maandag 9 september 2013

Communicatie

Mijn cliënten met het Asperger-syndroom zijn niet zo goed in het aanknopen van zomaar een praatje. Dit oefen ik regelmatig met ze. Vandaag oefen ik zelf even. Op het station Nieuwerkerk zie ik een vrouw van mijn leeftijd het vrij-reizenkaartje afstempelen en ik vraag aan haar of ze zo’n kaartje weleens laat verlopen. ‘Zelden,’ antwoordt de vrouw en voor ik het weet, verneem ik dat ze normaal met de motor naar haar vriendje in Vorden gaat en dat dit een dorpje is met een grote sociale controle, dat je op tijd de gordijnen ’s ochtends moet opendoen, omdat de buren er anders wat van gaan denken en dat bij verjaardagen de vrouwen aan de ene kant van de kamer zitten en de mannen aan de andere. Zij wil graag bij de mannen zitten om te praten over motoren, maar ze wordt terugverwezen naar haar eigen kant van de kamer. Zo eenvoudig is het om mensen aan het praten te krijgen.

De Waal
We hebben al 5 kilometer afgelegd als we eindelijk Nijmegen uit rijden. Een prachtig rivierenlandschap is onze beloning. De dijk waar we op rijden, heet gewoon Dijk. Rechts zien we de Beuningse uiterwaarden waar veel gekapt hout ligt met daarachter de Waal. De bomen en struiken worden verwijderd, zodat er een geul kan worden gegraven om bij hoogwater het overtollige water op te vangen.


Bij Ewijk verlaten we de dijk en rijden tussen de stobben door naar beneden, waar de H4-De Weerder op ons ligt te wachten.


We zijn de eerste gasten vandaag. Het lijkt wel of heel recreërend Nederland de (elektrische) fiets heeft opgeborgen. Toegegeven: het is koud voor de tijd van het jaar en er dreigt regen. Aan de overkant kijken we tegen een loopbrug aan; de veerbaas helpt ons het eerste stukje op weg, omdat het nogal ‘slik’ is.

Om te vieren dat we het laatste (8e) pontje over de Waal hebben gedaan, trakteren we onszelf op pannenkoeken bij De Pannenkoekenbakker. De muziek schalt ons tegemoet als we het lege, grote restaurant binnenkomen. Josephine vraagt of de radio uit mag. De radio wordt uitgeschakeld en een muziekband met hetzelfde geluidsniveau wordt gestart. We kijken elkaar aan. Ja, ze hebben gedaan wat we gevraagd hebben. We nemen allebei een pannenkoek met appel en kaneelsuiker. Als ons later gevraagd wordt of alles naar wens is, vragen we of de muziek zachter mag. Ook deze opdracht wordt nauwgezet uitgevoerd. Er wordt zelfs gevraagd of het zo goed is. We krijgen twee spaarzegels mee waarmee we voor het originele Pannenboekenbakker-broodrooster kunnen sparen. Er zijn 16 Pannenkoekenbakkers in Midden-Nederland. Dat moet lukken.


De zon is doorgebroken; we doen onze jassen uit. Vandaag mogen er weer geen fietsen mee in de metro in verband met de Havendagen. We moeten dus weer een treinverbinding zoeken die via Utrecht gaat. De keuze valt op Arnhem. Links en rechts boomgaarden met appels, peren en pruimen. Maar ze zijn niet open op zondag. We moeten het met de aanblik doen. Bij Driel varen de Nederrijn over naar Oosterbeek (reeds gedaan in 2008). Hoog op de kade ontwaren ijskar Pino.

Pino
Onze Pavlov-reactie proberen we te onderdrukken, maar toch komt het tot een discussie. Een medepassagier brengt in dat het afhangt van het aantal kilometers je hebt gefietst. Zij en haar man zijn net op weg, dus zij mogen nog niet. Het afgelegde kilometeraantal van 33 kilometer blijkt aan de lage kant te zijn voor deze moeilijke beslissing. Maar… we hebben wat te vieren!


Ik vraag waar de naam Pino vandaag komt. ‘Van Sesamstraat natuurlijk,’ antwoordt de ijsboer. Als ik wegloop, komt hij me achterna: ‘Nee, zonder gekheid; ik heet Guiseppe en dat wordt vaak Guiseppino of Guiseppina binnen de familie. Vandaar dat ik Pino heb gekozen.’

Wat is een trein?
Op Utrecht Centraal loopt Josephine helemaal naar het achterste balkon in het treinstel dat naar Den Haag Centraal gaat en ik loop helemaal naar voren voor het Rotterdamse deel. Op dit station weet je nooit naar welke kant de trein zal gaan rijden. Zodra de trein rijdt, kies ik een vooruit-rijstoel.

‘Aanstonds als de machinist omroept dat de trein wordt gesplitst, moet je goed luisteren en kijken welk nummer er boven de schuifdeur staat,’ zegt een vader tegen zijn zoontje. ‘Dan weten we of we in het goede gedeelte zitten.’ Hij geeft verdere uitleg aan het jongetje. Die concludeert: ‘We zitten in het goede gedeelte, want we rijden vooruit.’ ‘Waarom wordt de trein gesplitst?’ Terwijl ik over het antwoord nadenk, hoor ik de vader zeggen: ‘Dan hebben ze maar een machinist nodig vanaf Enschede naar Gouda en pas twee vanaf Gouda.’ Bij station Gouda vervolgt de vader zijn uitleg: ‘Nu wordt het voorste gedeelte losgekoppeld. Daarna rijdt dat deel naar Den Haag en wij gaan door naar Rotterdam.‘ Wanneer zijn we dan gedraaid?’ vraagt het zoontje. ‘We zijn niet gedraaid.’ Maar we zijn toch helemaal voorin ingestapt. Hoe kunnen we nu achteraan zitten?’ De conversatie gaat zo nog even door: dat aan beide zijden van een trein een cabine zit en de trein dus naar beide kanten kan rijden, ook bij de hondenkop, dat er koppelingen tussen treinen gemaakt kunnen worden, maar dat er ook een flexibel tussenstuk in een trein kan zitten, dat niet losgekoppeld kan worden enz. Het jongetje sluit de conversatie af met: ‘Ik begrijp het pas, als we zijn uitgestapt en ik het gezien heb.’

Een pontje gedaan, nog 67 te gaan.


8 september 2013.

vrijdag 23 augustus 2013

De werkelijkheid is weerbarstiger dan mr. Google

‘Wie met een pontje wil overvaren, kan beter even bellen,’ roept de gastvrouw van Hotel Lely in Oude Tonge, bij het ontbijt. ‘Die naar Steenbergen vaart bijvoorbeeld niet,’ voegt ze eraan toe. Wij zijn gehard in pontjes die niet varen. Vooral in Zeeland hebben we al veel tevergeefse tochten gemaakt: de pont is opgeheven, de motor is stuk, de veerbaas is ziek, de windkracht is te hard, net vandaag doet hij deze halteplaats niet aan, dit is de enige dag in de week dat hij niet vaart enz.

We hadden ons weekend uitgebreid naar vijf dagen in de hoop vijf pontjes te kunnen doen, maar de werkelijkheid bleek anders.



Noord-Beveland
‘Als we nu woensdagmiddag vertekken naar Goes en vandaar naar Wolphaartsdijk rijden en overvaren (reeds gedaan in 2005) naar Kortgene op Noord-Beveland en slapen in Wissenkerke kunnen we de volgende ochtend de boot naar Zierikzee nemen,’ schreef Josephine.

Om half vijf rijden we de oude kern van Wissenkerke binnen, waar Gerard op het terras van Hotel de Kroon zit te wachten. Hij heeft al ontdekt dat er slechts een winkel is. We verkleden ons en we kunnen tot laat in de avond buiten zitten.


Schouwen Duiveland
De wind blaast ons naar Kamperland Sophiahaven. We zijn de eersten. Later volgen gezinnen met kinderen van de nabijgelegen camping. Het miezerige weer zal daar wel debet aan zijn. Als de Zeelandbrug in zicht komt, ga ik even boven kijken. De veerbaas maakt een ererondje onder de brug door. Hij zit gebogen over zijn mobieltje terwijl het roer uit zichzelf draait. Mijn gedachten gaan even naar het treinongeluk in een buitenwijk van de Noord-Spaanse stad Santiago de Compostela.


Maar alles gaat goed en we komen veilig aan in Zierikzee, via een lang kanaal. We fietsen over een zogenaamde inlaagdijk (een tweede dijk die het water moet tegenhouden na een dijkdoorbraak) naar Schuddebeurs. Zo genoemd wegens het ongenoegen over de hoge kosten van de inpoldering. Openheid maakt hier plaats voor chique villa’s en buitenplaatsen tussen het lommer. Verder gaan we weer over de dijken naar ons logeeradres Resort Land & Zee in Scharendijke. De hotelkamers lijken aan de buitenkant op cellen in een gevangenis, maar de kamers zijn heerlijk licht en op het terras kun je je fiets stallen.



Almanak van de Zeeuwse pontjes 2013
Ik geloof mijn eigen ogen niet als ik ’s avonds nog even in de Almanak controleer of De IJmond morgen wel vaart en constateer dat hij op vrijdag juist niet vaart. Dan moeten we de Brouwersdam maar helemaal overfietsen om Goeree Overflakkee te bereiken. Dat blijkt geen straf te zijn. We rijden over een verhoogd fietspad en hebben aan de ene kant uitzicht op de Noordzee en de andere kant het Grevelingenmeer. De wind blaast fors maar we hebben hem nooit pal tegen, meestal opzij. We rijden toch nog even naar de afvaarplaats, maar de feiten blijven de feiten: Hij vaart op vrijdag niet. Laten we nu ook maar de pontjes voor zaterdag controleren. In Middelharnis constateren we dat de Klipperaak ‘Linquenda’ II deze plaats niet aandoet op zondag. Het veer naar Tiengemeten vaart wel op zaterdag en zondag. We roepen naar elkaar ‘Avontuur’ om onze teleurstelling te verbergen.

In Middelharnis moeten we een brug over die we met een knop kunnen bedienen. Zodra je de knop indrukt, gaat er een tijdbalk lopen die van 10 naar 0 minuten aftelt. Als de teller op 0 staat, komt van de overkant een brugdeel onze kant op. Een boot negeert het rode sein en de brug trekt zich schielijk terug. Als we nu maar niet weer 10 minuten moeten wachten. Gelukkig, even later komt het brugdeel weer in beweging. Het hek klikt open en we kunnen oversteken.



’s Avonds blader ik nog wat in de almanak en ontdek dat door het wegvallen van mogelijkheden aan de noordkant van het eiland, de zuidkant ineens perspectieven biedt. We kunnen morgen naar Sint Philipsland varen.

Rouwstand


Vandaag is de begrafenis van prins Friso, die beschermheer was van de molens en alle molens staan in de rouwstand. Dat betekent dat de onderste wiek iets naar rechts wordt gezet.Die staat dan voorbij het molenlijf. Dat geeft aan: het is voorbij, het gaat weg, het is klaar. Het is de manier van de molenaars om de laatste eer te bewijzen aan de prins.

De windturbines zijn zich van de prins geen kwaad bewust en draaien onbekommerd hun rondjes.



St.Philipsland
‘Op internet stond dat de eerste afvaart om 10 uur zou zijn,’ zegt een medepassagier op de WR92. ‘Toen heb ik niet gevaren,’ antwoordt de veerman cryptisch. Zijn we nu ook al aan de luimen van de veerman overgeleverd? In mijn hoofd hoor ik: ‘Het veer Anna Jacoba Polder Zijpe vaart niet.’ Tot 1988 kwam deze veerdienst vaak voor in nieuwsberichten op de radio. Storm, ijs, mist en hoge (of lage) waterstanden zorgden er nogal eens voor dat de veerdienst gestaakt moest worden



Na 20 minuten arriveren we aan de overkant waar de kok van het veerhuis ons opwacht. Geroerd door dit hartverwarmend welkom nemen we koffie met appelgebak.

We besluiten om niets aan het toeval over te laten en gaan terugrijden over de Philipsdam en de Grevelingendam. Sint Philipsland is goed voorzien van natuurgebieden, zowel binnen- als buitendijks. Rechts zie je tractoren omgeven door zeevogels die een graantje proberen mee te pikken. Links zie je slikken, schorren en kreken.

In de dorpjes zie je altijd genoeg fietsers, maar zodra je je maar een paar kilometer hiervan verwijdert, waan je je alleen op de wereld.



Tiengemeten
Vanuit Stad aan ’t Haringvliet varen we over naar Tiengemeten. Tevoren heb ik geïnformeerd of ze wel varen, want de wind is inmiddels toegenomen tot 6 Beaufort. ‘Ja, wij varen,’ is het antwoord. ‘Vaart de klipperaak ook vanaf Tiengemeten?’ ‘Ik ben bang van niet, wegens de harde wind en ik heb hem ook niet zien liggen.’ Dan varen we mee tot het vasteland.



We fietsen zo rechtstreeks mogelijk naar Spijkenisse alwaar we de metro willen nemen. Koud staan we op het perron of horen we een stem: ‘Vandaag mogen fietsen niet mee in metro.’ Daar worden wij niet vrolijk van, maar we schikken ons in ons lot en kijken wat het dichtstbijzijnde NS-station is. Terwijl we ons over de kaart buigen, komt dezelfde stem uit de hoge die ons aanmaant. We roepen dat we toch wel een plan de campagne mogen maken. Beneden in de hal treffen we een groep studenten met de fiets aan en ik vertel dat ze niet meekunnen. Onmiddellijk worden de smart phones geraadpleegd en wordt er geroepen: ‘We kunnen naar Schiedam of Delft fietsen.’ Onderweg zien we nog meer groepjes studenten die allemaal dezelfde terugtocht maken. In Pernis worden onze schone longen weer bevuild. Voor het eerst gaan we door de Beneluxtunnel. Het is goed weer en de harde wind hebben we hoofdzakelijk in de rug.

In Schiedam scheiden onze wegen. Ik ga naar Rotterdam Alexander en Josephine naar Den Haag Centraal. Onderweg stuitte ik nog op een kapotte trein, maar ik was voor het avondeten thuis.

Ondanks het teleurstellende resultaat kijken we toch terug op een gezellig weekend met dijken, schorren, kreken, bruggen, duinen, dammen, bomenrijen, veerboten, dorpen, kerktorens, akkers, zout, zoet en brak water, mooi weer, veel wind en tot laat buiten zitten.

Drie pontjes gedaan; nog 68 te gaan.


14, 15,16,17 en 18 augustus 2013.

zondag 4 augustus 2013

Zwarte zaterdag

Zeilboot ‘Willem Barentsz’ vaart alleen maar van half juli tot en met augustus. ‘Zondags wordt er NIET gevaren’ staat duidelijk op hun website. We kiezen een zaterdag uit; het blijkt Zwarte Zaterdag te zijn. De dag dat bijna iedereen op vakantie naar het zuiden van Frankrijk gaat. Onze schreden richten zich echter naar het Noorden, namelijk Enkhuizen.

  
Auteur :Willem Barentsz
De Willem Barentsz is een echte zeilboot. Bij goede wind wordt op de zeilen gevaren, bij tegenwind op de motor.

‘Zo, we nemen ons plaatsje weer in’
In het VVV-kantoor waar je kaartjes voor de boot kunt kopen, is het al druk. Er zijn twee loketten en bij het ene loket staat: Kaartjes Zuiderzeemuseum. Een man en vrouw staan in de deuropening te twijfelen en de man zegt: ‘Maar daar staat “Kaartjes Zuiderzeemuseum”.’ Ze lopen naar het bewuste loket, waar geen wachtenden zijn. Het meisje verwijst ze naar de inmiddels aangroeiende rij. ‘Zo, ik neem mijn oude plaatsje maar weer in,’ zegt de vrouw terwijl ze zich voor mij in de rij wringt. Josephine en ik houden niet van opportunisten en we zeggen resoluut: ‘U heeft helemaal nog niet in onze rij gestaan.’ Ze verdwijnen naar achteren. Bij ons speelde ook nog mee dat we bang waren de boot te missen.

Matrozen
Onze fiets wordt door twee charmante matrozen, Wessel en York, aangenomen en op het voordek gestald. We zijn altijd wat ontheemd als we plotseling onze fiets uit handen moeten geven. Later inspecteren we altijd even waar ze staan. Meestal staan ze stevig aangesnoerd met andere fietsen. Op de motor varen we de haven uit. Er wordt omgeroepen dat wie helpen met het hijsen van de zeilen zich nu moet melden. Ondanks dat ik weet dat het slechts een bezigheidstherapie is, meld ik me aan.



Drie mannen aan de ene kant, hijsen de giek en 2 mannen en ik nemen de gaffel voor onze rekening. De matrozen leveren natuurlijk ook hun aandeel en ik zie dat de ene een onderbroek van Björn Borg aan heeft en de ander een van Calvin Klein.

Onedin line
Het geluid van de stampende scheepsmachine wordt overgenomen door het kraken van het zeiltuig. We voelen een whoop als de zeilen wind vangen en horen de herkenningsmelodie van de Onedin Line in ons hoofd. Een gevoel van vrijheid en romantiek overvalt ons.



Aan stuurboord zien we de dijk die van Enkhuizen naar Lelystad loopt; aan bakboord de Afsluitdijk en later Gaasterland. We zeilen voor de wind en we dreigen te vroeg aan te komen, dus wordt er nog een extra rondje gevaren. De motorboot De Zuiderzee vaart ons voorbij. Ik stel een gewetensvraag aan Josephine: ‘Hebben we met deze oversteek, ook de motorboot gedaan?’ Josephine schiet in de lach. De motor wordt aangezet en de kop wordt in de wind gegooid om de zeilen te kunnen laten zakken.

Alle Nederlanders spreken zo goed Engels
Aan boord bestel ik bij het meisje achter de bar een Ice tea met citroen. Ze houdt een pak omhoog waar met koeienletters LEMON op staat en ze zegt: ‘Ik heb alleen maar dit.’ Sprakeloos gebaar ik dat het goed is. De man achter mij zegt dat limoen niet hetzelfde is als citroen. Verbijsterd verlaat ik de bar, troost zoekend bij Josephine.

Van Urk naar Kampen


Urk

Urk ziet er romantisch uit, maar we besluiten toch maar meteen op de pedalen te gaan. De westenwind blaast ons voort langs het Ketelmeer, terwijl we nat gespetterd worden door het opspattende water en we moeten hard in de remmen knijpen om even wat te drinken bij de Schokkerhaven. In Kampen rijden we zo het perron op.'Zo, u heeft niet de boot terug genomen?' merkt een man op een bankje op. We wisselen reisinformatie uit en zij zijn eerst Urk ingegaan en hebben daarna de bus naar Kampen genomen. Langzamerhand herkennen we meer medepassagiers van de boot. Toch een beetje Zwarte Zaterdag.

Van Kampen naar huis
Op het gezellige geluid van de dieselmotor schommelen we naar Zwolle. Indachtig de vorige keer, besluiten we nu goed op te letten en ons nu al op te splitsen. Josephine naar Den Haag Centraal, ik naar Rotterdam Centraal. We hebben maar 5 minuten overstaptijd en we missen dan ook onze aansluiting, maar dat vinden we niet erg. We nemen een ijsje en ik neem een Cornetto Classico die volgens de reclame NEW is!?

Utrecht Centraal
Het fietsbalkon is overvol en er ontstaat een opstopping omdat de fiets die het verst naar achteren staat, nu eruit moet. Bovendien probeert een groot Surinaams gezelschap tegelijkerijd in te stappen, terwijl nog niet iedereen de trein heeft verlaten. De conducteur ziet het met lede ogen aan. De dames van het Surinaamse gezelschap bereiden blijkbaar een maaltijd voor en terwijl ik 8 kilo hamlappen, 4 kilo kip, 2 kilo gele rijst hoor, dommel ik weg.

Een pontje gedaan; nog 71 te gaan.


3 augustus 2013.

donderdag 20 juni 2013

Alpha, Bravo, Charlie, Delta, Echo, Foxtrot, Golf…

‘Gisteren heb ik dan eindelijk het luchtruim gekozen. Een geweldige ervaring! Heel spannend.

Ik dacht het is hetzelfde als autorijden, maar toch niet. Je hangt in de lucht ... het voelt als gewichtloosheid, maar er zit toch een heel zwaar vliegtuigje om je heen.
Na de preflight check (fasten your seatbelts) mocht ik mocht taxiën en opstijgen(!). Landen heeft de instructeur gedaan, want dat was te ingewikkeld. We hebben een rondje gevlogen van Lelystad-Zwolle-Deventer-Apeldoorn-Nijkerk-Lelystad (in een uur) op ca. 1500 foot met 100 knopen (700 meter, 185 km per uur). Over Zwolle zijn we wat lager gevlogen. En ik aldoor aan het stuur, de turbulentie weerstaan (volgens de instructeur was er geen turbulentie, maar volgens mij wel hoor). Jan en Janine in de passagiersstoelen. Helaas kwamen zij nogal bleek van de achterbank, maar ik had nergens last van.

Ik ben met een grote grijns op m’n gezicht wakker geworden. Bedankt!

Josephine’

Zo bedankte Josephine voor haar cadeau ter gelegenheid van haar x0e verjaardag: een vliegles. Een paar dagen voor onze pontjestocht was ze de lucht in gegaan.

Preflight check


Roerpedaal
Vandaag werd alles door Josephine vergeleken met haar ervaringen in de lucht. Van wervelende luchtstromen, turbulentie, vliegen op zicht, spanwijdte, kruissnelheid tot roerpedaal. Het bedienen van het roerpedaal kwam me bekend voor uit de Biggles-boeken:

‘Biggles trapte het rechter roerpedaal helemaal uit en gaf tegenstuur naar links. Het gevolg was een flinke schuiver waardoor beide piloten in hun stoel werden gedrukt toen het toestel kantelde en met de linkervleugel naar de grond wijzend bijna verticaal begon af te glijden…’

Fietspedaal
Met een vertraging van ruim 20 minuten reden we station Roermond binnen. Het eerste pontje voer om 12:15 uur. Zouden we dat nog halen? We besloten op de pedalen te gaan staan en een poging te wagen. Om 12:12 reden de Maasboulevard op in Wessem en droegen onze fietsen trap op en trap af. naar de gereedliggende boot. ‘Nee, de boot is gereserveerd voor een gezelschap. U nag wel mee, maar dan moet u de hele rondvaart meemaken en dan zijn we om 5 uur weer hier. U kunt ook wachten op de boot van 3 uur.’ We wilden wel graag voor donker thuis zijn; dus, we zagen ervan af. Bij De Knip dronken we wat met een vlaai erbij. ‘Krijg nou niks, daar komt de veerboot aan’.Haastig eten en drinken we door, maar als we zien dat er zich steeds meer mensen verzamelen en er ook nog een heleboel mensen gereed staan om de boot verlaten, gaan we rustig weer zitten. Wel vergeet ik mijn bidon, die ik gekregen heb van de ANWB als dank voor een dagje fietsen testen.

Motorveerboot ‘Stadt Wessem’

Limburgse taal
De kapitein gaat ons voor om de plaats voor de fietsen te wijzen. Tussen de resten van een ontbijtbuffet mogen we ze neerzetten. We pikken nog gauw even een mini-tompouce mee, voordat we ons op het dek begeven. Zo ‘zen’ als onze vorige pontjestocht, zo lawaaiig is het vandaag. Er wordt muziek gedraaid en iedere keer als ik m’n mond open doe, begint de kapitein te vertellen hoe breed, hoog, diep, lang of oud iets is aan de linker- en rechterzijde van de Maas.
Hij haalt ‘kennen’ en ‘kunnen’ door elkaar en zegt ‘groter als’, maar dat vergeven we hem. We zijn hier immers dicht bij Duitsland.

‘ De vlieginstructeur praatte met de verkeerstorens onderweg om kenbaar te maken dat we er waren en hoe we onze weg zouden vervolgen. Hierbij gebruikte hij het spellingsalfabet van de NAVO waarbij zoveel mogelijke gebruik wordt gemaakt van woorden die in alle gangbare talen een ondubbelzinnige letterassociatie hebben. Hoe was het ook al weer: Alpha, Bravo, Charlie, Delta, Echo…’


Limburgs landschap
Iedereen kent wel die mooie kapelletjes of kruisen op kruispunten in het Limburgse land. Precies als wij aan een boterham toe zijn, staat er een mooi bankje. Rondom staan menhirs en een kruis.



De stuw en waterkrachtcentrale Linne wordt aan het zicht onttrokken door de bomen. In de verte horen we de E9; we constateren dat je in Nederland altijd wel ergens verkeer hoort. Eenzame fietsers of echtparen op gelijksoortige fietsen en corresponderende kledij trekken aan ons voorbij over het schelpenpad.
We zien aan het begin van het maïsveld een paal met een dakje met een getal in grote letters. Waar zou dat voor zijn? Josephine weet met haar vliegervaring dat dit een aanduiding is voor sproeivliegtuigen, zodat de piloten zeker weten dat ze het goede veld met de juiste vloeistof gaan besproeien.

Wij moesten landen op baan 23 en dat is niet zomaar een nummer; het geeft het aantal graden aan waarin de baan ligt en zo weet je hoe je hem moet aanvliegen.’

IJsje
Nadat we anderhalf uur in de trein naar graffiti hadden zitten staren waar het woord ‘ijs’ in voorkwam, waren we hard aan zo’n versnapering toe. 

Op station Utrecht Centraal wist Josephine een goede ijstent. Terwijl we verschillende treinen voorbij lieten gaan, likten we langzaam aan ons ijsje.

Een pontje gedaan; nog 72 te gaan.

16 juni 2013.

woensdag 15 mei 2013

Zen


Ik druk op de knop met de pijl naar ons toe. Aan de overkant wordt de loopplank volautomatisch ingehaald. Verder gebeurt er niets. Geen beweging. Als een ongeduldige Randstedeling druk ik nog een keer op de knop. Warempel, het maakt zich van de kant los. Langzaam maar gestaag komt hij onze kant op. ‘Ik denk dat we de trein van 5 over 4 niet gaan halen,’ zegt Josephine. Halverwege vindt er ineens een versnelling plaats. We zien de kabels aan onze kant sneller lopen. Het aanleggen duurt nog zo’n 2 minuten. We gaan aan boord. Josephine drukt op de knop met de pijl de andere kant op. De loopplank wordt opgehaald. Ha, dat is het geheim: ‘nadat de loopplank is opgehaald, nog een keer op de knop drukken’ luidt de instructie. Ik was dus niet ongeduldig; het was gewoon technisch inzicht. Terwijl we over de reling hangen, ploegt het pontje zich door de golven. Aan de overkant gaat weer automatisch de loopplank naar beneden. We stappen aan wal en weer aan boord. Op de terugreis stelt Josephine vast dat dit pontje toch wel heel erg Zen is.




Een druk op de knop zet het pontje in beweging

Een kort asymmetrisch kapsel
Op de waarschuwing dat het wel laat zal worden, krijg ik thuis de reactie: ‘Maar ik wil wel voetbal zien.’ Ik ontmoet Josephine op het perron van Gouda. Vanuit de verte zie ik al het korte asymmetrische rode kapsel zoals we dat nog kennen uit de jaren tachtig. Josephine is een echt jaren-tachtig-kind waarvan gezegd werd dat hun vooruitzichten hopeloos waren met de oplopende jeugdwerkeloosheid, maar het is helemaal goed gekomen met haar en haar generatiegenoten.
Na een treinreis van 2 uur arriveren we in Ommen en we drinken eerst wat in de stationsrestauratie ‘Spoor 7’.

Alleen op de wereld
Over romantische bospaadjes in het Zeesserbos, Junnerveld en Beerzerveld bereiken we Mariënberg. Het lijkt wel of we alleen op de wereld zijn.
Het korte asymmetrische rode kapsel van Josephine steekt mooi af tegen het groen.

Altijd maar weer zoeken naar het pontje
Eerst maar eens soep met een boterham. Verder gaat het door het Bentinkbos, de Boswachterij Hardenberg en door Hardenberg heen rijden we richting Gramsbergen. Maar waar is het pontje nu? In het Engelandse Bos zien we eindelijk een detailkaart en we constateren dat we aan de verkeerde kant van de Vecht zijn. De afgedamde Vecht ligt precies aan de andere kant. Dan maar door naar Gramsbergen en aan de andere kant terug naar Hardenberg. Josephine had uitgerekend dat we maar niet door de 32 kilometer-grens kwamen met onze tochten. Nu, vandaag lukte dat uitstekend.

De Loozensche linie
De Loozensche Linie was een verdedigingswerk uit de tijd van Napoleon, bedoeld om de Bataafse Republiek te beschermen. Van de linie zijn nog enkele herkenbare delen overgebleven, zoals een gedeelte van een bastion, waterstructuren en een overblijfsel van een voormalige meander. Over deze meander vaart ons doel van vandaag volautomatisch.




Die apps zijn handig, maar je moet natuurlijk wel goed kijken
Op de app van de NS hebben we gezien dat we op station Zwolle 8 minuten hebben om over te stappen op de intercity naar Den Haag Centraal. Ik moet dan in Gouda overstappen op de sprinter naar Capelle Schollevaar. De lift komt tergend langzaam naar beneden op spoor 15; we lopen naar spoor 3,4,5 en gaan traag naar beneden. De dubbeldekker staat al klaar en het fietsbalkon is naast de lift. We stappen snel in om te constateren dat er al 6 fietsen staan. We zetten de fietsen los neer en gaan op de trap zitten. ‘Gek, dat hij om 16:45 vertrok; ik had op de reisplanner gezien dat hij om 16:48 zou vertrekken.’ We vergelijken onze uitkomsten van de reisplanner op onze telefoons. ‘Waarom heb jij nu spoor 3 staan en ik spoor 5?’ vraag ik. Josephine kijkt naar buiten en constateert droog: ‘We zitten op de Hanzelijn, die via Lelystad naar Den Haag gaat.’ Nu gaat het mij dagen; de lift ging naar perron 3, 4 en 5 en we namen aan dat de gereedstaande trein de goede was. Maar we hadden ons al hier moeten splitsen. Josephine naar perron 3 en ik naar 5. Geen nood, we kijken waar de aansluiting op deze lijn is, naar Rotterdam. Dat is Duivendrecht. Eigenlijk is dit ook wel weer heel erg zen; we laten de dingen gewoon gebeuren. Rechts zien we de Oostvaardersplassen met zijn on-Nederlands landschap: ruige grasvlaktes en de wilde heckrunderen, konikpaarden en edelherten.
Na kwartier wachten in Duivendrecht kan ik in een praktisch lege sprinter stappen. Thuis staat mijn portie avondeten klaar; ik hoef het alleen maar op te warmen. Ik eet onder de klanken van gefnuikte of gehaalde doelen aan het eind van het voetbalseizoen.

Een pontje gedaan; nog 73 te gaan.

15 mei 2013.

maandag 8 april 2013

Amstelland gruttoland


‘Als er ergens geen sloot is, ben ik al op vakantie’ zegt schrijver Gerbrand Bakker in Benali Boekt. Sloten waren nu net ons doel van vandaag. In de Bovenkerkerpolder tussen Amstelveen en Uithoorn liggen 2 pontjes op ons te wachten: De zelfbedieningskabelveerpont ‘Maria Johanna Petronella en een naamloze.

Als ik op station Nieuwerkerk aan den IJssel uit de lift stap, vraagt een vrouw ‘Bent u van de mannekes?’ ‘Nee, als ik al iets ben, is het van de vrouwkes,’ antwoord ik. ‘Aan de andere kant van het station staat een vrouw met een fiets te wachten op een vriendin.’ ‘Mijn vriendin ontmoet ik pas in Gouda.’
De liftdeuren gaan weer open en er komt een vrouw met een fiets uit. Dezelfde vraag wordt herhaald. ‘LIA!!!!!!!!!!!!, je staat aan de verkeerde kant,’ is de reactie. Een zwak antwoord duidt erop dat Lia het heeft gehoord. Een andere vrouw voert de spanning nog verder op: 'De trein komt er al aan.' Lia kan rechtstreeks van de lift de sprinter in lopen. Op het fietsbalkon treffen we een allegaartje van fietsen kris kras door elkaar aan.


Josephine komt daar nog eens bij in Gouda.

De Waver
In Abcoude rijden we over de A2 heen naar het riviertje De Winkel, die we volgen. De Winkel mondt uit in De Waver. Waver komt, volgens mijn Plaatsnamengids van het Engelse to waver (wankelen, heen en weer gaan). In dit geval wordt verwezen naar het kronkelen van het water. We meanderen mee met de bochten van het riviertje en we verbazen ons erover dat we nog niet eerder van dit watertje gehoord hadden. Bij een rustiek bruggetje stoppen we voor soep en een boterham.



De Amstel
Die kennen we wel. In 2006 hebben we hier al verschillende pontjes gedaan. Het pontje bij Nessersluis doen we nog een keer.

Bovenkerkerpolder
We weten dat de pontjes in een sloot in een weiland liggen. We bereiden ons voor op een lange zoektocht en eventueel wat loopwerk. Dan zien we echter een vrouw met twee honden lopen. Die moet hier goed thuis zijn. Jawel, ze weet waar ze liggen en ze wijst hoe we er kunnen komen. Ze vermoedt dat het eerste pontje er niet ligt, omdat die naar een broedgebied van vogels leidt en het broedseizoen is begonnen. Over het tweede pontje is ze verbaasd dat die op de website van de Vereniging van vrienden van voetveren staat. Het is nl. een privé-pontje van een boer. Het wordt ook wel het liefdespontje genoemd, volgens haar. Ik vergeet te vragen waarom.

Het pontje naar het vogelbroedgebied
Uit de verte zien we hem al liggen. Bij aankomst blijkt dat de kabel bediend moet worden met een zogenaamde klos



De klos houd je onder een zodanige hoek dat hij zich vastklemt en dan kun je de kabel strak trekken. Dit hefmechanisme zorgt ervoor dat je niet veel kracht hoeft te zetten. We hebben dit systeem vaker gezien, maar dan waren het altijd bemande pontjes. Nu mochten we het zelf doen. Aan de overkant kunnen we niet verder en we varen weer terug.

Het pontje Maria Johanna Petronella
We volgen de aanwijzingen van de hondenuitlaatster op en rijden richting Uithoorn. En jawel, daar ligt hij: de liefdespont. We stappen aan boord; de sloot is zo smal dat we door ons opstappen al voor zoveel beweging zorgen, dat het pontje meteen aan de overkant is. In de verte zien we een boerderij.

 Vlakbij is een bankje waar we thee drinken en een kokosmakroon eten, ondertussen peinzend hoe deze pont aan zijn naam ‘liefdespont’ komt. We komen er niet uit. Hij ligt in the middle of nowhere. Dat is een pre. Maar erg beschut ligt hij niet. Een verliefd stel zoekt toch wel enige beschutting?
Verderop zien we een mobiele vogelkijkhut. Zou dat het eigenlijke liefdesnest zijn?

Gruttoland
Amstelland waar we nu zijn, wordt ook wel gruttoland genoemd. We hebben verschillende grutto’s gezien en gehoord; op een gegeven moment streken er twee pardoes naast ons neer.




 Met dank aan www.beschermersamstelland.nl. 

Het is duidelijk dat de mobiele vogelkijkhut wordt gebruikt door serieuze vogelaars.

Vintage cars
In plukjes van drie komen ons oude Austins, Humbers, MG’s en andere oude modellen tegemoet rijden. Bij het pontje over de Nessersluis begrijpen we waarom het er iedere keer drie zijn. Zoveel gaan er op de pont.

Eierkoeken
Sinds Sonja Bakker de eierkoek als gezond tussendoortje heeft aanbevolen, zijn ze niet aan te slepen. Nu komt Sonja uit Avenhorn (Noord-Holland bij Hoorn), dus ik begrijp wel dat deze veerman zijn provinciegenoot wil ondersteunen.

WC
In het begin waren we nog horecagelegenheid tegengekomen, maar nu al uren niet meer. Dus maar aan mensen die voor het huis in de zon zaten, gevraagd of ik daar naar het toilet mocht. Dat was goed. Op het toilet trof ik een klein computertje aan waarmee je Yahtzee kan spelen. Nooit eerder gezien. Terug bij Josephine zei ik: ‘Ik weet wat we kunnen gaan doen als we klaar zijn met de pontjes. We gaan bij mensen aanbellen of we naar het toilet mogen en we kunnen dan de trends op toiletgebied beschrijven.’ Josephine kijkt sceptisch.


Terug naar huis
Via andere knooppunten dan op de heenweg keren we weer terug naar station Abcoude.
Onze eerste tocht weer sinds een paar maanden. Februari ging niet door vanwege de sneeuw. In maart was Josephine ziek. We hadden geen mooiere dag kunnen kiezen. Sinds lange tijd was het boven de 10 graden en scheen de zon.

Twee pontjes gedaan; nog 74 te gaan.

7 april 2013.

maandag 14 januari 2013

Vriendelijkheid


‘Vaart op afroep’ staat er bij de beschrijving van het pontje over de Ringvaart Haarlemmermeer. Ik bel op om onze komst aan te kondigen en de vrouw aan de telefoon zegt: ‘Oh, dan bouwen we hem wel even op.’ Ik wist niet wat ik me daarbij moest voorstellen. 
Ik vraag nog even of Badhoevedorp een treinstation heeft. ‘Nee, Amsterdam Lelylaan is het dichtstbijzijnde station’. Ik vraag of ik onze komst zondagochtend nog even moet bevestigen, maar dat is niet nodig. Josephine meldt per e-mail dat we het beste Amsterdam Sloterdijk kunnen nemen. Dan hebben we allebei een rechtstreekse verbinding.

Als ik om half negen op de fiets zit, zie ik dat de sloten zijn bevroren. Ik troost me met de gedachte dat de Ringvaart nog niet bevroren zal zijn. Het is 0°C en ik heb wind tegen, maar ik verheug me al op ‘voor de wind’ als ik vanmiddag terugkom. Het is glad op het perron, maar iedereen komt zonder vallen aan boord van de Sprinter. Het is druk.

Op station Sloterdijk komen Josephine en ik tegelijk uit een lift. We hebben nog alle tijd: het theehuis de Akermolen gaat pas om 12:00 uur open. In de Starbucks op het station nemen we koffie respectievelijk chocolademelk. En natuurlijk wat lekkers erbij.
We hebben allebei een oude plattegrond van Amsterdam bij ons en samen met het Google-maps-plaatje op de website van de Vrienden van de voetveren vinden we de plaats waar het pontje waarschijnlijk ligt.
Lekker doorgewarmd stappen we op de fiets. Regelmatig moeten we stoppen om op de kaart te kijken of hem te draaien.

Hoe dichterbij we denken te komen, hoe minder de straatnamen op onze verouderde kaarten staan. De Akersingel geeft ons hoop dat we het doel beginnen te naderen. En ineens is hij daar: Theehuis de Akermolen De pont ligt met een grote ketting vast en het hek is op slot. Oei, dat ziet er niet goed uit.

Ik maak me bekend bij de gastvrouw en spreek m’n verbazing erover uit dat het pontje niet ‘vaargereed’ is. ‘Oh, bent u dat? Maar ik dacht als u van de kant van de stad komt, hebt u het pontje niet nodig.’ Dat is waar. Ze heeft natuurlijk helemaal gelijk. Nodig is het niet. Ik besluit toch nog een poging te wagen en ik leg uit wat onze queeste is: ‘Alle pontjes van Nederland doen.’ ‘Nou, ik zal kijken wat ik voor u kan doen.’ Benieuwd wachten we af. De poffertje smaken ondertussen heerlijk.

Ineens duikt er een jongeman op die vraagt of we nog steeds willen overvaren. Wij bevestigen het, maar zeggen er voor alle zekerheid bij dat we heen en weer willen varen. Dat is geen probleem. ‘Ik ga nu de pont in orde maken.’ Even later zien we hem met een accu en een buitenboordmotor sjouwen. ‘Hij is klaar voor jullie.’ We lopen met hem mee en we krijgen een privé-overtocht en we voelen ons de koning te rijk.

Motorveerboot ‘CoCoBo, het varende terrasvlot,’ over de Ringvaart Haarlemmermeer

Het is een zogenaamd varend terras. Op tal van tot de verbeelding sprekende, verrassende manieren zijn ze in te zetten. Uitgerust met een speciale tent zijn ze als kampeervlot uniek. Het kan ook een varend verlengstuk zijn van een tuin of varende steiger aan huis of bij de woonboot. Zo’n pontje hebben we nog niet eerder mee gevaren.

Aan de overkant aangekomen, vraagt de schipper: ‘Nu, willen jullie zeker aan land stappen?’ Dat had hij goed aangevoeld. Het Pontjesreglement schrijft voor dat aan de andere kant voet aan wal gezet moet worden. We volbrengen de procedure en varen weer terug. Nadat we hem en de gastvrouw hebben bedankt, fietsen we langs een andere route naar Sloterdijk.

Een bijzondere ervaring: een pontje dat speciaal voor ons vaart!

Nog 76 te gaan.

13 januari 2013.