maandag 13 juni 2011

Planken


Nederland is massaal aan het planken. Vijf jaar nadat een groepje Australische jongeren planking ofwel “The lying down game’ uitvond, gaan ook hier mensen strak als een plank stil liggen op een onverwachte plek: boven op een ambulance, in het vriesvak van de supermarkt, op de uitgiftebalie van een snackbar. Zouden ze het ook al bij een pontje gedaan hebben? Ik besloot het in ieder geval vandaag te doen.

Met de trein zouden we ruim 3 uur onderweg zijn naar Meppel wegens werkzaamheden aan het spoor. Maar om 2 minuten over 11 stonden we dan toch op perron 3 in Meppel.

Via Wanneperveen, een lintdorp, waar maar geen eind aan leek te komen, reden we met links en rechts water, de Beulaker Wijde, naar St. Jansklooster, waar zich het Bezoekerscentrum De Wieden bevindt. Daar liggen drie veerponten, in het Laarzenpad, een wandeling langs weilanden, moerasbos en rietlanden. Vooraf hadden we al vastgesteld dat het overvaren van één pontje in dit pad, geldt voor drie.

‘Neem schoenen mee voor de wandeling,’ had ik Josephine gewaarschuwd, want zij heeft van die speciale schoenen, die je op je trapper kunt klikken voor meer grip, maar daar loop je niet lekker mee. Josephine was nog bezig haar wandelschoenen uit te pakken, toen ik erachter kwam dat het maar 50 meter lopen was naar het eerste pontje. Nu dat kan ook wel met de fietsschoenen. De pont lag al aan onze kant en het natte touw lag op het dek. ‘Ik ga niet in die nattigheid planken,’ zei ik tegen Josephine. Op de houten veerstoep aan de overzijde vond ik een mooi droog plekje en daar ben ik vereeuwigd als een plank.

Toen we terugvoeren, filmde een man ons en ik vertelde hem dat hij zojuist twee beroemde mensen had gefilmd. Hij was onder indruk en beloofde het korte filmpje op te sturen.



De aankondiging Blokhuizer brok (speculaas met honing) konden wij niet weerstaan, maar de brok lag – achteraf bezien – toch wel erg zwaar op de maag.
Met een ruime bocht aanvaarden we de terugtocht naar Meppel. Wederom prachtige natuur en in het dorpje Belt-Schutsloot leek het wel of we in Giethoorn reden: een smal paadje met smalle bruggetjes naast het water. Voortdurend werd ons ijs aangeboden, maar wij bezweken pas toen er ook aardbeien met slagroom bij werden aangeboden. En het was echte slagroom. Bovenop de Blokhuizer brok gaf dit een stevige bodem in de maag; wij verwachtten dan ook dat we ons brood niet meer zouden opeten. Hoe anders zou het lopen!

Even voor vieren zaten we in Meppel in de trein tevreden terugkijkend op de dag; we wisten dat we nog 3 uur moesten reizen. Overstappen in Deventer, voor mij overstappen in Amersfoort. Net toen ik uit wilde stappen, werd er omgeroepen dat wie over Gouda moest reizen, moest blijven zitten. Er was geen treinverkeer mogelijk bij Gouda. Toch nog maar een boterham. Doorrijden naar Schiphol. Op Schiphol overstappen naar Rotterdam Centraal. Ik fietste naar het Eendrachtsplein en daar volgde de mededeling dat de metro niet verder ging dan Kralingse Zoom en dat je daar op een pendelmetro naar Capelse brug (overstapstation) kon overstappen. Bij Kralingse Zoom bleek dat de eerste metro pas over 27 minuten zou komen. Eerst een boterham en dan maar naar huis fietsen. Om 5 voor 8 stapte ik het huis binnen, hetgeen mijn man de opmerking ontlokte: ‘Je bent nu bijna 12 uur van huis geweest!’ Maar… we hadden ons doel gehaald.

Virtueel nog 25 te gaan.

12 juni 2011

dinsdag 17 mei 2011

Zalig zijn de onwetenden

Op station ‘s Hertogenbosch voelden we dat koning voetbal regeerde, toen we tussen de Ajax-fans door slalomden, maar wij waren op weg naar: Het Heerlijk Veer over de Maas. Mijn man had mij al gewaarschuwd: ‘Ik wacht niet met eten op je en om 7 uur ga ik naar Studio Sport kijken, ongeacht of jij thuis bent.’ Ik was benieuwd of hij onwetend kon beginnen met kijken. In deze informatiemaatschappij kun je toch onmogelijk onkundig blijven van de uitslag van Ajax-Twente?

Bij het uitzoeken van het te bevaren pontje raadpleeg ik mijn onovertroffen Excel sheet waarin ik heb aangegeven wanneer welk pontje vaart. Zo onovertroffen was het toch niet, constateerde ik toen bleek dat een bepaald pontje niet voer in het broedseizoen. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt namelijk per soort. Maar in dit geval was het van 4 april tot 30 mei. Met behulp van hetzelfde spread sheet kon ik snel een alternatief vinden voor vandaag.

iPhones
Werkzaamheden aan het spoor zorgden ervoor dat wij niet rechtstreeks naar het dichtstbij gelegen station – Nijmegen – konden reizen. Zodoende kwamen wij op station ’s Hertogenbosch terecht. Via Rosmalen, Nuland en Geffen arriveren we in Oss en de teller geeft 20 kilometer aan. Ha, we mogen koffie respectievelijk thee (zonder appelgebak!). De helft van het terras zit te turen naar het scherm van een iPhone of lookalike, maar uiteindelijk verdwijnen deze om plaats te maken voor conversatie met elkaar. Josephine haalt de hare tevoorschijn om haar nieuwe fietsknopen-app(licatie) van de ANWB te laten zien:

Schermafdruk van de fietsknooppunten app op de iPhone

Josephine legt de iPhone op haar stuurtas onder de doorzichtige bovenkant. ‘Hoe houden we nu het scherm actief? ‘Door de hobbels in het wegdek?’ suggereer ik. Nee, het scherm gaat iedere keer uit en we besluiten gewoon met de papieren kaart verder te gaan. Nader onderzoek is vereist.

Het Heerlijk Veer
In Demen vinden we snel de veerstoep, de veerbaas heeft ons al gezien en komt ons snel ophalen. We zijn de enigen op het veer. Ik vraag hoeveel mensen er vandaag zijn geweest. ‘Honderd,’ is het antwoord. ‘Vorige week hadden we er vierhonderd, maar toen was het erg mooi weer.’ Ik informeer nog naar de lage waterstand en daarop antwoordt de veerbaas: ‘Op de Waal liggen alle pontjes eruit’. Een prachtige zin en ik herhaal hem voor mijzelf nog even. Ik houd van vaktaal. Zo ben ik nooit de conference Dienstmededelingen op het Centraal station van Wim Sonneveld (tekst: Simon Carmiggelt) vergeten: ‘Rangeerder Havermans, het plok is over’.

Genoeg gemijmerd, er moet weer gefietst worden. Nijmegen halen we niet meer, dan maar naar Wijchen over de Maasbandijk. Een meisje op de racefiets houdt ons aan: ‘Welke kant op is Utrecht?’ Josephine wijst welke kant ze op moet. Het meisje reed zonder enig navigatiemiddel, papier noch elektronisch. Ah, die bestaan dus nog!

Geen hond in de pot
Om 10 voor 7 stap ik het huis binnen en vind ik lauwe aardappelen, rabarber en een balletje gehakt op het aanrecht. Dit is dè gelegenheid om uit te vinden hoe je een bord eten verwarmt in de oven: Op een bord scheppen, folie eroverheen, gaatjes erin prikken, ‘auto verwarmen’ kiezen, ‘bord eten’ selecteren en na ruim 2 minuten heb ik een heerlijke prak. En mijn man zit ondertussen met veel ah’s en oh’s te genieten van de samenvatting van de wedstrijd om het kampioenschap. De presentatoren van Studio Sport spelen mee; ze verraden de uitslag niet. Dus ja, het kan.

15 mei 2011

zondag 17 april 2011

Een (s)lome pontjestocht over de Dommel

Een van onze gouden regels is: Drink nooit koffie voor de eerste 20 kilometer is afgelegd. Toen we na ruim 10 kilometer fietsen in Moergestel een bord zagen 'Koffie met appelgebak' en wij gelijktijdig in onze remmen knepen, wisten we dat er vandaag niet veel kilometers gefietst zouden worden.
Even later zaten we eerste rang, toen er een colonne van 2-takt-auto’s voorbij reden. Misschien hadden we dit voorvoeld en waren we daarom gestopt.

Kampina
Vervolgens fietsten we door het natuurgebied Kampina dat een onderdeel is van Het Groene Woud, een omvangrijk Nationaal Landschap in de driehoek Tilburg, Eindhoven en Den Bosch. Kampina is een echt Brabants natuurgebied met afwisselend droge en natte heide, bossen, beken en vennen.

St. Janspontje
In Liempde aangekomen, vonden we snel het wandelpad Ommetje Maai, waarin het St. Janspontje moest liggen. We volgden de aanwijzingen en na enige tijd stuitten we op het pontje, dat, zoals we gewend zijn, aan de overkant lag. Tevergeefs trok ik aan het touw. Josephine ontdekte dat je gewoon met je volle gewicht aan het touw moest gaan hangen. Na verloop van tijd nam ik het over. Ineens verscheen er een gespierde arm in mijn blikveld en samen maakten we het karwei af. Mannen nemen graag het voortouw en wij laten ons dat lekker aanleunen. Aan de overkant gekomen, moesten we natuurlijk weer verklaren waarom we ook weer terug gingen. Twee mannen met hun elektrische fietsen bleken te willen overvaren. Het duurde enige tijd voor ze het mechanisme begrepen. Josephine en ik keken elkaar aan: ‘Dat begrijpen mannen toch meteen?’

Inmiddels was het half vier geworden en besloten we niet meer naar Tilburg te fietsen, maar naar Boxtel te gaan. Josephine zocht op haar i-Phone de vertrektijden op. De eerstvolgende trein zouden we kunnen halen. In Boxtel volgden we de borden P+R naar het station, maar Josephine haar gevoel zei dat het niet klopte en toen was ineens de vertrektijd van de trein verstreken. Dan gaan we nog maar op een terrasje zitten. We wilden een ijsje, maar ze hadden alleen een Dame Blanche. Ik houd niet van chocoladesaus, maar er waren nog geen vruchten, volgens de serveerster. Dus werden het twee Dames Blanche, waarvan de mijne zonder saus.

Gelukkig zijn, kun je leren
Dat het een lome dag zou worden, was al bekend op het eerste terras, maar uiteindelijk hadden we toch nog 43 kilometer gereden en ons beoogde pontje gehaald.
Voor mijn scriptie ben ik het boek Gelukkig zijn, kun je leren aan het lezen en daar kwam ik dit overzicht tegen:
Vier middelen om genoegens te versterken:
- trots
- bedanken
- zich verwonderen
- zich verwennen

Volgens mij hebben wij deze vier middelen allemaal gebruikt gisteren, vooral het laatste. We zijn elke keer weer dankbaar dat we samen deze hobby mogen en kunnen uitoefenen. We verwonderen ons telkens weer over de mooie natuur in Nederland. Elk pontje dat we weten te vinden en dat ook nog vaart, maakt ons trots.
Ergo, pontjestochten maken ons gelukkig.

Virtueel nog 27 te gaan.

17 april 2011

zondag 27 februari 2011

Wel of geen oortjes?

De deelnemers aan de Omloop Het Nieuwsblad gingen zaterdag toch zonder de veelbesproken oortjes van start. Zondag leg ik de vraag voor aan Josephine: ‘Wel of geen oortjes?’ ‘Daar moet een ledenvergadering voor belegd worden,’ antwoordt ze ad rem. Die konden we meteen gaan houden; alle leden waren immers aanwezig. We kwamen al snel tot de conclusie dat we ze niet nodig hebben. Bij richtingverandering gaat gebaar voor wat er gezegd wordt. Beiden hebben we moeite met links en rechts. Als Josephine zegt dat we naar rechts gaan en ze wijst naar links, bedoelt ze links. Bij een bord ‘Koffie met appelgebak’ krijgen we allebei prompt een Pavlov-reactie: we stoppen en gaan het desbetreffende etablissement binnen. Verder valt er niets te communiceren.

Zegveld
Bij 5ºC, windkracht 6 en onophoudelijke regen verlaten we station Woerden om naar de Woerdense Verlaat te rijden. Heen zullen we tegenwind hebben en dus terug voor de wind. De enige verandering is dat de wind zal draaien van Noordwest naar Noordoost. Na 6 kilometer komen we in Zegveld aan en de plaatselijke snackbar is nog niet open. In de luwte van de bar drinken we een beker thee; tenminste dat was de bedoeling, maar Josephine maakt een inschattingsfout met haar heupen bij het zitten gaan en de thee valt om. De rest delen we.

Woerdense Verlaat
In het plaatsje Woerdense Verlaat gaat net de kerk uit. Ik riskeer dat ik met pek en veren wordt bedekt en vraag waar het pontje is. De vader staat me te woord met een vriendelijke twinkeling in zijn ogen: Terug naar de Uitweg en dan halverwege zullen we het Pietersenpad zien, waar het pontje aan ligt. Ik haal eerst Josephine op, die al is doorgereden en samen rijden we weer terug. Maar ja, wat is halverwege? Is de weg 5 of 10 kilometer lang? Even later fietsen we hem lopend met zijn gezin voorbij en ze zwaaien vrolijk naar ons. Toch niet zo’n zware kerk? Maar ze lopen wel!

Pietersenpad
In het pontjesreglement staat dat we de veerstoep fietsend moeten kunnen bereiken. Ik schat dat het een paar honderd meter lopen is naar het pontje. ‘Dan is dit gewoon een heel lange veerstoep,’ zegt Josephine gedecideerd. Het is fijn dat het vereiste quorum voor een beslissing altijd aanwezig is.
Het touw hangt in het water en ik vis het op en haal het pontje naar ons toe. De ganzen aan de overkant vliegen al gakkend op.’Komt dat door ons?’ vraagt Josephine. ‘Ik ben bang van wel.’ We varen heen en weer.



Mijn handschoenen waren al nat, maar ik heb nu het gevoel dat er een liter water is bijgekomen.
In een bushokje eten we een boterham met een Cup-a-soup. Bij de bushalte is een tijdelijk stoplicht en de mensen in de auto’s reageren wisselend op ons, getuige hun gezichten: van ‘die zijn gek’ tot ‘wat gezellig zien die twee eruit’.

Voor de wind
In de helft van de tijd, die we voor de heenreis nodig hadden, zijn we weer in Woerden. Bij een café in de buurt van station Woerden drinken we wat. Als het water in onze schoenen lauw is geworden, voelen we ons voldoende gesterkt om onze weg te vervolgen.

Virtueel nog 28 te gaan.

27 februari 2011

De iPhone

Met de woorden ‘Als ik niet met je had afgesproken, was ik niet mijn bed uitgekomen’, begroette Josephine mij aan de achterkant van het Centraal station in Amsterdam. Ik had ook al niet zo’n zin om me geweldig in te spannen; dat kwam dus goed uit. Om die reden had ik ook 2 pontjes bij elkaar uitgekozen.
Het IJveer 50, één van de veerponten die de veerdienst tussen de Houthaven en de Van Riemsdijkweg onderhoudt, was de eerste. Na vertrek draaide de pont meteen en Josephine dacht dat we weer terugvaarden. Ik was ook mijn richtingsgevoel kwijt, maar we wilden tocht heen en weer varen. Dus het maakte niet uit. Bij vertrek aan de overkant draaide hij weer.

Nog steeds een beetje duizelig hebben we Google maps op de gloednieuwe iPhone van Josephine geraadpleegd om ons te oriënteren.

De Rijkspont 9 zou ons over het Noordzeekanaal voeren naar het Hembrugterrein, maar het bleek de Rijkspont 8 te zijn. Aan de overkant fietsten we naar Zaandam, waar we zolang op onze 2 drankjes hebben gezeten, dat ons werd gevraagd of we nog iets wilden bestellen. Toen zijn we maar opgestapt en naar het station gereden. Uiteindelijk stond er 24,4 kilometers op de teller toen ik thuis arriveerde.

Maar, we hebben het quotum voor vandaag gehaald; virtueel nog 29 te gaan.

14 november 2010.

dinsdag 28 september 2010

Hollywood aan de Rotte

Voor Hollywood zijn Josephine en ik niet in de wieg gelegd. Voor TV West hadden wij echter voldoende talent, bleek afgelopen zondag. Sanne Vermaas, freelance journalist bij TV West, reed een dagje met ons mee om onze avonturen vast te leggen. Het was al begonnen bij Josephine in huis, waar zij een boterham moest smeren en heet water maken.

De ontmoeting
Bij station Rotterdam Alexander werd de ontmoeting in scene gezet. Ik moest opnieuw komen aanrijden en vanaf het NS-logo werd ingezoomd op mij en vervolgens op de fietskaart met het pontje over de Rotte. Een voorbij denderende metro zorgde ervoor dat alles opnieuw moest worden opgenomen. Via wat opbrekingen kwamen we bij de Rotte aan en daar kregen we de regieaanwijzing om alvast wat vooruit te fietsen. Bij een volgende bocht moesten we juist weer wachten om ‘spontaan’ te komen aanrijden.

Over een bruggetje stond een bankje voor de gebruikelijke boterham met soep. Ook Sanne had een boterham – met pindakaas- bij zich. Sanne stelde als een echte journalist vragen over onze tradities tijdens onze pontjestochten, hoe we op het idee waren gekomen om alle pontjes van Nederland te doen en waar wij zoal over praten tijdens het fietsen. Een overkomend vliegtuig verstoorde de take en hij moest opnieuw, maar gelukkig hoef je niet precies hetzelfde te herhalen.

Inmiddels had de grijze lucht plaats gemaakt voor veel blauw met vriendelijke witte wolkjes. Op de camera moest zelfs een zonnekap geplaatst worden.

Veerpont ’t Verlaat op zonneënergie
Op 5 oktober 2008 waren we hier ook al geweest, maar toen voer het pontje niet omdat het zo regende en waaide. Ineens zagen we in de verte het zonneveer ’t Verlaat varen. Gelukkig, we komen niet voor niets.

Eerst werden we op de rug gefilmd toen we het pontje opgingen. Daarna moesten we er weer af en opnieuw de pont op, nadat Sanne er eerst zelf op was gegaan. ‘Hé, een Santos-fiets riep de veerbaas enthousiast naar Josephine.’ Zijn zoon had een fiets van hetzelfde merk.
Sanne bleef op het pontje filmen en de pontjesbaas werd helemaal enthousiast toen hij van onze missie hoorde. Promotors van pontjes mogen gratis overvaren, vond hij. Dat was de eerste keer dat ons dat overkwam! De charme van Sanne zal daarbij wel geholpen hebben.

The end
Aan de overkant ronden we de pontjestocht af met het noteren van de datum bij het desbetreffende pontje in het Verenboekje van de Vereniging Vrienden van de voetveren en het omkringelen van het pontje op de bijbehorende landkaart. Ons doel van het volgende pontje werd ook meteen vastgelegd: Kamerik.

Later vraagt Sanne ons nog waarom we pontjes zo leuk vinden. ‘Rust en de natuur’ waren de sleutelwoorden in ons antwoord.

Eindelijk kan Sanne haar camera opbergen in haar fietstas, zodat ze onbelemmerd kan fietsen. Even later schiet me te binnen, dat we nog helemaal geen foto van haar hebben. Dat halen we nog even in.



Op 7 oktober 2010 gaat Sanne monteren en we krijgen nog te horen wanneer het wordt uitgezonden. Van de hele middag filmen, blijft slechts anderhalve minuut over.

Naast een gezellige dag met veel op- en afstappen, was het ook een leerzame dag. Je krijgt veel meer waardering voor de korte shots, die je op televisie ziet en toch een verhaallijn hebben. Buiten deze ervaringen hebben we ook nog ons doel gehaald:

Virtueel nog 31 pontjes te gaan.

26 september 2010.

vrijdag 27 augustus 2010

Nij Beets

‘Wilt u niet meer naar Nij Beets komen met waxinelichtjes en beertjes?’ Met dit verzoek via de media probeerde de inwoners het ramptoerisme naar hun woonplaats in te dammen.
Als pontjesbedwingers kom je overal en nu moesten wij aan het begin van ons pontjesweekend toevallig in Nij Beets zijn voor de zelfbedieningskettingveerpont over de Nieuwe Vaart. Wij waren slechts geïnteresseerd in het Sudergemaal waar het pontje vlakbij ligt. Bovendien behoren beertjes of waxinelichtjes niet tot onze vaste uitrusting. Wel hebben we altijd bij ons: regenkleding, hoofddeksels tegen zon of regen, reservebanden, de geldpot, pleisters, uierzalf, water en brood.


De Koperen Tuin
Het weekend was vrijdagochtend begonnen in Leeuwarden bij de Prinsentuin, bekend als De Koperen Tuin uit de gelijknamige roman van Simon Vestdijk. Een romantisch pontje met een houten huisje erop. Die stond al heel lang op mijn verlanglijstje.

Warga, Wartena, Eernewoude, Tijnje, Akkrum, Nije Schouw
Onder het fietsen overschrijden we veel gemeentegrenzen en de grenzen van steden, dorpen en gehuchten. Ik denk vaak: “Wat zou die naam eigenlijk betekenen?” Vervolgens vergeet ik het weer. Deze keer had ik goed opgelet, omdat we een paar keer ‘war’ tegenkwamen: ‘Laaggelegen weiland’ betekent dat. In Warga eten we een boterham bij het beeldje van Afke’s tiental.
Van Wartena voeren we met de veerpont De Oerhaal naar Eernewoude (het woud van Arend).
Door De Alde Feanen (De Oude Venen) met zijn meren, veenplassen, petgaten, rietlanden, ruigten, struwelen en moerasbossen fietsen we via Nij Beets naar Akkrum waar we met de motorveerpont over Het Deel varen. Inmiddels hebben we een paar buien op onze kop gehad.
Als we om een uurtje of zes bij het hotel arriveren, hebben we 66,6 kilometer erop zitten.

Met een uurtje zijn we weer terug!
Nadat we vrijdag 4 pontjes hadden gedaan, zei Josephine ’s ochtends aan het ontbijt: ‘Ik heb eens op de kaart gekeken en ik denk dat we in een uurtje weer terug in het hotel zijn.’
Toen we de printjes van de website van Vrienden van de voetveren er eens bijhaalden, bleek dat er voor vandaag 6 pontjes op de rol stonden en geen 2, zoals Josephine meende.
In de jachthaven laveerden we met de zelfbedieningskettingveerpont tussen de jachten door. Over een mooi schelpenpaadje bereikten de motorveerpont ‘Oudeweg’ om de Noorder Oudeweg over te steken naar Zeilboerderij Rufus. Met het ongeduld van een randstedeling wachten wij op de koffie, ondertussen in de gaten houdend of de pont niet zonder ons vertrekt.
Het ‘Kameleondorp’ Terherne ziet er gezellig uit, maar wij hebben geen tijd voor de avonturen van Hielke en Sietse Klinkhamer.
Op een terras in Sneek wordt ons geduld weer op de proef gesteld. Maar de motorveerboot Kolmeersland komt onmiddellijk van de wal los aan de overkant als wij ons op de veerstoep opstellen. Op het Starteiland aan de overkant komt een jongeman met een invalidenfiets aangereden. Het is blijkbaar routine, want binnen een mum van tijd zijn de fiets en de man aan boord.

Nog steeds 11 kilometer
In Sneek zagen we een bordje ‘Langweer 11 km’. Daar moesten we zijn voor een van de laatste pontjes van vandaag, maar eerst naar IJlst. De meeste zelfbedieningspontjes zijn geel, maar deze is brandweerrood.


Foto: Josephine Bakker

We dachten vanuit IJlst zo naar Langweer door te kunnen steken, maar het bleek dat alle wegen op die route vastliepen op water. Dan maar weer terug naar Sneek en van daaruit naar Langweer fietsen. Dat was even doorbijten op het 11 kilometer lange fietspad langs de A7 met een paar hoge bruggen erin.
Bij de Brekken varen we over de Langweerdervaart. De hoofdstraat in Langweer is omzoomd met eeuwenoude lindebomen. Na het lege en stille landschap lijkt het of we in Kalverstraat zijn beland. We kunnen niet verder fietsen en stappen af. Ik verbaas me altijd over de grote verschillen tussen de dorpjes. Al gauw laten we drukte achter ons. In Boornzwaag nemen we het laatste pontje van vandaag over de Scharster Rijn naar Woudfennen. Een mooi fietspad tussen de Langweerder Wielen brengt ons zo naar Joure.
Om half 6 ’s avonds rijden we het terrein van het hotel op met 71,8 km op de teller. Dat was wat meer dan een uurtje dat Josephine in haar gedachten had. Maar… we hadden alle 6 de beoogde pontjes gedaan.

Naar Steenwijk en naar huis
‘Vandaag rijden we zo rechtstreeks mogelijk naar Steenwijk en dat is 30 km.’ De ervaring heeft echter geleerd dat het zoeken naar pontjes altijd meer kilometers vergt, dan je op het eerste gezicht schat.
Het was flink gaan waaien, maar gelukkig hadden we de wind de meeste tijd mee of van opzij. De twee zelfbedieningspontjes van vandaag liggen aan de ketting en kunnen dus niet uit de koers raken door de wind, maar voor ons was het hard draaien om de pontjes heen en weer te krijgen.


Foto: Josephine Bakker

De schippers op de jachten slaan geamuseerd onze inspanningen gade.
Meestal liggen dit soort pontjes in zulk rustig water dat je nooit hoeft te kijken of er van bak- of stuurboord iets aan komt. In Friesland blijken ook dit soort watertjes druk bevaren te zijn. We moesten goed mikken om tussen de boten te kunnen door varen.

De Tjonger steken we over om van Rotstergaast naar Oldelamer te komen. In Oldetrijne brengt het zelfbedieningspontje ons over de grensrivier de Linde in Oldemarkt. Het eerste plaatsje van vandaag waar we iets kunnen gebruiken.

We verlaten de uitgestrekte weidegebieden, doorsneden door vaarten, kanalen en sloten en rijden het glooiende landschap van de kop van Overijssel binnen.

‘Als we nog even flink doorrijden, halen we die van 43 over nog.’ Het fietsbalkon in de trein was vol en we werden verwezen naar andere balkons waar ook al fietsen stonden. Uiteindelijk hebben we de onze op een van die balkons er maar bij gepropt.
Drie uur later was ik weer thuis met 49,3 kilometer op de teller, maar zeer voldaan. We hadden immers alle 12 pontjes gedaan. Een heerlijk weekend met maar een enkel buitje en een zeer gevarieerd landschap.

Is Friesland nu klaar? Nee. Er is nog een veer van Heeg naar Balk, het zeilschip Aleida Hendrika, maar die vaart maar 2 keer per dag en alleen door de weeks en in de zomer. En dan natuurlijk de Waddeneilanden nog.

Virtueel nog 32 te gaan.

15 augustus 2010.