“Dit laantje gaan we nog in en dan houden we ermee op,” zegt Josephine terwijl ze naar links wijst. En jawel, we rijden tegen de zelfbedieningskabelveerpont over de Alendorperwetering aan.
Leidsche Rijn
Zoals uit de introductie blijkt, waren we al enige tijd op zoek naar dit pontje. Het zou ten noorden van De Meern moeten liggen. Eindeloze zandvlaktes met nieuwe huizen worden afgewisseld door een park en oude landschappen. We zijn in Leidsche Rijn. Van de Alendorperwetering hadden de weinige mensen op straat nog nooit gehoord, maar de Alendorperweg vermoeden ze daar ergens, terwijl ze een grote zwaaibeweging met hun hand maken.
Zodra je het pontje gevonden hebt, ben je al het gezoek meteen weer vergeten. Soepel glijdt het naar de overkant na een paar rukken aan het mooie touw: wit met blauwe stippen. We worden verwelkomd door een bord ‘Gevaarlijk, drijfzand’. Erlangs loopt een houtsnipperpad, maar wij hebben er niet veel vertrouwen in. “Dat lijkt wel een graf,” zegt Josephine terwijl ze naar een rechthoek, bedekt met bloemen, wijst. We waren toch al niet van plan om aan de andere kant door te fietsen, omdat het slechts een voetpad is, maar nu vergaat ons alle lust. Maar… volgens het Pontjesreglement moeten we aan de overkant afstappen. We tikken voorzichtig de oever even aan en varen weer terug.
Pontjesadministratie
“En nu hebben we ‘de provincie Utrecht’ af” zeg ik tegen Josephine, die dit met vreugde onthaalt. Later bleek dat ik te voorbarig was geweest, want er zijn onlangs 2 pontjes bijgekomen, volgens de Nieuwsbrief van Vrienden van de voetveren. Het is nog maar de vraag of deze pontjes voldoen aan ons Pontjesreglement. De een ligt in een gebied waar in de verste verte geen fietspad is te vinden en de andere vaart naar een Museum over de binnenvaart.
In dezelfde nieuwsbrief staat dat de fietspendelboot over de Limburgse Maas niet meer vaart. Hoera, nu hebben we de provincie Limburg af! Misschien is deze vreugde wel ongepast en waren er veel mensen blij met deze pendeldienst.
Motorveerpont Vrevia
Op het eerste pontje van vandaag van Nieuwegein naar Vianen over de Lek had de veerbaas voorspeld dat het om 2 uur zou gaan regenen. We hadden onze schouders opgehaald over de precisie en de zekerheid waarmee hij dit verkondigde. “In Zeeland regent het al; misschien zijn de wolken wel leeg eer ze hier zijn,” antwoordde een passagier hoopvol.
Het is half 2 en er is nog geen druppel gevallen. We rusten wat uit met een boterham, meloen en radijsjes en als we weer op de fiets stappen, begint het te druppelen. Het gaat niet echt regenen. Het was weer zo’n ‘regenjas aan/regenjas uit’-dag.
Virtueel nog 48 te gaan.
6 juni 2010.
Fiets een rondje met een pontje. Maar liefst meer dan 340 pontjes varen er heen en weer in ons land. En wij (Josephine Bakker en Bettie van Veen) hebben in 1999 besloten om ze allemaal een keer te gebruiken. Dit gebruik is wel aan de voorwaarde verbonden dat we met z’n tweeën zijn. We hebben er al 324 “gedaan”.
donderdag 10 juni 2010
woensdag 5 mei 2010
Blauwe en andere regen
Ik had nog maar net gezegd: “Met dit weer heb je tenminste geen last van motorrijders,” of een lange sliert motoren kwam ons tegemoet. Voor de rest was de natuur onze enige getuige. Het frisse fluitenkruid rekte zijn stelen en volgden ons als trouwe supporters. De smeerwortels lieten hun kopjes hangen en staarden naar het water. De pluisjes van de paardenbloemen zweefden ons voorbij. De boterbloemen stonden gewoon vrolijk te wezen. Het vrachtschip Johannes voer gelijk met ons op.
We hadden geen haast en we dronken eerst een warme chocolademelk, respectievelijk cappuccino décafé in hotel Haarhuis tegenover het station in Arnhem. We hebben nog genoeg geld in de pot zitten, want de laatste keer hebben we niets uitgegeven. Het smaakte zo lekker dat we nog een tweede namen. De rekening bedroeg € 11,00.
Het is natuurlijk niet slim om eerst uitgebreid iets te gaan drinken, terwijl het droog is en je weet dat de regenkans 90% is. Maar ja, we zijn nu eenmaal zwak als het om versnaperingen gaat.
We moesten de Rijn over naar het zuiden, maar we konden de opgang van de brug niet vinden. Later bleek deze zich aan de linkerzijde van de brug te bevinden. Aan de overkant van de Rijn meanderden we mee met de rivier. Dan weer eens voor de wind, dan weer eens tegen de wind in. Ineens zagen we een schip in camouflage liggen, zoals de schepen in de 1e Wereldoorlog die zich probeerden te onttrekken aan de duikboten.
De knooppuntenroute voerde ons over allerlei obscure paadjes, onverharde wegen en een keer reden we zelfs helemaal langs het hek van een steenfabriek heen.
Toen we bij de veerstoep arriveerden, voer de Halve maan net weg met 2 passagiers. ‘Er zijn dus nog meer gekken op weg vandaag.’ Terwijl we staan te wachten, zien we een stel motorrijders bovenaan de dijk passeren. Het veer kwam onmiddellijk weer terug. Het kleine scheepje leek een speelbal van de golven, maar hield dapper stand. Aan de overkant worden we begroet door uitbundige bossen euphorbia tussen de basaltblokken. “Waarom staat hier nu niet een bordje naar de Millinger theetuin?” vroegen wij ons aan de overkant af. We gingen linksaf. Na een poosje herkende ik ineens het punt waar we op 23 augustus 2008 gekeerd waren bij de mededeling dat de Halve maan uit de vaart was voor reparatie. Ik keek om en daar stond het bordje “Millinger theetuin 2 km”. We hadden de verkeerde kant gekozen.
In de theetuin blijkt ook weer dat er nog meer mensen op pad zijn vandaag. We kiezen een lekker stuk taart en laten die vergezeld gaan van een glas thee. “€ 16,00 alstublieft,” zegt de man van het theehuis. Het blijkt dat de entree van € 5,00 verplicht is ook al bezoek je de tuin zelf niet. “Zullen we nog even in de tuin rondlopen?” stel ik niet al te enthousiast voor. “Ik heb genoeg aan het zicht op die blauwe regen,” antwoordt Josephine.
Nog 50 te gaan.
2 mei 2010.
We hadden geen haast en we dronken eerst een warme chocolademelk, respectievelijk cappuccino décafé in hotel Haarhuis tegenover het station in Arnhem. We hebben nog genoeg geld in de pot zitten, want de laatste keer hebben we niets uitgegeven. Het smaakte zo lekker dat we nog een tweede namen. De rekening bedroeg € 11,00.
Het is natuurlijk niet slim om eerst uitgebreid iets te gaan drinken, terwijl het droog is en je weet dat de regenkans 90% is. Maar ja, we zijn nu eenmaal zwak als het om versnaperingen gaat.
We moesten de Rijn over naar het zuiden, maar we konden de opgang van de brug niet vinden. Later bleek deze zich aan de linkerzijde van de brug te bevinden. Aan de overkant van de Rijn meanderden we mee met de rivier. Dan weer eens voor de wind, dan weer eens tegen de wind in. Ineens zagen we een schip in camouflage liggen, zoals de schepen in de 1e Wereldoorlog die zich probeerden te onttrekken aan de duikboten.
De knooppuntenroute voerde ons over allerlei obscure paadjes, onverharde wegen en een keer reden we zelfs helemaal langs het hek van een steenfabriek heen.
Toen we bij de veerstoep arriveerden, voer de Halve maan net weg met 2 passagiers. ‘Er zijn dus nog meer gekken op weg vandaag.’ Terwijl we staan te wachten, zien we een stel motorrijders bovenaan de dijk passeren. Het veer kwam onmiddellijk weer terug. Het kleine scheepje leek een speelbal van de golven, maar hield dapper stand. Aan de overkant worden we begroet door uitbundige bossen euphorbia tussen de basaltblokken. “Waarom staat hier nu niet een bordje naar de Millinger theetuin?” vroegen wij ons aan de overkant af. We gingen linksaf. Na een poosje herkende ik ineens het punt waar we op 23 augustus 2008 gekeerd waren bij de mededeling dat de Halve maan uit de vaart was voor reparatie. Ik keek om en daar stond het bordje “Millinger theetuin 2 km”. We hadden de verkeerde kant gekozen.
In de theetuin blijkt ook weer dat er nog meer mensen op pad zijn vandaag. We kiezen een lekker stuk taart en laten die vergezeld gaan van een glas thee. “€ 16,00 alstublieft,” zegt de man van het theehuis. Het blijkt dat de entree van € 5,00 verplicht is ook al bezoek je de tuin zelf niet. “Zullen we nog even in de tuin rondlopen?” stel ik niet al te enthousiast voor. “Ik heb genoeg aan het zicht op die blauwe regen,” antwoordt Josephine.
Nog 50 te gaan.
2 mei 2010.
vrijdag 12 maart 2010
Bielkade
Als pontjesvaarder moet je alles in de gaten houden, zelfs koopzondagen. Het pontje Wal-Nood in Alkmaar vaart alleen op zondag als het koopzondag is. En dat is de eerste zondag van de maand. Daarom gingen wij op 7 maart 2010 per trein naar Alkmaar.
Het pontje zou van de Bierkade naar de Eilandswal varen. Wij fietsen in de richting van het Biermuseum. Nee, daar is het niet. De kaasmarkt is uitgestorven. Ineens zie ik een Chinese man. Alle vooroordelen opzij schuivend, vraag ik in het Nederlands of hij weet waar de Bierkade is. Gelukkig kan ik op het laatste moment nog verhinderen dat ik Bielkade zeg. Indachtig wat Gerard, mijn man, een keer is overkomen. Een Japanse vrouw vraagt hem in het station waar ze sigaretten kan kopen. Voor hij er erg in heeft, zegt hij: “Op het pellon”. “Op het pellon? Dankuwel” en blij loopt ze naar het perron.
De chinees bestudeert het Google-kaartje dat ik geprint heb en knikt een paar maal. Terwijl hij zo druk bezig is, bedenk ik me dat Aziaten nooit nee zeggen. Het zou wel eens lang kunnen gaan duren, voordat hij antwoord gaat geven. Maar ineens weet hij het en hij wijst dat we het bruggetje over moeten om alsmaar rechtdoor te rijden en dat we dan vanzelf op de Bierkade komen. Wij rijden door het smalle Fnidsen en bereiken inderdaad de Bierkade.
Om de hoek zien we een boot liggen, die er wel als een pontje uitziet. Hij blijkt op zijn rustplaats te dobberen en vanaf 12 uur legt hij pas aan bij de Bierkade. We passeren het Nederlandse Kachelmuseum en we hebben de neiging om naar binnen te gaan, zodat we ons kunnen warmen. Het is -1°C. We vermoeden dat de kachels niet branden en dan heb je er niets aan. Nauwelijks heeft Josephine de thee ingeschonken op de veerstoep of we horen de pontjesbaas de motor al starten. Met de theebeker in de ene hand en de fiets in de andere, gaan we de Wal-Nood 2 op. Het water is zo smal dat we nog steeds niet onze thee op hebben als we aan de overkant zijn. We stappen af en gaan eerst rustig onze thee opdrinken. “Kijk”, zegt Josephine “er zit een haak aan de buitenkant van het pontje, die automatisch om de dukdalf grijpt.” Het klaphekje, dat toegang geeft tot de pont, gaat eveneens automatisch open en dicht. De pontjesbaas hoeft dus helemaal niet uit z’n stuurhut te komen. Dit is de hoogste graad van automatisering, die we hebben meegemaakt.
Voor de wind naar Castricum lijkt ons wel wat. Aan onze rechterhand hebben we de duinen en links de mooie villa’s van de buitenwijken van Heiloo en Limmen. Ineens zien we een bordje “Rustpunt pontjesroute”. Wat hebben we gemist? Vlug in het pontjesboekje gekeken: “Ha, deze route hebben we al half augustus 2003 gedaan.”
We hebben slechts 22 kilometer gefietst, maar wel het beoogde pontje – de 149e - gescoord.
Nog 51 te gaan.
Hoewel? Het verslag over het jaar 2009 van de Vrienden van de Voetveren vermeldt dat er in 2009 18 veerponten in de vaart zijn gekomen en dat er 5 gestopt zijn. Ik zoek later nog wel eens uit wat de gevolgen zijn voor onze telling; niet alle pontjes voldoen immers aan de voorwaarde dat de veerstoep al fietsend bereikt moet kunnen worden.
Het pontje zou van de Bierkade naar de Eilandswal varen. Wij fietsen in de richting van het Biermuseum. Nee, daar is het niet. De kaasmarkt is uitgestorven. Ineens zie ik een Chinese man. Alle vooroordelen opzij schuivend, vraag ik in het Nederlands of hij weet waar de Bierkade is. Gelukkig kan ik op het laatste moment nog verhinderen dat ik Bielkade zeg. Indachtig wat Gerard, mijn man, een keer is overkomen. Een Japanse vrouw vraagt hem in het station waar ze sigaretten kan kopen. Voor hij er erg in heeft, zegt hij: “Op het pellon”. “Op het pellon? Dankuwel” en blij loopt ze naar het perron.
De chinees bestudeert het Google-kaartje dat ik geprint heb en knikt een paar maal. Terwijl hij zo druk bezig is, bedenk ik me dat Aziaten nooit nee zeggen. Het zou wel eens lang kunnen gaan duren, voordat hij antwoord gaat geven. Maar ineens weet hij het en hij wijst dat we het bruggetje over moeten om alsmaar rechtdoor te rijden en dat we dan vanzelf op de Bierkade komen. Wij rijden door het smalle Fnidsen en bereiken inderdaad de Bierkade.
Om de hoek zien we een boot liggen, die er wel als een pontje uitziet. Hij blijkt op zijn rustplaats te dobberen en vanaf 12 uur legt hij pas aan bij de Bierkade. We passeren het Nederlandse Kachelmuseum en we hebben de neiging om naar binnen te gaan, zodat we ons kunnen warmen. Het is -1°C. We vermoeden dat de kachels niet branden en dan heb je er niets aan. Nauwelijks heeft Josephine de thee ingeschonken op de veerstoep of we horen de pontjesbaas de motor al starten. Met de theebeker in de ene hand en de fiets in de andere, gaan we de Wal-Nood 2 op. Het water is zo smal dat we nog steeds niet onze thee op hebben als we aan de overkant zijn. We stappen af en gaan eerst rustig onze thee opdrinken. “Kijk”, zegt Josephine “er zit een haak aan de buitenkant van het pontje, die automatisch om de dukdalf grijpt.” Het klaphekje, dat toegang geeft tot de pont, gaat eveneens automatisch open en dicht. De pontjesbaas hoeft dus helemaal niet uit z’n stuurhut te komen. Dit is de hoogste graad van automatisering, die we hebben meegemaakt.
Voor de wind naar Castricum lijkt ons wel wat. Aan onze rechterhand hebben we de duinen en links de mooie villa’s van de buitenwijken van Heiloo en Limmen. Ineens zien we een bordje “Rustpunt pontjesroute”. Wat hebben we gemist? Vlug in het pontjesboekje gekeken: “Ha, deze route hebben we al half augustus 2003 gedaan.”
We hebben slechts 22 kilometer gefietst, maar wel het beoogde pontje – de 149e - gescoord.
Nog 51 te gaan.
Hoewel? Het verslag over het jaar 2009 van de Vrienden van de Voetveren vermeldt dat er in 2009 18 veerponten in de vaart zijn gekomen en dat er 5 gestopt zijn. Ik zoek later nog wel eens uit wat de gevolgen zijn voor onze telling; niet alle pontjes voldoen immers aan de voorwaarde dat de veerstoep al fietsend bereikt moet kunnen worden.
maandag 1 februari 2010
Twitteren
‘Twitteren vind ik wel wat voor jou,’ zei Renée van H. tegen mij afgelopen donderdag. Ik had er wel eens over nagedacht, maar het verworpen als te ‘hijgerig’. De volgende morgen heb ik me er toch eens in verdiept. Ik heb nu immers alle tijd om dat soort dingen te doen. Een account was snel aangemaakt en het bleek dat ik zelfs met mijn oude mobiele telefoon (Nokia 6100) kon twitteren. Het is gewoon SMS’en en dan naar een bepaald telefoonnummer sturen en klaar is kees. De eerstvolgende pontjestocht leek mij een geschikte gelegenheid om mijn eerste berichten de ether in te sturen.
Bij ons beiden was er twijfel of we wel zouden gaan, omdat er weer een pak sneeuw was gevallen, maar geen van beiden had de telefoon gepakt. We hadden gewoon weer zin in een tocht. De fietspaden in Capelle aan den IJssel waren afwisselend schoon en met ijs bedekt. De provinciale weg was schoon; het risico van hard rijdende auto’s nam ik op de koop toe.
Vrij reizen
Vandaag zou ik mijn eerste ‘vrij reizenkaartje’ van de NS gebruiken. Niet vergeten om wel een fietskaartje te kopen en niet vergeten om het ‘vrij reizenkaartje’ af te stempelen op het perron.
Catharina Amalia
Achter Amsterdam CS is het spekglad, zelfs de steiger is niet schoongemaakt. Het blijkt dat de fietsen bovenop de fast ferry moeten worden geplaatst. Halverwege de helling naar het dak van de draagvleugelboot Catharina Amalia glijden we weg, maar met behulp van de bootsman lukt het om de fietsen op de bestemde plaats te krijgen. Eenmaal in de boot realiseren we ons dat onze fietstassen er nog op zitten. Als een instructiefilmpje ons vertelt dat we de veiligheidsriemen om moeten doen en dat we tijdens de reis niet mogen lopen, kijken Josephine en ik elkaar aan. Terwijl de instructiedame vrolijk doorgaat met de mededeling dat we geen mobiele telefoon mogen gebruiken tijdens de vaart, valt mijn oog op een mededeling dat je in de chillroom wel mag bellen. Maar hoe kom ik daar, als ik niet mag lopen? Josephine let beter op: ‘We zìtten in de chillroom.’ Ik verstuur mijn eerste twitterbericht:
‘eerste pontje vandaag fast ferry naar velsen. Wij zitten in de chillroom. ‘
Barbara W. reageert onmiddellijk met:
‘hebben die degelijke ferrys nu ook al een chillroom? ik loop achter:-) veel plezier tijdens je trip’
Na een aanloop verheft de ferry zijn neus en worden we in de kussens gedrukt.
Bij Spaarnwoude passeren we de sneeuwgrens. Bij aankomst blijken onze fietsen nog aanwezig en ook de tassen zitten er nog aan.
Rijkspont 9
We kunnen gelijk overstappen op de motorveerpont naar Velsen-Noord. We willen echter niet in Velsen-Noord zijn. We moeten 20 minuten wachten om weer terug te varen; dan maar een kopje soep met boterhammen. Uiteindelijk gaat het zo snel dat ik vergeet te twitteren.
Rijkspont 7
De fietspaden zijn mooi schoon en met de wind in de rug zijn we snel weer bij Spaarnwoude, waar de motorveerpont Rijkspont 7 ons naar Buitenhuizen brengt. Ik twitter:
‘derde pontje alweer de rp 7.’
Na ‘alweer’ had wel een komma gemogen.
Zaanstreek
Nu blijven we wel aan de overkant, de Zaanstreek, met zijn mooie houten huizen. We passeren Nauerna (duidt op ‘ver afgelegen plaats’ of ‘land dat de moeite van het bewerken niet loont’). Josphine maakt een paar sfeervolle foto’s. Het wegdek is meestal schoon met hier en daar ijsplekken. Wanneer we het station van Zaandam binnenrijden, blijkt binnen een paar minuten onze trein te vertrekken. In onze ooghoeken zien we nog net het Golden Tulip Hotel met zijn gevel van op elkaar gestapelde Zaanse huisjes. Ik kan helemaal blijven zitten tot Nieuwerkerk. Josephine stapt over op Amsterdam CS.
Op het perron van Nieuwerkerk ontmoet ik weer de vrouw van vanochtend met haar zoon. We wisselen onze ervaringen uit. Zij waren in Amsterdam naar ‘Avatar’ geweest. Bij het bericht dat wij maar liefst 3 pontjes hebben gedaan, steekt ze haar duimen op.
Nog 52 te gaan.
PS: wil je me voortaan ‘live’ volgen tijdens een pontjestocht via Twitter, maak een account aan op Twitter.com, zoek “bettievanveen” op en geef je op als volger.
Bij ons beiden was er twijfel of we wel zouden gaan, omdat er weer een pak sneeuw was gevallen, maar geen van beiden had de telefoon gepakt. We hadden gewoon weer zin in een tocht. De fietspaden in Capelle aan den IJssel waren afwisselend schoon en met ijs bedekt. De provinciale weg was schoon; het risico van hard rijdende auto’s nam ik op de koop toe.
Vrij reizen
Vandaag zou ik mijn eerste ‘vrij reizenkaartje’ van de NS gebruiken. Niet vergeten om wel een fietskaartje te kopen en niet vergeten om het ‘vrij reizenkaartje’ af te stempelen op het perron.
Catharina Amalia
Achter Amsterdam CS is het spekglad, zelfs de steiger is niet schoongemaakt. Het blijkt dat de fietsen bovenop de fast ferry moeten worden geplaatst. Halverwege de helling naar het dak van de draagvleugelboot Catharina Amalia glijden we weg, maar met behulp van de bootsman lukt het om de fietsen op de bestemde plaats te krijgen. Eenmaal in de boot realiseren we ons dat onze fietstassen er nog op zitten. Als een instructiefilmpje ons vertelt dat we de veiligheidsriemen om moeten doen en dat we tijdens de reis niet mogen lopen, kijken Josephine en ik elkaar aan. Terwijl de instructiedame vrolijk doorgaat met de mededeling dat we geen mobiele telefoon mogen gebruiken tijdens de vaart, valt mijn oog op een mededeling dat je in de chillroom wel mag bellen. Maar hoe kom ik daar, als ik niet mag lopen? Josephine let beter op: ‘We zìtten in de chillroom.’ Ik verstuur mijn eerste twitterbericht:
‘eerste pontje vandaag fast ferry naar velsen. Wij zitten in de chillroom. ‘
Barbara W. reageert onmiddellijk met:
‘hebben die degelijke ferrys nu ook al een chillroom? ik loop achter:-) veel plezier tijdens je trip’
Na een aanloop verheft de ferry zijn neus en worden we in de kussens gedrukt.
Bij Spaarnwoude passeren we de sneeuwgrens. Bij aankomst blijken onze fietsen nog aanwezig en ook de tassen zitten er nog aan.
Rijkspont 9
We kunnen gelijk overstappen op de motorveerpont naar Velsen-Noord. We willen echter niet in Velsen-Noord zijn. We moeten 20 minuten wachten om weer terug te varen; dan maar een kopje soep met boterhammen. Uiteindelijk gaat het zo snel dat ik vergeet te twitteren.
Rijkspont 7
De fietspaden zijn mooi schoon en met de wind in de rug zijn we snel weer bij Spaarnwoude, waar de motorveerpont Rijkspont 7 ons naar Buitenhuizen brengt. Ik twitter:
‘derde pontje alweer de rp 7.’
Na ‘alweer’ had wel een komma gemogen.
Zaanstreek
Nu blijven we wel aan de overkant, de Zaanstreek, met zijn mooie houten huizen. We passeren Nauerna (duidt op ‘ver afgelegen plaats’ of ‘land dat de moeite van het bewerken niet loont’). Josphine maakt een paar sfeervolle foto’s. Het wegdek is meestal schoon met hier en daar ijsplekken. Wanneer we het station van Zaandam binnenrijden, blijkt binnen een paar minuten onze trein te vertrekken. In onze ooghoeken zien we nog net het Golden Tulip Hotel met zijn gevel van op elkaar gestapelde Zaanse huisjes. Ik kan helemaal blijven zitten tot Nieuwerkerk. Josephine stapt over op Amsterdam CS.
Op het perron van Nieuwerkerk ontmoet ik weer de vrouw van vanochtend met haar zoon. We wisselen onze ervaringen uit. Zij waren in Amsterdam naar ‘Avatar’ geweest. Bij het bericht dat wij maar liefst 3 pontjes hebben gedaan, steekt ze haar duimen op.
Nog 52 te gaan.
PS: wil je me voortaan ‘live’ volgen tijdens een pontjestocht via Twitter, maak een account aan op Twitter.com, zoek “bettievanveen” op en geef je op als volger.
zondag 27 december 2009
Windstilte
Iedere keer als ik al vroeg op de fiets zit voor een pontjestocht vraag ik me af waarom ik niet vaker vroeg op sta. De laaghangende mist die over de weilanden hangt, dempt alle geluiden, het is net of je alleen op de wereld bent. Deze mist werd door iemand van Meteoconsult ‘koeienpotenmist’ genoemd, dat vond ik een mooie benaming. In de trein kan ik de opkomende zon een tijd lang volgen.
Onder het chocolademelk drinken op Amsterdam Sloterdijk vertelt Josephine over het bezoek van haar moeder. Die wilde naar een oude vriendin in Hoorn en had aan Josephine gevraagd of zij de treintijden wilde uitzoeken. Josephine gaat naar ov9292 en heeft al lang het vertrekstation Voorburg en aankomststation Hoorn ingegeven, terwijl haar moeder maar blijft roepen dat ze naar Hoorn moet. Uiteindelijk bleek dat haar moeder al de treintijden uit haar hoofd weet. Josephine had dit dus voor niets uitgezocht. We stellen vast dat oude mensen steeds onzekerder worden en dus bevestiging zoeken voor wat ze eigenlijk al weten.
Terwijl we op het perron staan waar de trein naar Enkhuizen moet aankomen, zegt Josephine dat het maar 1 halte is. Ik kijk verbaasd, omdat het nog bijna een uur reizen is. ‘Oh wat stom van me, ik heb maar een kaartje tot Hoorn; dat komt natuurlijk doordat mijn moeder almaar “Hoorn” riep gisteren. Ik ga gauw een kaartje erbij kopen.’ De trein loopt het station binnen en Josephine is nog niet terug. Ik zet alvast mijn wiel op een treeplank. De conductrice maant dat ik vlug moet instappen. Ha, daar is Josephine. De conductrice is coulant en we kunnen beiden nog mee. Wel, moeten we bij de volgende halte het fietsbalkon opzoeken. Even later meldt ze dat we maar een balkon hoeven op te schuiven.
Het station in Enkhuizen ligt praktisch aan het water. De veerboot ´Friesland’ is zo gevonden. Het is de laatste vaart van dit seizoen en er gaat slechts een handjevol mensen aan boord. Via het Krabbengat varen we het IJsselmeer op, maar de kust van Noord-Holland blijft voortdurend in het zicht. Op de kaart volgen we de voortgang. ‘Goh, wat zou Zittend betekenen?’ vraagt Josephine zich af. ( Ik zoek het later thuis op: In het Middelnederlands Sidewende ‘binnendijk die zich terzijde langs het land wendt, dwars op de richting van de hoofddijk’). De vuurtoren, die we passeren heet Lichthuis volgens de kaart. ‘En nu weten we ook waar Lutjebroek ligt!’ De kinderen aan boord gedragen zich alsof ze thuis zijn. Dat bleek later te kloppen: de schipper woont met zijn gezin aan boord.
In Medemblik kunnen we zo op de stoomtrein naar Hoorn stappen, maar dat doen we niet. Wij willen graag fietsen. Het is een prachtige windstille dag, het water is spiegelglad en het zonnetje komt door.
We rijden over de dijk tegengesteld aan de vaarroute. Rechts van ons de kleine dorpjes met hun mooie huizen en monumentale kerken of pittoreske kerkjes en links het IJsselmeer. Meer heb je niet nodig in het leven. Ondanks de windstilte zijn er toch veel zeilboten op het water. We halen ze met gemak in. Bij Vuurtoren De Ven stoppen we even om te genieten van het uitzicht. Het is heel rustiek: de zeilboten worden weerspiegeld door het gladde wateroppervlak.
In Enkhuizen aangekomen, blijkt de trein net weg te zijn. Geen nood, we kunnen buiten op het terras nog een kopje thee drinken. Bij de overstap op Amsterdam Centraal is de tijd te kort; ik probeer weer mijn truc met mijn wiel op de treeplank, maar de deuren worden onbarmhartig gesloten. Het is druk. De marathon van Amsterdam is net afgelopen en de diverse atleten (met medaille) tonen elkaar hun blessures.
In vergelijking met andere jaren, is 2009 een goed pontjesjaar geweest. Kijk maar eens naar deze tabel:
1998 6
1999 1
2000 0
2001 2
2002 7
2003 14
2004 8
2005 16
2006 33
2007 15
2008 14
2009 18
Maar... nog 55 te gaan.
Naschrift
Op 20 december zouden we onze laatste pontjestocht van 2009 (naar Alkmaar) doen, maar op zaterdagmiddag besloten we het uit te stellen vanwege de verwachte sneeuw. Op zondag om 10.39 uur mailt Josephine: ‘Goede beslissing!’. ’s Avonds tijdens het journaal wordt dat nog een keer bevestigd.
18 oktober 2009
Onder het chocolademelk drinken op Amsterdam Sloterdijk vertelt Josephine over het bezoek van haar moeder. Die wilde naar een oude vriendin in Hoorn en had aan Josephine gevraagd of zij de treintijden wilde uitzoeken. Josephine gaat naar ov9292 en heeft al lang het vertrekstation Voorburg en aankomststation Hoorn ingegeven, terwijl haar moeder maar blijft roepen dat ze naar Hoorn moet. Uiteindelijk bleek dat haar moeder al de treintijden uit haar hoofd weet. Josephine had dit dus voor niets uitgezocht. We stellen vast dat oude mensen steeds onzekerder worden en dus bevestiging zoeken voor wat ze eigenlijk al weten.
Terwijl we op het perron staan waar de trein naar Enkhuizen moet aankomen, zegt Josephine dat het maar 1 halte is. Ik kijk verbaasd, omdat het nog bijna een uur reizen is. ‘Oh wat stom van me, ik heb maar een kaartje tot Hoorn; dat komt natuurlijk doordat mijn moeder almaar “Hoorn” riep gisteren. Ik ga gauw een kaartje erbij kopen.’ De trein loopt het station binnen en Josephine is nog niet terug. Ik zet alvast mijn wiel op een treeplank. De conductrice maant dat ik vlug moet instappen. Ha, daar is Josephine. De conductrice is coulant en we kunnen beiden nog mee. Wel, moeten we bij de volgende halte het fietsbalkon opzoeken. Even later meldt ze dat we maar een balkon hoeven op te schuiven.
Het station in Enkhuizen ligt praktisch aan het water. De veerboot ´Friesland’ is zo gevonden. Het is de laatste vaart van dit seizoen en er gaat slechts een handjevol mensen aan boord. Via het Krabbengat varen we het IJsselmeer op, maar de kust van Noord-Holland blijft voortdurend in het zicht. Op de kaart volgen we de voortgang. ‘Goh, wat zou Zittend betekenen?’ vraagt Josephine zich af. ( Ik zoek het later thuis op: In het Middelnederlands Sidewende ‘binnendijk die zich terzijde langs het land wendt, dwars op de richting van de hoofddijk’). De vuurtoren, die we passeren heet Lichthuis volgens de kaart. ‘En nu weten we ook waar Lutjebroek ligt!’ De kinderen aan boord gedragen zich alsof ze thuis zijn. Dat bleek later te kloppen: de schipper woont met zijn gezin aan boord.
In Medemblik kunnen we zo op de stoomtrein naar Hoorn stappen, maar dat doen we niet. Wij willen graag fietsen. Het is een prachtige windstille dag, het water is spiegelglad en het zonnetje komt door.
We rijden over de dijk tegengesteld aan de vaarroute. Rechts van ons de kleine dorpjes met hun mooie huizen en monumentale kerken of pittoreske kerkjes en links het IJsselmeer. Meer heb je niet nodig in het leven. Ondanks de windstilte zijn er toch veel zeilboten op het water. We halen ze met gemak in. Bij Vuurtoren De Ven stoppen we even om te genieten van het uitzicht. Het is heel rustiek: de zeilboten worden weerspiegeld door het gladde wateroppervlak.
In Enkhuizen aangekomen, blijkt de trein net weg te zijn. Geen nood, we kunnen buiten op het terras nog een kopje thee drinken. Bij de overstap op Amsterdam Centraal is de tijd te kort; ik probeer weer mijn truc met mijn wiel op de treeplank, maar de deuren worden onbarmhartig gesloten. Het is druk. De marathon van Amsterdam is net afgelopen en de diverse atleten (met medaille) tonen elkaar hun blessures.
In vergelijking met andere jaren, is 2009 een goed pontjesjaar geweest. Kijk maar eens naar deze tabel:
1998 6
1999 1
2000 0
2001 2
2002 7
2003 14
2004 8
2005 16
2006 33
2007 15
2008 14
2009 18
Maar... nog 55 te gaan.
Naschrift
Op 20 december zouden we onze laatste pontjestocht van 2009 (naar Alkmaar) doen, maar op zaterdagmiddag besloten we het uit te stellen vanwege de verwachte sneeuw. Op zondag om 10.39 uur mailt Josephine: ‘Goede beslissing!’. ’s Avonds tijdens het journaal wordt dat nog een keer bevestigd.
18 oktober 2009
zondag 18 oktober 2009
Straattaal en aan de verkeerde kant staan
Ik volg de met krijt getekende pijlen op de grond. ‘Bel aan op nummer 27’ lees ik even verderop. Ik kijk naar boven naar de deur met huisnummer 27. Als je aanbelt, zou je dan een glaasje limonade krijgen, vraag ik me af. Maar ik denk niet dat die mensen blij zouden zijn als ik op zondagochtend om even voor achten zou aanbellen. Maar gauw doorfietsen, voordat ik voor de verleiding bezwijk. Even later staat er 3P. Wat zou dit voor opdracht zijn?
De pijl naar links negeer ik en ik rijd rechtdoor naar het metrostation De Terp.
Volgens de instructies van Josephine moest ik om 9.24 uur op perron 4 van station Dordrecht de trein naar ’s-Hertogenbosch nemen, maar er staat Utrecht Centraal op het informatiebord. Maar dit is toch echt perron 4 en de tijd klopt ook. Ik loop alle haltes na waar de sneltrein stopt en daar staat ’s-Hertogenbosch ook tussen. Dat is een rare omweg naar Utrecht. Nu herinner ik me weer dat Josephine gemaild had dat er aan het spoor werd gewerkt bij Utrecht en dat we dus over Rotterdam moesten reizen. Even later gooit Josephine haar fiets in de trein.
We hebben onze eerste colleges achter de rug en we spreken over volle collegezalen, slecht Engels sprekende docenten, de tentamens en de vele stof, die we moeten bestuderen. Josephine doet Educational Science and Technology aan de universiteit van Twente en ik een masteropleiding coaching and counseling bij het Europees instituut in Driebergen.
In Den Bosch vindt Josephine snel de weg naar Rosmalen, Empel en Heerewaarden, waar de Waal overgestoken kan worden met de Neptunus I. Tot twee keer toe is er een wegomlegging. Josephine zegt dat we er gewoon doorheen gaan fietsen. Behendig laveert ze tussen de wegafzettingen en ik volg, zowaar zonder te vallen. We kunnen op de fiets blijven zitten; we hoeven geen enkele keer af te stappen.
‘Als er in dit dorp een horecagelegenheid is, mogen we dan al koffie?’ vraag ik hoopvol. Net voordat we het dorp verlaten, zie ik een gezellige uitspanning, maar Josephine is onverbiddelijk. We hebben immers nog geen 20 kilometer afgelegd. Een paar kilometer verder begint het te regenen en ik roep dat we lekker droog hadden kunnen zitten. We trekken ons regenpak aan en m’n blote benen beginnen eindelijk op temperatuur te komen.
Heerewaarden - Varik, over de Waal
In de verte zien we de Neptunus I al liggen aan de overkant, maar er zit weinig beweging in. Als we de veerstoep naderen, maakt hij zich ineens los van de kant. Wat een impact! Terwijl we alleen nog maar komen aanfietsen en nog niet hebben geroepen of hoopvol gekeken. De werkelijkheid is banaler. Er waren fietsers die naar onze kant wilden overvaren.
Met een ruime bocht vaart de pont op de pronte dikke kerktoren van Varik aan op de Waalbandijk. Inmiddels hebben we ruim 20 kilometer afgelegd en we vragen aan de wachtenden op de veerstoep of ze weten waar we koffie kunnen drinken. ‘Daar bij die serre en ze hebben lekker appelgebak’ luidt het antwoord. Dat had ze nou niet moeten zeggen: van dat appelgebak. We zijn sterk en we negeren het heerlijk uitziende appelgebak in herberg Het Veerhuis. ‘Kijk,’ zegt Josephine, ‘zo kun je reclame maken voor je coachingspraktijk’ terwijl ze een paar folders uit de display haalt. Ik neem een paar folders mee, zodat ik me kan oriënteren op een logo en naam voor mijn praktijk.
Nu we geen appelgebak hebben genomen, moeten onze boterhammen eraan geloven. De meeste bankjes op de dijk zijn in beslag genomen door aanbiedingen van pruimen, appels en pompoenen. Een bord vermeldt “kale bassen”. Wij vragen ons af wat voor muziekinstrumenten dat zijn. We vinden uiteindelijk een leeg bankje en we kijken uit over de Waal met aan de overkant zijn zandbanken. Het waterpeil is behoorlijk laag en de schepen hebben dan ook een inhaalverbod gekregen. Ik zie een schip met de naam Aphrodite en ik vraag Josephine of ze dat een naam vindt voor mijn op te richten bedrijf. Ze verslikt zich en verzoekt me dergelijke dingen niet meer te vragen als ze net een slok soep heeft genomen. Ik vat het als een ‘nee’ op.
We vervolgen onze tocht over de Waalbandijk. Bij Neerijnen stuiten we op een derde wegomlegging. Josephine haar intuïtie zegt deze keer dat we de omleiding moeten volgen. Dat is maar goed ook, anders hadden we dit mooie kerkje niet gezien.
Herwijnen - Brakel, over de Waal
Wel is het jammer dat we de Waal niet meer in het zicht hebben. Bij Herwijnen pikken we de dijk weer op om daar de motorveerpont ‘Brakel 1’ te nemen naar Brakel. Josephine vraagt om een retourtje. Zwijgend overhandigt de pontbaas vier kwitanties. Een schip passeert met de naam ‘Fluvia’. ‘Zou dat wat zijn? vraag ik aan Josephine. ‘Als je maar niet ‘panta rei’ kiest. Ik vermoed dat dit ook een negatief antwoord is.
Op het veer is links ruimte gereserveerd voor de fietsers. Alle fietsers staan daar ook, behalve wij. Aan de overkant van de rivier steken we de pont over, zodat we aan de goede kant staan. We schuilen op een bankje in een nis tegen de koude wind.
Als we van de pont omhoog de dijk weer oprijden, zien we Het kunstwerk 'Waar is het Water' De drie beelden kijken uit over de rivier en de pont van Brakel. De beelden zijn in opdracht van het polderdistrict Tieler- en Culemborgerwaarden gemaakt door beeldend kunstenaar Hans van Eerd. Dit ter herinnering aan het omvangrijke dijkverbeteringsproject van 32 km die werd uitgevoerd na de hoogwaterevacuatie van 1995.
Onderweg naar Gorinchem zien we rechts Fort Vuren en links Slot Loevestein. Naar deze laatste blijkt nu een heuse watertaxi te varen en die komt op bestelling. Toen wij op 30 mei 2004 naar Slot Loevestein voeren, was dat met een roeiboot Hugo voortgestuwd door een buitenboordmotor.
Onze benen protesteren, maar we fietsen dapper door.
Op het station van Gorinchem blijkt het vervoer naar Dordrecht verzorgd te worden door Arriva. Een mooi treinstel, waar we de fietsen zo in kunnen rijden, zonder op te tillen. Bij de kaartjescontrole vraagt de conducteur of die mooie fietsen van ons zijn. Trots knikken wij. ‘Willen jullie ze dan aan de andere kant zetten, want ze staan nu op de invalidenplaats.’
Vanaf het metrostation is het maar 900 meter naar mijn huis. Ik rijd nu tegen de pijlen in. Drie meisjes lopen mij tegemoet. Op een gegeven moment draaien ze drie keer in te rondte en lopen weer door. Aha, 3P betekent natuurlijk drie keer een pirouette draaien. Weer wat toegevoegd aan mijn kennis van de straattaal.
Nog 56 te gaan.
De pijl naar links negeer ik en ik rijd rechtdoor naar het metrostation De Terp.
Volgens de instructies van Josephine moest ik om 9.24 uur op perron 4 van station Dordrecht de trein naar ’s-Hertogenbosch nemen, maar er staat Utrecht Centraal op het informatiebord. Maar dit is toch echt perron 4 en de tijd klopt ook. Ik loop alle haltes na waar de sneltrein stopt en daar staat ’s-Hertogenbosch ook tussen. Dat is een rare omweg naar Utrecht. Nu herinner ik me weer dat Josephine gemaild had dat er aan het spoor werd gewerkt bij Utrecht en dat we dus over Rotterdam moesten reizen. Even later gooit Josephine haar fiets in de trein.
We hebben onze eerste colleges achter de rug en we spreken over volle collegezalen, slecht Engels sprekende docenten, de tentamens en de vele stof, die we moeten bestuderen. Josephine doet Educational Science and Technology aan de universiteit van Twente en ik een masteropleiding coaching and counseling bij het Europees instituut in Driebergen.
In Den Bosch vindt Josephine snel de weg naar Rosmalen, Empel en Heerewaarden, waar de Waal overgestoken kan worden met de Neptunus I. Tot twee keer toe is er een wegomlegging. Josephine zegt dat we er gewoon doorheen gaan fietsen. Behendig laveert ze tussen de wegafzettingen en ik volg, zowaar zonder te vallen. We kunnen op de fiets blijven zitten; we hoeven geen enkele keer af te stappen.
‘Als er in dit dorp een horecagelegenheid is, mogen we dan al koffie?’ vraag ik hoopvol. Net voordat we het dorp verlaten, zie ik een gezellige uitspanning, maar Josephine is onverbiddelijk. We hebben immers nog geen 20 kilometer afgelegd. Een paar kilometer verder begint het te regenen en ik roep dat we lekker droog hadden kunnen zitten. We trekken ons regenpak aan en m’n blote benen beginnen eindelijk op temperatuur te komen.
Heerewaarden - Varik, over de Waal
In de verte zien we de Neptunus I al liggen aan de overkant, maar er zit weinig beweging in. Als we de veerstoep naderen, maakt hij zich ineens los van de kant. Wat een impact! Terwijl we alleen nog maar komen aanfietsen en nog niet hebben geroepen of hoopvol gekeken. De werkelijkheid is banaler. Er waren fietsers die naar onze kant wilden overvaren.
Met een ruime bocht vaart de pont op de pronte dikke kerktoren van Varik aan op de Waalbandijk. Inmiddels hebben we ruim 20 kilometer afgelegd en we vragen aan de wachtenden op de veerstoep of ze weten waar we koffie kunnen drinken. ‘Daar bij die serre en ze hebben lekker appelgebak’ luidt het antwoord. Dat had ze nou niet moeten zeggen: van dat appelgebak. We zijn sterk en we negeren het heerlijk uitziende appelgebak in herberg Het Veerhuis. ‘Kijk,’ zegt Josephine, ‘zo kun je reclame maken voor je coachingspraktijk’ terwijl ze een paar folders uit de display haalt. Ik neem een paar folders mee, zodat ik me kan oriënteren op een logo en naam voor mijn praktijk.
Nu we geen appelgebak hebben genomen, moeten onze boterhammen eraan geloven. De meeste bankjes op de dijk zijn in beslag genomen door aanbiedingen van pruimen, appels en pompoenen. Een bord vermeldt “kale bassen”. Wij vragen ons af wat voor muziekinstrumenten dat zijn. We vinden uiteindelijk een leeg bankje en we kijken uit over de Waal met aan de overkant zijn zandbanken. Het waterpeil is behoorlijk laag en de schepen hebben dan ook een inhaalverbod gekregen. Ik zie een schip met de naam Aphrodite en ik vraag Josephine of ze dat een naam vindt voor mijn op te richten bedrijf. Ze verslikt zich en verzoekt me dergelijke dingen niet meer te vragen als ze net een slok soep heeft genomen. Ik vat het als een ‘nee’ op.
We vervolgen onze tocht over de Waalbandijk. Bij Neerijnen stuiten we op een derde wegomlegging. Josephine haar intuïtie zegt deze keer dat we de omleiding moeten volgen. Dat is maar goed ook, anders hadden we dit mooie kerkje niet gezien.
Herwijnen - Brakel, over de Waal
Wel is het jammer dat we de Waal niet meer in het zicht hebben. Bij Herwijnen pikken we de dijk weer op om daar de motorveerpont ‘Brakel 1’ te nemen naar Brakel. Josephine vraagt om een retourtje. Zwijgend overhandigt de pontbaas vier kwitanties. Een schip passeert met de naam ‘Fluvia’. ‘Zou dat wat zijn? vraag ik aan Josephine. ‘Als je maar niet ‘panta rei’ kiest. Ik vermoed dat dit ook een negatief antwoord is.
Op het veer is links ruimte gereserveerd voor de fietsers. Alle fietsers staan daar ook, behalve wij. Aan de overkant van de rivier steken we de pont over, zodat we aan de goede kant staan. We schuilen op een bankje in een nis tegen de koude wind.
Als we van de pont omhoog de dijk weer oprijden, zien we Het kunstwerk 'Waar is het Water' De drie beelden kijken uit over de rivier en de pont van Brakel. De beelden zijn in opdracht van het polderdistrict Tieler- en Culemborgerwaarden gemaakt door beeldend kunstenaar Hans van Eerd. Dit ter herinnering aan het omvangrijke dijkverbeteringsproject van 32 km die werd uitgevoerd na de hoogwaterevacuatie van 1995.
Onderweg naar Gorinchem zien we rechts Fort Vuren en links Slot Loevestein. Naar deze laatste blijkt nu een heuse watertaxi te varen en die komt op bestelling. Toen wij op 30 mei 2004 naar Slot Loevestein voeren, was dat met een roeiboot Hugo voortgestuwd door een buitenboordmotor.
Onze benen protesteren, maar we fietsen dapper door.
Op het station van Gorinchem blijkt het vervoer naar Dordrecht verzorgd te worden door Arriva. Een mooi treinstel, waar we de fietsen zo in kunnen rijden, zonder op te tillen. Bij de kaartjescontrole vraagt de conducteur of die mooie fietsen van ons zijn. Trots knikken wij. ‘Willen jullie ze dan aan de andere kant zetten, want ze staan nu op de invalidenplaats.’
Vanaf het metrostation is het maar 900 meter naar mijn huis. Ik rijd nu tegen de pijlen in. Drie meisjes lopen mij tegemoet. Op een gegeven moment draaien ze drie keer in te rondte en lopen weer door. Aha, 3P betekent natuurlijk drie keer een pirouette draaien. Weer wat toegevoegd aan mijn kennis van de straattaal.
Nog 56 te gaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)