woensdag 3 juni 2009

Europoort

Als je op de vraag ‘Waar heb je gisteren gefietst?’ antwoordt ’Europoort’ kun je rekenen op verbaasde gezichten. Wie gaat er nu in Europoort fietsen? Als pontjesbedwinger moet je wel. De pontjes bepalen onze fietstochten. De motorveerboot ‘Rhoonsche Veer’ voor voetgangers en fietsers over de Oude Maas en het Spui zou vanaf mei in de vaart zijn. Als we dan ook nog de fast ferry bij Hoek van Holland namen, konden we mooi een rondje rijden.

Voor mijn werk bij Elsevier Kennis Management (EKM) rijd ik minstens 1 keer per week naar mijn klanten in Europoort. Als projectleider zorg ik ervoor dat onze freelance auteurs de aanwezige bedrijfsinformatie uit papieren, computers en de hoofden van de medewerkers halen en verwerken tot een compact en helder kennissysteem. Dit kennissysteem bestaat meestal uit een map met tekeningen, foto’s en begeleidende teksten waardoor je in een oogopslag kan zien, hoe een installatie werkt. Bij calamiteiten weet men dan onmiddellijk wat men moet doen. Uiteraard leveren we dit kennissysteem ook digitaal.

Op het moment dat we daar reden, wist ik al dat we op dinsdag een mededeling zouden krijgen, waar we niet blij mee zouden zijn. Inderdaad, onze afdeling wordt per 1 januari 2010 opgeheven.


Bij het metrostation De Terp blijkt de lift stuk te zijn, maar gelukkig gaat de enkele roltrap de goede kant op (naar boven). Ik check uit in Schiedam Centrum via het poortje bij de lift. Daar aangekomen, zie pas het lampje ‘Buiten dienst’ branden. Ik probeer via het poortje weer terug te gaan naar het perron, maar het display vermeldt ‘Onbruikbare pas’. Zou ik hier nu eeuwig moeten blijven? De aloude truc om het pasje langs je kleding te halen, werkt. Via de trap naar beneden. Op dit station zijn de metro en de trein geïntegreerd. Om een kaartje te kunnen kopen, moet ik eerst uitchecken en daarna weer inchecken. Maar zo kan ik weer niet bij de lift komen. Maar weer inchecken, uitchecken en inchecken. Nu sta ik eindelijk voor een andere, kapotte lift. Gelukkig had ik een kwartier overstaptijd en ik ben ruim op tijd op het goede perron, waar Josephine al zit te wachten. Jaloers hoorde ik aan dat zij alleen maar het perron had hoeven over te steken.

Bij Hoek van Holland Haven aangekomen, vinden we snel de RET fast ferry. We zijn de enige passagiers. Binnen is het lekker warm. We eten snel een boterham. Onderweg zien we een stel gekleurde bomen. Jammer dat we daar niet langs fietsen. We stappen uit bij de Landtong en zien recht tegenover ons de gekleurde bomen staan. Blijkbaar heeft de ferry een bocht gemaakt. Het is inmiddels droog geworden. De Noordzeeweg over de landtong is 10 kilometer lang en we hebben de wind tegen. Het eerste stuk rijden we nog beschut tussen struiken en bomen, maar bij de Maeslantkering komen we vol in de wind. We rijden er omheen en constateren dat de schuif van de kering enorm groot is. Tevreden kijken we naar dit onderdeel van de Deltawerken. Ik vertel Josephine dat onze afdeling EKM het proces van de werking van deze kering heeft beschreven, zodat alle operators goed weten wat ze dagelijks moeten doen. En uiteraard wat er moet gebeuren als er calamiteiten zijn. De kering sluit automatisch bij hoge waterstand, krachtige wind en andere parameters. Het sluiten duurt een uur. Gedurende dat uur kan het crisisteam besluiten om de sluiting ongedaan te maken, omdat sluiting ongewenst is.

Het fietspad buigt plotseling af naar een duingebied met paarden en wilde runderen. Wat een verrassing. We slingeren er doorheen en de zon begint door de wolken heen te breken. Aan het einde van de landtong vervolgen we onze weg naar Spijkenisse, nog steeds tegen wind. Josephine stelt voor om landtongen te gaan fietsen, als we de pontjes 'af' hebben. Dat vind ik wel wat, maar dan voor de wind.

Links de petrochemische bedrijven en rechts de A 15. Trots vertel ik Josephine bij welke bedrijven EKM in dit gebied de processen hebben beschreven en zo aan de veiligheid hebben bijgedragen. Ik zie dat de Biomassa Energie Centrale (BEC) van de Afvalverwerking Rijnmond weer werkt. Afgelopen week hadden ze verschillende stress tests gedaan en de centrale lag dus regelmatig stil.
Josephine en ik zijn beiden geïnteresseerd in techniek. We rijden hier door de echte economie. Josephine gaat nog een keer terug om bij mooi weer met een strakke blauwe lucht foto’s te maken van verschillende fabrieksonderdelen. We zien al allerlei mooie invalshoeken voor ons.

Nadat we in Spijkenisse koffie hebben gedronken, fietsen we richting De Beerenplaat waar het driehoeksveer het ‘Rhoonsche Veer’ vaart. Onderweg rusten we uit met een kopje soep en kijken we alvast waar we van het veer zullen stappen en welke trein of metro we zullen nemen. Het laatste stuk rijden we heerlijk voor de wind en we nemen ons voor dat we deze weg niet terug gaan rijden als het pontje niet vaart. Aangekomen bij de veerstoep staat in de dienstregeling dat de dienst start op 23 mei. We zijn een week te vroeg. We hoeven inderdaad niet dezelfde weg terug. Met een bocht rijden we terug naar Spijkenisse, zodat we afwisselend wind van voren, opzij of tegen hebben. In de metro blikken we tevreden terug op onze tocht, die mooier was dan we hadden gedacht.

De lift doet het nog steeds niet, maar nu gaat de roltrap ook weer de goede kant op (naar beneden). Bij de automaat print ik het logboek van de 12 laatste transacties met mijn OV-chipkaart om te controleren of het voortdurend in- en uitchecken nog financiële gevolgen heeft. Mijn strapatsen zijn duidelijk geregistreerd, maar hebben geen consequenties.

Nog 68 te gaan.

Uitslag oplossing raadsel (vervolg)
Heel erg leuk dat we de fietsbel mochten winnen.
Onze dochter, Sanne, is 6 jaar geworden en heeft voor haar verjaardag een nieuwe fiets gekregen. Een mooie fiets met een niet zo'n hele mooie fietsbel (klein zwart racefietsbelletje). Zij was dan ook heel blij met deze "fietsbel upgrade"!
Stefan

maandag 11 mei 2009

Couperose

'Vergeet je niet je in te smeren als je morgen gaat fietsen, want je hebt nu al een hoofd als een biet?' zegt Gerard de avond voordat ik op pontjestocht ga. Ik reageer niet, want ik heb geen zonnebrand in huis en ik wil niet jokken. Inderdaad hebben de afgelopen vrije dagen in de zon er behoorlijk ingehakt. Op Koninginnedag gegolft en de dag daarop de Ooievaarsroute in de Alblasserwaard gelopen.
Al sinds m’n 20e weet ik dat ik couperose heb. De schoonheidsspecialiste sprak het als een doodsvonnis uit. Uitgebreide blootstelling aan ultraviolette straling in zonlicht is een risicofactor voor het ontwikkelen van couperose, zei ze streng. Mijn gezicht vertoont inderdaad kleine, vertakte bloedvaten, maar ik ambieerde geen carrière in de schoonheidsindustrie. Bovendien werd mijn vader vroeger Rooie Nol genoemd en aangezien hij geen rood haar had, neem ik aan dat het “rooie” sloeg op zijn blozende gelaat. Ik ben dus erfelijk belast.

Zonder zonnebrand ging ik dus op pad, wel met mijn korte fietsbroek aan, want dat vond ik wel tijd worden. Op het station van Gouda zie ik bij een man een rugzak met een krukje eraan vast. Ik zeg tegen hem dat ik dat reuze handig vind. 'Jazeker,' antwoordt hij, 'ik heb hem al 20 jaar en hij is al een paar keer gerepareerd. Die rugzak was ooit een aanbieding van Drum – niet dat ik rook – en kostte iets van 15 gulden.' Hij demonstreert het krukje door er op te gaan zitten. Terwijl hij zit, laat hij zien dat hij makkelijk bij de inhoud van zijn rugzak kan. 'Zo zit ik altijd een boterhammetje te eten tijdens een wandeling. Tevens heb ik een schuimrubberen matje bij me, dat eigenlijk bedoeld is om in de tuin te knielen. Dat matje leg ik op het krukje; dat is lekker warm. Ik heb een plastic tasje waar het matje precies in past.' Net als hij het matje wil showen, rijdt onze trein binnen. Vlug vertelt hij nog dat hij op weg is naar Deventer om met een vriend – uit Zwolle – te gaan wandelen boven Deventer. Hij gaat ook een pontje doen.

In Utrecht ontmoeten Josephine en ik elkaar op perron 19b. De conducteur stapt gelijk met ons binnen en hij opent het kastje van de koersrolbediening. Ik vraag of ik even mee mag kijken. 'Kijk, onze eindbestemming is Tiel en die heeft nummer 68. Ik druk 60 in en daarna 8 en dan draait de koersrol naar het woord Tiel.' 'Kun je het ook met de hand bedienen?' 'Nee, dat gaat niet.'
Een demonstratie van de koersrol vind je hier.

Aan de Waalkade in Tiel vinden we de veerboot Hendrikus die ons naar de overkant brengt. Jaren geleden stonden we hier ook al eens, maar een uur te vroeg. Toen hebben we hem maar overgeslagen.
Van Wamel naar Druten rijden we - met de Waal links - langs huizen/woonboten die aan lange palen vastzitten, zodat deze met de getijden mee bewegen. Er zitten behoorlijk grote exemplaren bij. Zo wil iedereen wel wonen, hoewel de dichtstbijzijnde Albert Heijn wel ver weg is. De dijk is links en rechts bezaaid met het witte fluitekruid gelardeerd met het geel van het koolzaad, de boterbloemen en nog wat late paardebloemen. Bloeiende boomgaarden zien we niet; blijkbaar bevinden de boomgaarden zich ten westen van Tiel.

Bij het veer van Druten naar Ochten is een stempelpost opgericht voor de Beuningse fietstocht. Als we aankomen, vaart de pont net weg, maar het betekent wel dat we vooraan staan bij de volgende overtocht. Het begint te regenen en ik wissel mijn korte broek voor een lange en ik neem me voor om nooit meer zonder handschoenen op pad te gaan.
De veerman zet de fietsen om en om neer, wat voor een ordentelijke rij zorgt. Net als we willen roepen: “De boot is vol.” droogt de stroom van deelnemers aan de fietstocht even op. Aan de overkant stelt iedereen zich op in volgorde van de fietsen aan boord en in een mum van tijd is de boot leeg.

Ik heb Josephine al lekker gemaakt dat in Opheusden nog een echt Veerhuis is bij het veer naar Wageningen. Helaas is de gelagkamer dicht vanwege een besloten feestje. Een andere ruimte is wel open en dat volstaat. In dit Veerhuis vond vorig jaar de première plaats van de DVD “Pontje doen”.Bij het bordje ‘OPSTELPLAATS PONT’ vraag ik me af of dat nu niet moet luiden ‘BLOGPLAATS PONT’. ‘Of “TWITTERPLAATS PONT” ‘ brengt Josephine in. We hebben de pont voor onszelf. Al snel wordt het weer droog.

We hebben geen zin om de Wageningse berg te beklimmen. Daarom kiezen we voor het station Rhenen, dat we onderlangs de Grebbeberg kunnen bereiken. Dit romantische schelpenpaadje is nog niet ontdekt door het fietsknooppuntennetwerk. De uitbundig bloeiende meidoorn zorgt voor een heerlijk zoete geur.
Het station ligt in een dal en links en rechts rijzen groene wanden op. Als de trein het station verlaat, breekt de zon door. Maar wij zitten veilig achter het glas. Vandaag geen bijdrage aan de verergering van mijn couperose.

Wel een bijdrage aan onze queeste: 3 pontjes gedaan en nog 69 te gaan.

donderdag 26 maart 2009

En de winnaars zijn...

Stefan & Wendy met de volgende oplossing:

Wij kennen deze vrouw. We herkennen het roltasje met de bandrecorder. Zij heet Trijntje en heeft een weblog http://treinperronnetjes-enandereverhalen.blogspot.com/. Op haar weblog schrijft zij allerlei verhalen over mensen die op het perron staan te wachten. Waarschijnlijk had ze na 10 minuten afluisteren, genoeg stof voor een verhaal (of misschien wel twee). Misschien is het verhaal al te lezen op haar weblog? ;-)
Josephine is enig jurylid en daarmee kan niet gecorrespondeerd worden.

Andere inzendingen waren (in volgorde van binnenkomst):
1. Ze had koude voeten.
2. Ze was haar steunkousen vergeten.
3. Heb ik het gas wel uitgedaan?
4. Ze realiseerde zich ineens dat ze niet op zondag mocht reizen.
5. Ze moest plotseling naar het toilet en bleek diarree te hebben.
6. Ze had trek in een sigaret.

De fietsbel voor dochter Sanne is onderweg.

In Volendam volgden we de bordjes naar de veerboot naar Marken. Als snel moesten we afstappen, omdat de hele weg in beslag werd genomen door drommen mensen. Josephine was geschokt dat er zoveel mensen op de been waren. Te voet gingen we verder langs de horecagelegenheden en souvenirwinkels. “Foto’s in klederdracht” stond er bij een zo’n winkel en ik stelde voor om een foto te laten maken. Tot mijn verbazing zei Josephine meteen ja. We werden de zolder opgestuurd met het verzoek om jas en schoenen uit te doen en klompen uit te zoeken. Een paar meisjes hesen je in een jurk, deden een bloedkoralenketting en een dasje om en zetten een mutsje op. Onderwijl keken we toe hoe voor elke groep een andere setting werd ingericht. “Schouw of haven?” werd aan iedereen gevraagd. In onze aanwezigheid antwoordde iedereen “Schouw”. Zo ook Josephine.

De kleinsten kregen een plastic vis als attribuut en zij gingen er onmiddellijk op sabbelen. Een effectieve manier om ziekten te verspreiden, leek mij. Ik kreeg een bos plastic bloemen en Josephine een paar rode ronde kaasjes.

Daarna moesten we nog een half uur wachten op de afdrukken. De veerboot zou binnen een kwartier gaan. Dan maar eerst koffiedrinken. In het café-restaurant werd Japans bier aangeboden. Ik begrijp wel dat ze dat doen om de Japanse toerist te behagen, maar ik zou zeggen: “Blijf bij lokale dranken.”

Nadat we de foto’s hadden opgehaald, voeren we om 13.00 uur weg uit de haven van Volendam richting Marken. Het IJsselmeer was rustig en we zaten lekker in het zonnetje. Tot onze schrik zagen we dat we op de dijk naar Amsterdam wind tegen en van opzij zouden hebben en het waaide behoorlijk. De boot meerde af bij de winkel van Sijtje Boes.

Over een smal paadje reden we Marken uit. Even later passeerden we een tijdelijk wegmonument in de vorm van een bloementapijt voor een gevallen slachtoffer. Mmmm zou het slachtoffer van de dijk afgeblazen zijn? Een surfer, die aan lager wal was geraakt, keek ons hulpeloos aan. Wij hadden genoeg moeite om overeind te blijven en we reden door. In een bocht protesteerde milieudefensie tegen IJburg II: een metropool in wording in het IJmeer tussen Amsterdam en Almere.

Vrolijke fietsers op huurfietsen uit Amsterdam rijden ons tegemoet en wij vragen ons af of ze ook nog terug moeten. Voor ons uit fietst een man op een gele huurfiets en op 100 meter afstand volgt een vrouw ook op een gele fiets. “Zouden die bij elkaar horen?” “Ik hoop voor die vrouw van niet,” zegt Josephine. Op een gegeven moment wacht de man tot de vrouw weer is bijgefietst.

In Uitdam zien we een bankje bij een speeltuintje. Zoals gewoonlijk staat de bank vol in de wind. “Laten we in het speelhuisje gaan zitten.” Ook daar waai je uit je jas, maar het is wel knus. Ik zeg tegen Josephine dat ik verbaasd was dat ze ja had gezegd om een foto te laten maken. Josephine kent me langer dan vandaag en die had al zitten broeden wat ze zou antwoorden als ik het zou vragen. Ik vraag dat soort dingen half serieus en half grappenderwijs. Ik weet dan zelf nog niet of ik het wel wil.

In elk familiealbum is wel zo’n foto aanwezig en het is goed om tradities in ere te houden. Ik vertel dat er ook zo’n foto van mijn vader was, maar dat mijn moeder hem had weggegooid omdat hij er niet mooi op stond. Zijn vooruitstekende tanden waren prominent aanwezig op de foto. Een andere foto had ze weggegooid omdat z’n hoed zo raar op z’n hoofd stond. Ja, zo kunnen we wel aan gang blijven met foto’s weggooien. Van de weggooiwoede van mijn moeder maak ik nog wel eens aparte weblog.

We zijn pas halverwege de dijk, maar we voelen ons toch versterkt door de soep.

Alle bankjes staan in de schaduw, in de wind en met gezicht op het land. Ineens ontwaren we een plastic bank in de zon, uit de wind en met uitzicht op het water. We denken dat de bank vanaf de tegenoverliggende camping hiernaar toe is gedragen. De gebruikelijke bierflesjes ontbreken echter. Tijd voor thee. We laten ons lekker opwarmen door de zon.

Durgerdam, 2 kilometer ten noorden van Amsterdam kent zijn eigen verkeersproblematiek. Het dorp bestaat eigenlijk uit maar één straat: de Durgerdammerdijk. En die dijk staat vol met auto’s. Het is passen en meten. Je moet er niet aan denken dat de Durgerdammers in de toekomst niet meer over hun geliefde water kunnen staren door IJburg II. Bij Durgerdam is een pontje in de jachthaven. Daar hebben we nu even geen zin en we fietsen verder.

Over de Zeeburgbrug rijden we Amsterdam binnen en bereiken zo Amsterdam Centraal.

Nog 72 te gaan.


vrijdag 27 februari 2009

Kaarten

Mijn schilderleraar, Kees Touw, is een schipperskind en hij zit dan ook vol verhalen over zijn jeugd. In de jaren vijftig waren er nog niet zo’n gedetailleerde waterkaarten als nu. Schippers gaven zelf getekende kaartjes aan elkaar door waarop gevaarlijke bochten, verrardelijke stromingen en obstakels waren aangegeven. Als jongen hielp Kees zijn vader met het tekenen van dergelijke kaarten. De fascinatie voor waterwegen heeft hem nooit meer verlaten. Ik ben daar wel jaloers op: dat je iets uit je jeugd mee kunt nemen naar het heden.
Een paar maanden geleden kregen we van hem de opdracht ook iets dergelijks te tekenen of te schilderen, bijvoorbeeld de route naar je school. Als ondersteuning kreeg je een luchtfoto van het gebied dat je had uitgezocht. Ik koos voor Het Malieveld in Den Haag. Het grootste deel van mijn schooljeugd en mijn werkzame leven heeft zich afgespeeld rond dit veld. Net als Kees heb ik mijn kaart geupload naar
www.handmaps.org

Deze opdracht bracht mij weer op het idee dat ik wil proberen te verbeelden: ontmoetingen met mensen gedurende je leven. Ik ben gebiologeerd door het feit dat je bijvoorbeeld 2 uur lang in het theater zit met een paar honderd man en binnen 5 minuten na de voorstelling is ieder weer zijn eigen weg gegaan alsof er niets gebeurd is. Zo is het ook met de pontjestochten. Je zit in de trein met een paar mensen gedurende een bepaalde tijd, ik ontmoet Josephine, we reizen en/of fietsen samen, op een pontje word je ook weer voor een paar minuten verzameld en dan gaat ieder zijn eigen gang. Dit is mijn eerste poging om dat te verbeelden:



Legenda:
De grijze lijn verbeeldt de treinpassagiers, de paarse lijn is Josephine en Bettie wordt vertegenwoordigd door de groene lijn. De blauwe ovalen markeren de pontjes.

Op de site van de Vereniging Vrienden van Voetveren had ik opgezocht waar we het pontje in ‘s-Hertogenbosch konden vinden, maar ik had de print thuis laten ligggen. Richting Vught, dat wist ik nog wel. Welgemoed volgden wij de borden richting Vught en kwamen we uit in het natuurgebied Bossche Broek. Links van ons stroomde de Dommel. Bij een fietsknooppunt constateerden we dat we niet goed zaten. Maar weer terug en nog eens proberen. Even later reden we Vught binnen en dat was toch niet de bedoeling. Uiteindelijk bleek het veel dichter bij het station te zijn, dan we dachten. Al met al hadden we al 8 kilometer afgelegd, voordat we het pontje vonden. Voor ons uit huppelden Floor, Sanne en Meike naar de Moerasdraak en ze wilden natuurlijk alle drie draaien. De vader zei verontschuldigend: “Dit gaat wel even duren.” Wij hadden geen haast. Ik amuseerde me met de strijd tussen de meiden die natuurlijk even lang wilden draaien als de ander. Het was veel te zwaar voor ze en vader gaf iedere keer een paar flinke zwengels, waarna zij weer verder konden draaien. Josephine maakte op haar gemak foto’s. “Hé, hier hebben we een paar jaar geleden gestept met een bedrijfsuitje,” zei Josephine toen we de andere kant eindelijk bereikt hadden.
Het ziet er altijd zo gezellig uit, zo’n steppend gezelschap, maar ik kan jullie verzekeren dat het erg zwaar is.
Als een jongeman aanstalten maakt om de Moerasdraak weer terug te varen, springen we gauw aan boord. Josephine biedt nog wel aan dat we ook wel willen draaien, maar hij wijst het af. De eerste sneeuwvlokjes dwarrelen door de lucht.

Herpt aan de Bergsche Maas is ons volgende doel. Aan het eind van de lange rechte weg naar Vlijmen met wind tegen en ijzige regen besluiten we om eerst maar eens een bakkie te doen. We stevenen op de kerk af in de overtuiging aan de overkant een kroeg te vinden. Die is er ook wel, maar hij is nog gesloten. Maar er is nog een kerk en daar tegenover vinden we Hotel Prinsen. In de lounge zit een gezelschap mannen te praten over moeilijkheden in het bestuur en over mannen die niet met elkaar kunnen opschieten. En dat de kwestie al zo lang loopt. We luisteren er nieuwsgierig naar. Bij mannen komen dat soort dingen toch niet voor?

We hebben even een zwak moment: “Zullen we terugrijden naar Den Bosch en de trein naar huis nemen?” Het tijdstip 10 over half een, doet ons besluiten toch maar door te rijden. Even regent het nog, maar al gauw wordt het droog. Het is mooi in het land van Heusden. In Haarsteeg eten we een boterham op een bankje voor de fietsenwinkel van de gebroeders Bart en Leen. Waar de afkorting T.H.H. voor staat in het opschrift : “De buurtbank van Bart en Leen T.H.H. 13-10-2001”, weten we niet. In de etalage liggen fietsbellen met Mickey Mouse en Winnie the Pooh, maar de winkel is gesloten.

In Herpt rijden we zo de pont op en in Bern er weer af. Herpt was vroeger samen met Bern één gemeente. Door de omlegging van de Maas tussen 1890 en 1904 werd de gemeente gescheiden en kwam Bern in de provincie Gelderland te liggen. De provinciegrens ligt in het midden van de Maas. Dat we weer in Gelderland zijn, blijkt uit het feit dat het pontje van Nederhemert Noord naar Nederhemert Zuid niet op zondag vaart. We hebben het bourgondische zuiden verlaten.

De wegen zijn omzoomd met kale bomen. In de zomer is het natuurlijk mooier, maar dit heeft toch ook wel iets en we hebben de wereld voor onszelf en dat is ook prettig. Een picknicktafel van ijzerdraad in een felle kleur geschilderd, kunnen we niet weerstaan.

Onder het zingen van “...en te midden van die rommel dreef de torenspits van Bommel...” rijden we Zaltbommel binnen. Was Ellen (Boom) maar hier, die zou het hele lied zo oplepelen.

Bij het station staat de lift ons al uitnodigend op te wachten. De ene knop vermeldt “Utrecht” en de andere “s-Hertogenbosch”. Zouden we net als Abeltje met de lift rechtstreeks naar Utrecht vliegen? Helaas, we komen gewoon op het perron uit. Er hangt geen dienstregeling en ik vraag aan een wachtende mevrouw hoe laat de trein komt. Dat blijkt 10 over 3 te zijn. We hebben tijd genoeg voor een kopje thee. Om drie uur neemt de vrouw duidelijk een beslissing: ze verlaat het perron met haar rolkoffertje. Josephine verwacht dat ze zo op het andere perron tevoorschijn zal komen. Dat is niet het geval. Wij speculeren verder:
1. haar zoon zou haar om 3 uur komen ophalen en ze wachtte liever op het perron;
2. ze had een afspraak met iemand, maar zag er vanaf;
3. ze was ons gekwebbel zat;
4. ze was beledigd dat we haar geen kopje thee aanboden.


Er zijn vast nog meer mogelijkheden. De aandrager van de origineelste oplossing krijgt een Mickey Mouse fietsbel.

Enne... nog 73 te gaan.

zondag 1 februari 2009

Kan ik u helpen?

Op je verjaardag wordt weleens gevraagd of je het verschil merkt met gisteren. Meestal wordt die vraag ontkennend beantwoord. Vandaag begon ik daar toch een beetje aan te twijfelen. Het begon al op station Nieuwerkerk. Tegelijk met mij stapten twee mannen en een jongen, alle drie duidelijk van oosterse afkomst, in de trein. “Kan ik u helpen?” vroeg een van de mannen. Hooghartig wees ik dat van de hand. Daar had ik even later toch wel een beetje spijt van, want de Pilates-leraar had me een behoorlijke spierpijn in de benen bezorgd. Ik kon maar net met een vlotte zwaai mijn fiets op het balkon krijgen. Of was het toch mijn verder gevorderde leeftijd?

Bombardement station Gouda november 1944
Op het station Gouda ontdekte ik een informatiebord dat ik nog niet eerder had gezien. Het bord gaf informatie over een luchtaanval in november 1944 op spoorwegknooppunt Gouda en wees op het feit dat in de stalen balken van de overkapping de granaatinslagen nog steeds te vinden zijn. Onmiddellijk ging ik op zoek en al snel vond ik de inslagen.
Ik maak er een paar foto’s van. De andere mensen op het perron tonen geen enkele belangstelling.
“Die mensen hebben dat al zo vaak gezien, dus die kijken er niet meer van op.” was het ontnuchterende commentaar van Josephine toen ik haar in de trein naar Houten mijn ervaringen vertelde.

In Houten stond bij het station een busje gereed voor bezoekers van een verzamelbeurs. Josephine maakte een gebaar, alsof ze wilde zeggen: “Als je naar de beurs wilt, stap dan gerust in.” Ze refereerde daarmee aan mijn verzameling apenkaarten. Ook voor mijn apenkaartenverzameling heb ik echter een reglement vastgesteld. Een van de voorwaarden is, dat de kaart aan mij gestuurd moet worden, voorzien van de naam van de afzender. Kopen of ruilen is geen optie.

Motorveer Vrevia over de Lek
Om in Nieuwegein te komen, moesten we het Amsterdam-Rijnkanaal en het Lekkanaal oversteken via bruggen. Bij de Veerweg zien we de Vrevia in de haven liggen. Dat voorspelt niet veel goeds. Inderdaad, de pont vaart niet op zondag. In mijn enthousiasme om Utrecht “af” te hebben, had ik de vaartijden niet gecontroleerd op de website van de Vrienden van de Voetveren. Josephine haalt haar schouders op. We proberen het gewoon van de zomer nog een keer.

De terugreis
Nu eerst maar eens wat warms drinken. Even verderop zien we de lichtjes van een uitspanning. Bij nadering blijkt het de ontspanningsruimte van een verpleeghuis te zijn. We zullen er vast iets warms kunnen drinken, maar het lokt ons niet echt. In Vreeswijk zijn talrijke etablissementen: Restaurant Zott. Eethuis ‘t Oude Sluisje, Ristorante Italiano Pizzeria Vreeswijk, Bourgondisch Vreeswijk, Gasterij Sint Jan, Visrestaurant de Parel van Vreeswijk en Bar Eetcafé Friends. Maar ze zijn allemaal gesloten. Net als we wanhopig op onze schreden willen terugkeren, doemen de lichtjes van restaurant Poelzicht op aan de Oude Sluis.

We vervolgen onze weg langs de Lek richting “Tull en ‘t Waal”. We vinden het zo’n mooie naam dat je besluiten onszelf niet meer Jut en Jul te noemen, maar Tull en Twaal. We noemen onszelf zo als we in de winter pas op onze fiets stappen, nadat we alles ingesnoerd hebben en onze handschoenen weer aan.
Even na Tull en ‘t Waal rijden we door oude boomgaarden met knoestige fruitbomen. We nemen ons voor hier in mei terug te komen als de boomgaarden in bloei staan.

Langs de Hollende Wagenweg zien we bomen in het ijs staan. Op het nabijgelegen bankje genieten we van het uitzicht op de kale bomen. De onverwijdelijke soep en boterhammen worden genuttigd. We zitten pal op de wind, maar dat deert ons niet, want het is inmiddels droog geworden.

De Schalkwijkse Wetering
De Schalkwijkse Wetering is een watergang die de ontginning van Schalkwijk moest regelen in de 12e eeuw. Gedurende zo'n 70 jaar hebben mannnen en vrouwen met de hand al deze afwateringskanalen gegraven. Als ode aan al deze inspanningen en om de schoonheid van het waterlint te benadrukken, zijn er in de wallekant 5 handen van brons geplaatst die ieder een glazen object vasthouden. Ze zijn gemaakt door Marijn te Kolsté.

Spoedig rijden we Houten weer binnen en over verkeersluwe fietspaden bereiken we het station. Binnen een paar minuten komt de trein naar Utrecht al binnen. Op station Utrecht zoeken we de snelste trein naar huis uit en we nemen afscheid met een “Het was weer gezellig.”

Wat een mooie fiets heeft u
Terwijl de conducteur mijn fietskaartje knipt, buigt hij zich naar mij toe en zegt zachtjes “Wat een mooie fiets heeft u.” Ik bedank hem en ik denk terug aan de aankoop van de fiets ruim 3 jaar geleden. De eerste 55 jaar van mijn leven had ik nog nooit een lekke band gehad, totdat ik in 1997 een nieuwe Gazelle Bahia kocht. Lekke banden bij de vleet. Verschillende malen heb ik de fietsenmaker laten onderzoeken wat nu het probleem was. Een oplossing is nooit gevonden. Op 3 december 2005 had ik weer een lekke band. Nadat Josephine de binnenband vervangen had, waarbij ik mij beperkte tot het aangeven van de hulpstukken en het provisorisch oppompen van de banden, vroeg ik bij een fietsenmaker of ik even de band echt mocht vullen. Terwijl ik daarmee bezig was, kwam hij ineens naar buiten. Hij had een fiets in de aanbieding: Als ik mijn huidige fiets inleverde, hoefde ik maar € 300,00 bij te betalen. Het was een Target Nevada. Hij showde ons de fiets en Josephine knikte goedkeurend. De oude fiets had ƒ 1.000,00 gekost en ik had er ruim 8 jaar mee gefietst. Het leek me een goede deal. Terwijl de fietsenmaker de fiets rijklaar maakte en de bidonhouder overzette, reden we - ik op een leenfiets – naar Noordwijk om daar een pannenkoeken te eten.

Voor een servicebeurt ging ik naar de fietsenmaker in de buurt. Toen ik het merk van de fiets noemde, begon hij meteen te klagen. De versnelling daar stond wel Shimano op, maar het was geen echte en als hij stuk was, moest hij het weer opknappen. Bovendien was het achterlicht ook niet echt. Verbijsterd hoorde ik hem aan: “Wat kan er nu niet echt zijn aan een achterlicht?” Sindsdien maken Josephine en ik grapjes over mijn niet echte fiets. Zo’n 4.000 kilometer later ben ik nog steeds tevreden over mijn aankoop. Wel even afkloppen, natuurlijk.

Op het fietsbalkon staat de conducteur ineens achter me en hij laat zich nog een keer bewonderend uit over mijn fiets. Bij station Rotterdam Alexander vraagt hij: “Kan ik u helpen?”

Nog steeds 75 te gaan*.

Reactie van Theo van Trier op de vorige pontjestocht in het Westerpark in Amsterdam
Klopt wel, van dat pontje. Het was een onderdeel van een speelroute door het terrein waar jullie waren. Als het goed is, wordt het binnenkort vervangen. Maar je kunt er niet met de fiets bij komen, tenzij je de touwbrug en de evenwichtsbalk neemt. Dat is ook zo opgezet, want als je met de fiets op het speelterrein kan, kan het ook met de brommer...

* Een slecht begin van het nieuwe jaar, maar dat zegt niets. Vorig jaar begonnen we ook zo, maar uiteindelijk hebben we er in 2008 23 gedaan.

dinsdag 30 december 2008

Ark van Noach

Een van mijn klanten adviseer ik over de ontsluiting van informatie over Duurzaam Openbaar Vervoer. In mijn advies neem ik uiteraard ook de pontjes mee.
Probleem
De kortste route voor fietsers uit Amsterdam-Noord richting Amsterdam Centraal is met de pont. Fietsers kunnen uit twee parallelle veerverbindingen kiezen. Een verkeerde keuze tussen de twee ponten kan vooral in de daluren, als de ponten minder vaak varen, voor een lange wachttijd zorgen. Op die momenten kan het de moeite lonen om naar een andere pont te fietsen, als deze eerder vertrekt. Die informatie is momenteel niet aanwezig. Veel fietsers gaan daarom op goed geluk naar de dichtstbijzijnde vertrekplaats.
Oplossing
Met dynamische routeadviespanelen kunnen fietsers informatie over de vertrektijden van beide ponten krijgen, voor zij een keuze moeten maken.
Doel en aanpak project
Het project richt zich op de ontwikkeling, plaatsing en het testen van zogenaamde ‘Fiets-DRIPS’. DRIP staat voor Dynamische Route Informatie Panelen. Eerst start het project met twee Fiets-DRIPS. Bij bewezen succes komen er maximaal vier Fiets-DRIPS bij.
Ik wilde wel eens met eigen ogen die Fiets-DRIPS zien.

Pontus
Pal achter Amsterdam CS ligt de veerstoep. Terwijl Josephine de route bestudeert die we aan de overkant gaan rijden, zodat we met een ander veer weer terug kunnen, aai ik Pontus.
Pomtus staat braaf naast zijn hok en weegt 3.000 kilo. De naam verwijst naar de Griekse zeegod Pontos. Het idee voor een kunsthond ontstond door het houten hok dat bij de ponten staat om de reiziger te beschermen tegen het tijdelijke hoogteverschil tussen het drijvende pontplatform en de kade. Deze houten constructie had veel weg van een hondenhok. Voor de komst van de hond is het hok omgetoverd tot een echt hondenhok, compleet met dakbedekking.
Beeldhouwer Tom Claassen, bekend van dierenbeelden, is de maker. Hij creërde eerder een groep olifanten langs de A6. Claassen over kunst in openbare ruimte: “Je probeert het toegankelijk te maken. Als mensen er niets van begrijpen, dan is het ook niet leuk. Een beetje lief dat mag best”.

We varen over naar het IJplein, dat bij aankomst Mosplein blijkt te heten. Door Amsterdam-Noord fietsen we naar de Van Riemsdijkweg. We zijn bepaald niet alleen. Het ponton staat helemaal vol. We hebben uitzicht op het Botel (een hotel op een boot), een zwarte Russische onderzeeboot, een klipper en de mooie gevels aan de overkant. De veerbaas hoog gezeten in zijn stuurhut laveert behandig tussen al het scheepvaartverkeer door. We komen langs de Ark van Noach.

Ark van Noach
Aannemer Johan Huibers opende op 30 april 2007 in Schagen de replica van de ark van Noach. Vanaf dat moment is de boot open voor publiek. Met de ark wil Huibers mensen laten zien hoe die er volgens hem 5000 jaar geleden eruit gezien heeft. Iedereen is welkom in de nagebouwde ark. De houten boot heeft een breedte van 9,5 meter breed, een hoogte van 12,9 meter en is 70 meter lang. Ongeveer half zo groot als de ark van Noach. In de boot is een expositieruimte aanwezig waarin het bekende bijbelverhaal verteld wordt. Aan boord zijn eveneens minimaal zestienhonderd dieren, zij het dat de meeste opgezet zijn. Toch is ook levende have aanwezig in de vorm van enkele lammetjes, geiten en kippen.
Op het voordek staat een giraffe, die duidelijk niet echt is. Van de witte duif op het dak ben ik niet zeker. Hoort hij er nu wel of niet bij?

We hebben nog nooit zo snel twee ponten gedaan. Die DRIPS heb ik trouwens niet gezien. Op naar het houten trekveer in het Westerpark. In de Haarlemmerstraat leggen we nog even aan bij Bagel & Cappuccino. Een man verlaat met zijn jonge gezin de koffiezaak. Aan zijn rugzak hangt een kleine roze rugzak. In zijn hand heeft hij een ondefinieerbare lap, dat ongetwijfeld ooit een knuffelbeest is geweest.

Het Westerpark
Het Westerpark is een groot langgerekt park en we rijden het helemaal af zonder het pontje te vinden. Toch maar eens vragen. Een hard lopende mevrouw blijft op de plaats lopende bewegingen maken, terwijl ze ons verwijst naar het woeste speelterrein. We volgen de bordjes Ruig speelterrein en we zien vooral veel nattigheid. Nog maar eens vragen aan een hond-uitlatende-man. “Dat pontje lag daar, maar ze hebben het weggehaald, omdat het te duur in onderhoud was.” Ik heb veel vertrouwen in de mensheid en ik geloof hem. Josephine is nog niet overtuigd: “Laten we het nog eens aan de andere kant proberen.” Voordat we dat doen, bereidden we naast de kinderboerderij nog een kopje soep. Ballorig gooit Josephine ook het theewater uit haar thermosfles erbij. “Kijk eens een koe,” zegt ze ineens. In Nederland hoeft je niet verbaasd te zijn dat je een koe ziet, maar wel als hij via een touw verbonden is met een man. De man bevestigt dat hij de koe aan het uitlaten is.

Aan de andere kant van het park vinden we het pontje ook niet. We zetten voorlopig een vraagteken in het boekje. Eind februari verschijnt het nieuwe verenboekje. Dan zal ik controleren of hij er nog in staat. We rijden via dezelfde route terug naar het station. Vanuit de trein speuren we naar het pontje in het Westerpark, maar we vinden hem wederom niet. Wel zien we de man met de koe gezellig staan praten met mensen die hun hond uitlaten.

Met een: “Ik lees wel in je weblog, wat ik vandaag heb meegemaakt,” neemt Josephine afscheid op station Hollands spoor.

Even later kijk ik vanuit de trein verbaasd naar twee kippen die oversteken op de zebra bij de Van Nelle-fabriek. Ondertussen luister ik naar de conversatie van een man met zijn dochtertje; op Rotterdam Centraal stappen zij uit en hij draagt trouw de tijger van zijn dochter. Een vrouw loopt over het perron met een giraffe met groene stippen; die zou ik wel nader willen bekijken, maar helaas loopt ze door. Ik besluit dat de dieren de rode draad zullen zijn in mijn reisverslag.

Twee pontjes van de drie gedaan en nog 75 te gaan.

maandag 8 december 2008

Aggregatietoestanden

Als ik mensen van onze pontjeshobby op de hoogte stel, vragen ze steevast of we pontje zus of zo al gedaan hebben. Dan wordt een lieflijk pontje genoemd. Niemand zegt ooit: “Heb je het motorgierveer ‘Regina Fluminum’ over de Nederrijn al gedaan?” Deze pont stond op het programma op zondag 30 november 2008. Het varen met motorponten voor alle verkeer ervaar ik altijd als een soort corvee. We moeten ze doen, omdat ze in het boekje staan. Ik bewaar ze voor de winter. Maar liefst 3 autoveren stonden op onze lijst vandaag op de grens van Utrecht en Gelderland. Josephine had al uitgerekend dat we het beste van het oosten naar het westen konden rijden en ze schatte het op ruim 30 kilometer. Tussen de 3 en 6 graden zou het worden en er was 40% kans op neerslag.

Station Rhenen zou de beste start zijn voor deze tocht, maar de weg ernaar toe was vol hindernissen en Josephine had besloten om station Veenendaal – de Klomp als uitvalsbasis te gebruiken. Dit obscure station wordt door de intercity aangedaan. Op het fietsbalkon zit een jongeman met een racefiets en hij vraagt verbaasd of wij gaan fietsen. “Ja, maar jij toch ook?” “Ik ga hem alleen maar naar de winterstalling brengen.” We moesten door Veenendaal heen rijden om in Elst te komen. We schieten beiden in de lach als een buitenthermometer -1°C aangeeft. Even later dwarrelen er lichte sneeuwvlokken voor onze ogen, die weldra overgaan in hagel en later in regen. De regen zal ons niet meer verlaten op deze dag.

De Lustwarande laten we links liggen. Dat is niks gedaan met deze kou. Even buiten Veenendaal doemt de Utrechtse heuvelrug op en mijn vermoeden wordt bevestigd dat we deze moeten oversteken. Bij Elst varen we de Nederrijn over. We staan met z’n tweeën op die grote pont. Het lijkt wel of zelfs de automobilisten zijn thuisgebleven. De pontbaas informeert of we nog ver moeten. Aan de overkant hebben we ook weer het rijk alleen. Ook in deze tijd van het jaar is de Betuwe mooi. Bij Eck en Wiel varen we terug naar de provincie Utrecht.

Wijk bij Duurstede is nog ver weg. Halverwege bij de sluis n 14 vinden we een bankje. Josephine pakt haar thermosfles met heet water en vraagt: “Wat doen we eerst? Soep of thee?” “Eerst soep”, zeg ik en haal mijn thermosfles met heet water tevoorschijn, terwijl Josephine de hare weer opbergt.

Het bankje is helemaal beijzeld, maar ik heb de zitmatjes bij me en we genieten van de tomatensoep, respectievelijk champignonsoep. Ik moet ineens denken aan mijn scheikundeleraar, Koch, die de 3 aggregatietoestanden van water (H2O) uitlegt: De vloeistof water kan bij lagere temperatuur overgaan in ijs en bij hogere temperatuur in waterdamp. Wij bevinden ons tegelijkertijd in die 3 fasen: vast: het ijs waar we op zitten, vloeibaar: de regen die op ons hoofd valt en gas: de damp die van onze soep komt.

Voordat we onze weg vervolgen, moet Josephine eerst het ijs verwijderen van de doorzichtige deksel van haar fietstas waar de kaart in zit. We maken een mentale notitie dat we voortaan bij de wisseling van seizoenen de zonnebrandolie moeten vervangen door een ijskrabber.

In Wijk bij Duurstede verwachten we wel een gezellig tentje. In De Engel neemt Josephine een warme chocolademelk en ik een cappuccino. Een man aan een belendend tafeltje zegt dat we niet zo’n goede dag hebben uitgekozen om te fietsen. Ik leg uit dat we altijd gaan als we afgesproken hebben.
We leggen onze natte kleren op de verwarming en eten een heerlijk speculaasje. Na 2 bakkies moeten we er toch weer aan geloven. “Het is nu nog maar een klein stukje” zegt Josephine bemoedigend. Als we na Wijk bij Duurstede de Lek overgestoken zijn, moeten we via een brug het kruisende Rijnkanaal oversteken. Daar staat een bordje met Culemborg 11 kilometer. “Ik vind dit geen klein stukje meer, de teller staat al op 30 en mijn benen zijn helemaal verzuurd.” “En ik vind dat we al lang die 40% neerslag hebben gehad.” Gelukkig rijden we halverwege door Zoelmond. Hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze in Zoelmond zijn geweest?

Onze voeten zijn drijfnat. Toch rijden we om de plassen heen onder het motto: “Ze hoeven niet nog natter te worden.”
Een paar kilometer voor Culemborg vliegt er parallel aan ons in de lengterichting van de sloot een ijsvogeltje. Het prachtige blauw steekt fel af tegen de grauwe achtergrond.

Voordat we de laatste loodjes af gaan leggen, zet Josephine een kopje thee met het hete water uit haar thermoskan. We kiezen een muurtje voor een mooi landhuis uit om even uit te blazen.
Op het station hebben we snel een trein en in Utrecht hoeven we alleen nog maar het perron over te steken voor de sprinter. Door de conducteur worden we naar een ander balkon gedirigeerd, omdat het balkon waarop we aansturen, vol is. Later in Gouda, als ik uitgestapt ben om de trein naar Nieuwerkerk te nemen, kijkt hij vragend beurtelings naar mij en naar Josephine die in de trein is achtergebleven. Ik leg hem uit waarom onze wegen zich hier scheiden en en passant vertel ik hem van onze pontjeshobby. Als ik de deuren van de sprinter zie dichtgaan, waarschuw ik hem dat de trein zonder hem gaat vertrekken. “Die vertrekt pas, als ik het wil” is zijn commentaar. Duidelijk een man die zich bewust is van zijn macht.

Als ik thuis de fiets naar binnen rijdt, heb ik maar één wens: warm badwater.

Maar... 3 pontjes gedaan en nog 77 te gaan.