woensdag 23 augustus 2017

Krimpende wind en uitgaande vrouwen zijn niet te vertrouwen

‘In juli en augustus varen we meerdere keren per week’, staat er op de website van skutsjeverhuurhaghe. Wij zijn wel gewend aan niet varende veren, maar om nu helemaal naar Friesland te reizen en te ervaren dat hij niet vaart, gaat ons toch te ver. In april is het rooster nog niet bekend, maar de schipper antwoordt op mijn vraag,
‘Ga er maar van uit dat wij in ieder geval zaterdag 12 augustus het beurtveer varen van Heeg naar Balk v.v. Het is dan volop vakantietijd en de ervaring leert dat er dan meestal genoeg boekingen zijn.’

Zeilende veerdienst met skûtsje “Aleida Hendrika”

Sybren en Erik wachten ons in Heeg op met koffie en koek. ‘Er komt nog een gezelschap van 13 personen en dan is de boot vol.’ We mogen/moeten meehelpen met het hijsen van de zeilen en het bedienen van de zwaarden. Josephine wordt aan het werk gezet met het aan boord hijsen van de fietsen.

Waar vroeger vee, turf, bakstenen, mest en dergelijke werd gestouwd, mochten onze fietsen nu staan.
Op de motor varen we de haven uit. We steken Het Heeger Meer over en varen door een kanaal met rechts het natuurgebied Gouden Boayum. Onder leiding van Erik op het voordek wordt het fok gehesen. Sybren zet iemand aan het roer.


Sybren Boschma leunt ontspannen op de giek, maar zijn alerte blik blijft op het water gericht.

Leunend op de giek vertelt hij over de omgeving. Het lijkt of hij niet oplet, maar hij houdt de koers scherp in de gaten. Af en toe moedigt hij de roerganger aan om af te vallen of op te loeven. De vrouw heeft vroeger gezeild en zij denkt bij afvallen niet aan de lijn. Ze weet dat ze dan van de wind moet afdraaien.

De brug in Woudsend gaat voor ons open.

Bij het naderen van de brug bij het dorp Woudsend worden de zeilen gestreken, de motor gestart en Sybren neemt het roer over. 
Op het Slotermeer begint het echte zeilen. Met ‘aan de wind’ zeilen zouden we rechtstreeks naar Balk kunnen varen, maar voor ons vermaak wordt er gelaveerd.

Een rondje met drie pontjes

De volgende dag: Eerst maar het meest veraf gelegen pontje nemen: de motorveerboot Gastvrij Grou over de Rechte Grouw.


De motorveerboot brengt ons over de Rechte Grouw.


De veerbaas veert op bij onze komst en binnen de kortste keren zijn we aan de overkant. Daar wacht een jongen die werkt in het restaurant aan de overkant. Hij gaat twee keer per dag met dit veer.

Door naar Terherne, het Kameleondorp, voor het pontje over de Nije Wetering.


Ons toegangsbewijs tot de Fiesta Versa, de veerpont op zonne-energie over de Nije Wetering.
Een melkbus met stokken met groene bovenkanten staat klaar. De eerste 15 aangekomenen kunnen zeker met het pontje mee. Je moet wel zo bijdehand zijn om een stok te pakken. De groene stok is dus je toegangsbewijs.

Over een eindeloos slingerend schelpenpad fietsen we naar Goingarijp. Noodgedwongen rijden we achter elkaar. De vrouw voor ons kijkt voortdurend om tot we haar geruststellen dat we geen haast hebben. Zo kunnen we rustig genieten van de zeilboten op het Sneeker Meer en Goingarijper Poelen.

Bij restaurant de Klokkenstoel kun je overvaren naar de jachthaven over de Lijkvaart. Een lijkvaart is bevaarbaar water, dat naar een kerk of kerkhof voert.
Bij zelfbedieningspontjes is het altijd handig om vooraf te kijken hoe hij werkt, voordat je in het zicht van een vol terras gaat stuntelen. Ah, je moet twee knoppen tegelijk indrukken. Een ter hoogte van je kruis en de ander hoog boven je hoofd.


De zelfbedieningskettingveerpont over de Lijkvaart in Goingarijp.


Oudehaske versus Ouwsterhaule
De laatste dag is een eenvoudige tocht naar het oosten, naar Luinjeberd. Maar ja, als je denkt dat Oudehaske hetzelfde is als Ouwsterhaule beland je 10 kilometer bezuiden je doel.

De flink verhoogde begraafplaats van Ouwsterhaule ligt als een door flinke bomen en struiken omzoomd eiland in de weidsheid van het Friese landschap. De klokkenstoel in het midden heeft een helmdak. Geen kerkhof zonder bankje. We eten een boterham en mijmeren over hoe het zou zijn om hier begraven te zijn. Vanaf de grafheuvel kijken de schots en scheve grafstenen over het wijde landschap uit.


De begraafplaats in Ouwsterhaule met een klokkenstoel.


Gesterkt door de doden stappen we weer op. We zijn blij als we het bordje Pontje De Deelen zien. Er staat alleen niet bij dat het nog 4 kilometer weg is.


De zelfbedieningskettingveerpont over de Hooivaart in Luinjeberd.


‘En nu rechtstreeks naar huis,’ zeg ik. 
Uiteindelijk hebben we 59 kilometer op de dagteller staan als we arriveren bij ons huisje in Langweer.

Josephine gaat dinsdag met de twee fietsen naar huis, waar met de hulp van de buurman mijn fiets in de berging belandt.

We worden steeds handiger in het opladen van de fietsen.


Opera Nijetrijne

Wij blijven nog een nachtje. ’s Middags lunch met Alie en Nanne in Driewegsluis en ’s avonds naar de openluchtopera Nijetrijne: ‘De Wereld op d’r Kop’ van Antonio Salieri.

De natuurlijke gang op een door vrouwen gedomineerd eiland wordt verstoord door de komst van de Graaf en de Markiezin.

Grotere variëteit kunnen we niet wensen op een pontjesweekend: een skûtsje, een veerpont op zonne-energie, een motorveerpont, een zelfbedieningskettingveerpont met twee bedieningsknoppen en een zelfbedieningskettingveerpont met draaimechanisme.

Met beelden van zeilen die in de verte door het landschap glijden, van plukjes bomen met de houten kerktorentjes erboven uitstekend en van oranje daken van monumentale koprompboerderijen, nemen we afscheid van Friesland.

Vijf gedaan. Nog 38 pontjes te gaan.

12 t/m 14 augustus 2017

dinsdag 11 juli 2017

Een snelle aanpassing

Als een paar synchroonzwemmers draaien we het parkeerplaatsje in de Dorpsstraat van Ellemeet op.
Bij het ontbijt zag het er niet naar uit dat we elkaar zo precies op tijd zouden ontmoeten.
Ik controleerde nog even vanaf welk tijdstip het pontje vaart. Tot mijn schrik lees ik:
Openingstijden: 
Op dit moment vaart het pontje niet in verband met vakantie. De nieuwe vaartijden worden op een later moment bekend gemaakt.
‘Wat doen we? Toch gaan en een rondje fietsen daar. Of gauw een ander pontje zoeken?’
‘Zoek een ander pontje.’
Op Schouwen-Duiveland moet we die nog bij Noordwelle doen.

Noordwelle en Zuidwelle

Noordwelle werd gesticht ten noorden van een dam, oftewel “welle” en maakte samen met het ten zuiden van de dam gelegen (verdwenen) Zuidwelle deel uit van de heerlijkheid Welland. Een ringdorp met de huizen rondom de uit 1450 stammende Corneliuskerk met slechts een paar honderd inwoners.


Het ringdorp Noordwelle, de huizen staan rondom de kerk.

Het pontje moet recht tegenover het Hof van Renesse liggen. We melden ons aan bij de balie voor een kopje koffie. De eigenaresse heeft net het ontbijt geserveerd en is niet van plan om open te gaan voor passanten. Het wordt slecht weer. Wij zijn verbaasd. Volgens ons is het en blijft het prima weer.


De app Overzetveren

Ik start de app. We zijn slechts 2 minuten verwijderd van het pontje. We gaan rechtsaf. Hé, nu zijn we ineens 5 minuten van het pontje vandaan. Zeker de verkeerde kant opgegaan. 

Het is nauwelijks voor te stellen dat deze gronden regelmatig onderliepen door de natuur of door oorlogsgeweld.

We rijden terug, voorbij het Hof van Renesse en slaan rechtsaf. De weg gaat over in een pad met steenslag. Al hobbelend arriveren we bij het pontje. Ook weer zo’n prachtig nieuw pontje. De blauwe touwen lopen door rechthoeken en worden zo droog gehouden. We varen heen en weer over een kreek.

De Graanhalm

Van het rustige kwelderlandschap met hier een daar een toefje bomen fietsen we het drukke, toeristische Burgh Haamstede binnen.
In de tuin van Pannenkoekenmolen de Graanhalm schuiven we aan bij een tafel met vier Zwitsers. Deze bestellen twee pannenkoeken en de serveerster vraagt of ‘zwei Teller’ extra moet geven. Ja, dat is goed. We bestellen zoals altijd een pannenkoek naturel en een met spek en appel. Mmmm, het zijn volkoren pannenkoeken. Onze tafelgenoten kijken met belangstelling naar het hanteren van de schenkstroop. Of ik een beertje teken? Nee, een aapje.


Genderneutrale toiletten?

Ik heb vaak grote moeite om de als leuk bedoelde afbeeldingen van het dames- of herentoilet te onderscheiden. Ik gok goed.



Burgh Haamstede

De terrassen rijgen zich aaneen in Burgh Haamstede. Wij zoeken de rust op van de Vroongronden. Een aantrekkelijk gebied met door houtwallen omzoomde weilandjes. Bij Renesse rijden we ineens op de oprijlaan naar Slot Moermond.

Terug in Ellemeet. De fiets op de fietsdrager en op naar huis.



Een gedaan. Nog 43 pontjes te gaan.


2 juli 2017

zondag 18 juni 2017

Een heerlijke verwendag

'Ik ben er,’ app ik naar Josephine.
Waar ben je?’ is haar antwoord.
Hmmm, blijkbaar zijn we niet op dezelfde parkeerplaats.
Maar even bellen. Josephine ziet de veerboot ‘Dinteloord’ liggen. Ik niet. Ik loop naar de veerstoep en ik zie een tuinameublement staan een aanlegsteiger, maar geen boot. Er staat hier een afvaartijd van 10:35, maar ik heb op de website geen andere veerboot in de buurt gezien.
‘Weet je wat ik doe? Ik rijd naar de volgende opstapplaats en dan ontmoeten we elkaar daar.’
Josephine is inmiddels naar de boot gelopen en de veerman zegt ‘stap maar in, je vriendin staat waarschijnlijk bij de volgende stop in de jachthaven. Daar komen we om 10:35 aan.’’
Even later ontwaar ik het rode hoedje van Josephine.

 
Het rode zomerhoedje van Josephine, een baken in verwarrende tijden.
‘Jullie zijn vast wel toe aan koffie,’ met een zwierig gebaar wordt de koffie op tafel gezet.

Ooltgensplaat


We steken het Volkerak over naar de keersluis van Ooltgensplaat.
De loopplank blijft leeg. Na een kwartiertje vertrekken we weer. De veerman moet  verschillende malen heen en weer steken om in het nauwe kanaal te keren.



Galathese Haven

We volgen de kust van Goeree Overflakkee en leggen aan in de Galathese Haven. Deze haven werd vroeger gebruikt door een geregelde veerdienst tussen Noord-Brabant en het eiland Goeree-Overflakkee.
Een kwartiertje mogen we onze benen strekken onze aandacht gaat gelijk uit naar de oude auto die op de parkeerplaats staat.

Citroën B14 uit 1927.
  
Ik vraag mijn autojournalist wat voor auto dit is.

‘Wat een leuke foto’s! Ik moest hem aan de hand van het kenteken even opzoeken, maar dit is een Citroën B14 uit 1927. De huidige eigenaren hebben hem al sinds 1999. Ik heb deze zelf nog nooit in het echt gezien, wel de vergelijkbare B12.’

De eigenaren van de auto komen aangelopen en met veel gekraak, vertrekken ze.

 
De Dinteloord 8 vanaf het uitkijkpunt.

De Dinteloord 8 ligt op ons te wachten. We voelen ons bevoorrecht. De enige passagiers. Het is net of we met een privé-watertaxi heen en weer worden gevaren.




Benedensas

We steken het Volkerak weer over naar het vasteland.

De 'bunkertreppe'.


Het uitkijkpunt boven de Duitse bunker springt meteen in het oog.
‘Niet de sluis over gaan, hoor,’ worden we gemaand.

 
Het decor van TV-serie 'Merijntje Gijzen's Jeugd'.

Uitkijkpunt

We kijken uit het Sas (de sluis), de Vliet, de polders, de kreken, de schorren en de gorzen.
Een eindeloze stroom bootjes vaart door de sluis. Eerst vanaf de ene kant en dan van de andere kant.
Ondanks dat we de enige passagiers zijn, moet de veerboot wel op tijd varen. Vanmiddag wacht nog een tweede rondje over het Volkerak.

De trap staat bovenop een Duitse bunker en wordt 'bunkertreppe’ genoemd.


In de bunker wordt uitgelegd dat de geschutsbunker type 612, Stützpunkt XXXVI onderdeel is geweest van de Atlantikwall. In 1973 werd hier de TV-serie ‘Merijntje Gijzen’s Jeugd’ opgenomen. Bij de buitenopnamen diende de sluis en de omringende huizen als decor. De bunker werd met hout en dakpannen bekleed tot een in het decor passende houten schuur.

Het gastenboek is nog maagdelijk wit. Dat kunnen we niet aanzien. Ik schrijf:

Hoe prachtig wit is dit papier
wat moet ik met mijn woorden hier?
Het is nu al zo mooi niet meer,
ik leg maar gauw mijn pen weer neer.

                                                Geschreven op onze mooie
                                               overtocht met de ‘Waterpoort
‘                                              op 4 juni 2017
                                                                      Bettie van Veen
                                                                                &                                                                                                                             Josephine Bakker


NB: De woorden komen uit “Het verzet” van Harmen Wind

Bij terugkomst in Dinteloord staan 8 fietsers te wachten om mee te varen.

Een bijzondere dag. De volle attentie van de twee stuurlieden. Wat wil een mens nog meer?
Wij zwaaien naar de tweekoppige bemanning en rijden huiswaarts.


Een gedaan. Nog 44 pontjes te gaan.


4 juni 2017

vrijdag 2 juni 2017

Een nieuwe transportmethode toegevoegd aan ons repertoire

‘Grrr, lukt niet om lichten fietsdrager op de auto aan te krijgen. Vorige keer zat hij er in 10 min op.’ appt Josephine de avond voor de geplande pontjestocht.
We besluiten wel te gaan, maar dan zonder fiets. In Terneuzen ontmoeten we elkaar in het restaurant aan de sluizen. Een wandelkaart hebben we niet, maar wel een autokaart van het gebied. Het pontje moet dicht bij de N62 liggen, maar die staat niet op de kaart.
 
Waar loopt de N62?
We trekken onze wandelschoenen aan en beginnen langs het kanaal van Sas van Gent naar Terneuzen naar het zuiden te lopen. Van de aardrijkskundeles herinner ik mij nog dat ik het kanaal een magische klank had.
Grote schepen met sleepbootjes die een dwergen lijken naast die giganten halen ons in.

De massa is opgelost

Onderweg had ik drie keer in de file gestaan en het lijkt wel alsof al die mensen verdampt zijn. Gans alleen lopen langs lange lanen met bomen. Links en rechts velden met graan of lege akkers.


We volgen een goederenspoorweg en even later kondigt een fluit de komst van de trein aan. Als een paar kleine kinderen zwaaien wij vrolijk. Een brede arm wuift terug.


De temperatuur is opgelopen tot 31°C. De meegenomen grote paraplu geeft mij voldoende schaduw en Josephine heeft haar hoedje op.

De Sleurschuut

Na drie uur gelopen te hebben, zien we het pontje ineens beneden ons liggen. Via het Sluiskilpad bereiken we de veerstoep. Meestal zijn we helemaal alleen, maar nu zijn er kinderen met opblaasdinosaurussen en opblaasbadjes die als boot gebruikt worden. Ze maken plaats voor ons en we kunnen overvaren en onze weg vervolgen.
 
De sleurschuut
Dit trekvlot over de Westelijke Rijkswaterleiding kreeg als toepasselijke naam ‘De Sleurschuut’. Deze naam is bedacht door Bente Arissen van De Oranje Nassauschool uit Sluiskil.

We vervolgen onze weg en komen langs een informatiebord dat ons vertelt dat we ons op een bijzondere plek staan. Zeventien meter onder ons bevindt zich de Sluiskiltunnel waar de N62 doorheen loopt onder het Kanaal van Gent naar Terneuzen.



Liften

‘En nu gaan we met de bus terug,’ zegt Josephine opgewekt.
‘Dat lijkt me niet zo’n goed idee. De dichtstbijzijnde halte is twee kilometer weg en het zou me niet verbazen als de bus maar één keer in het uur gaat. Nee, we gaan liften.’
We steken de weg over om aan de goede kant te komen. Tijdens het oversteken, steek ik mijn hand op en dwing een auto tot stoppen. Op mijn vraag of we mee kunnen rijden naar Terneuzen, zegt de man ‘Stap maar in.’
Ik, naast een jongetje in een autostoeltje en Josephine voorin. ‘Ik moet eerst mijn vrouw ophalen,’ zegt de bestuurder. Wij vinden alles best als we maar in Terneuzen komen. Ongeschonden komen we daar aan.

Een gedaan. Nog 45 pontjes te gaan.

26 mei 2017