Bij de nieuwe sprinters kun je je fiets zo naar binnen rijden; bij de oude sprinters moet je echter een tamelijk grote stap maken. Ik zetten mijn voet op de treeplank en ik probeerde mezelf en mijn fiets omhoog te tillen, maar dat lukte niet en ik viel langzaam achterover met de fiets boven op me. Gelijk schoten een aantal mannen toe en ik werd overeind geholpen en mijn fiets werd naar binnen getild. Bij het verlaten van de trein stond een van de mannen op om mijn fiets op het perron te zetten. Zo galant was ik nog nooit geholpen. Misschien moet ik vaker vallen…
Dit speelde zich af op het perron van Purmerend na een mooie tocht langs de Zaanse schans en het Wormer- en Jisperveld. De dag was om half elf begonnen bij de Wilhelminasluis waar de Zaanhopper om 11 uur zou vertrekken. Bij nader inzien had ik het begin- en eindpunt door elkaar gehaald en zou de hopper pas om 12 uur aanleggen. Toen ook nog eens een keer bleek dat de fietsen niet mee mochten, besloten we hem links te laten liggen. Er was nog een pontje in de buurt; daar mogen fietsen alleen mee als er weinig passagiers zijn. Bij de Zaanse Schans liepen de voornamelijk buitenlandse toeristen in drommen over het fietspad. Ze reageerden niet op de fietsbel. Eerst was ik verbaasd, maar toen realiseerde ik me dat deze mensen dat helemaal niet gewend zijn in hun eigen land. Op de veerstoep hees Josephine de bal om aan te geven dat we opgehaald wilden worden:
De fietsen mochten mee; de veerman tilde ze zelfs aan boord. Vanaf de Zaan heb je nog een mooier zicht op de molens. Voorlopig maar eens fietsen naar de beoogde eindhalte in Wormerveer. We arriveerden daar om half twaalf en daar bleek de Zaanhopper pas om 1 uur te komen. We schrijven hem voor vandaag definitief af. Langs het water vonden we een terrasje dat net open ging. Bij de koffie respectievelijk thee kregen we een grote biscuit gehuld in chocolade. Dat paste goed bij onze Pavlov-reactie toen we langs de chocoladefabriek fietsten. We complimenteerde de uitbaatster met de tractatie en ze zei dat ze zelf ook erg lekker vond. Ja, dat konden we wel zien.
Op een gegeven moment zegt ze, ik doe het scherm omlaag, want we willen naar voetballen kijken. Josephine en ik keken elkaar aan omdat we dachten dat we uit de zon gehaald werden. Maar het bleek een projectiescherm te zijn: ze gingen naar AZ – PSV kijken. Tegen zoveel enthousiasme konden we niet op en we afficheerde ons als ADO- respectievelijk Excelsior-fan. Bij dat laatste keek ze me vol medelijden aan: ‘Die deden het niet zo best; vorige week nog verloren ze van AZ’. Toen Josephine naar binnen liep om te betalen, zag ze dat niemand naar het projectiescherm keek, maar naar de kleine TV achter de bar.
Josephine stelde voor om naar Purmerend te rijden. We fietsten door het prachtige, waterrijke Wormer- en Jisperveld. In Purmerend nog een ijsje bij Roberto’s ijssalon; de eigenaren oogden niet Italiaans, eerder Aziatisch. Josephine gokte op geadopteerde Koreanen.
Vanaf Purmerend – geen vertraging door mijn val - reden we met de trein via Zaandam weer naar huis. Vanaf Zaandam was de sprinter behoorlijk vol en ik kon maar net een plaatsje vinden voor de fiets en voor mijzelf. Ik pakte mijn boek ‘Biggles in de kou’ uit 1962 dat zich afspeelt in de korte oorlog tussen Finland en Rusland (1939/1940). ‘Ik ben ze ook aan het herlezen,’ zei een man terwijl hij zich naar mij toe boog. ‘Ik heb net dat boek uit dat zich in Vuurland afspeelt’. ‘Ja, met dat goud dat plantkundigen toevallig hadden gevonden en weer begraven hadden,’antwoordde ik. Want ik had dat boek onlangs gelezen.
Mannen reageren altijd als ze een Biggles-boek zien, maar dat iemand ze ook aan het herlezen was, had ik nog niet eerder meegemaakt.
Virtueel nog 24 te gaan.
7 augustus 2011



.jpg)