maandag 27 februari 2012

Bicycle face


Marijke Hilhorst schreef in Elsevier een artikel over de tijd dat de eerste vrouwen in Europa het stalen ros beklommen en zich op de openbare weg waagden. In het serieuze Britse medische tijdschriften als ‘The Lancet’ verschenen er artikelen over de vele risico’s die kleefden aan het fietsen, met name voor vrouwen. De heren medici waarschuwden al te sportieve dames voor een rits aandoeningen waarvan ze zeker last zouden krijgen: tintelende handen en voeten, pijn in de polsen, gruis in de ogen, kramp in de kuiten, een stijve nek, hoofdpijn, omgemakken aan het zitvlak en dat deel van het lichaam dat omwille van het fatsoen beter onbenoemd kon blijven, en een bicycle face. De delicate huid van het gelaat, blootgesteld aan de elementen, aan zon, regen en vooral aan die gure, geselende wind, zou ernstig te lijden hebben op de fiets. Het verdiende aanbeveling vooral de wangen dik met vaseline in te smeren om te voorkomen dat die rood en schraal werden zoals de konen van een landarbeider, en een stofbril was verrre van overbodig. Beter nog was het helemaal niet te fietsen, want er zou onherstelbare schade kunnen optreden. Onvruchtbaarheid dreigde altijd. De Britse vrouwen waren gewaarschuwd.


Blijven trappen
In Nederland kennen wij het begrip ook, maar dan wordt er een van angst verkrampt gezicht mee bedoeld. Iedereen herinnert zich vast wel de eerste ‘fietsles’ van vader, die je op gang hielp en je een zet gaf met de woorden: ‘Blijven trappen!’ Dat vond ik niet moeilijk, maar hoe kom je weer tot stilstand, vooral als de fiets een zogenaamde ‘doortrapper’ was? Zoals het woord al zegt, je kon de pedalen niet stil houden. In bochten moest je natuurlijk oppassen omdat het pedaal altijd wel een keertje laag langskomt en je ook niet zo mooi in balans kan blijven met alsmaar doormalende benen. Ophouden met trappen kan ook een lelijke verrassing opleveren.Voordat je kon gaan remmen, moesten de pedalen in een bepaalde stand staan.
Afstappen was een drama. Ik gebruikte altijd een laag muurtje of paaltje.


Hier mijn favoriete opstap- of afstappaaltje aan de overkant van ons huis.

Hier zie je dat ik de stoep nodig heb om bij de grond te komen.

Fietsen zonder zorgen
Wij zijn het drama van het bicycle face allang voorbij. Onze enige twee zorgen zijn: Kunnen we het pontje vinden en vaart het? Via de website van Vereniging Vrienden van de Voetveren had ik via Google maps de plaats van het pontje gelokaliseerd: In de Ooijpolder.

Ooijpolder
Ten oosten van Nijmegen ligt de Ooijpolder. Het open gebied in de Ooijpolder had in het verleden regelmatig last van overstromingen. Door aanvoer van rivierslib was dit zeer gunstig voor de vruchtbaarheid van de bodem. Opvallend midden in dit gebied is het hoger gelegen dorpje Persingen met een laat-gotisch kerkje. Dit wordt wel aangeduid als het kleinste dorp van Nederland en is gebouwd op een donk, een rivierduin

Het Persinger Veer
Om het riviertje Het Meer over te steken is een zelfbedieningskettingveerpont in de vaart genomen: het Persinger Veer. Als echte randstedelingen staan we ongeduldig te wachten tot een oudere man het pontje naar onze kant heeft ‘gedraaid’.’Wat doet hij dat traag,’ becommentariëren wij. Er is geen bankje waar we kunnen zitten en de wind waait gemeen om ons heen. Als hij eindelijk is aangekomen, vraag ik of je aan de andere kant kunt fietsen. Terwijl hij zijn fiets van de pont afduwt zegt hij in half Nederlands en half Duits dat hij dat niet weet, omdat hij alleen heen en weer is gevaren. Tja, dat hadden we kunnen zien, want zijn fiets stond de verkeerde kant op. We gaan aan boord en als snel komen we er achter waarom het zo traag gaat. Het handvat zit verzonken en je kunt er niet goed bij. De extra rand aan de buitenkant kan ook gebruikt worden en dat is wel weer prettig. ‘Zullen we meehelpen?’ klinkt een vrouwenstem aan de overkant. ‘Nee,’ roept Josephine haastig, ‘want dat werkt tegen.’ Beide dames slaan geamuseerd gade hoe wij uiteindelijk de overkant bereiken. We stappen even af; het pontjesreglement schrijft dat immers voor. Duidelijk is dat hier niet gefietst kan worden. ‘Zo, nu zijn jullie aan de beurt,’ zeggen we als we weer op het pontje stappen. We leggen uit waarom we heen en weer varen.
De dames passen uiteindelijk dezelfde strategie toe als wij op de heenweg hebben gedaan. Ik maak een foto van ze en vraag het e-mailadres om deze toe te zenden.

Door de extra ring aan het draaimechanisme konden we samen draaien.


Tussenstand aantal overzetveren in Nederland

Trouw teken ik in het boekje met overzetveren altijd aan wanneer we het desbetreffende veer hebben ‘gedaan’. Bij elke nieuwe druk neem ik al die gegevens weer over. Tot op heden heb ik het feit genegeerd dat er telkens weer nieuwe veren zijn bijgekomen. Maar nu moet ik het toch onder ogen zien. Er zijn geen ruim 200 veren, maar 273. In plaats van nog 17 te gaan, moet ik schrijven nog 91 te gaan. En dan zijn er ook nog tientallen in ontwikkeling. Het meest betreft dit zelfbedieningsveren in nieuw te ontsluiten wandel- en fietsroutes. Dat betekent extra training van de armspieren voor ons.



Nog 91 te gaan.

26 februari 2012.


dinsdag 31 januari 2012

Witte vlekken


Toen ik op de plattegrond van Amsterdam keek, zag ik dat het beoogde pontje in het Siegerpark in Amsterdam niet op de kaart stond. Ik wist dat de kaart oud was; hij ligt al een eeuwigheid in de auto. Een jaartal kan ik niet ontdekken. Zou hij uit de jaren ‘70 zijn? Toen ik de aanduiding las: ‘Beoogde Schiphollijn,’ besloot ik even te gaan googlen: Op 20 december 1978 werd het eerste deel van de Schiphollijn geopend. Maar goed. Aan de hand van het kaartje op de website van de Vereniging Vrienden van de Voetveren, kon ik wel ongeveer bepalen waar de bermsloot moest zijn waar het pontje in ligt.

Het kruisje geeft ongeveer de ligging van het pontje aan; inmiddels is het witte gebied helemaal volgebouwd.

Redmond O’Hanlon
Ik voelde me een beetje als Redmond O’Hanlon, die ons elke zondagavond meeneemt naar gebieden, die in de 19e eeuw nog witte vlekken waren. Hij reist ontdekkingsreizigers na en hij moet iedere keer weer vaststellen dat de witte vlekken inmiddels zijn ingevuld. Zo verging het ons vandaag ook.

Koud
Station Amsterdam-Sloterdijk was het meest aangewezen station. Een rechtstreekse sprinter bracht mij vanaf Nieuwerkerk aan den IJssel in ruim een uur ernaar toe. De temperatuurmeter in de sprinter liep terug van 2 naar 0°C. Een gemene wind zorgde ervoor dat de gevoelstemperatuur -10°C was, begreep ik later op de avond bij het weerbericht.


Het Siegerpark – de voorkant

Een lange, rechte weg bracht ons snel bij het Siegerpark:


Het hermetisch gesloten hek van het Siegerpark en de nieuwbouw op de achtergrond.

Volgens het bord is het park dagelijks geopend van 8:30 tot 16:00 uur. Hoewel het inmiddels 11 uur was, stonden we voor een dicht hek. Wel een mooi hek, trouwens. Het hek was zodanig geconstrueerd, dat wij geen kans zagen eromheen of overheen te klimmen. Het vermelde telefoonnummer was niet meer in gebruik. Maar… zoals de ervaren lezers weten: ‘Wij geven het niet zo snel op.’ Josephine bestudeerde de bijbehorende plattegrond en zag wel mogelijkheden om langs de achterkant toch in het park te komen. We reden een eindje terug en sloegen een paar maal rechtsaf. Allemaal grote, nieuwe kantoren en op een gegeven moment hoorden we het verkeer van de A4 razen. We wisten dat we daarvóór moesten blijven. Ineens ziet Josephine het pontje liggen.

Het Siegerpark – de achterkant



“Het Pontje” 25-07-2005

We lopen over een graspad langs het talud ernaar toe. Een hond loopt ons grommend tegemoet. Zijn bazin zegt verontschuldigend: ‘Ja, hij is niet gewend dat hier mensen lopen.’ We kijken om ons heen en we kunnen ons voorstellen dat niemand hier vrijwillig aanwezig is. We verbazen ons over het feit dat de voorkant zo zorgvuldig is afgesloten, terwijl je hier via het pontje zo het park inloopt.
We varen met het pontje heen en weer en constateren dat het resultaat telt.

Virtueel nog 18 te gaan.

29 januari 2012.




donderdag 22 december 2011

Grenzen en obstakels

In de winter zoek ik altijd pontjes dichtbij huis, omdat er maar zo’n korte periode op de dag is, dat het licht is en aangenamer van temperatuur, dan de rest van de dag. Zo had ik deze keer de zelfbedieningskabelveerpont ‘De IJsvogel’ in het natuurgebied Esscheplaat in de Hoekse Waard gekozen. 


 Afgaande op de weerkaart was dat niet echt een verstandige keuze:




Het pontje lag precies in de regenzone (zie het rode stipje), maar zoals de trouwe volgers weten: ‘Het gaat altijd door.’ 


 Op Rotterdam Blaak ontmoeten Josephine en ik elkaar in de trein naar Barendrecht. Even later stoppen we bij Rotterdam Zuid tegenover het Albeda College en ik vertel Josephine dat ik daar sinds vorige week Nederlandse (bij)les geef op maandagmiddag. 


Heinenoordtunnel 
Vanuit Barendrecht fietsen we richting het zuiden en vinden we al gauw de Oude Maas als eerste obstakel. We verwachten een brug, maar in plaats daarvan staan we ineens voor de roltrappen van de Heinenoordtunnel. Maar er is ook een lift en die nemen we en beneden aangekomen, strekt de tunnel zich voor ons uit:




Dat is weer eens wat anders, zo onder het water door. We bespreken de mogelijkheid om na de pontjes tunnels te gaan doen. ‘Dan zijn we zo klaar,’ oppert Josephine. ‘Dat ligt aan de criteria, die we aanleggen in ons tunnelreglement,’ antwoord ik. Zou er een tunnelvereniging zijn? Thuis maar eens opzoeken. 


Hagel
Via Blaaksedijk, Mijnsheerenland bereiken we Westmaas, waar een hagelbui ons overvalt. Een man, die zijn hond uitlaat, roept: ‘Wat een diehards, dat zijn de echte!’. In het dorp zien we een jongeman schuilen onder de luifel van de bakker. We schuiven aan en ik stel de vraag waar ik het antwoord al op vermoed: ‘Kun je hier ergens koffiedrinken?’ Hoe langer hij nadenkt, hoe meer ik mijn vermoeden bevestigd zie. Uiteindelijk zegt hij: ‘Misschien kunt u wel koffiedrinken in de koffiekamer van de kerk,’ en hij wijst op het verlichte raam naast de kerk. Josephine en ik staren enige tijd naar het raam. Plotseling gaat het licht uit en het lijkt wel of het ineens kouder, natter en donkerder wordt. ‘Zullen we terugrijden?’ klinkt het onverwachts uit Josephine haar mond. Dat heb ik haar nog nooit horen zeggen. Ik wik en ik weeg, we hebben reeds 18 kilometer gereden en we moeten nog zo’n afstand doen om bij het pontje te komen. Dat wordt dan 2 maal 36 kilometer en dat op een winterse dag. ‘Ik rijd liever naar Zwijndrecht of Dordrecht, we hebben meer voor de wind dan dat we terugrijden.’ Josephine gaat akkoord en we stappen weer op. 


Grens van droog en nat weer
We rijden om de Binnenbedijkte Maas heen naar Zwanegat, Cillaarshoek en Maasdam. Eindelijk vinden we een bankje in een bushaltehokje – met de rug naar de wind – om even te zitten en wat te drinken en te eten. De hele weg hebben we gereden op de grens van droog en nat weer en dat heeft maar een maal in een hagelbui geresulteerd:




‘Ha, daar hebben we twee kerstballen,’ roept een hardloper, die ons tegemoet rent. We discussiëren nog even of hij onze (ronde) vorm bedoelt of dat we er gewoon gezellig uitzien in zijn ogen.


Kiltunnel
Bij ’s-Gravendeel nemen we de Kiltunnel om de Dordtsche Kil te passeren. 


Hoe heb ik me zo vergist in de afstand? Als ik de gedetailleerde kaart raadpleeg zie ik dat we om verschillende obstakels (water, de HSL) heen moesten rijden om bij onze bestemming te komen. Bovendien zijn de polders omzoomd door vele bochtige dijken. Op zichzelf prachtig, maar het neemt te veel tijd. Van de zomer nog maar eens terugkomen. Uiteindelijk hebben we vandaag 46 kilometer gereden, wat voor een winterse dag veel is. We kijken dan ook tevreden op de dag terug. 


 Wel 2 tunnels gedaan, maar geen enkel pontje. 


 Dus, nog steeds 19 te gaan. 


 18 december 2011

maandag 17 oktober 2011

Doorwaadbare plaats

‘Ford the burn,’ was een van de aanwijzingen tijdens een wandeling een paar jaar geleden in Schotland. We wisten niet wat het betekende en liepen alle windrichtingen uit om eventueel de volgende aanwijzing te kunnen ontdekken. De waterval, die ons beloofd was aan het einde van de wandeling, hebben we nooit gevonden.
In het hotel vertelde de manager ons dat ‘to ford’ betekent ‘een rivier oversteken op een doorwaadbare plaats’ en dat ‘burn’ de Schotse naam is voor een beek. Thuis zocht ik het nog een keer na en toen kwam ik er achter dat het woord ‘voorde’, ‘doorwaadbare plaats’ betekent. Pontjes varen vaak bij vroegere voordes, zo ook het Marskampveer.


Het Marskampveer
Het Marskampveer verbindt de buurtschappen (oud) Bergentheim en Rheeze/Diffelen met elkaar, op de plek waar vroeger een doorwaadbare plaats in de Overijsselse Vecht was.
Als we de veerstoep naderen, zien we dat er net een fietser aan het overvaren is naar de andere kant. Op een bankje wachten een vrouw en een man (moeder en zoon?) en we hopen dat zij ook moeten overvaren; dat scheelt weer in het draaien. ‘Nee, ze zitten hier gewoon van de natuur en het mooie weer te genieten.’ We zien dat de man inmiddels aan de overkant is aangekomen, maar hij doet diverse pogingen om eraf te komen, maar dat mislukt telkens. Eindelijk stapt hij af en wij beginnen het pontje naar onze kant te halen. ‘Zal ik het even overnemen? Jullie moeten aanstonds op het pontje ook al draaien,’ vraagt de man. Dat aanbod nemen wij graag aan.



Het fietspad en het pontje zijn in 2007 aangelegd door de Timmerhuisgroep. In de nieuwsbrief van die groep werd vermeld dat het draaiwerk erg zwaar was en voor sommige mensen te inspannend en daarom vervangen was door een lichter exemplaar. We vonden het nog steeds zwaar en gedurende de overtocht wisselen wij regelmatig af; op het eind met steeds kortere tussenpozen. Aan de overkant zien we wat het probleem van de man voor ons was geweest en nu voor ons ook. Het pontje sluit niet aan bij de kant. De klep van het pontje gaat niet omhoog met de wal mee. Eerst even getest of ik via de naar beneden gerichte klep toch op de wal kan komen. Dat is zo. Terwijl Josephine het draaiwiel op z’n plaats houd, rijd ik beide fietsen eraf. Josephine ontsnapt via de zijkant aan de pont.

Onthaasten
De man en de vrouw aan de overkant zitten er nog steeds; we zwaaien dat we het gehaald hebben en zij zwaaien terug. Tijd voor een cup-a-soup en een boterham. We stellen vast dat wij eigenlijk twee ongeduldige Randstedelingen zijn. Aan de overkant zitten twee mensen, niet ver van hun huis schat ik naar het dialect te oordelen, en die zitten op hun gemak een uurtje op een bankje. Als dat geen onthaasten is, dan weet ik het niet meer.

Loozensche Linie
Maar… wij hebben nog een doel voor vandaag. De elektrisch aangedreven veerpont in de Loozensche Linie. Dit is ook een nieuw pontje – sinds 2009 – en aangelegd in een oude meander (oude rivierarm) van de Vecht. Maar helaas; hij is tijdelijk uit de vaart. Aangezien dit pontje maar tot 1 november vaart, is hij een volgend seizoen pas weer aan de beurt.



Wat gaan jullie hierna doen?
Dit is de op één na meest gestelde vraag aan ons. Trouwe volgers zijn altijd bang dat we niet meer weten wat we moeten doen met onze vrije tijd als we alle pontjes van Nederland hebben gedaan. Echter, bij elke nieuwe druk van het verenboekje constateren we dat er weer pontjes zijn bijgekomen. We verwachten dan ook dat we nog een flink aantal jaren bezig zullen zijn. In de Sallander (13 juni 2007), het weekblad voor Noordoost-Overijssel, lees ik tot mijn schrik: ‘Het Marskampveer is de eerste in een serie. Er zijn plannen gemaakt voor nog zes pontjes. De volgende wordt waarschijnlijk een pontje bij de Loozensche Linie tussen Hardenberg en Gramsbergen, waar een oude Vechtarm uitgegraven wordt.‘ Die was dus nu even uit de vaart. We zullen maar wachten tot ze er alle zes zijn.

Virtueel nog 19 te gaan.

16 oktober 2011

woensdag 24 augustus 2011

Vriendelijke Zeeuwen en Vlamingen

Toen ik op de website van de Vrienden van voetveren bij het veer Kruiningen – Perkpolder las: ‘Bij twijfelachtig en bij laagwater weer eerst telefonisch informatie inwinnen’ hoorde ik in mijn hoofd de stem van de nieuwslezer die vroeger na het nieuws de waterstanden voorlas en daar regelmatig aan toevoegde: 'het veer Kruiningen Perkpolder vaart niet. Toch maar bellen. ‘Ja, we varen morgen, en…’ voegde hij eraan toe ‘als je een paar minuten te laat bent, moet je gewoon even bellen, dan wacht ik op je.’ Ik was overweldigd door deze vriendelijkheid. En zo zou het eigenlijk het hele weekend gaan, vriendelijke Zeeuwen en Vlamingen. Volgens mijn reisgenoten heten de inwoners van Zeeuws-Vlaanderen gewoon Zeeuwen. Waarom eigenlijk niet Zeeuwse Vlamingen of Zeeuws-Vlamingen?

Kruiningen-Perkpolder
Ons jaarlijkse weekend begon in Kruiningen met een ontspannen overtocht over de Westerschelde. Na ons kwam een man met een elektrische fiets aan boord en deze fiets werd de hele vaartocht besproken; onze fietsen werden genegeerd.
We wisten dat we een lange tocht voor de boeg hadden vanaf Perkpolder en dat we de matige tot krachtige wind tegen zouden hebben. Josephine schatte de afstand op 70 kilometer. We besloten de knooppunten te volgen naar Sluiskil en dat had als voordeel dat we de wind voor opzij, tegen opzij, pal tegen of voor de wind hadden. We reden over door bomen omzoomde dijken, die de oude kreken van weleer volgden en regelmatig kwamen we kleine clusters van huizen tegen. Een mooi kleinschalig landschap.

Sluiskil
In Sluiskil konden we het pontje niet vinden en ik hield een eenzame fietser aan en die zei ‘Via deze weg gaat u daar niet geraken, u dient…’ Het gezellige Vlaams zouden we nog vele malen horen. We moesten een paar kilometer omrijden om bij de pont te komen. Aan de overkant keken we op onze kilometerteller: 45 kilometer. We zijn op of over de helft. We besloten de rest op te delen in stukken van 8 kilometer en iedere keer even te rusten en iets te eten.
NB: dit pontje wordt met opheffen bedreigd; een actiegroep is reeds in februari gevormd.

Smokkelroute en Van den Vos Reynaerde
We reden ineens België binnen,wat we merkten aan een stuk kasseienweg en de grenspalen, die bij de boedelscheiding van 1839 langs de grens zijn gezet. We slaan een verhoogde weg in met betonplaten, die precies op de grens loopt. In onze verbeelding zagen we de smokkelaars met boter, zout en suiker links en rechts van de weg schuilen om ieder moment over te steken. Wonderlijke, fantasiewekkende namen komen we tegen: Mollekot, Muizenhol en de Maagd van Gent.

We rijden door het land van het dierenepos Van den Vos Reynaerde met o.a. het beeld van de vos die de passie preekt

Even voor 7 uur arriveren we bij het hotel ’s Lands Welvaren in Aardenburg, waar Gerard (mijn echtgenoot) en Jan (mijn zwager) op het terras op ons zitten te wachten. Op de teller staat 81,3 kilometer. ‘Morgen doen we het rustig aan,’ belooft Josephine.

Het Zwin
De beroemdste kreek in Zeeuws-Vlaanderen was het Zwin, net zo breed als de Westerschelde nu is, dat in de middeleeuwen de bloeiende Hanzestad Brugge verbond met de zee. Na de verzanding bleef er een mooi natuurgebied achter. Maar voordat we dat gebied bereiken, gaan we eerst op zoek naar het pontje in de Cletemspolder. Aangezien het een rustig dagje belooft te worden, drinken we al na 10 kilometer koffie respectievelijk Icetea in Oostburg.

Watertoren in Oostburg; vanuit de verte lijkt het alsof grote hoeveelheden water uit het gebouw stromen.

Cletemspolder
In de Cletemspolder doorsnijdt een geul de duinen, waar het pontje moet varen. De enige aanwijzing die we hebben, is: Zeeweg. We fietsen onder de duinen langs over de Zeeweg en op een goed moment besluiten we naar rechts te gaan en zowaar vinden we ineens de Cletemspolder met als opgang een hangbrug; daar zijn we niet in geïnteresseerd. Na stapstenen en een vlonderpad komen we eindelijk bij het trekvlot. Hele gezinnen moeten overvaren; we wachten rustig op onze beurt.

Sluis
Via de prachtige Zwinroute bereiken we Sluis, waar we ons in België wanen, want we horen niets anders dan het zangerige Vlaams. Wij trakteren onszelf op een ijsje op een druk terras. Een vrouw gooit een kop koffie om, het personeel snelt toe om de tafel schoon te maken en ze krijgt onmiddellijk een nieuw kopje aangeboden. De koffie loopt, ondanks het snelle handelen, aan beide zijden de tafel af en haar echtgenoot blijft onverstoorbaar dooreten terwijl de koffie links en rechts van zijn schotel op zijn broek drupt. Wij kijken met verbazing toe. Gooit zijn vrouw altijd de koffie om en heeft hij het opgegeven zich daarover druk te maken?
Even later kom ik op het toilet de bewuste vrouw tegen terwijl ze probeert de koffievlekken uit haar broek te halen. Ze spreekt haar bewondering uit over het personeel dat zomaar een nieuwe koffie gaf. ‘Dat gebeurt bij ons in België niet.’ Ik wil haar illusie niet verstoren en zwijg.

Vertrouwen in de mensheid
Een nicht van G. is maandag jarig en bij het diner hebben we een kaart aan haar geschreven. ’s Ochtends ga ik op zoek naar een brievenbus, maar vind hem niet. Een aangesproken persoon vertelt waar ik er een kan vinden. Dat is me te ver lopen en ik zeg hem dat ik dat later op de dag wel met de fiets zal doen. Hij loopt naar zijn auto, maar draait zich om en vraagt mij of ik hem toevertrouw om de kaart te posten. Ja, daar heb ik vertrouwen in. A.s. weekend zal ik horen of de kaart op tijd is aangekomen.

Breskens-Vlissingen

Nog een laatste maal fietsen we in de ruime polders waar van rietkragen voorziene kreken doorheen slingeren, begrensd door strakke dijken begroeid met hoogopgaande populieren. Het Fiets-/Voetveer lijkt een beetje op een verkleinde uitvoering van een ferry naar Groot-Brittannië. Er kunnen 181 passagiers mee. Door tunnels gaan we aan boord en we zien niets van de ferry. Josephine wijst me op een bekende Vlaming: Carl Huybregts.
In Vlissingen aangekomen, zien we nergens een bordje met ‘station’ erop. We rijden naar het centrum en nog steeds geen bordje. We volgende de aanwijzingen van een honden-uitlatende vrouw en… komen weer bij de ferry uit. Het station bleek 100 meter van de aanlegplaats te liggen.

Bavaria City Racing
Bij station Blaak kom ik boven de grond en ik word overweldigd door verbrand rubber, lawaai en grote mensenmassa’s. Overal politie. Ineens herinner ik me dat vandaag er geen fietsen mee mogen in de metro. Bij de roltrap staan 4 mensen met fluorescerende hesjes; bij de lift staat niemand; als ik beneden de lift uitkom, staan er 4 hesjes met de rug naar me toe; ik glip het perron op zonder dat ze me zien; helaas op het perron signaleert het 9e hesje mij en ik moet het station verlaten. Dan maar eens proberen bij de halte Oostplein; de man achter de balie is een klant aan het helpen; maar helaas spot hij een andere fietser en komt het perron op en beiden worden we weggestuurd door hem. Bij de halte Voorschoterlaan staat een man zonder hesje, maar wel met een walkie-talkie. Ik fiets naar huis; die 11 kilometer kunnen er ook nog wel bij. Uiteindelijk staat er 178 kilometer op de teller voor het hele weekend.

Virtueel nog 20 te gaan.

19,20 en 21 augustus 2011

maandag 8 augustus 2011

Aandacht

Er zijn verschillende manieren om aandacht te genereren; een weblog bijhouden is er een, maar het kan ook anders. Vandaag was ik twee keer in staat geheel onvrijwillig de aandacht op mijzelf te vestigen. De eerste keer was door met fiets en al te vallen bij het in de trein stappen en de tweede keer was door het lezen van een Biggles-boek

Bij de nieuwe sprinters kun je je fiets zo naar binnen rijden; bij de oude sprinters moet je echter een tamelijk grote stap maken. Ik zetten mijn voet op de treeplank en ik probeerde mezelf en mijn fiets omhoog te tillen, maar dat lukte niet en ik viel langzaam achterover met de fiets boven op me. Gelijk schoten een aantal mannen toe en ik werd overeind geholpen en mijn fiets werd naar binnen getild. Bij het verlaten van de trein stond een van de mannen op om mijn fiets op het perron te zetten. Zo galant was ik nog nooit geholpen. Misschien moet ik vaker vallen…

Dit speelde zich af op het perron van Purmerend na een mooie tocht langs de Zaanse schans en het Wormer- en Jisperveld. De dag was om half elf begonnen bij de Wilhelminasluis waar de Zaanhopper om 11 uur zou vertrekken. Bij nader inzien had ik het begin- en eindpunt door elkaar gehaald en zou de hopper pas om 12 uur aanleggen. Toen ook nog eens een keer bleek dat de fietsen niet mee mochten, besloten we hem links te laten liggen. Er was nog een pontje in de buurt; daar mogen fietsen alleen mee als er weinig passagiers zijn. Bij de Zaanse Schans liepen de voornamelijk buitenlandse toeristen in drommen over het fietspad. Ze reageerden niet op de fietsbel. Eerst was ik verbaasd, maar toen realiseerde ik me dat deze mensen dat helemaal niet gewend zijn in hun eigen land. Op de veerstoep hees Josephine de bal om aan te geven dat we opgehaald wilden worden:


De fietsen mochten mee; de veerman tilde ze zelfs aan boord. Vanaf de Zaan heb je nog een mooier zicht op de molens. Voorlopig maar eens fietsen naar de beoogde eindhalte in Wormerveer. We arriveerden daar om half twaalf en daar bleek de Zaanhopper pas om 1 uur te komen. We schrijven hem voor vandaag definitief af. Langs het water vonden we een terrasje dat net open ging. Bij de koffie respectievelijk thee kregen we een grote biscuit gehuld in chocolade. Dat paste goed bij onze Pavlov-reactie toen we langs de chocoladefabriek fietsten. We complimenteerde de uitbaatster met de tractatie en ze zei dat ze zelf ook erg lekker vond. Ja, dat konden we wel zien.
Op een gegeven moment zegt ze, ik doe het scherm omlaag, want we willen naar voetballen kijken. Josephine en ik keken elkaar aan omdat we dachten dat we uit de zon gehaald werden. Maar het bleek een projectiescherm te zijn: ze gingen naar AZ – PSV kijken. Tegen zoveel enthousiasme konden we niet op en we afficheerde ons als ADO- respectievelijk Excelsior-fan. Bij dat laatste keek ze me vol medelijden aan: ‘Die deden het niet zo best; vorige week nog verloren ze van AZ’. Toen Josephine naar binnen liep om te betalen, zag ze dat niemand naar het projectiescherm keek, maar naar de kleine TV achter de bar.

Josephine stelde voor om naar Purmerend te rijden. We fietsten door het prachtige, waterrijke Wormer- en Jisperveld. In Purmerend nog een ijsje bij Roberto’s ijssalon; de eigenaren oogden niet Italiaans, eerder Aziatisch. Josephine gokte op geadopteerde Koreanen.

Vanaf Purmerend – geen vertraging door mijn val - reden we met de trein via Zaandam weer naar huis. Vanaf Zaandam was de sprinter behoorlijk vol en ik kon maar net een plaatsje vinden voor de fiets en voor mijzelf. Ik pakte mijn boek ‘Biggles in de kou’ uit 1962 dat zich afspeelt in de korte oorlog tussen Finland en Rusland (1939/1940). ‘Ik ben ze ook aan het herlezen,’ zei een man terwijl hij zich naar mij toe boog. ‘Ik heb net dat boek uit dat zich in Vuurland afspeelt’. ‘Ja, met dat goud dat plantkundigen toevallig hadden gevonden en weer begraven hadden,’antwoordde ik. Want ik had dat boek onlangs gelezen.
Mannen reageren altijd als ze een Biggles-boek zien, maar dat iemand ze ook aan het herlezen was, had ik nog niet eerder meegemaakt.

Virtueel nog 24 te gaan.

7 augustus 2011

maandag 13 juni 2011

Planken


Nederland is massaal aan het planken. Vijf jaar nadat een groepje Australische jongeren planking ofwel “The lying down game’ uitvond, gaan ook hier mensen strak als een plank stil liggen op een onverwachte plek: boven op een ambulance, in het vriesvak van de supermarkt, op de uitgiftebalie van een snackbar. Zouden ze het ook al bij een pontje gedaan hebben? Ik besloot het in ieder geval vandaag te doen.

Met de trein zouden we ruim 3 uur onderweg zijn naar Meppel wegens werkzaamheden aan het spoor. Maar om 2 minuten over 11 stonden we dan toch op perron 3 in Meppel.

Via Wanneperveen, een lintdorp, waar maar geen eind aan leek te komen, reden we met links en rechts water, de Beulaker Wijde, naar St. Jansklooster, waar zich het Bezoekerscentrum De Wieden bevindt. Daar liggen drie veerponten, in het Laarzenpad, een wandeling langs weilanden, moerasbos en rietlanden. Vooraf hadden we al vastgesteld dat het overvaren van één pontje in dit pad, geldt voor drie.

‘Neem schoenen mee voor de wandeling,’ had ik Josephine gewaarschuwd, want zij heeft van die speciale schoenen, die je op je trapper kunt klikken voor meer grip, maar daar loop je niet lekker mee. Josephine was nog bezig haar wandelschoenen uit te pakken, toen ik erachter kwam dat het maar 50 meter lopen was naar het eerste pontje. Nu dat kan ook wel met de fietsschoenen. De pont lag al aan onze kant en het natte touw lag op het dek. ‘Ik ga niet in die nattigheid planken,’ zei ik tegen Josephine. Op de houten veerstoep aan de overzijde vond ik een mooi droog plekje en daar ben ik vereeuwigd als een plank.

Toen we terugvoeren, filmde een man ons en ik vertelde hem dat hij zojuist twee beroemde mensen had gefilmd. Hij was onder indruk en beloofde het korte filmpje op te sturen.



De aankondiging Blokhuizer brok (speculaas met honing) konden wij niet weerstaan, maar de brok lag – achteraf bezien – toch wel erg zwaar op de maag.
Met een ruime bocht aanvaarden we de terugtocht naar Meppel. Wederom prachtige natuur en in het dorpje Belt-Schutsloot leek het wel of we in Giethoorn reden: een smal paadje met smalle bruggetjes naast het water. Voortdurend werd ons ijs aangeboden, maar wij bezweken pas toen er ook aardbeien met slagroom bij werden aangeboden. En het was echte slagroom. Bovenop de Blokhuizer brok gaf dit een stevige bodem in de maag; wij verwachtten dan ook dat we ons brood niet meer zouden opeten. Hoe anders zou het lopen!

Even voor vieren zaten we in Meppel in de trein tevreden terugkijkend op de dag; we wisten dat we nog 3 uur moesten reizen. Overstappen in Deventer, voor mij overstappen in Amersfoort. Net toen ik uit wilde stappen, werd er omgeroepen dat wie over Gouda moest reizen, moest blijven zitten. Er was geen treinverkeer mogelijk bij Gouda. Toch nog maar een boterham. Doorrijden naar Schiphol. Op Schiphol overstappen naar Rotterdam Centraal. Ik fietste naar het Eendrachtsplein en daar volgde de mededeling dat de metro niet verder ging dan Kralingse Zoom en dat je daar op een pendelmetro naar Capelse brug (overstapstation) kon overstappen. Bij Kralingse Zoom bleek dat de eerste metro pas over 27 minuten zou komen. Eerst een boterham en dan maar naar huis fietsen. Om 5 voor 8 stapte ik het huis binnen, hetgeen mijn man de opmerking ontlokte: ‘Je bent nu bijna 12 uur van huis geweest!’ Maar… we hadden ons doel gehaald.

Virtueel nog 25 te gaan.

12 juni 2011