Zodra ik een station betreed, treedt onmiddellijk de omroepinstallatie in werking. Het lijkt wel of er een detectiepoortje aanwezig is dat op mij is afgesteld. Vaak gaat het helemaal niet over mijn trein, maar vandaag wel. Hij rijdt een andere route en hij doet Haarlem en Heemstede-Aerdenhout niet aan. Ik kijk op de reisinstructies van Josephine. Die haltes staan er helemaal niet op. Ik houd het er maar op dat dit al bekend was, toen Josephine de reisinstructies stuurde.
Schiphol
In Rotterdam-Centraal stapt een man in, die in het algemeen vraagt of deze trein in Schiphol stopt. Ik houd mijn mond, maar andere mensen menen dat de trein niet in Schiphol stopt. “Maar de conducteur zei van wel,” vervolgt de man op klagende toon. Waarop een vrouw zegt dat hij daar dan maar op moet vertrouwen. Bij elke halte loopt de man naar het balkon en vraagt aan Jan en alleman of de trein in Schiphol stopt. We naderen Schiphol en ineens roept hij keihard “Kijk eens, vliegtuigen! Wat mooi.” Niemand reageert. Mijn gedachten dwalen af naar de dagelijkse reizen met de blauwe tram vanuit Leidschendam naar mijn lagere school in Den Haag. In die tijd een hele onderneming en regelmatig werd aan mijn ouders gevraagd of ik een kind wilde begeleiden naar haar of zijn school. Mijn mening werd niet gevraagd. Zo moest ik een paar jaar Nel, die het syndroom van Down had, begeleiden naar school. Op televisie zie ik altijd dat die mensen heel vrolijk zijn. Zo niet, Nel. Ze stompte altijd heel venijnig met haar elleboog. Als de tram volliep, zeiden mensen altijd: “Gaan jullie maar samen op een zitplaats zitten,” wat betekende dat ik na een paar elleboogstoten op de grond zat.
Later kwam het verzoek aan mijn ouders of ik een tweede meisje met het syndroom van Down wilde meenemen. Die was gelukkig wat vrolijker, maar ze zong zomer en winter keihard Sinterklaasliedjes, waar ik me voor schaamde. Als het me nu zou overkomen, zou ik vrolijk meezingen, maar als kind vond ik het vreselijk.
Zo heb ik gedurende mijn lagere-schooljaren 5 kinderen begeleid naar school. De andere 3 hadden niet het syndroom van Down, maar hadden ook de onhebbelijkheid niet te willen opstaan voor volwassenen. Bovendien praatten ze heel hard. En daarvoor schaamde ik mij ook. Het begeleiden was niet het ergste, maar het feit dat je geen vrijheid had om van je route af te wijken of met een schoolvriendinnetje mee te gaan. Je zult mij dus nooit zien carpoolen. Maar ik denk dat het voor de ouders van die kinderen veel erger was. Ik kan zo nog het beeld van de ouders van Nel oproepen. Twee oude mensen, die elke ochtend en elke middag bij de halte stonden om haar over te dragen of weer terug te nemen.
Hoe een simpele ziel je gedachten zo kan laten afdwalen. En gelukkig voor hem stopte de trein inderdaad in Schiphol.
Zowaar treffen Josephine en ik elkaar op Amsterdam-Sloterdijk waar we moeten overstappen naar Krommenie met een half uur pauze. Een mooi station en vanaf het damestoilet kan ik het kantoor van Reed Elsevier zien.
De Zaanse Schans
Zaandam kent verschillende haltes en als een Japans gezin bij de eerste de beste halte wil uitstappen, dirigeert de conducteur ze weer terug in de trein met de opmerking: “Most Asian people get off the train at the next stop.” De Japanners stappen weer in en ik controleer bij de volgende halte of er veel Aziaten zijn onder de treinverlaters. Het klopt.
De ene vaart is de andere niet
In Krommenie verlaten alleen twee rasechte Nederlanders de trein. Al snel passeren we mooie Zaanse huizen en we roepen dat je daarvoor helemaal niet naar de Zaanse Schans hoeft. Bij een vaart aangekomen, ligt er een zelfbedieningsveer klaar en ik ben ervan overtuigd dat het de Knollendammervaart is en dat we dat pontje al op 16 augustus 2003 hebben gedaan.
Om het pontje aan de kant te krijgen moet je op een pedaal drukken en meteen draaien. Wij constateren dat op die manier onze boezem in de weg zit. Aangezien we beiden aan onze boezem zijn gehecht, willen we die niet op het spel zetten. De oplossing: de een pedalleert en de ander draait.
Echt recht voor de kant wil hij niet komen en ik werp mijn gewicht in de strijd, zodat ik de pont aangesloten houdt aan de oever en Josephine de fietsen de pont oprijdt. Ik constateer dat deze houding een goede oefening is voor mijn hamstring. Gezamelijk draaien en pedalleren we naar de overkant. Op naar het Molletjesveer, zo genoemd naar een veerman met de naam Mol, over de Nauernasche vaart. We fietsen naar het volgende bootjessymbool op de kaart. “Hé, dit is het pontje over de Markervaart en die hebben we ook al in 2003 gedaan; we zijn te ver doorgereden. Oh, en dan was de eerste pont toch de beoogde pont.”
Première DVD “Pontje Doen”
Het ziet er altijd zo relaxed uit als mensen zo’n zelfbedieningsveer bedienen, maar het is moeilijker dan je denkt. Zo was ik afgelopen donderdag, 22 mei 2008, bij de première van de DVD “Pontje Doen” van Menno Mennes en Jan Smelik. Heel toepasselijk in het Veerhuis bij het motorgierveer over de Nederrijn bij Opheusden. Uiteraard had ik ervoor gekozen om van de overkant te komen, zodat ik met het veer over kon varen. Deze overtocht geldt niet volgens het Pontjesreglement, omdat ik niet met de fiets was en Josephine verhinderd was. Tijdens die bijeenkomst werden er voorproefjes gedraaid uit de 2 DVD’s en daar zie je dat meer mensen moeite hebben met dit soort veren. Zo komt er om 9 uur een man aan bij zo’n pont, een andere man komt erbij en vertrekt weer; later komen er nog 2 echtparen bij en met z’n allen zijn ze niet in staat om de pont aan de praat te krijgen. Om 10 uur fietsen ze allemaal weer weg zonder overgevaren te zijn. Even later zie je een vrouw gezellig op de kast met draaimechanisme leunen, terwijl ze in sappig Amsterdams met haar partner keuvelt die de pont moeiteloos naar de overkant draait. Het is gewoon een kwestie van de goede kant op draaien!
Als je Josephine en mij "live" op een pontje wil zien, moet je de DVD "Pontje Doen" kopen. Bij de provincie Noordholland kom je ons tegen op het pontje NH36 bij het café Klein Kalfje in Amsterdam. Als je van Hollandse landschappen houdt, is deze DVD een aanrader.
Ilpendam en Landsmeer
Op naar Ilpendam om de 2 andere ponten voor vandaag te doen. Als we Ilpendam naderen, staan er allerlei omleidingen aangegeven, maar wij rijden stoïcijns door en we worden beloond, het elektrisch kabelmotorveer over het Noordhollands kanaal vaart gewoon. Het veer is bijna net zo lang als het kanaal breeed is. Een electromotor draait de kabel rond en de veerbaas remt hem met een soort klem af of zoiets. Het ziet er in ieder geval stoer uit wat hij doet. Op de wal staan stoplichten en zodra het veer aanlegt, springen de stoplichten op de kruisende Jaagweg op rood en kunnen de pontverlaters veilig oversteken. Hetzelfde systeem functioneert bij Landsmeer. Aan de overkant moet het verkeer zich opstellen en de bel luiden; prompt gaan de stoplichten voor het kruisende verkeer op rood en kunnen wij oversteken.
Van Landsmeer is het nog maar een klein stukje naar Zaandam. Het station wordt verbouwd en we worden verzocht om de blauwe lijnen te volgen voor de lift. Eigenzinnig als Josephine is, rijdt ze naast de blauwe lijn. Net op het moment dat ik roep, dat ze wel de blauwe lijn moet volgen, rijd ik tegen een hek aan. Triomfantelijk staat Josephine voor de lift. Gehoorzaamheid wordt niet altijd beloond.
Nog 91 te gaan.
Fiets een rondje met een pontje. Maar liefst meer dan 340 pontjes varen er heen en weer in ons land. En wij (Josephine Bakker en Bettie van Veen) hebben in 1999 besloten om ze allemaal een keer te gebruiken. Dit gebruik is wel aan de voorwaarde verbonden dat we met z’n tweeën zijn. We hebben er al 324 “gedaan”.
woensdag 28 mei 2008
zondag 4 mei 2008
Melkflessen
Elk voorjaar bekijk ik mijn benen en vraag ik me af of ik ze aan de openbaarheid kan prijsgeven. Het is niet alleen het feit dat ze nog wit zijn, maar ze worden er met de jaren niet mooier op. Ik zie blauwe en rode aders die door het schilferlandschap van mijn huid kronkelen. 'Als ze nu bruin zouden zijn, valt het misschien wel mee.'De drogist licht me voor over de mogelijkheden: eerst de huid scrubben en daarna gelijkmatig met een bronzer insmerenen en een kwartier laten drogen. ‘s Avonds volg ik nauwkeurig de instructies op. De volgende ochtend word ik inderdaad wakker met bruine benen, maar de verhouding is zoek. Het lijkt wel of mijn benen naar Spanje op vakantie zijn geweest en de rest van mijn lichaam niet.
Volgens het reisadvies van Josephine moet ik om 9.31 uur in Dordrecht in haar trein stappen. Ik volg dit advies op en bel naar Josephine om te informeren of zij inderdaad in dezelfde trein zit: 'Eh..., ik sta nog in mijn schuurtje.'
Toen ik de vorige week de treintijden doorkreeg, was ik al verbaasd geweest over het vroege tijdstip, maar ik dacht dat Josephine er flink tegenaan wou gaan en had niets gezegd. Later bleek dat Josephine eerst mijn treintijden had uitgerekend en daarna de hare. Vervolgens had ze - toen ze zag dat ik dan wel erg vroeg moest opstaan - haar treintijden verlaat, maar de mijne was ze vergeten aan te passen.
Ringtone
Ik kom naast een medewerker van het spoor te zitten en op mijn vraag wat zijn functie is, antwoordde hij: “machinist, opleider en instructeur”. Zo raken we aan de praat over het machinist zijn en dat maar weinigen daarvan ook opleider en/of instructeur kunnen of willen zijn. Goede machinisten blijken schaars te zijn. Voor de HSL zijn nog maar 5 machinisten opgeleid. Het moeilijke aan het machinist zijn op de HSL-lijn is de snelheid, die op sommige stukken boven de 300 kilometer per uur ligt. Dan moet je als machinist dus niet naar buiten gaan zitten kijken, want dan word je gek. Je moet je concentreren op het bedieningspaneel en daarop vertrouwen. Dat is niet iedereen gegeven. Ons gesprek wordt afgebroken door het rinkelen van zijn telefoon in de vorm van de alarmbellen bij een spoorwegovergang. Ik ben meteen jaloers op deze ringtone.
De winkelste straat van Breda
In Breda vind ik snel een café met terras aan de overkant van het station. Op de leestafel ligt een tijdschrift over de stad. Het is goed om eens andere lectuur tot je te nemen, want ik leer meteen een nieuw bijvoeglijk naamwoord: de winkelste straat van Breda. Als Josephine aankomt, vraag ik of ze wil fietsen of shoppen, want ik weet nu alles over de winkels in Breda. Josephine wil fietsen.
Haagse en Ettense Beemden-route
Beemden zijn natte veengronden in beek- en rivierdalen. Boeren gebruikten deze gronden als hooiland en staken er tot in de Tweede Wereldoorlog turf. Tegenwoordig overheerst in het gebied grasland.
Als we de verkorting van de Haagse en Ettense Beemden-route volgen, komen we automatisch bij het pontje uit. Een makkie, dus. Toch missen we geregeld de bordjes en op een gegeven moment vragen we aan andere fietsers waar het pontje naar Terheijden is. 'Rechtsaf en linksaf en dan kom je er vanzelf langs,' zegt de vrouw en tegen haar man 'Dat kunnen wij ook wel doen.' Halverwege het lange fietspad vragen we het nog een keer aan een fietsend echtpaar, terwijl we passeren: 'Rechtdoor en dan zie je het aan je rechterhand.' Zo vergaren we steeds meer mensen achter ons aan op weg naar de pont.
Motorveer over de Mark
De veerbaas is een echte schipper met een pet op. We varen over de Mark zo de haven van Terheijden in. Bij café Elsakkers drinken we wat en ik zie naast mij een vrouw een trappistenbier drinken en ik vertel haar over een fietsvierdaagse in Brabant in de jaren 70 en dat ik daar op een dag 10 km voor de aankomst m’n eerste trappist had gedronken. Daarna kon ik de pedalen bijna niet meer rond krijgen. 'Dat klopt,' zei ze, 'maar je had er 2 moeten nemen, dan had je nergens last van gehad!'
Dat was mijn leermoment tijdens deze tocht.
Weer zien we routebordjes over het hoofd, maar gelukkig zijn hier ook fietsknooppunten; via 10, 44, 7, 8, 45, 48, 47 en 80 bereiken we weer het station van Breda.
Ik heb vandaag scherp opgelet. Er was vandaag niemand die schielijk zijn zonnebril opzette, zodra hij mijn blote onderdanen zag. Het helpt dus echt, die bronzer.
Nog 94 te gaan.
Volgens het reisadvies van Josephine moet ik om 9.31 uur in Dordrecht in haar trein stappen. Ik volg dit advies op en bel naar Josephine om te informeren of zij inderdaad in dezelfde trein zit: 'Eh..., ik sta nog in mijn schuurtje.'
Toen ik de vorige week de treintijden doorkreeg, was ik al verbaasd geweest over het vroege tijdstip, maar ik dacht dat Josephine er flink tegenaan wou gaan en had niets gezegd. Later bleek dat Josephine eerst mijn treintijden had uitgerekend en daarna de hare. Vervolgens had ze - toen ze zag dat ik dan wel erg vroeg moest opstaan - haar treintijden verlaat, maar de mijne was ze vergeten aan te passen.
Ringtone
Ik kom naast een medewerker van het spoor te zitten en op mijn vraag wat zijn functie is, antwoordde hij: “machinist, opleider en instructeur”. Zo raken we aan de praat over het machinist zijn en dat maar weinigen daarvan ook opleider en/of instructeur kunnen of willen zijn. Goede machinisten blijken schaars te zijn. Voor de HSL zijn nog maar 5 machinisten opgeleid. Het moeilijke aan het machinist zijn op de HSL-lijn is de snelheid, die op sommige stukken boven de 300 kilometer per uur ligt. Dan moet je als machinist dus niet naar buiten gaan zitten kijken, want dan word je gek. Je moet je concentreren op het bedieningspaneel en daarop vertrouwen. Dat is niet iedereen gegeven. Ons gesprek wordt afgebroken door het rinkelen van zijn telefoon in de vorm van de alarmbellen bij een spoorwegovergang. Ik ben meteen jaloers op deze ringtone.
De winkelste straat van Breda
In Breda vind ik snel een café met terras aan de overkant van het station. Op de leestafel ligt een tijdschrift over de stad. Het is goed om eens andere lectuur tot je te nemen, want ik leer meteen een nieuw bijvoeglijk naamwoord: de winkelste straat van Breda. Als Josephine aankomt, vraag ik of ze wil fietsen of shoppen, want ik weet nu alles over de winkels in Breda. Josephine wil fietsen.
Haagse en Ettense Beemden-route
Beemden zijn natte veengronden in beek- en rivierdalen. Boeren gebruikten deze gronden als hooiland en staken er tot in de Tweede Wereldoorlog turf. Tegenwoordig overheerst in het gebied grasland.
Als we de verkorting van de Haagse en Ettense Beemden-route volgen, komen we automatisch bij het pontje uit. Een makkie, dus. Toch missen we geregeld de bordjes en op een gegeven moment vragen we aan andere fietsers waar het pontje naar Terheijden is. 'Rechtsaf en linksaf en dan kom je er vanzelf langs,' zegt de vrouw en tegen haar man 'Dat kunnen wij ook wel doen.' Halverwege het lange fietspad vragen we het nog een keer aan een fietsend echtpaar, terwijl we passeren: 'Rechtdoor en dan zie je het aan je rechterhand.' Zo vergaren we steeds meer mensen achter ons aan op weg naar de pont.
Motorveer over de Mark
De veerbaas is een echte schipper met een pet op. We varen over de Mark zo de haven van Terheijden in. Bij café Elsakkers drinken we wat en ik zie naast mij een vrouw een trappistenbier drinken en ik vertel haar over een fietsvierdaagse in Brabant in de jaren 70 en dat ik daar op een dag 10 km voor de aankomst m’n eerste trappist had gedronken. Daarna kon ik de pedalen bijna niet meer rond krijgen. 'Dat klopt,' zei ze, 'maar je had er 2 moeten nemen, dan had je nergens last van gehad!'
Dat was mijn leermoment tijdens deze tocht.
Weer zien we routebordjes over het hoofd, maar gelukkig zijn hier ook fietsknooppunten; via 10, 44, 7, 8, 45, 48, 47 en 80 bereiken we weer het station van Breda.
Ik heb vandaag scherp opgelet. Er was vandaag niemand die schielijk zijn zonnebril opzette, zodra hij mijn blote onderdanen zag. Het helpt dus echt, die bronzer.
Nog 94 te gaan.
zondag 9 maart 2008
Gaten dichtrijden
Toen we ergens in 1998 begonnen met samen te fietsen, waren pontjes een toevalligheid. Je vond het leuk ermee over te varen, maar verder dacht je er niet al teveel over na. Toen we eenmaal het boekje met overzetveren hadden aangeschaft, begonnen we ze ook te noteren. Maar we reden er niet gericht op. Nu we het serieuzer is geworden en we ze ook alle 200 gedaan willen hebben, moeten we heel gericht gaan rijden. Als je de vele pontjes over de Maas en Waal beziet, lijkt het heel erg simpel. Je begint in het westen en je steekt voortdurend de rivier over en binnen een paar dagen heb je ze allemaal gedaan. Twee factoren verhinderen dat.
Seizoenspontjes
De eerste, de meest hinderlijke, is het feit dat veel pontjes niet het hele jaar door varen: de zogenaamde seizoenspontjes. Sommige varen maar slechts 2 zomermaanden. Andere varen weer niet in het weekend. Aangezien de meeste pontjes in de Bijbelgordel liggen, melden we ons vaak op zondag tevergeefs aan.
Uit de vaart
Pontjes zijn ook wel eens uit de vaart door storm of reparatie. Dan valt ons hele reisschema in duigen. We eindigen dan nl. aan de verkeerde oever en moeten via een brug omrijden om weer bij een station te komen.
Hollandse Biesbosch
Later moeten we terug om dat ene pontje nog te doen. Dit noemen wij in het Pontjesreglement ‘gaten dichtrijden’. Vandaag, 2 maart 2008, gaan we zo’n gat dichtrijden. Vanaf april varen veel pontjes weer, maar het is kunst er een te vinden die in maart begint met varen. ‘Ha, hier is er een die in de voorjaarsvakantie begint.’ Alle pontjes over de Merwede hebben we gehad, maar nog niet die in de Hollandse Biesbosch. Ik schrijf nadrukkelijk de Hollandse Biesbosch; er is nl. ook een Brabantse Biesbosch, wat Gerard iedere keer weer stipuleert.
Station Dordrecht ligt gunstig ten opzichte van beide Biesboschen. Met windkracht 5 in de rug zijn we snel bij het bezoekerscentrum waar Zonnepont 7 vandaan vertrekt. Het veer ligt aangemeerd, maar gereedschap duidt er niet echt op dat hij vandaag gaat varen. Achter ons klinkt een stem “We varen vandaag niet, omdat het veel te nat aan de overkant is om te wandelen.” In mijn ooghoeken zie ik dat Josephine al aanstalten maakt om weg te lopen, maar ik besluit het erop te wagen. Ik vertel van onze queeste en als er op zijn gezicht een glimlach verschijnt en zijn ogen beginnen te glimmen, voel ik dat hij ons verzoek gaat honoreren. “Hebben jullie nog wat te doen hier?’ vraagt hij tenslotte. “We wilden even wat gaan drinken bij het paviljoen.” “Wanneer jullie daarna weer terugkomen, vaar ik even heen en weer. Hoe klinkt dat?” “Uitstekend.”
Als we achter een cappuccino (Bettie) en een warme chocolademelk zonder slagroom (Josephine) zitten, zien we steeds meer mensen de steiger oplopen. Ongerust vraag ik me af of hij zijn belofte nu wel waar kan maken. Misschien willen die andere mensen per se het Laarzenpad gaan lopen en eisen dat hij ze overzet. Maar het valt mee; ze komen voor de rondvaartboot.
Als we onze weldoener, Jan van Loon, weer op de steiger zien verschijnen, rekent Josephine snel af en we melden ons bij hem. Terwijl wij wachten tot de pont gereed is gemaakt, vertelt de kapitein van de rondvaarboot dat De Biesbosch de grootste vloot heeft, die op zonne-ernergie vaart. We waren naar de overkant en daar mogen we ook nog even aan wal stappen. Dat moet volgens het Pontjesreglement; anders geldt hij niet. Jan vertelt enthousiast over hoe mooi het hier is in de verschillende jaargetijden.
Fast Ferry
We stappen weer op de fiets om naar de waterbus te gaan, waarvan Jospehine een aanwijzing zag op de heenreis. Ineens ontdek ik dat ik mijn mobieltje kwijt ben. We vinden hem al snel bij de picknicktafel van het bezoekerscentrum. Ik weet dat de zakken van mijn regenpak te ondiep zij, maar ik trap er telkens weer in. We passeren een groep knotwilgen die diep in het water staan. Je waant je in een sprookjeslandschap, maar het gezoem van een energiecentrale brengt je weer terug in de werkelijkheid. Aan de andere kant van het fietspad staat een hoogspanningsmast en ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo dichtbij zo’n mast ben geweest.
Bij de halteplaats van de waterbus aangekomen, lezen we in de dienstregeling dat hij alleen in hoogseizoen vaart op zondag. Dan gaan we de Merwede maar oversteken en naar Sliedrecht rijden om daar de Fast Ferry naar Dordrecht te nemen. De wind staat dwars op de brug. We rijden middenop om de windvlagen tussen de spijlen op te vangen. Aan het einde van de brug vraagt Josephine of ze geen strepen op haar gezicht heeft. Ik zie niks. Dan dringt pas tot me door dat ze bedoelt dat de zon af en toe wel op haar gezicht scheen en soms (bij de spijlen) niet. Het wordt tijd dat Josephine de zonnebrandcreme weer toevoegt aan haar fietsbagage.
In Sliedrecht hoeven we maar 8 minuten op de ferry te wachten. Josephine neemt een kaartje naar Dordrecht en ik een naar Krimpen aan den IJssel. De eerstvolgende halte is: jawel, de halteplaats waar we een half uurtje eerder de dienstregeling hadden bestudeerd en geconcludeerd hadden dat hij niet werd aangedaan. Beiden stappen we in Dordrecht uit. Josephine rijdt naar het station en ik stap over op de boot naar Krimpen aan den IJssel. Voordat ik in Krimpen de boot verlaat, verhuis ik mijn huissleutels van mijn fietstas alvast naar de zak van mijn regenjack. Thuis aangekomen, zijn ze verdwenen. De 6 kilometer naar de boot leg ik in omgekeerde volgorde aan de verkeerde kant van de weg af in de hoop de sleutels weer te vinden. Helaas kan ik ze niet ontwaren en haal ik bij de buren de reservesleutels.
Een teleurstellend einde van de dag, maar we hebben wel weer een pontje gedaan vandaag en de volgende maand beginnen de meeste seizoenspontjes weer te varen en hebben we een ruimere keus.
Nog 95 te gaan.
Seizoenspontjes
De eerste, de meest hinderlijke, is het feit dat veel pontjes niet het hele jaar door varen: de zogenaamde seizoenspontjes. Sommige varen maar slechts 2 zomermaanden. Andere varen weer niet in het weekend. Aangezien de meeste pontjes in de Bijbelgordel liggen, melden we ons vaak op zondag tevergeefs aan.
Uit de vaart
Pontjes zijn ook wel eens uit de vaart door storm of reparatie. Dan valt ons hele reisschema in duigen. We eindigen dan nl. aan de verkeerde oever en moeten via een brug omrijden om weer bij een station te komen.
Hollandse Biesbosch
Later moeten we terug om dat ene pontje nog te doen. Dit noemen wij in het Pontjesreglement ‘gaten dichtrijden’. Vandaag, 2 maart 2008, gaan we zo’n gat dichtrijden. Vanaf april varen veel pontjes weer, maar het is kunst er een te vinden die in maart begint met varen. ‘Ha, hier is er een die in de voorjaarsvakantie begint.’ Alle pontjes over de Merwede hebben we gehad, maar nog niet die in de Hollandse Biesbosch. Ik schrijf nadrukkelijk de Hollandse Biesbosch; er is nl. ook een Brabantse Biesbosch, wat Gerard iedere keer weer stipuleert.
Station Dordrecht ligt gunstig ten opzichte van beide Biesboschen. Met windkracht 5 in de rug zijn we snel bij het bezoekerscentrum waar Zonnepont 7 vandaan vertrekt. Het veer ligt aangemeerd, maar gereedschap duidt er niet echt op dat hij vandaag gaat varen. Achter ons klinkt een stem “We varen vandaag niet, omdat het veel te nat aan de overkant is om te wandelen.” In mijn ooghoeken zie ik dat Josephine al aanstalten maakt om weg te lopen, maar ik besluit het erop te wagen. Ik vertel van onze queeste en als er op zijn gezicht een glimlach verschijnt en zijn ogen beginnen te glimmen, voel ik dat hij ons verzoek gaat honoreren. “Hebben jullie nog wat te doen hier?’ vraagt hij tenslotte. “We wilden even wat gaan drinken bij het paviljoen.” “Wanneer jullie daarna weer terugkomen, vaar ik even heen en weer. Hoe klinkt dat?” “Uitstekend.”
Als we achter een cappuccino (Bettie) en een warme chocolademelk zonder slagroom (Josephine) zitten, zien we steeds meer mensen de steiger oplopen. Ongerust vraag ik me af of hij zijn belofte nu wel waar kan maken. Misschien willen die andere mensen per se het Laarzenpad gaan lopen en eisen dat hij ze overzet. Maar het valt mee; ze komen voor de rondvaartboot.
Als we onze weldoener, Jan van Loon, weer op de steiger zien verschijnen, rekent Josephine snel af en we melden ons bij hem. Terwijl wij wachten tot de pont gereed is gemaakt, vertelt de kapitein van de rondvaarboot dat De Biesbosch de grootste vloot heeft, die op zonne-ernergie vaart. We waren naar de overkant en daar mogen we ook nog even aan wal stappen. Dat moet volgens het Pontjesreglement; anders geldt hij niet. Jan vertelt enthousiast over hoe mooi het hier is in de verschillende jaargetijden.
Fast Ferry
We stappen weer op de fiets om naar de waterbus te gaan, waarvan Jospehine een aanwijzing zag op de heenreis. Ineens ontdek ik dat ik mijn mobieltje kwijt ben. We vinden hem al snel bij de picknicktafel van het bezoekerscentrum. Ik weet dat de zakken van mijn regenpak te ondiep zij, maar ik trap er telkens weer in. We passeren een groep knotwilgen die diep in het water staan. Je waant je in een sprookjeslandschap, maar het gezoem van een energiecentrale brengt je weer terug in de werkelijkheid. Aan de andere kant van het fietspad staat een hoogspanningsmast en ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo dichtbij zo’n mast ben geweest.
Bij de halteplaats van de waterbus aangekomen, lezen we in de dienstregeling dat hij alleen in hoogseizoen vaart op zondag. Dan gaan we de Merwede maar oversteken en naar Sliedrecht rijden om daar de Fast Ferry naar Dordrecht te nemen. De wind staat dwars op de brug. We rijden middenop om de windvlagen tussen de spijlen op te vangen. Aan het einde van de brug vraagt Josephine of ze geen strepen op haar gezicht heeft. Ik zie niks. Dan dringt pas tot me door dat ze bedoelt dat de zon af en toe wel op haar gezicht scheen en soms (bij de spijlen) niet. Het wordt tijd dat Josephine de zonnebrandcreme weer toevoegt aan haar fietsbagage.
In Sliedrecht hoeven we maar 8 minuten op de ferry te wachten. Josephine neemt een kaartje naar Dordrecht en ik een naar Krimpen aan den IJssel. De eerstvolgende halte is: jawel, de halteplaats waar we een half uurtje eerder de dienstregeling hadden bestudeerd en geconcludeerd hadden dat hij niet werd aangedaan. Beiden stappen we in Dordrecht uit. Josephine rijdt naar het station en ik stap over op de boot naar Krimpen aan den IJssel. Voordat ik in Krimpen de boot verlaat, verhuis ik mijn huissleutels van mijn fietstas alvast naar de zak van mijn regenjack. Thuis aangekomen, zijn ze verdwenen. De 6 kilometer naar de boot leg ik in omgekeerde volgorde aan de verkeerde kant van de weg af in de hoop de sleutels weer te vinden. Helaas kan ik ze niet ontwaren en haal ik bij de buren de reservesleutels.
Een teleurstellend einde van de dag, maar we hebben wel weer een pontje gedaan vandaag en de volgende maand beginnen de meeste seizoenspontjes weer te varen en hebben we een ruimere keus.
Nog 95 te gaan.
vrijdag 29 februari 2008
Pas op meerdraden
“Waar is de reis heen, vandaag?” vraagt Gerard tijdens het ontbijt.
“Abcoude.”
“Ik zou naar Abwarme gaan, als ik jullie was,” antwoordt hij ad rem.
“Heb je gezien dat de vogels op het ijs lopen? Straks ligt het pontje weer vastgevroren,” roept hij nadat hij het tafelkleedje heeft uitgeschud.
Zoals onze trouwe lezers weten, laten wij ons door niets weerhouden.
Op het station van Gouda moet Josephine in mijn Sprinter stappen, maar dat is niet het geval. Ik pak de mobiele telefoon en vraag aan Josephine waar ze zich bevindt. Het is even stil, maar dan volgt beduusd: “Ik zit in de trein naar Gouda”. Op dat moment verlaat mijn trein het station Gouda. Met een “Dan zien we elkaar wel op het perron in Abcoude,” nemen we afscheid. Later bel ik nog een keer om te zeggen, dat ik alvast in dat gezellige koffietentje ga zitten. Maar helaas, het is een gloednieuw station geworden en er is nergens een drankgelegenheid te zien.
Hoe ging dat nu eigenlijk voordat wij allebei een mobiele telefoon hadden? Nadat we een keer tevergeefs op elkaar gewacht hadden: De een op Den Haag Centraal en de ander op Den Haag Hollands spoor, hadden we afgesproken dat als de ander er na een half uur nog niet is, ga je gewoon in je eentje fietsen. De ander kan dan ook zijn eigen plan trekken. Ook dit is vastgelegd in het Pontjesreglement.
Op de net aangeschafte fietskaart zetten we de route uit naar ‘s-Graveland. Na enige tijd ontdekken we dat we de verkeerde kant op rijden. Als we even later het oude station passeren, roepen we in koor dat op de kaart nog het oude station staat en dat we daardoor in de war waren geraakt.
We volgen de Gein en de Vecht en komen in Hinderdam. Langs het water staat een bord met de tekst “Pas op meerdraden”. Wat zijn dat nu weer? “Met die draden liggen de schepen aan de huizen vast; zie je die haken niet in de muren? Ik hoef niet te bukken, maar jij wel,” zegt Josephine. Ik zie helemaal geen draden over de weg lopen en ik besluit het thuis op te zoeken. Het zijn inderdraad kabels waarmee de schepen worden vastgelegd, maar en passant leer ik ook nog wat een kam betekent.
Even later rijden we langs het Naardermeer. Tussen een paar eenden zie ik ineens een mandarijneend. In Engeland had ik ze wel eens gezien; in Nederland echter nooit. Josephine is onverstoorbaar. Voor haar is een vogel, een vogel. Meer woorden heb je daarvoor niet nodig. Bij de Erfgooiersbrug zien we een picknicktafel in de zon en we besluiten onze eerste boterhammen te eten met een beker Rooibosthee.
We vervolgen onze weg naar het zelfbedieningsveer vlakbij de vestiging van Natuurmomumenten in ‘s-Graveland tegenover de buitenplaats ‘Schaep en Burgh’. In het bezoekerscentrum krijgen we duidelijke aanwijzingen hoe we pontje kunnen vinden. Zo’n mooi pontje hebben we nog niet eerder gezien. Ondanks dat het veer alleen voor voetgangers is, zetten we toch onze fietsen erop. Er zitten twee draaimechanieken op. Een voor heen en de andere voor de terugweg. Het handvat voor de heenweg is niet aanwezig en dat maakt het draaien erg lastig. Josephine is degene met de technische knobbel en zij probeert het handvat van de terugweg eraf te wrikken, maar het kogelgewricht blijkt met een borgpennetje vast te zitten. Met wat doorzettingsvermogen bereiken we de overkant.
Helemaal terugfietsen hebben we geen zin in en we besluiten door te fietsen naar Hilversum. We kopen een extra kaartje naar Woerden en in Utrecht splitsen zich onze wegen. Ik besluit de Intercity te nemen naar Rotterdam Alexander in plaats van de stoptrein naar Nieuwerkerk aan den IJssel. Bij de controle van de kaartjes merkt de conducteur niet op dat mijn kaartje maar tot Nieuwerkerk is. Hij knikt me zeer vriendelijk toe.
Als ik thuiskom, ga ik eerst naar de computer. Zijn er nog bestellingen binnengekomen op De vliegende theedoek? Ja, hoera weer 2.
Nog 96 te gaan.
“Abcoude.”
“Ik zou naar Abwarme gaan, als ik jullie was,” antwoordt hij ad rem.
“Heb je gezien dat de vogels op het ijs lopen? Straks ligt het pontje weer vastgevroren,” roept hij nadat hij het tafelkleedje heeft uitgeschud.
Zoals onze trouwe lezers weten, laten wij ons door niets weerhouden.
Op het station van Gouda moet Josephine in mijn Sprinter stappen, maar dat is niet het geval. Ik pak de mobiele telefoon en vraag aan Josephine waar ze zich bevindt. Het is even stil, maar dan volgt beduusd: “Ik zit in de trein naar Gouda”. Op dat moment verlaat mijn trein het station Gouda. Met een “Dan zien we elkaar wel op het perron in Abcoude,” nemen we afscheid. Later bel ik nog een keer om te zeggen, dat ik alvast in dat gezellige koffietentje ga zitten. Maar helaas, het is een gloednieuw station geworden en er is nergens een drankgelegenheid te zien.
Hoe ging dat nu eigenlijk voordat wij allebei een mobiele telefoon hadden? Nadat we een keer tevergeefs op elkaar gewacht hadden: De een op Den Haag Centraal en de ander op Den Haag Hollands spoor, hadden we afgesproken dat als de ander er na een half uur nog niet is, ga je gewoon in je eentje fietsen. De ander kan dan ook zijn eigen plan trekken. Ook dit is vastgelegd in het Pontjesreglement.
Op de net aangeschafte fietskaart zetten we de route uit naar ‘s-Graveland. Na enige tijd ontdekken we dat we de verkeerde kant op rijden. Als we even later het oude station passeren, roepen we in koor dat op de kaart nog het oude station staat en dat we daardoor in de war waren geraakt.
We volgen de Gein en de Vecht en komen in Hinderdam. Langs het water staat een bord met de tekst “Pas op meerdraden”. Wat zijn dat nu weer? “Met die draden liggen de schepen aan de huizen vast; zie je die haken niet in de muren? Ik hoef niet te bukken, maar jij wel,” zegt Josephine. Ik zie helemaal geen draden over de weg lopen en ik besluit het thuis op te zoeken. Het zijn inderdraad kabels waarmee de schepen worden vastgelegd, maar en passant leer ik ook nog wat een kam betekent.
Even later rijden we langs het Naardermeer. Tussen een paar eenden zie ik ineens een mandarijneend. In Engeland had ik ze wel eens gezien; in Nederland echter nooit. Josephine is onverstoorbaar. Voor haar is een vogel, een vogel. Meer woorden heb je daarvoor niet nodig. Bij de Erfgooiersbrug zien we een picknicktafel in de zon en we besluiten onze eerste boterhammen te eten met een beker Rooibosthee.
We vervolgen onze weg naar het zelfbedieningsveer vlakbij de vestiging van Natuurmomumenten in ‘s-Graveland tegenover de buitenplaats ‘Schaep en Burgh’. In het bezoekerscentrum krijgen we duidelijke aanwijzingen hoe we pontje kunnen vinden. Zo’n mooi pontje hebben we nog niet eerder gezien. Ondanks dat het veer alleen voor voetgangers is, zetten we toch onze fietsen erop. Er zitten twee draaimechanieken op. Een voor heen en de andere voor de terugweg. Het handvat voor de heenweg is niet aanwezig en dat maakt het draaien erg lastig. Josephine is degene met de technische knobbel en zij probeert het handvat van de terugweg eraf te wrikken, maar het kogelgewricht blijkt met een borgpennetje vast te zitten. Met wat doorzettingsvermogen bereiken we de overkant.
Helemaal terugfietsen hebben we geen zin in en we besluiten door te fietsen naar Hilversum. We kopen een extra kaartje naar Woerden en in Utrecht splitsen zich onze wegen. Ik besluit de Intercity te nemen naar Rotterdam Alexander in plaats van de stoptrein naar Nieuwerkerk aan den IJssel. Bij de controle van de kaartjes merkt de conducteur niet op dat mijn kaartje maar tot Nieuwerkerk is. Hij knikt me zeer vriendelijk toe.
Als ik thuiskom, ga ik eerst naar de computer. Zijn er nog bestellingen binnengekomen op De vliegende theedoek? Ja, hoera weer 2.
Nog 96 te gaan.
woensdag 6 februari 2008
De nieuwe fiets
"Als het meezit heb ik m’n nieuwe fiets bij me!!!!" mailde Josephine aan de vooravond van de derde poging om De Trekschuit in Midden-Delfland te doen. Twee weken daarvoor, 13 januari 2008, was onze oorspronkelijke afspraak niet doorgegaan, omdat Josephine weer een verhaal aan haar valgeschiedenis kon toevoegen. In een droom was ze namelijk uit bed was gesprongen en had daarbij haar kleine teen gebroken.
Oorspronkelijk stond het zelfbedieningsveer over de ’s-Gravelandse Vaart tegenover de buitenplaats ‘Schaep en Burgh’ in Noord-Holland op het programma. Maar gelukkig had Josephine op tijd op de site van de NS gezien dat de treinen tussen Gouda en Woerden in dat weekend niet reden. Ze stelde voor om toch maar weer De Trekschuit te proberen. Ik had er niet zo’n zin in om weer daar naartoe te rijden, maar ja, hij moet toch een keer gedaan worden.
In de glazen kooi van de lift in het station van Schiedam zag ik de nieuwe fiets van Josephine al naar beneden komen. Een mooie helblauwe kleur. Een custom-built Santos Bike. Ze heeft nu zelfs een standaard aan het voorwiel, wat handig is als je ook bagage voorop je fiets hebt. Na de fiets uitgebreid bewonderd te hebben, geef ik aan Josephine de dvd van http://www.hollandheritage.tv/, die ik van Menno Mennes heb gekregen. Blader naar de een na laatste pagina en bekijk het filmpje “Pontje Doen”. Als je hem bestelt, zie je ook het interview met ons in onze kekke fietspakjes.
Menno hebben we in 2006 ontmoet en hier volgt een samenvatting van de lange mail die hij ons diezelfde avond nog schreef:
De meest bizarre draaidag uit mijn leven
Beste Bettie, Josephine en George,
Vandaag was zó'n bijzondere dag dat ik jullie mijn verhaal niet wil onthouden. Eerst zal ik jullie even aan elkaar voorstellen. Bettie en Josephine zijn twee zeer spontane en sportieve dames die reageerden op onze oproep om bijzondere verhalen. Zij schreven, dat ze álle pontjes in Nederland wilden bezoeken per fiets en vroegen of wij hierin geïnteresseerd waren.
George Hak hebben we via de pontschipper Richard Koops uit Culemborg opgespoord i.v.m. een heel bijzonder geschilderde oranje scooter op de spoorbrug bij Culemborg met de tekst “Klaes miss you” met een datum erop. Het bleek dat Klaes na vele jaren met deze pont 2x per dag te hebben gereisd, was overleden, en zijn medepassagiers hadden deze scooter met tekst ter herinnering op de spoorbrug geschilderd. George Hak zal voor de camera deze Klaes een "gezicht" geven. Tot zover de verschillen, maar voor ons interessant.
De overeenkomst is, dat ik jullie alle drie heb meegedeeld dat het nog even zou duren, maar dat ik er op terug zou komen.
Het gevoel wat ik aan deze dag, 3 juni 2006, heb overgehouden is er een van: hoe bestaat het, hoe is het mogelijk, dit moet door iets gestuurd zijn, dat kan niet anders (en ik ben niet religieus), want:
Eigenlijk had ik vandaag in Ghana moeten zitten om een Ghanese artiest te portretteren, die wordt geïnspireerd door Rembrandt. Dit werd mij door de geneeskundige dienst afgeraden omdat mijn gelekoortsprik al twee jaar verlopen is en een nieuwe op deze korte termijn geen bescherming biedt.
Het laatste shot was eigenlijk ook niet gepland. Ik draaide toch maar van de houten "veerstoep", omdat ik de aankomst vanaf de overkant nog wilde draaien. Op dat moment stapt er een vrouw op deze houten vlonder en ik vraag vriendelijk of ze even heel stil kan staan omdat het anders zo trilt. Toen dit shot erop stond en ik wilde inpakken staan daar twee dames... en die zeggen: "Ben jij Menno Mennes?" ik zeg: "Ja,” (en kan het nu nog niet bevatten) ik zat al te denken dat er enige gelijkenis was met de foto (dit was een foto in de winter, met muts en zo) die jullie stuurden, “maar dan zijn jullie Bettie en Josephine!" "Ja, dat klopt". Dit alles (ontmoeting met George Hak en Bettie en Josephine) op één dag... wat betekent dit?
Enfin, het aanbod van de schipper die ons eerder al koffie aanbood, wat wij dit beleefd hadden afgeslagen omdat we verder moesten, heb ik nu toch aangenomen omdat wij door dit bizarre gebeuren toch graag mee wilden varen. We hebben Bettie en Josephine uiteraard geïnterviewd, onze koffie gedronken en zijn zeer verbouwereerd naar het laatste pontje gereden, de Ut 03 bij Nigtevecht. De oogst van vandaag: 6 pontjes en twee bizarre ontmoetingen, die door allerlei foutjes en het niet doorgaan van een reis naar Ghana, vandaag hebben plaatsgevonden. Volgens mij kan dit uitsluitend betekenen dat we op de goede weg zijn en dat Pontje doen? een succes wordt waar héél veel mensen van zullen gaan genieten!
Menno Mennes
Sinds die bijzondere dag hebben we mailcontact gehouden en zo hebben we de afgelopen weken kunnen volgen hoe hij geïnterviewd is voor De Telegraaf, de radio en het blad Plus. De trailers zijn ook op YouTube gezet: Dutch Ferries http://www.youtube.com/watch?v=DBqoUPDl-lo.
Na één week stond hij al in de top 100! De trailers van “Oude vissersplaatsen” en “Windmolens” zijn ook schitterend.
Met onze ogen dicht – bij wijze van spreken – reden we richting De Trekschuit. We moesten echter eerst nog een belofte aan Ton inlossen. Hier volgt zijn commentaar op de vorige vergeefse tocht:
… Ik vind het wel jammer dat jullie niet op die stoelen zijn gaan zitten. Daar had ik graag een foto van gezien: Josephine met haar benen bungelend boven de grond en Bettie gewoon met haar voeten op de grond, met die lange stelten van haar. Maar goed, dat pontje moet toch nog een keer gedaan worden, dus kijk ik er nu al naar uit.
Ton
We kiezen allebei een stoel uit en nemen ons brood mee. Josephine neemt ook de thermoskan, bekers en theezakjes mee. Ton, kijk maar eens goed naar Josephine’s bungelende benen boven het platform en naar mijn lange stelten. Een tafel ontbrak helaas. Ik moest dus naar beneden en naar boven om thee te halen en weer naar boven klimmen. De meeste fietsers die ons passeren, negeren ons totaal, totdat er een man roept, ”Nu nog een kopje koffie erbij, dames”. Wij houden onze theebekers omhoog en hij steekt z’n duim omhoog onderwijl “Toppie” zeggend. Het uitzicht is prachtig, maar we ontkomen niet aan ons doel: De Trekschuit.
Eerst moeten we hem naar ons toehalen. Terwijl ik de pont aangetrokken houdt, zet Josephine de fietsen op de pont. Dat val niet mee, want ik krijg hem niet goed aan de kant. En Josephine heeft op haar fiets klikpedalen. Een klikpedaal is een speciale uitvoering van het pedaal van een fiets, waarbij een speciaal aan de schoen bevestigd plaatje in het pedaal wordt vastgeklikt. Lopen is door dit plaatje een hachelijke zaak. Maar het lukt en de fietsen staan op de pont. Om beurten draaien we aan het wiel. Aan de overkant gekomen, hebben we hetzelfde euvel. De pont sluit niet aan op de kant. Gelukkig komen er net twee stoere knapen aangelopen. “Met deze pont is altijd wat,” zeggen ze terwijl ze met een soepele zwaai de fietsen van de pont aftillen. Aan de overkant gaan we verder en we rijden met een grote boog weer terug naar Schiedam. In het “Vierkantje” gaan we nog even wat warms drinken. Josephine valt met fiets en al op het terras, waar ze vervolgens door een charmante ober overeind wordt geholpen. Volgens de Wikipedia gebeurt het losmaken van de klikpedalen eenvoudig door de hak nog verder naar buiten te draaien, iets wat bij valpartijen vaak al automatisch gebeurt. Zo niet bij Josephine. Vandaag is de nieuwe fiets goed ingewijd. Hij heeft kou, zon en wind getrotseerd, is op de pont geweest en gevallen. Paardenpoep heeft Josephine nog wel kunnen mijden. En hij is natuurlijk getuige geweest van ons 103de pontje.
Nog 97 te gaan.
Oorspronkelijk stond het zelfbedieningsveer over de ’s-Gravelandse Vaart tegenover de buitenplaats ‘Schaep en Burgh’ in Noord-Holland op het programma. Maar gelukkig had Josephine op tijd op de site van de NS gezien dat de treinen tussen Gouda en Woerden in dat weekend niet reden. Ze stelde voor om toch maar weer De Trekschuit te proberen. Ik had er niet zo’n zin in om weer daar naartoe te rijden, maar ja, hij moet toch een keer gedaan worden.
In de glazen kooi van de lift in het station van Schiedam zag ik de nieuwe fiets van Josephine al naar beneden komen. Een mooie helblauwe kleur. Een custom-built Santos Bike. Ze heeft nu zelfs een standaard aan het voorwiel, wat handig is als je ook bagage voorop je fiets hebt. Na de fiets uitgebreid bewonderd te hebben, geef ik aan Josephine de dvd van http://www.hollandheritage.tv/, die ik van Menno Mennes heb gekregen. Blader naar de een na laatste pagina en bekijk het filmpje “Pontje Doen”. Als je hem bestelt, zie je ook het interview met ons in onze kekke fietspakjes.
Menno hebben we in 2006 ontmoet en hier volgt een samenvatting van de lange mail die hij ons diezelfde avond nog schreef:
De meest bizarre draaidag uit mijn leven
Beste Bettie, Josephine en George,
Vandaag was zó'n bijzondere dag dat ik jullie mijn verhaal niet wil onthouden. Eerst zal ik jullie even aan elkaar voorstellen. Bettie en Josephine zijn twee zeer spontane en sportieve dames die reageerden op onze oproep om bijzondere verhalen. Zij schreven, dat ze álle pontjes in Nederland wilden bezoeken per fiets en vroegen of wij hierin geïnteresseerd waren.
George Hak hebben we via de pontschipper Richard Koops uit Culemborg opgespoord i.v.m. een heel bijzonder geschilderde oranje scooter op de spoorbrug bij Culemborg met de tekst “Klaes miss you” met een datum erop. Het bleek dat Klaes na vele jaren met deze pont 2x per dag te hebben gereisd, was overleden, en zijn medepassagiers hadden deze scooter met tekst ter herinnering op de spoorbrug geschilderd. George Hak zal voor de camera deze Klaes een "gezicht" geven. Tot zover de verschillen, maar voor ons interessant.
De overeenkomst is, dat ik jullie alle drie heb meegedeeld dat het nog even zou duren, maar dat ik er op terug zou komen.
Het gevoel wat ik aan deze dag, 3 juni 2006, heb overgehouden is er een van: hoe bestaat het, hoe is het mogelijk, dit moet door iets gestuurd zijn, dat kan niet anders (en ik ben niet religieus), want:
Eigenlijk had ik vandaag in Ghana moeten zitten om een Ghanese artiest te portretteren, die wordt geïnspireerd door Rembrandt. Dit werd mij door de geneeskundige dienst afgeraden omdat mijn gelekoortsprik al twee jaar verlopen is en een nieuwe op deze korte termijn geen bescherming biedt.
Het laatste shot was eigenlijk ook niet gepland. Ik draaide toch maar van de houten "veerstoep", omdat ik de aankomst vanaf de overkant nog wilde draaien. Op dat moment stapt er een vrouw op deze houten vlonder en ik vraag vriendelijk of ze even heel stil kan staan omdat het anders zo trilt. Toen dit shot erop stond en ik wilde inpakken staan daar twee dames... en die zeggen: "Ben jij Menno Mennes?" ik zeg: "Ja,” (en kan het nu nog niet bevatten) ik zat al te denken dat er enige gelijkenis was met de foto (dit was een foto in de winter, met muts en zo) die jullie stuurden, “maar dan zijn jullie Bettie en Josephine!" "Ja, dat klopt". Dit alles (ontmoeting met George Hak en Bettie en Josephine) op één dag... wat betekent dit?
Enfin, het aanbod van de schipper die ons eerder al koffie aanbood, wat wij dit beleefd hadden afgeslagen omdat we verder moesten, heb ik nu toch aangenomen omdat wij door dit bizarre gebeuren toch graag mee wilden varen. We hebben Bettie en Josephine uiteraard geïnterviewd, onze koffie gedronken en zijn zeer verbouwereerd naar het laatste pontje gereden, de Ut 03 bij Nigtevecht. De oogst van vandaag: 6 pontjes en twee bizarre ontmoetingen, die door allerlei foutjes en het niet doorgaan van een reis naar Ghana, vandaag hebben plaatsgevonden. Volgens mij kan dit uitsluitend betekenen dat we op de goede weg zijn en dat Pontje doen? een succes wordt waar héél veel mensen van zullen gaan genieten!
Menno Mennes
Sinds die bijzondere dag hebben we mailcontact gehouden en zo hebben we de afgelopen weken kunnen volgen hoe hij geïnterviewd is voor De Telegraaf, de radio en het blad Plus. De trailers zijn ook op YouTube gezet: Dutch Ferries http://www.youtube.com/watch?v=DBqoUPDl-lo.
Na één week stond hij al in de top 100! De trailers van “Oude vissersplaatsen” en “Windmolens” zijn ook schitterend.
Met onze ogen dicht – bij wijze van spreken – reden we richting De Trekschuit. We moesten echter eerst nog een belofte aan Ton inlossen. Hier volgt zijn commentaar op de vorige vergeefse tocht:
… Ik vind het wel jammer dat jullie niet op die stoelen zijn gaan zitten. Daar had ik graag een foto van gezien: Josephine met haar benen bungelend boven de grond en Bettie gewoon met haar voeten op de grond, met die lange stelten van haar. Maar goed, dat pontje moet toch nog een keer gedaan worden, dus kijk ik er nu al naar uit.
Ton
We kiezen allebei een stoel uit en nemen ons brood mee. Josephine neemt ook de thermoskan, bekers en theezakjes mee. Ton, kijk maar eens goed naar Josephine’s bungelende benen boven het platform en naar mijn lange stelten. Een tafel ontbrak helaas. Ik moest dus naar beneden en naar boven om thee te halen en weer naar boven klimmen. De meeste fietsers die ons passeren, negeren ons totaal, totdat er een man roept, ”Nu nog een kopje koffie erbij, dames”. Wij houden onze theebekers omhoog en hij steekt z’n duim omhoog onderwijl “Toppie” zeggend. Het uitzicht is prachtig, maar we ontkomen niet aan ons doel: De Trekschuit.
Eerst moeten we hem naar ons toehalen. Terwijl ik de pont aangetrokken houdt, zet Josephine de fietsen op de pont. Dat val niet mee, want ik krijg hem niet goed aan de kant. En Josephine heeft op haar fiets klikpedalen. Een klikpedaal is een speciale uitvoering van het pedaal van een fiets, waarbij een speciaal aan de schoen bevestigd plaatje in het pedaal wordt vastgeklikt. Lopen is door dit plaatje een hachelijke zaak. Maar het lukt en de fietsen staan op de pont. Om beurten draaien we aan het wiel. Aan de overkant gekomen, hebben we hetzelfde euvel. De pont sluit niet aan op de kant. Gelukkig komen er net twee stoere knapen aangelopen. “Met deze pont is altijd wat,” zeggen ze terwijl ze met een soepele zwaai de fietsen van de pont aftillen. Aan de overkant gaan we verder en we rijden met een grote boog weer terug naar Schiedam. In het “Vierkantje” gaan we nog even wat warms drinken. Josephine valt met fiets en al op het terras, waar ze vervolgens door een charmante ober overeind wordt geholpen. Volgens de Wikipedia gebeurt het losmaken van de klikpedalen eenvoudig door de hak nog verder naar buiten te draaien, iets wat bij valpartijen vaak al automatisch gebeurt. Zo niet bij Josephine. Vandaag is de nieuwe fiets goed ingewijd. Hij heeft kou, zon en wind getrotseerd, is op de pont geweest en gevallen. Paardenpoep heeft Josephine nog wel kunnen mijden. En hij is natuurlijk getuige geweest van ons 103de pontje.
Nog 97 te gaan.
zondag 6 januari 2008
IJsgang
Naarstig zoek ik aan de vooravond van 23 december 2007 naar de Nieuwsbrief van de Vereniging Vrienden van Voetveren waarin staat dat de Trekschuit in Midden-Delfland weer in de vaart is. Ik vind hem niet. Wel vind ik een Nieuwsbrief van juni met de volgende onheilspellende mededeling:
Vlaardingen Vlietzicht – Maasland Duifpolder (ZH18)
Het fiets- en voetveer over de Vlaardingervaart 'De Trekschuit' is dit lente- en zomerseizoen niet in de vaart. Reden hiervoor is dat de pont te veel en te vaak technische mankementen heeft. In verband met technische storingen en uit veiligheidsoverwegingen heeft de provincie Zuid-Holland besloten de zelfbedieningspont 'de Trekschuit' voorlopig uit de vaart te houden. De ketting waaraan de pont wordt voortbewogen komt regelmatig vast te zitten in de lierkast waardoor de pont niet meer voor- of achteruit kan en de ketting vaak te strak komt te staan. Dit levert onveilige situaties op bij de doorvaart van boten.
Met een “Ik weet zeker dat ik heb gelezen dat hij weer in de vaart is” ga ik toch op pad. Het station Schiedam-Centrum is een ideaal uitgangspunt voor ons beiden. Voor mij rijdt de metro er rechtstreeks naar toe en Josephine heeft een rechtstreekse verbinding met de trein vanaf Hollands Spoor.
Vanaf Schiedam fietsen we eerst richting Vlaardingen en van daaruit bereiken we Midden-Delfland. Als we onder de A 20 rijden, horen we in de verte het onmiskenbare geluid van schaatsers. Het dooit toch op dit moment? Gisteren heb ik nog heerlijk geschaatst, maar dat kan toch niet meer? De hele dag zullen schaatsgeluiden ons begeleidden.
Langs de Vlaardingervaart komen we al snel de aankondiging van De Trekschuit tegen. Recentelijk is er nog een boot door de Vlaardingervaart gegaan, maar het ziet er toch niet naar uit dat de pont hier doorheen kan. Na 250 meter zien we aan de overkant De Trekschuit liggen, muurvast in het ijs. Op 6 mei 2006 stonden we aan de andere kant en toen was hij uit de vaart.
“Als we nu naar de overkant lopen, dan hebben we hem toch gedaan?” probeert Josephine hoopvol. Ik moet toegeven dat het pontjesregelement niet voorziet in dit soort situaties. Maar dan zou het betekenen dat we in 2006 naar de overkant hadden kunnen zwemmen en we hem al af hadden kunnen strepen. “Nee, dat geldt niet.” besluit ik snel.
Ondanks dat we nog maar 13 kilometer hebben gereden, gaan we toch al een boterhammetje eten met een beker thee. Nergens is een bankje te bekennen. “Zullen we op die hoge stoelen daar in de verte gaan zitten?” Josephine voelt daar niet voor; die heeft met gewone stoelen al vaak moeite om met haar benen op de grond te komen. Die heeft al ervaring met bungelende benen. We besluiten dan maar op de veerstoep te gaan zitten met onze voeten op het ijs. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Bovendien hebben we zo ook goed uitzicht op De Trekschuit.
Vervolgens rijden we via het Abtwoudse Bos weer terug naar Schiedam. De lunchroom, die een vrouw op leeftijd ons aanbeveelt, kunnen we niet vinden. Als we langs het Stedelijk museum lopen, besluiten we daar maar wat te drinken. Hete chocoloade voor Josephine, voor mij een cappuccino décaf. We blijven een hele tijd zitten kletsen en wanneer we weer buiten komen, is het aardig koud geworden.
De vaste lezers denken misschien wel: “Wat een teleurstelling weer”. Maar wij hebben onze beweging gehad in de frisse lucht en daar zijn we altijd tevreden over. Anders hadden we maar een beetje op de bank gehangen. Bovendien weten we de volgende keer, snel deze pontjes te vinden.
Statistisch gezien, is 2007 een goed pontjesjaar geweest. Kijk maar eens naar deze tabel:
1998 6
1999 1
2000 0
2001 2
2002 7
2003 14
2004 8
2005 16
2006 33
2007 15
------------------------
Totaal 102
Maar... nog steeds 98 te gaan.
Vlaardingen Vlietzicht – Maasland Duifpolder (ZH18)
Het fiets- en voetveer over de Vlaardingervaart 'De Trekschuit' is dit lente- en zomerseizoen niet in de vaart. Reden hiervoor is dat de pont te veel en te vaak technische mankementen heeft. In verband met technische storingen en uit veiligheidsoverwegingen heeft de provincie Zuid-Holland besloten de zelfbedieningspont 'de Trekschuit' voorlopig uit de vaart te houden. De ketting waaraan de pont wordt voortbewogen komt regelmatig vast te zitten in de lierkast waardoor de pont niet meer voor- of achteruit kan en de ketting vaak te strak komt te staan. Dit levert onveilige situaties op bij de doorvaart van boten.
Met een “Ik weet zeker dat ik heb gelezen dat hij weer in de vaart is” ga ik toch op pad. Het station Schiedam-Centrum is een ideaal uitgangspunt voor ons beiden. Voor mij rijdt de metro er rechtstreeks naar toe en Josephine heeft een rechtstreekse verbinding met de trein vanaf Hollands Spoor.
Vanaf Schiedam fietsen we eerst richting Vlaardingen en van daaruit bereiken we Midden-Delfland. Als we onder de A 20 rijden, horen we in de verte het onmiskenbare geluid van schaatsers. Het dooit toch op dit moment? Gisteren heb ik nog heerlijk geschaatst, maar dat kan toch niet meer? De hele dag zullen schaatsgeluiden ons begeleidden.
Langs de Vlaardingervaart komen we al snel de aankondiging van De Trekschuit tegen. Recentelijk is er nog een boot door de Vlaardingervaart gegaan, maar het ziet er toch niet naar uit dat de pont hier doorheen kan. Na 250 meter zien we aan de overkant De Trekschuit liggen, muurvast in het ijs. Op 6 mei 2006 stonden we aan de andere kant en toen was hij uit de vaart.
“Als we nu naar de overkant lopen, dan hebben we hem toch gedaan?” probeert Josephine hoopvol. Ik moet toegeven dat het pontjesregelement niet voorziet in dit soort situaties. Maar dan zou het betekenen dat we in 2006 naar de overkant hadden kunnen zwemmen en we hem al af hadden kunnen strepen. “Nee, dat geldt niet.” besluit ik snel.
Ondanks dat we nog maar 13 kilometer hebben gereden, gaan we toch al een boterhammetje eten met een beker thee. Nergens is een bankje te bekennen. “Zullen we op die hoge stoelen daar in de verte gaan zitten?” Josephine voelt daar niet voor; die heeft met gewone stoelen al vaak moeite om met haar benen op de grond te komen. Die heeft al ervaring met bungelende benen. We besluiten dan maar op de veerstoep te gaan zitten met onze voeten op het ijs. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Bovendien hebben we zo ook goed uitzicht op De Trekschuit.
Vervolgens rijden we via het Abtwoudse Bos weer terug naar Schiedam. De lunchroom, die een vrouw op leeftijd ons aanbeveelt, kunnen we niet vinden. Als we langs het Stedelijk museum lopen, besluiten we daar maar wat te drinken. Hete chocoloade voor Josephine, voor mij een cappuccino décaf. We blijven een hele tijd zitten kletsen en wanneer we weer buiten komen, is het aardig koud geworden.
De vaste lezers denken misschien wel: “Wat een teleurstelling weer”. Maar wij hebben onze beweging gehad in de frisse lucht en daar zijn we altijd tevreden over. Anders hadden we maar een beetje op de bank gehangen. Bovendien weten we de volgende keer, snel deze pontjes te vinden.
Statistisch gezien, is 2007 een goed pontjesjaar geweest. Kijk maar eens naar deze tabel:
1998 6
1999 1
2000 0
2001 2
2002 7
2003 14
2004 8
2005 16
2006 33
2007 15
------------------------
Totaal 102
Maar... nog steeds 98 te gaan.
zondag 2 december 2007
Korendijkse slikken
Naarmate we meer pontjes hebben gedaan, moeten we steeds gerichter gaan rijden. Zo moeten we in de gaten houden in welk seizoen de pontjes varen. Sommige pontjes varen alleen hoogzomer. Sinds 2007 kijk ik eerst welke pontjes die maand varen. Zou ik er nog een kunnen vinden, die in november nog vaart? Jawel. De vaarperiode van het voetveer in de Korendijkse slikken bij Goudswaard is van 1 juli tot 1 december. Dat was dus ons doel op zondag 11 november 2007. Op het bijgevoegde kaartje van Google maps op de site van de Vereniging van Vrienden van de Voetveren is duidelijk te zien dat we kreek konden benaderen op de hoek van de Westdijk en de Oudendijk. Dat moet niet moeilijk zijn te vinden, dachten wij.
Vanaf het metrostation in Spijkenisse is Goudswaard makkelijk aan te rijden. De Noordwestenwind met kracht vijf blies ons snel naar de eerste pont over het Spui naar Nieuw-Beijerland. De laatste meters naar het veer hadden we de wind ineens van opzij. Dat was even schrikken, maar we bleven overeind. Het motorveer “The Queen Jacqueline” hadden we al geturfd op 30 oktober 2004. In Nieuw-Beijerland probeerden we nog bij een hotel koffie te drinken, maar het was gesloten en de eigenaar vertelde ons dat we voorlopig niets zouden tegenkomen. Daar waren wij op voorbereid. De meeste pontjes liggen in de Bible belt en je weet dat je op zondag nergens terecht kunt.
Het eerste stuk kunnen we redelijk beschut achter een dijk rijden, maar algauw komen we bovenop een dijk te rijden. Zolang we schuin voor de wind hebben, gaat dat prima. We hebben een mooi uitzicht over het landschap en het lijkt wel of elk dorpje een molen heeft. Op de kruising van de Westdijk en Oudendijk aangekomen, blijkt dat we toch iets te ver zijn gereden. In het huisje van Natuurmonumenten gaan we eerst maar eens een boterhammetje eten met thee uit de thermoskan van Josephine, zodat we moed kunnen verzamelen, voordat we schuin tegen de wind teruggaan. Ik houd mijn thermoskan nog even bij me, zodat ik wat meer gewicht heb, als de wind probeert mij van de dijk af te blazen. De weerman had al gewaarschuwd dat de wind vlagerig zou zijn. We rijden midden op de dijk om te voorkomen dat we bij een windvlaag in het prikkeldraad worden geblazen. Het gaat goed, totdat ik een hand van het stuur haal. De wind blaast me meteen het gras in. Ik blijf overeind.
Het bordje van Natuurmonumenten adviseert om laarzen mee te nemen als je de wandeling in de Korendijkse slikken gaat maken. Die hebben we niet bij ons. We wandelen welgemoed in de richting van de kreek. De plassen kunnen we ontwijken, totdat het pad zelf een kreek wordt. Met een “ik ga niet weer mijn sokken uittrekken” draait Josephine zich om. “Wel je schoenen?” vraag ik nog, maar Josephine reageert wijselijk niet. “Deze kunnen we afstrepen,” zegt Jospehine even later op de terugweg. “Nee, natuurlijk niet,” werp ik tegen.
“In juli in een droge zomer wil ik het nog wel weer een keer proberen.”
“Dat is afgesproken.”
We fietsen weer terug en in Goudswaard gaan we bij de beschutte haven in het zonnetje nog een bammetje eten. Ondanks dat het nog geen vier uur is, nemen we toch een Cup-a-soup met heet water uit de tweede thermoskan. Als we Nieuw-Beijerland naderen, zien we dat het daar al regent, terwijl wij nog in de zon rijden.
In de metro naar huis constateren we dat het toch mooier weer was dan voorspeld. In plaats van 80% regen, schatten we dat we voor 20% in de regen hebben gereden. En dat de zon zich ook van zijn beste zijde heeft laten zien.
Nog steeds 98 te gaan.
Vanaf het metrostation in Spijkenisse is Goudswaard makkelijk aan te rijden. De Noordwestenwind met kracht vijf blies ons snel naar de eerste pont over het Spui naar Nieuw-Beijerland. De laatste meters naar het veer hadden we de wind ineens van opzij. Dat was even schrikken, maar we bleven overeind. Het motorveer “The Queen Jacqueline” hadden we al geturfd op 30 oktober 2004. In Nieuw-Beijerland probeerden we nog bij een hotel koffie te drinken, maar het was gesloten en de eigenaar vertelde ons dat we voorlopig niets zouden tegenkomen. Daar waren wij op voorbereid. De meeste pontjes liggen in de Bible belt en je weet dat je op zondag nergens terecht kunt.
Het eerste stuk kunnen we redelijk beschut achter een dijk rijden, maar algauw komen we bovenop een dijk te rijden. Zolang we schuin voor de wind hebben, gaat dat prima. We hebben een mooi uitzicht over het landschap en het lijkt wel of elk dorpje een molen heeft. Op de kruising van de Westdijk en Oudendijk aangekomen, blijkt dat we toch iets te ver zijn gereden. In het huisje van Natuurmonumenten gaan we eerst maar eens een boterhammetje eten met thee uit de thermoskan van Josephine, zodat we moed kunnen verzamelen, voordat we schuin tegen de wind teruggaan. Ik houd mijn thermoskan nog even bij me, zodat ik wat meer gewicht heb, als de wind probeert mij van de dijk af te blazen. De weerman had al gewaarschuwd dat de wind vlagerig zou zijn. We rijden midden op de dijk om te voorkomen dat we bij een windvlaag in het prikkeldraad worden geblazen. Het gaat goed, totdat ik een hand van het stuur haal. De wind blaast me meteen het gras in. Ik blijf overeind.
Het bordje van Natuurmonumenten adviseert om laarzen mee te nemen als je de wandeling in de Korendijkse slikken gaat maken. Die hebben we niet bij ons. We wandelen welgemoed in de richting van de kreek. De plassen kunnen we ontwijken, totdat het pad zelf een kreek wordt. Met een “ik ga niet weer mijn sokken uittrekken” draait Josephine zich om. “Wel je schoenen?” vraag ik nog, maar Josephine reageert wijselijk niet. “Deze kunnen we afstrepen,” zegt Jospehine even later op de terugweg. “Nee, natuurlijk niet,” werp ik tegen.
“In juli in een droge zomer wil ik het nog wel weer een keer proberen.”
“Dat is afgesproken.”
We fietsen weer terug en in Goudswaard gaan we bij de beschutte haven in het zonnetje nog een bammetje eten. Ondanks dat het nog geen vier uur is, nemen we toch een Cup-a-soup met heet water uit de tweede thermoskan. Als we Nieuw-Beijerland naderen, zien we dat het daar al regent, terwijl wij nog in de zon rijden.
In de metro naar huis constateren we dat het toch mooier weer was dan voorspeld. In plaats van 80% regen, schatten we dat we voor 20% in de regen hebben gereden. En dat de zon zich ook van zijn beste zijde heeft laten zien.
Nog steeds 98 te gaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)