amsterdam CS.

Op het perron van Nieuwerkerk ontmoet ik weer de vrouw van vanochtend met haar zoon. We wisselen onze ervaringen uit. Zij waren in Amsterdam naar ‘Avatar’ geweest. Bij het bericht dat wij maar liefst 3 pontjes hebben gedaan, steekt ze haar duimen op.

Nog 52 te gaan.

dinsdag 26 januari 2021

Het kan nog net

Terwijl in Nederland de avondklok wordt aangekondigd, beperkt België de maatregel voor het land te verlaten of in te reizen. Van de Nederlandse maatregel hebben we geen last van, want we zijn meestal voor het avondeten binnen. De tweede heeft grotere gevolgen: Josephine kan niet naar Nederland reizen om samen met mij een pontje te doen, ten minste: een pontje doen is geen essentiële reden. Gelukkig gaat de maatregel pas a.s. woensdag in.

Het weer

Om 7 uur loop ik naar beneden om de fiets op de fietsdrager te zetten. De auto en de fietsdrager zijn met een dikke laag ijs bezet. Is het nu wel verantwoordelijk om te gaan?
Kom op, we hebben wel voor hetere vuren gestaan. Met veel moeite krab ik een kijkgaatje in het ijs op de voorruit en zet de auto op een zonnige plaats.
Om kwart over negen heeft het magere zonnetje zijn werk gedaan en het ijs vliegt eraf.
Een stralend blauwe lucht zal ons de gehele dag vergezellen.

Ammerstol

Bij het beeld van de zalmvisser van Roel Bendijk in Ammerstol draai ik het Kerkplein op. Ik verwacht elk moment weggejaagd te worden door kerkgangers, omdat ik oneigenlijk gebruik maak van de parkeerplaats. Onder het klokgelui begin ik mijn fiets af te laden. De kerkgangers knikken me toe. Door het mondkapje kan ik hun gemoedstoestand niet peilen.

 

Het beeld van de zalmvisser in Ammerstol.

Josephine is inmiddels ook gearriveerd, ze stopt haar lange coronaharen onder haar muts en als we reisvaardig zijn, stappen we op onze fiets om gelijk aan de steile beklimming van de Lekdijk te beginnen. Josephine haalt het; ik moet voortijdig afhaken. De beenoefeningen van ‘Nederland in beweging’ zijn blijkbaar niet intensief genoeg geweest.

Lekdijk-West

Over het nieuwe wegdek van de dijk rijden we het dorp uit, richting Lekkerkerk. We passeren het pontje over de Lek, dat we in 2019 hebben gedaan. Bij Bergstoep zien we de wegwijzers naar de motorveerpont naar Streefkerk die we in 2005 hebben gedaan. De argeloze lezer vraagt zich af waarom we deze pontjes en die van vandaag niet op één dag doen. Die van Ammerstol is echter pas in de vaart sinds 2009, die van Bergstoep sinds 1969 en die van vandaag sinds 2018. Dat is ons lot. Er komen steeds maar weer toeristische pontjes bij.

De dijk slingert zich door de Krimpenerwaard. Rechts beneden ons ligt het slagenlandschap met zijn lange, smalle en evenwijdige percelen gescheiden door kilometerslange ontwateringssloten. Het wemelt van de ganzen.
Links schittert de zon in de Lek met zijn grote vrachtschepen.

 

Het landschap zoals de schilders van de Haagse school het graag zagen.

Polder den Hoek

Het uithangbord van boerderij De Vrijheid herinnert ons aan onze vergeefse tocht in 2019 toen we het pontje over de Molensloot wilden doen. En hoe warm het was: 27 graden. Toen lag het pontje er niet vanwege het broedseizoen.
Het beoogde pontje zien we nu in de verte in de Molensloot liggen, maar we moeten omrijden om er te komen. Bij de Hoekseweg maken we een steile afdaling en slaan rechtsaf  een slecht verharde weg in met grove stenen. Bij het vogelscherm gekomen moeten we een hek over en te voet verder.

 

Via het vogelscherm op de achtergrond zou je ganzen, kleine zwanen en smienten moeten kunnen zien.

We glibberen over het graspad en komen een echtpaar met kleinkinderen tegen. Bram (5) begint enthousiast te vertellen dat opa gisteren in het water is gevallen bij het pontje. Gijs (7) en Roos (net vier geworden) moesten keihard huilen.

‘En jij?’vraag ik.
Hij schudt zijn lange blonde coronaharen uit zijn ogen.
Opa vertelt: ‘Ik liep naar achteren om een foto te maken en toen viel ik ineens in de sloot.’
‘En heeft u uw fototoestel nog?’
‘Op de bodem van de sloot.’ antwoordt hij.

En daar is ‘íe dan.

 

Het trekpontje ligt in een wandelroute dat recreatiegebied De Kwakels verbindt met die van de Lekdijk.


En kijk eens: op de vier hoeken een bankje. Eerst overvaren en dan kunnen we een boterham eten en thee drinken uit de thermosfles.


Josephine doet net alsof het geen moeite kost om het pontje voort te bewegen.

We zitten in alle rust te eten en te drinken en bevragen elkaar over onze ervaringen met de pandemie. ‘Lethargie’ is de alomvattende conclusie.

Ineens staan er mensen aan de overkant. We roepen dat ze het pontje naar zich toe kunnen trekken. We laten ons majesteitelijk terugvaren om vervolgens te blijven zitten en weer naar de andere kant mee te varen.

 

De Molensloot. Zo mooi blauw zie je het water niet vaak.

We zitten lekker in het zonnetje en uit de wind, maar we moeten toch echt weer terug, voordat het te koud wordt. We varen terug, lopen over het zompige graspad, trotseren het deels onverharde pad om weer op het asfalt uit te komen en daar is de opgang naar de dijk weer.
Nadat we op adem zijn gekomen op de kop van de dijk, fietsen we naar de auto.

De fietsdrager

Thuis slaat een oude man met de handen op z’n rug gade hoe ik de fietsdrager van de auto afhaal.
‘Krengen zijn het,’ zegt hij met zijn hoofd wijzend naar de fietsdrager.’Ik heb het altijd rotkrengen gevonden.’
Om te vervolgen met ‘ik zag je vanochtend weggaan en toen dacht ik “die gaat fietsen” ‘.

Josephine en ik maken een afspraak voor 14 maart … voorlopig.

Een pontje gedaan.
Nog 15 Nederlandse pontjes te gaan.
Nog 28 Belgische pontjes te gaan.

24 januari 2021.

maandag 14 december 2020

Drie potentiële pontjes in Zwolle

Naarmate we vorderen met het bevaren van alle pontjes in Nederland wordt het steeds lastiger om nog door ons te bevaren pontjes te vinden die dicht bij elkaar liggen. In Zwolle dacht ik er drie gevonden te hebben, drie nieuwe. Ik zag vooral uit naar het futuristisch ogende elektrisch aangedreven zelfbedieningsveerpont over een uiterwaard van de IJssel. Het pontje is erg geavanceerd. Als er geen passagiers zijn, dan ligt het midden in het water. Met een druk op een knop kun je het pontje oproepen, en het komt dan vanzelf naar je toe om je naar de overkant te brengen. Omdat er onvoldoende afstand kan worden gehouden is de inwerkingstelling uitgesteld. 
Dan blijven er nog twee over.

Zwolle Stadshagen Tolgaarderstraat

Op vrijdag 12 juli 2019 werd dit pontje door de wethouder van Zwolle geopend. Het pontje verbindt de Tolgaarderstraat met het Zwartewaterpark, waarin ook een dierenweide is gelegen. Kinderen uit de buurt hoeven nu niet meer om te lopen om naar de dierenweide te komen.


Pontje van de Tolgaardestraat naar het Zwartewaterpark

Josephine en ik hebben afgesproken bij het kleine winkelcentrum Stadshagen. Door de jonge, moderne, ruim opgezette buurt wandelen we langs een singel – bezaaid met ganzenpoep - naar de Tolgaarderstraat. In het spiegelgladde water ligt het pontje op ons te wachten. We glibberen langs de walkant naar de vlonder die als veerstoep dienst doet. We varen over en de enige dieren die we tegen komen, zijn honden met hun baasje.

Park Stadshoeve

In de wijk Stadshagen in het westen van Zwolle wordt de laatste jaren veel gebouwd. Centraal in deze wijk ligt het park, de Stadshoeve. Deze voorziening is in 2017 geopend. Het is een ontmoetingscentrum met een kinderboerderij, speelgelegenheden en dergelijke. Met hulp van het ING Nederland Fonds is er begin 2020 in het park een zelfbedienings touwpontje aangelegd.

Over het Twistvlietpad lopen we naar Park Stadshoeve voor het volgende pontje. De bistro De Stadshoeve verzorgt het afhalen en bezorgen van (h)eerlijke gerechten. Het gebouw is niet toegankelijk en derhalve de toiletten ook niet.

 

Aanwijzing voor de WC

Bij dit schaap staan de letters WC, maar geen pijl. Is het nu de bedoeling dat we hier gaan hurken. Een beetje te veel in de loop. We zoeken de beschutting van een grote plant in de belevenistuin.

Volgens de foto op de website ‘Pontjes in Nederland’ van Wim Kusee ligt het pontje in de slotgracht van het speelkasteel. We lopen het parkje rond, maar zien geen kasteel. ‘Daar is het kasteel’, wijst Josephine. Bijna hadden we het over het hoofd gezien. Op de foto uit 2017 oogt het hout waaruit het kasteel is opgetrokken, nog fris. Nu is het verweerd.

 

Het pontje in de slotgracht met de huizen van de pachters op de achtergrond

Enthousiast lopen we op het pontje af, maar wat is dat nou? Het pontgat is zodanig uitgesleten dat de veerstoep een meter uit de kant ligt.
Springen? Nee, te risicovol met die gladheid. Ik wil niet nog een keer m'n pols breken.
‘Ik kan toch mijn sokken en schoenen uittrekken en ernaar toe waden?’ suggereer ik.
‘Ik heb een handdoek bij me.’
‘Dat is niet slim, je vat zo kou,’ antwoordt Josephine.
‘Verkoudheid wordt veroorzaakt door een virus, niet door kou,’ riposteer ik.
‘Kom nu maar hier bij me op het bankje zitten. Ik heb gisteren op de markt in Antwerpen eclairs gekocht,’ zegt Josephine terwijl ze de lekkernijen toont.

 ‘Bovendien, na al die moeite die we getroost hebben om hier te komen, vind ik dat we hem gedaan hebben,’ zegt Josephine resoluut. 
'Ik noteer hem voorlopig met potlood,’ zeg ik met volle mond.

 We zeggen gedag tegen de schapen, het hangbuikzwijn en de Vlaamse reus en aanvaarden de thuisreis.

 

Twee pontjes gedaan.
Nog 16 Nederlandse pontjes te gaan.
Nog 28 Belgische pontjes te gaan.

13 december 2020.

maandag 28 september 2020

Hoest u?

Bij ons hotel in De Lutte vullen mijn man en ik de gezondheidsverklaring in. Josephine is voor ons gearriveerd en die moest hoesten toen ze binnenkwam, niet ongebruikelijk als je van een warme omgeving in een omgeving met air conditioning komt. Op aanwijzing van de receptioniste vult ze 'nee' in bij de vraag of ze hoest. De geraadpleegde manager is onverbiddelijk. Josephine moet het pand verlaten. Wat nu? De eerste reactie van Josephine is dat ze naar huis gaat. Na enig overleg besluit ze bij het dichtstbijzijnde Van der Valk hotel te gaan logeren. Het gezamenlijke diner in het restaurant van het hotel zeggen we af. 's Avonds eten we bij De Oude Apotheek in Losser, wat een uitstekende keus bleek te zijn. Enigszins geruststellend vonden we het feit dat de eigenaresse moest hoesten toen we binnenkwamen.

Bentelo en Borculo

Voor de komende dagen heeft Josephine een ambitieus plan opgesteld met een circus van auto's en fietsen. Beiden met de auto naar Borculo, de fietsen op één auto en in die auto naar Bentelo, alwaar het fietsen begint. 'Hoever is het eerste pontje weg? vraag ik. Josephine fronst als ze naar de routekaart kijkt 'Waarom zijn we eigenlijk naar Bentelo gereden? Het eerste pontje is heel ver weg.'
De voorspelde windkracht 3 Beaufort is aangetrokken tot 5. Gelukkig beginnen we tegen wind. We slingeren door grote eikenbossen. Rechts van de zandpaden liggen verharde fietspaden. Af en toe breekt er een takje op ons hoofd; onder onze wielen schieten eikels weg. Als het landschap weer open is, zien we de oranje/rode daken van Twentse boerderijen. 


Na zo'n 16 kilometer: de eerste uitspanning: het grenscafé Oldenkotte. Met uitzicht op het voormalige douanekantoor gebruiken we wat en terwijl het grensverkeer ongehinderd passeert, vragen wij ons af hoe een grenssluiting in verband met corona hier zou worden geëffectueerd. Een slagboom ontbreekt.
We ruiken het pontje al of liever gezegd de Berkel. Een schelpenpaadje langs de rivier brengt ons bij de veerstoep.

Zelfbedieningstouwveerpont Rekken Borgweg-Huttendijk



De Berkel heeft een sterk fluctuerende waterstand. Om het pontje bij elke waterstand te laten varen, is er een constructie van drijvende pontons gemaakt. Deze kunnen met de variërende waterstand meebewegen.

Op naar de veerstoep.


Van de andere kant ziet dat er zo uit. Hoe komen we erop? Met wat plooien en draaien staan we uiteindelijk op de veerstoep en kunnen we onszelf tussen de kanovaarders naar de overkant trekken.
We vragen ons weleens af hoe we het laatste pontje met onze rollator gaan nemen. Deze komt er in ieder geval niet voor in aanmerking.

Naar Borculo

Voor de wind fietsen we terug richting de eerste auto in Borculo. Net voordat we een echtpaar op elektrische fietsen dreigen in te halen, slaat het rechtsaf. Het is laat geworden en we laten het pontje voorbij Borculo voor wat het is. We laden de fietsen op mijn auto en rijden naar Bentelo om Josephine haar auto op te halen. Om 5 uur zijn we in onze respectieve hotels.
Tijdens het eten vertelt Josephine waarom we in Bentelo zijn gestart. Daar was ook een pontje, maar ik had op de kaart voor Josephine om de route te bepalen Ov24 getekend in plaats van Ov27. Het pontje Ov24 ligt bij Wijhe, veel meer naar het westen.
Nou, dat schiet niet op.

Naar Reutum

Vandaag gaan we niet ingewikkeld doen. We rijden meteen naar ons startpunt. Door de bossen fietsen we naar het Almelo-Nordhornkanaal en we geven de coördinatiepunten in van Google maps: 52.374367, 6863422 maar zien geen pontje. Dit is geen pontje wat je over het hoofd kan zien. De stoere houten trappen moet je uit de verte kunnen zien. We fietsen beide kanten op en ik besluit de mensen die hun Flatcoated Retriever aan het trainen zijn, aan te spreken. Een van hen vraagt: 
'Waar komt u vandaan?' 
'Geboren in Leidschendam uit een Voorburgse vader en een Rotterdamse moeder.
'Ik zou uw stem uit duizenden herkennen. Wat voor werk heeft u gedaan?' 
Als ik de naam Elsevier laat vallen, valt het kwartje bij de aangesprokene.
'Bettie van Veen! En ik ben Simone Thien van Ambrac,'
Als Josephine erbij komt, wordt die ook herkend.
De hondentrainer wijst ons waar we het pontje kunnen vinden. Als we het ontwaren, blijken de coördinaten wel juist te zijn. 



We varen zonder problemen heen en weer en vervolgen onze weg langs het kanaal.
Het landschap blijft prachtig en we zien maar weinig mensen. 
De eikenprocessierups lijkt hier onder controle te zijn. Slechts een van de duizenden eiken heeft een rood-wit waarschuwingslint.

Alle bomen langs deze weg hebben vogelhuisje.

Waarschijnlijk zijn de vele vogelkasten hier debet aan.

Dinkelland

Nu onze taak erop zit, kunnen we vrij gaan fietsen. Onderweg zien we veel kapelletjes en landkruisen. Later lees ik dat er 121 zijn in Twente. De oranje daken van de boerderijen blijven mooi contrasteren met het groene grasland. Nog geen herfstkleur te bekennen.
 
Bij Havezathe het Everloo bestellen we een uitsmijter. 'Ik wil er geen ham of kaas bij,' zeg ik. 'Zonder beleg,' concludeert de jongeman die de bestelling opneemt. We blijven in bange afwachting van de kale boterhammen, maar gelukkig zitten er wel gebakken eieren op, maar liefst vier.



We verlaten het landgoed en fietsen richting het kanaal waar we vanochtend begonnen.



Onze rust wordt verstoord als we langs kasteel Singraven komen. Ineens fietsen we in kolonne. Een groep met elektrische fietsen halen we met gemak in. Langs het kanaal is de wereld weer van ons.

De beoogde vijf pontjes hebben we niet gehaald, maar we zijn tevreden met twee prachtige fietsdagen van 43 respectievelijk 44 kilometer.

Twee pontjes gedaan. 
Nog 18 Nederlandse pontjes* te gaan
Nog 28 Belgische pontjes te gaan

* Het lijkt alsof we snel bij ons einddoel zullen zijn, maar ik tel alleen al rond Zwolle drie nieuwe pontjes.

18 en 19 september 2020

   Naschrift

Op onze thuisreis met de auto was ik minder fortuinlijk: bij het lunchadres struikelde ik over ongelijke bestrating, waarbij ik mijn linkerpols brak. In het Gelre ziekenhuis in Apeldoorn, waar veel voetballers binnenkwamen in alle shirts van clubs uit de buurt, is hij gezet.

Tien minuten in de tractie, voordat de pols wordt gezet.