woensdag 13 juni 2012

Vreemde hobby's


‘Nee, dat vind ik geen vreemde hobby,’ antwoordde een Brit die ik van mijn merkwaardige queeste, alle pontjes van Nederland te doen, vertelde. ‘Bij ons heb je “groundhoppers”, die proberen zo veel mogelijk voetbalstadions te bezoeken. Er zijn 92 Engelse profclubs en als je van al die voetbalclubs een thuiswedstrijd hebt bezocht, hoor je bij een elitair clubje en krijg je een speciale stropdas.’
Mmmm, nu begrijp ik waarom we nog geen volgers hebben. We moeten een speciale prijs in het vooruitzicht stellen.

Kinderen spelen niet meer
Het was erg druk in de trein en ik moest bij mijn fiets blijven staan op het balkon. Al gauw werd me een zitplaats aangeboden door een moeder met twee kinderen. Dat sloeg ik af.
De kinderen speelden ‘Olleke, bolleke, rebusolleke,’ waarbij de knuffelpoes ook mee mocht doen.
In de volgende trein hoor ik bij het naderen van Culemborg ik achter mij ‘We zijn er bijna,’ zingen door een peuter.
Ze zijn er nog: gewone kinderen.

Lekdijk
We fietsen over de Lekdijk naar de Liniepont, die vaart over de Lek tussen Fort Honswijk, Werk aan het Spoel en Fort Everdingen. Dit veer is opgezet in het kader van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

We vangen een blik over de Baarsemerwaard en de Goilberdingerwaard.

Diefdijk
Over deze dijk – op de grens van Zuid-Holland en Gelderland – die werd aangelegd in de 13e eeuw ter bescherming van de Vijfherenlanden en de Alblasserwaard, fietsen we richting Leerdam. Ineens zien we een bordje

Foto: Karel Brouwerens

Hmm, zou het hier al zijn? Voorzichtig dalen we via een onverhard pad naar de rivier. Ja, het klopt.

Culemborgse vliet

Aan de overkant van de Culemborgse vliet zien we een mooi fietspad, dat vast ook wel naar Leerdam leidt.

Heukelumse krakelingen
Bij de Glasblaserije in Leerdam bestellen we een Heukelumse krakeling. De serveerster vertelt dat een bakkerij in Heukelum alleen maar deze krakelingen bakt. ‘Worden ze internationaal verspreid?’wil ik weten. ‘Nee, alleen in de regio.’
Ze zijn heerlijk en we nemen nog een tweede.

Holletje
Het station is 347 meter hier vandaan, zegt Josephine, terwijl ze naar het scherm van haar iPhone tuurt. Een vrouw aan een belendende tafel roept: ‘Het holletje op en alsmaar rechtdoor.’ Terwijl we haar bedanken, denken we allebei: ‘Mens, bemoei je er niet mee!’ We rijden omhoog en bij de hoofdstraat aangekomen, slaan we linksaf. Even later stellen we vast dat we twee maal rechtsaf moeten slaan om bij het station te komen. ‘Oh,’ zegt Josephine, ‘we hadden natuurlijk rechtdoor moeten rijden na het holletje.’ Ja, dat krijg je ervan als je niet goed luistert. Nu hebben we 400 meter gereden in plaats van 347.

Station Dordrecht
We hebben twee minuten om over te stappen. Met de lift halen we dat niet. ‘Ga jij maar, dat haal je wel’, moedigt Josephine mij aan. Ik til mijn fiets op en loop de twee trappen af, 25 meter naar links en weer twee trappen omhoog. Twee jongelui rennen voor mij uit als jonge gazellen en ik er hijgend achteraan. Ik ben op tijd en ik kan zelfs nog naar het fietsbalkon lopen.
Als ik nahijgend in de coupé zit, denk ik: ‘Ik ben toch gek! Veronderstel dat ik me verstapt had, dan was ik met fiets en al gevallen.
Wanneer ga je je eindelijk eens als een 62-jarige gedragen?’

Nog 85 te gaan.

10 juni 2012. 








dinsdag 22 mei 2012

Stremmingen


‘Deze trein gaat niet verder dan Oss, wegens een stremming op het spoor. U kunt omreizen via Utrecht.’ 
Ons plan was om naar Nijmegen te reizen en al fietsend en pontjes varend naar Oss te gaan. Eerder was al gebleken dat ik niet van Rotterdam naar Utrecht kon reizen. Zodoende waren we op de zuidelijke tak van het spoor terechtgekomen.
We waren blij dat we onze fietsen bij ons hadden. De pontjes konden we ook bereiken vanaf Oss.
Op naar Ravenstein dat 652 jaar bestaat. Een gezellig plaatsje voor een koffiestop, maar er stond nog geen 20 kilometer op de teller.

Motorveerboot ‘Vice Versa’ van Ravenstein (Noord-Brabant) naar Niftrik (Gelderland)
Dit pontje is weer in de vaart gekomen na enig jaren afwezigheid. Als een pontje weer in de vaart komt, vraag ik me altijd af of we hem soms al hebben gedaan. In het nieuwe verenboekje worden de opgeheven veren niet altijd genoemd. Zo raakt m’n hele administratie in de war. Het voorgaande veer had echter op 13 juni 1975 zijn laatste oversteek gedaan. En onze eerste pontjestocht was op 15 augustus 1998. Niets aan de hand dus; we hebben hem nog niet gedaan. Op internet staat de ingebruikneming van de vorige pont in 1939 met inzegening door de pastoor. Dat waren nog eens tijden.

 Ingebruikneming gierpont in 1939



De huidige motorveerboot 'Vice Versa'

Mooi maatje
Als we goed en wel op het pontje Vice versa staan, zegt de veerbaas: ‘Mooi maatje’ tegen Josephine. We vragen niet door. Sloeg dit nu op haar kledingmaat of op haar fiets? Josephine voert namelijk een eeuwige strijd met haar gewicht. En er was zojuist weer een maatje bijgekomen. Ik laat in het midden of dit groter of kleiner was.
We besluiten dat het om haar op maat gemaakte fiets gaat. Die vangt wel vaker bewonderende blikken en zelfs een keer kreeg hij een aai van een bewonderaar.

Motorveerpont ‘Het Heerlijk Veer’ van Batenburg (Gelderland) naar Demen (Noord-Brabant)
Door de gewijzigde aanrijroute moesten we ook weer terug de Maas over. Dit pontje hadden we al in 2011 gedaan, maar als pontjesvaarder vinden we het niet erg om het nog eens te doen.
De Maas is hier een grensrivier tussen Gelderland en Noord-Brabant. ‘Gelukkig we zijn weer in Brabant,’ verzuchtte de veerbaas met Brabantse tongval. Je zou toch denken dat zo’n korte afstand niet zo veel zou uitmaken.
Aan het einde van de veerstoep ligt bierhuis ’De drie sterren‘ en daar strijken we even neer. Opeens komt de uitbaatster naar buiten met een bordje ‘GESTREMD’ onder haar arm en ze bevestigt het onder het dienstrooster van het pontje. Desgevraagd vertelt ze dat ze gebeld is door de veerbaas dat de motor stuk is. Deze keer hadden we geluk, want wij waren al overgestoken en we zijn aan de goede kant van de rivier. 



Inmiddels is de zon gaan schijnen en kunnen de jassen uit.



Megen – een rustpunt
In Megen eten we onder de goedkeurende blikken van de in steen uitgehouwen gouverneur Karel van Brimeu (1524 -1572) een boterham. Een oud mannetje komt aangesloft en vraagt of we het naar onze zin hebben. Ons bevestigend antwoord is voor hem aanleiding om zijn levensverhaal te vertellen. In korte tijd weten we dat hij 85 is, altijd in Megen heeft gewoond, dat hij van zijn verkochte tabaksbonnen in de oorlog daarna een fiets heeft kunnen kopen en dat hij daar drie jaar geleden een ongeluk mee heeft gehad en dat hij met die fiets de wereld heeft rondgereden. Dat wil zeggen dat hij er 40.000 kilometer mee heeft gereden.
Hij is ook kunstenaar. Dat hadden we wel kunnen vermoeden, want hij heeft een baret op. Zo vertelt hij dat een dame uit Limburg een keer een werk van hem heeft gekocht voor een bedrag met drie nullen. Toen hij een keer in Limburg was, heeft hij die vrouw opgezocht om te zien hoe zijn schilderij hing. Het bleek dat hij naast een Mathijs Maris hing. Ja, zover heb ik het niet geschopt met mijn verkochte schilderijen. Nu moet ik zeggen dat ik ook niet ben gaan kijken waar ze hangen. Misschien ben ik onbewust wel bang dat mijn schilderijen bij de mensen op zolder staan.

Megen - Het Kunsthuis
Verder vertelde hij dat hij (Henk van Gisteren) net buiten het historische centrum van Megen zijn werk exposeert in de voormalige Rabobank. Ooit door het Brabants Dagblad omschreven als 'kliniek voor blijheid'.

Gesticht vervolgen we onze tocht.

Nog 87 te gaan.

20 mei 2012.

dinsdag 20 maart 2012

Luisterpaal


Iedereen mag op zondag, 18 maart 2012, gratis met de NS mee in de tweede klas op vertoon van het Boekenweekgeschenk ‘Heldere hemel’ van Tom Lanoije.
Normaal gesproken staan we zondagochtend om 9 uur bij station Nieuwerkerk aan den IJssel slechts met een paar mensen te wachten op de sprinter. Nu waren we wel met z’n twaalven.
Met onzekere tred betreden de onervaren reizigers het perron en hun ogen dwalen over alle attributen. Bij de stempelautomaat vraagt iemand of er nog strippenkaarten zijn. Een meer ervaren reiziger legt uit dat de automaten zijn bedoeld om keuzedagenkaartjes af te stempelen of een parkeerkaart bij een P+R-station, zodat je niet voor het parkeren hoeft te betalen. Een mobiele telefoon gaat: ‘Wat zijn we vergeten? De flessen?’
Ik vraag me af of het flessen met alcohol of flesjes melk voor de baby. Ja, dat krijg je als je ineens met de trein gaat, dan vergeet je van alles.

De neef van Abdelkader Benali
Op station Gouda is het ook druk en er komt slechts 1 wagon voorrijden als intercity naar Utrecht. Een man met een vouwfiets en ik gokken erop dat het laatste balkon een fietsbalkon is, helaas is dat niet zo, maar we wurmen ons naar binnen.
Een Marokkaanse jongen, begint meteen mijn fiets te bewonderen en hij vraagt of je wel met de fiets in de trein mag. Ik leg hem uit dat je wel een kaartje moet kopen à € 6,00, maar dat je dan het hele land door mag. Hij heeft pas een nieuwe elektrische fiets gekocht en hij laat ons de rekening zien en vertelt erbij: ‘Ik zal die rekening maar altijd bij mij dragen, want anders denken ze dat ik hem heb gestolen.’ De man en ik knikken begrijpend.
Aan de conducteur laat ik mijn boekenweekgeschenk als kaartje zien en als ik aan de jongen uitleg dat je vandaag hierop mag reizen, vertelt hij trots dat hij een neef is van Abdelkader Benali. ‘Nee, ik heb nooit een boek van hem gelezen. Wij zijn een familie van vishandelaren. Abdelkader heeft vroeger ook in de vis gewerkt en altijd als je bij hem kwam, moest je eerst een heleboel boeken opzij schuiven om hem te vinden.’

De Syntus naar Zevenaar
Het boekenweekgeschenk geldt ook in de stoptrein van Syntus naar Winterwijk. Bij Westervoort staat een mevrouw op om uit te stappen en ze vertelt dat ze naar haar schoonzus gaat, die in dat huis woont, waarbij ze vaag een richting aanduidt. Beleefd vraag ik of die schoonzus er nog woont. Nee, die woont nu ergens anders en ze gebaart in een andere richting. Terwijl ze uitstapt, mompelt ze nog iets over dat je je familie af en toe toch eens moet opzoeken.
Wij zijn blij dat we op pontjestocht zijn.

Het Aerdts Veer
Er staat een stevige, koude wind, die we beurteling voor, achter en opzij hebben. Het plaatsje Aerdt hebben we gauw gevonden en ik heb op de website van de Vereniging van vrienden van de voetveren gezien dat we op de Aerdste dijk moeten zijn. Een pad langs een boerderij leidt naar de veerstoep.
                                          Het Aerdts veer


Mmmm, eigenaardig. Als ze niet mogen varen, wat doen die bootjes en dat pontje hier dan?
We doen gewoon waar we voor zijn gekomen en varen met het pontje heen en weer. Op YouTube had ik een filmpje gezien waarbij de mensen op het pontje achter elkaar aanliepen, terwijl ze aan het touw trokken. We volgen het goede voorbeeld en als we eenmaal de vaart erin hebben, zijn we zo heen en weer over de Oude Rijn.

Het Berghoofdseveer
Een paar kilometer verderop vinden we het Berghoofdseveer wederom over de Oude Rijn. We passen hier dezelfde mehode toe als bij de vorige. Ik besluit het te filmen op mijn telefoon, maar ik zet eerst de telefoon verkeerd om neer, zodat hij mijn hand filmt. Vervolgens wil ik de verkeerde kant op trekken. Josephine ziet het allemaal lachend aan en zij probeert mij logisch te laten nadenken. Uiteindelijk heb ik het door.
Het Berghoofdseveer

De brug over de Oude Rijn ligt op een paar meter afstand en we ontmoeten dan ook verbaasde blikken dat we zo moeilijk doen, terwijl er een brug ligt.

Station Arnhem
Er wordt al 4 jaar gebouwd aan het nieuwe treinstation in Arnhem. Jaren waarin het bereiken van de perrons noodzaakte tot het lopen van een hindernisbaan met trappen met als gevolg dat we meestal onze aansluitingen misten. Maar nu kunnen we de lift gebruiken.
In de wachtruimte is een verwarmingszuil geplaatst.
Bron: PhotoBlog van Ronald Puma
Terwijl we ons eromheen scharen, vertelt een man dat er eigenlijk een barbecue aan gemaakt moest worden, zodat je je eigen eten kunt klaarmaken. En hij begint te verhalen over trein- en vliegreizen in verre, vreemde landen en dat hij zelfs een keer heeft meegemaakt dat er een geit werd meegenomen in het vliegtuig. Terwijl wij nog over die geit nadenken, zit hij alweer op de Oriëntexpres met zijn samovars.
Wij eten gewoon onze boterham op en drinken een beker thee gezet uit de thermosfles met heet water, en wij vinden dat al avontuur genoeg.


De mensheid kun je verdelen in praters en luisteraars en ik ben blijkbaar een luisteraar. Praters herkennen mij meteen en ze storten hun verhalen over mij uit zodra ze mij zien. Ik vind het niet erg. Zo heb je zelf ook nog eens wat te vertellen.

En… we hebben weer 2 pontjes gedaan.

Nog 89 te gaan.

18 maart 2012.

maandag 27 februari 2012

Bicycle face


Marijke Hilhorst schreef in Elsevier een artikel over de tijd dat de eerste vrouwen in Europa het stalen ros beklommen en zich op de openbare weg waagden. In het serieuze Britse medische tijdschriften als ‘The Lancet’ verschenen er artikelen over de vele risico’s die kleefden aan het fietsen, met name voor vrouwen. De heren medici waarschuwden al te sportieve dames voor een rits aandoeningen waarvan ze zeker last zouden krijgen: tintelende handen en voeten, pijn in de polsen, gruis in de ogen, kramp in de kuiten, een stijve nek, hoofdpijn, omgemakken aan het zitvlak en dat deel van het lichaam dat omwille van het fatsoen beter onbenoemd kon blijven, en een bicycle face. De delicate huid van het gelaat, blootgesteld aan de elementen, aan zon, regen en vooral aan die gure, geselende wind, zou ernstig te lijden hebben op de fiets. Het verdiende aanbeveling vooral de wangen dik met vaseline in te smeren om te voorkomen dat die rood en schraal werden zoals de konen van een landarbeider, en een stofbril was verrre van overbodig. Beter nog was het helemaal niet te fietsen, want er zou onherstelbare schade kunnen optreden. Onvruchtbaarheid dreigde altijd. De Britse vrouwen waren gewaarschuwd.


Blijven trappen
In Nederland kennen wij het begrip ook, maar dan wordt er een van angst verkrampt gezicht mee bedoeld. Iedereen herinnert zich vast wel de eerste ‘fietsles’ van vader, die je op gang hielp en je een zet gaf met de woorden: ‘Blijven trappen!’ Dat vond ik niet moeilijk, maar hoe kom je weer tot stilstand, vooral als de fiets een zogenaamde ‘doortrapper’ was? Zoals het woord al zegt, je kon de pedalen niet stil houden. In bochten moest je natuurlijk oppassen omdat het pedaal altijd wel een keertje laag langskomt en je ook niet zo mooi in balans kan blijven met alsmaar doormalende benen. Ophouden met trappen kan ook een lelijke verrassing opleveren.Voordat je kon gaan remmen, moesten de pedalen in een bepaalde stand staan.
Afstappen was een drama. Ik gebruikte altijd een laag muurtje of paaltje.


Hier mijn favoriete opstap- of afstappaaltje aan de overkant van ons huis.

Hier zie je dat ik de stoep nodig heb om bij de grond te komen.

Fietsen zonder zorgen
Wij zijn het drama van het bicycle face allang voorbij. Onze enige twee zorgen zijn: Kunnen we het pontje vinden en vaart het? Via de website van Vereniging Vrienden van de Voetveren had ik via Google maps de plaats van het pontje gelokaliseerd: In de Ooijpolder.

Ooijpolder
Ten oosten van Nijmegen ligt de Ooijpolder. Het open gebied in de Ooijpolder had in het verleden regelmatig last van overstromingen. Door aanvoer van rivierslib was dit zeer gunstig voor de vruchtbaarheid van de bodem. Opvallend midden in dit gebied is het hoger gelegen dorpje Persingen met een laat-gotisch kerkje. Dit wordt wel aangeduid als het kleinste dorp van Nederland en is gebouwd op een donk, een rivierduin

Het Persinger Veer
Om het riviertje Het Meer over te steken is een zelfbedieningskettingveerpont in de vaart genomen: het Persinger Veer. Als echte randstedelingen staan we ongeduldig te wachten tot een oudere man het pontje naar onze kant heeft ‘gedraaid’.’Wat doet hij dat traag,’ becommentariëren wij. Er is geen bankje waar we kunnen zitten en de wind waait gemeen om ons heen. Als hij eindelijk is aangekomen, vraag ik of je aan de andere kant kunt fietsen. Terwijl hij zijn fiets van de pont afduwt zegt hij in half Nederlands en half Duits dat hij dat niet weet, omdat hij alleen heen en weer is gevaren. Tja, dat hadden we kunnen zien, want zijn fiets stond de verkeerde kant op. We gaan aan boord en als snel komen we er achter waarom het zo traag gaat. Het handvat zit verzonken en je kunt er niet goed bij. De extra rand aan de buitenkant kan ook gebruikt worden en dat is wel weer prettig. ‘Zullen we meehelpen?’ klinkt een vrouwenstem aan de overkant. ‘Nee,’ roept Josephine haastig, ‘want dat werkt tegen.’ Beide dames slaan geamuseerd gade hoe wij uiteindelijk de overkant bereiken. We stappen even af; het pontjesreglement schrijft dat immers voor. Duidelijk is dat hier niet gefietst kan worden. ‘Zo, nu zijn jullie aan de beurt,’ zeggen we als we weer op het pontje stappen. We leggen uit waarom we heen en weer varen.
De dames passen uiteindelijk dezelfde strategie toe als wij op de heenweg hebben gedaan. Ik maak een foto van ze en vraag het e-mailadres om deze toe te zenden.

Door de extra ring aan het draaimechanisme konden we samen draaien.


Tussenstand aantal overzetveren in Nederland

Trouw teken ik in het boekje met overzetveren altijd aan wanneer we het desbetreffende veer hebben ‘gedaan’. Bij elke nieuwe druk neem ik al die gegevens weer over. Tot op heden heb ik het feit genegeerd dat er telkens weer nieuwe veren zijn bijgekomen. Maar nu moet ik het toch onder ogen zien. Er zijn geen ruim 200 veren, maar 273. In plaats van nog 17 te gaan, moet ik schrijven nog 91 te gaan. En dan zijn er ook nog tientallen in ontwikkeling. Het meest betreft dit zelfbedieningsveren in nieuw te ontsluiten wandel- en fietsroutes. Dat betekent extra training van de armspieren voor ons.



Nog 91 te gaan.

26 februari 2012.


dinsdag 31 januari 2012

Witte vlekken


Toen ik op de plattegrond van Amsterdam keek, zag ik dat het beoogde pontje in het Siegerpark in Amsterdam niet op de kaart stond. Ik wist dat de kaart oud was; hij ligt al een eeuwigheid in de auto. Een jaartal kan ik niet ontdekken. Zou hij uit de jaren ‘70 zijn? Toen ik de aanduiding las: ‘Beoogde Schiphollijn,’ besloot ik even te gaan googlen: Op 20 december 1978 werd het eerste deel van de Schiphollijn geopend. Maar goed. Aan de hand van het kaartje op de website van de Vereniging Vrienden van de Voetveren, kon ik wel ongeveer bepalen waar de bermsloot moest zijn waar het pontje in ligt.

Het kruisje geeft ongeveer de ligging van het pontje aan; inmiddels is het witte gebied helemaal volgebouwd.

Redmond O’Hanlon
Ik voelde me een beetje als Redmond O’Hanlon, die ons elke zondagavond meeneemt naar gebieden, die in de 19e eeuw nog witte vlekken waren. Hij reist ontdekkingsreizigers na en hij moet iedere keer weer vaststellen dat de witte vlekken inmiddels zijn ingevuld. Zo verging het ons vandaag ook.

Koud
Station Amsterdam-Sloterdijk was het meest aangewezen station. Een rechtstreekse sprinter bracht mij vanaf Nieuwerkerk aan den IJssel in ruim een uur ernaar toe. De temperatuurmeter in de sprinter liep terug van 2 naar 0°C. Een gemene wind zorgde ervoor dat de gevoelstemperatuur -10°C was, begreep ik later op de avond bij het weerbericht.


Het Siegerpark – de voorkant

Een lange, rechte weg bracht ons snel bij het Siegerpark:


Het hermetisch gesloten hek van het Siegerpark en de nieuwbouw op de achtergrond.

Volgens het bord is het park dagelijks geopend van 8:30 tot 16:00 uur. Hoewel het inmiddels 11 uur was, stonden we voor een dicht hek. Wel een mooi hek, trouwens. Het hek was zodanig geconstrueerd, dat wij geen kans zagen eromheen of overheen te klimmen. Het vermelde telefoonnummer was niet meer in gebruik. Maar… zoals de ervaren lezers weten: ‘Wij geven het niet zo snel op.’ Josephine bestudeerde de bijbehorende plattegrond en zag wel mogelijkheden om langs de achterkant toch in het park te komen. We reden een eindje terug en sloegen een paar maal rechtsaf. Allemaal grote, nieuwe kantoren en op een gegeven moment hoorden we het verkeer van de A4 razen. We wisten dat we daarvóór moesten blijven. Ineens ziet Josephine het pontje liggen.

Het Siegerpark – de achterkant



“Het Pontje” 25-07-2005

We lopen over een graspad langs het talud ernaar toe. Een hond loopt ons grommend tegemoet. Zijn bazin zegt verontschuldigend: ‘Ja, hij is niet gewend dat hier mensen lopen.’ We kijken om ons heen en we kunnen ons voorstellen dat niemand hier vrijwillig aanwezig is. We verbazen ons over het feit dat de voorkant zo zorgvuldig is afgesloten, terwijl je hier via het pontje zo het park inloopt.
We varen met het pontje heen en weer en constateren dat het resultaat telt.

Virtueel nog 18 te gaan.

29 januari 2012.




donderdag 22 december 2011

Grenzen en obstakels

In de winter zoek ik altijd pontjes dichtbij huis, omdat er maar zo’n korte periode op de dag is, dat het licht is en aangenamer van temperatuur, dan de rest van de dag. Zo had ik deze keer de zelfbedieningskabelveerpont ‘De IJsvogel’ in het natuurgebied Esscheplaat in de Hoekse Waard gekozen. 


 Afgaande op de weerkaart was dat niet echt een verstandige keuze:




Het pontje lag precies in de regenzone (zie het rode stipje), maar zoals de trouwe volgers weten: ‘Het gaat altijd door.’ 


 Op Rotterdam Blaak ontmoeten Josephine en ik elkaar in de trein naar Barendrecht. Even later stoppen we bij Rotterdam Zuid tegenover het Albeda College en ik vertel Josephine dat ik daar sinds vorige week Nederlandse (bij)les geef op maandagmiddag. 


Heinenoordtunnel 
Vanuit Barendrecht fietsen we richting het zuiden en vinden we al gauw de Oude Maas als eerste obstakel. We verwachten een brug, maar in plaats daarvan staan we ineens voor de roltrappen van de Heinenoordtunnel. Maar er is ook een lift en die nemen we en beneden aangekomen, strekt de tunnel zich voor ons uit:




Dat is weer eens wat anders, zo onder het water door. We bespreken de mogelijkheid om na de pontjes tunnels te gaan doen. ‘Dan zijn we zo klaar,’ oppert Josephine. ‘Dat ligt aan de criteria, die we aanleggen in ons tunnelreglement,’ antwoord ik. Zou er een tunnelvereniging zijn? Thuis maar eens opzoeken. 


Hagel
Via Blaaksedijk, Mijnsheerenland bereiken we Westmaas, waar een hagelbui ons overvalt. Een man, die zijn hond uitlaat, roept: ‘Wat een diehards, dat zijn de echte!’. In het dorp zien we een jongeman schuilen onder de luifel van de bakker. We schuiven aan en ik stel de vraag waar ik het antwoord al op vermoed: ‘Kun je hier ergens koffiedrinken?’ Hoe langer hij nadenkt, hoe meer ik mijn vermoeden bevestigd zie. Uiteindelijk zegt hij: ‘Misschien kunt u wel koffiedrinken in de koffiekamer van de kerk,’ en hij wijst op het verlichte raam naast de kerk. Josephine en ik staren enige tijd naar het raam. Plotseling gaat het licht uit en het lijkt wel of het ineens kouder, natter en donkerder wordt. ‘Zullen we terugrijden?’ klinkt het onverwachts uit Josephine haar mond. Dat heb ik haar nog nooit horen zeggen. Ik wik en ik weeg, we hebben reeds 18 kilometer gereden en we moeten nog zo’n afstand doen om bij het pontje te komen. Dat wordt dan 2 maal 36 kilometer en dat op een winterse dag. ‘Ik rijd liever naar Zwijndrecht of Dordrecht, we hebben meer voor de wind dan dat we terugrijden.’ Josephine gaat akkoord en we stappen weer op. 


Grens van droog en nat weer
We rijden om de Binnenbedijkte Maas heen naar Zwanegat, Cillaarshoek en Maasdam. Eindelijk vinden we een bankje in een bushaltehokje – met de rug naar de wind – om even te zitten en wat te drinken en te eten. De hele weg hebben we gereden op de grens van droog en nat weer en dat heeft maar een maal in een hagelbui geresulteerd:




‘Ha, daar hebben we twee kerstballen,’ roept een hardloper, die ons tegemoet rent. We discussiëren nog even of hij onze (ronde) vorm bedoelt of dat we er gewoon gezellig uitzien in zijn ogen.


Kiltunnel
Bij ’s-Gravendeel nemen we de Kiltunnel om de Dordtsche Kil te passeren. 


Hoe heb ik me zo vergist in de afstand? Als ik de gedetailleerde kaart raadpleeg zie ik dat we om verschillende obstakels (water, de HSL) heen moesten rijden om bij onze bestemming te komen. Bovendien zijn de polders omzoomd door vele bochtige dijken. Op zichzelf prachtig, maar het neemt te veel tijd. Van de zomer nog maar eens terugkomen. Uiteindelijk hebben we vandaag 46 kilometer gereden, wat voor een winterse dag veel is. We kijken dan ook tevreden op de dag terug. 


 Wel 2 tunnels gedaan, maar geen enkel pontje. 


 Dus, nog steeds 19 te gaan. 


 18 december 2011

maandag 17 oktober 2011

Doorwaadbare plaats

‘Ford the burn,’ was een van de aanwijzingen tijdens een wandeling een paar jaar geleden in Schotland. We wisten niet wat het betekende en liepen alle windrichtingen uit om eventueel de volgende aanwijzing te kunnen ontdekken. De waterval, die ons beloofd was aan het einde van de wandeling, hebben we nooit gevonden.
In het hotel vertelde de manager ons dat ‘to ford’ betekent ‘een rivier oversteken op een doorwaadbare plaats’ en dat ‘burn’ de Schotse naam is voor een beek. Thuis zocht ik het nog een keer na en toen kwam ik er achter dat het woord ‘voorde’, ‘doorwaadbare plaats’ betekent. Pontjes varen vaak bij vroegere voordes, zo ook het Marskampveer.


Het Marskampveer
Het Marskampveer verbindt de buurtschappen (oud) Bergentheim en Rheeze/Diffelen met elkaar, op de plek waar vroeger een doorwaadbare plaats in de Overijsselse Vecht was.
Als we de veerstoep naderen, zien we dat er net een fietser aan het overvaren is naar de andere kant. Op een bankje wachten een vrouw en een man (moeder en zoon?) en we hopen dat zij ook moeten overvaren; dat scheelt weer in het draaien. ‘Nee, ze zitten hier gewoon van de natuur en het mooie weer te genieten.’ We zien dat de man inmiddels aan de overkant is aangekomen, maar hij doet diverse pogingen om eraf te komen, maar dat mislukt telkens. Eindelijk stapt hij af en wij beginnen het pontje naar onze kant te halen. ‘Zal ik het even overnemen? Jullie moeten aanstonds op het pontje ook al draaien,’ vraagt de man. Dat aanbod nemen wij graag aan.



Het fietspad en het pontje zijn in 2007 aangelegd door de Timmerhuisgroep. In de nieuwsbrief van die groep werd vermeld dat het draaiwerk erg zwaar was en voor sommige mensen te inspannend en daarom vervangen was door een lichter exemplaar. We vonden het nog steeds zwaar en gedurende de overtocht wisselen wij regelmatig af; op het eind met steeds kortere tussenpozen. Aan de overkant zien we wat het probleem van de man voor ons was geweest en nu voor ons ook. Het pontje sluit niet aan bij de kant. De klep van het pontje gaat niet omhoog met de wal mee. Eerst even getest of ik via de naar beneden gerichte klep toch op de wal kan komen. Dat is zo. Terwijl Josephine het draaiwiel op z’n plaats houd, rijd ik beide fietsen eraf. Josephine ontsnapt via de zijkant aan de pont.

Onthaasten
De man en de vrouw aan de overkant zitten er nog steeds; we zwaaien dat we het gehaald hebben en zij zwaaien terug. Tijd voor een cup-a-soup en een boterham. We stellen vast dat wij eigenlijk twee ongeduldige Randstedelingen zijn. Aan de overkant zitten twee mensen, niet ver van hun huis schat ik naar het dialect te oordelen, en die zitten op hun gemak een uurtje op een bankje. Als dat geen onthaasten is, dan weet ik het niet meer.

Loozensche Linie
Maar… wij hebben nog een doel voor vandaag. De elektrisch aangedreven veerpont in de Loozensche Linie. Dit is ook een nieuw pontje – sinds 2009 – en aangelegd in een oude meander (oude rivierarm) van de Vecht. Maar helaas; hij is tijdelijk uit de vaart. Aangezien dit pontje maar tot 1 november vaart, is hij een volgend seizoen pas weer aan de beurt.



Wat gaan jullie hierna doen?
Dit is de op één na meest gestelde vraag aan ons. Trouwe volgers zijn altijd bang dat we niet meer weten wat we moeten doen met onze vrije tijd als we alle pontjes van Nederland hebben gedaan. Echter, bij elke nieuwe druk van het verenboekje constateren we dat er weer pontjes zijn bijgekomen. We verwachten dan ook dat we nog een flink aantal jaren bezig zullen zijn. In de Sallander (13 juni 2007), het weekblad voor Noordoost-Overijssel, lees ik tot mijn schrik: ‘Het Marskampveer is de eerste in een serie. Er zijn plannen gemaakt voor nog zes pontjes. De volgende wordt waarschijnlijk een pontje bij de Loozensche Linie tussen Hardenberg en Gramsbergen, waar een oude Vechtarm uitgegraven wordt.‘ Die was dus nu even uit de vaart. We zullen maar wachten tot ze er alle zes zijn.

Virtueel nog 19 te gaan.

16 oktober 2011