zondag 5 november 2023

Zoeken, zoeken, zoeken

In de gemeente Houten zijn enkele wandelingen uitgezet welke over boerenland gaan. Ten noorden van de kern is er daarbij, vlakbij de spoorlijn, een klein trekpontje aangelegd om daarmee een sloot te kunnen oversteken. Het startpunt van het Slagmaatpad ligt bij het TOP (toeristisch overstap punt) bij fort Vechten, aldus de site pontjes.nl.

We hebben afgesproken bij P+R Houten Castellum. Zullen we onze regenbroek maar meteen aandoen? Dan kunnen we hem tenminste zittend in de auto aan doen. Ik doe ook gelijk mijn schoenbeschermers aan.
Door het nieuwe centrum komen we al snel op de meanderende fietspaden buiten Houten. De gemeente heeft duidelijk voor de fiets gekozen. We fietsen in aaneengesloten parken waar de auto niet welkom is.

Aan deze kant?



Bij knooppunt 36 moet het pontje liggen. We bestuderen mijn ruwe schets. Het moet aan deze kant van het spoor liggen volgens Josephine. ‘Kijk maar hier de rode pin op Google maps.’
Ik denk echter dat het aan de andere kant van het spoor ligt. We gaan onder het spoor door . Maar waar zou het nu moeten liggen?

Aan de andere kant?

‘Nee, we moeten terug naar de andere kant. Ik heb daar een graspad zien liggen.’ We gaan weer onder het viaduct door, zetten onze fietsen neer. Met deze natte ondergrond is het geen optie om hier te fietsen. We zetten de fietsen op slot en aan elkaar vast.
Het pad loopt al snel dood.
‘Krijg nou niks. De pin op Googel maps staat weer aan de andere kant!

Grover van Sesamstraat: hier en daar



Ik voel me nu net zoals Grover van Sesamstraat als hij probeert uit te leggen wat ‘hier’ is en wat ‘daar’. Het gaat goed als hij ‘hier’ staat en naar de verte wijst wat ‘daar’ is. Het gaat pas goed mis, als hij naar ‘daar’ gaat en zegt dat het nu ‘hier’ is.

‘Kijk eens, daar lopen allemaal mensen. Dat zal vast het Slagmaatpad zijn. Maar hoe komen we daar?’
Als we weer terug bij de fietsen zijn, komt er een jongeman aan gelopen.

Aan de andere kant?

Ik weet dat Josephine meer vertrouwt op papieren kaarten en Google maps, maar toch schiet ik de jongeman aan. Terwijl hij zijn oortjes uit zijn oren haalt, zegt hij: ‘Jullie doen alle pontjes.’
Hij bestudeert mijn schets. Inmiddels roep ik op mijn telefoon de pagina van het beoogde pontjes van de site pontjes.nl op. Hij bestudeert de foto: ‘Kijk, hier zie je een elektriciteitsmast. Dat is die daar. Ik herken ook de boerderij en de boomgaard. Althans dat denk ik. Ik wandel hier heel veel.’
Hij is duidelijk van goede komaf, aan zijn dictie te horen. Hij slist heel erg aandoenlijk. Ik stel nog een vraag in de hoop dat ik de slis weer hoor.

Toch aan de ene kant?

De conclusie is dat we toch aan de andere kant moeten zijn. We verlossen onze fietsen van de sloten en gaan weer onder het viaduct door. Daar is natuurlijk niets veranderd en bij de eenzame elektriciteitsmast is geen pad of pontje te herkennen.
‘Nou moe, nu staat de pin van Google maps weer aan de andere kant van het spoor.’
De jongeman komt weer aangelopen. ‘Het is duidelijk niet hier. Ik zou naar die andere elektriciteitsmast gaan aan de andere kant van het spoor. En bij de landwinkel het pad opgaan en eens kijken of je het pontje dan vindt. Ik ben zelf ook nieuwsgierig geworden. Volgende keer ga ik hem zoeken ’

Het pontje

Bij de landwinkel staan wat bankjes en we besluiten eerst een boterham te eten. Een hond en twee poezen volgen nauwgezet onze verrichtingen.

 



 Ik ga even aan die parkeerwacht vragen of hij weet waar het pontje ligt.

‘Jazeker, volg het klompenpad hierachter. Dan kom je er vanzelf.’

We soppen door het weiland heen. We passeren schapen, waaronder een dood schaap. We moeten een hek over door middel van een opstapje, maar die is wel erg hoog. Mij lukt het wel, maar Josephine heeft een onwillig been. ‘Ga jij maar. Ik blijf hier wel wachten.’


Ik loop door maar ondertussen denk ik: Wat staat er ook alweer in het Pontjesreglement? Moesten we niet met z’n tweeën zijn? Moesten we de veerstoep niet fietsend bereiken? Moesten we niet aan de overkant afstappen? Thuis kijk ik het na.

Pontjesreglement

Alle criteria die we in de loop der jaren hebben aangelegd, zijn nooit op papier gezet, en toch zijn ze intuïtief voor beiden duidelijk.

Ondertussen hoor ik ‘joehoe’ achter mij. Het is Josephine toch gelukt om over het hek te komen. ‘Ik wilde niet weer langs dat dode schaap lopen,’ hijgt ze.

We soppen verder en daar is ‘ie eindelijk. Ik probeer het pontje naar onze kant te krijgen, maar ik krijg hem met geen mogelijkheid in beweging.



Josephine slaat mijn verrichtingen gade en zegt ‘Daar is het einde van de sloot. We kunnen omlopen!’

 


 Soepeltjes glijdt het touw door de lussen van het pontje. Waarom ik dat niet van de andere kant voor elkaar kreeg? Geen idee. Ik ga het niet uitzoeken.

Terwijl we teruglopen, memoreren dat we nog nooit hebben meegemaakt dat we konden omlopen bij een pontje. Zelfs bij het 316e pontje kun je nog iets nieuws meemaken.

Als we teruglopen, begint het te regenen.
Wat doen we? Het is pas half een. Laten we nog een stukje fietsen.

 De terugweg

Via knooppunten 33 en 32 komen we bij een speelpaleis en drinken daar wat. Gesterkt gaan we verder. Via knooppunt 27 komen we bij 68. Om bij knooppunt 67 te komen, moeten we 4 kilometer langs het Amsterdam-Rijnkanaal rijden. We hebben de wind pal tegen en geen enkele beschutting. We versagen niet en als we eindelijk de hoek om kunnen slaan, zien we een bushokje. Jaaa, daar gaan we even schuilen en een boterham eten. Terwijl we benzine zitten te happen van de voorbij rijdende auto’s vragen wij ons af waar die mooie natuur is gebleven.
‘Ik krijg het koud. Laten we verder gaan.’

P+R Houten Castellum

Gelukkig komen we weer op de autovrije paden en bereiken het station snel. Maar waar is het P+R –terrein? We rijden een paar keer heen en weer: de Hema, Hoogvliet, Kruidvat e.d. hebben we op dit moment niet nodig. Ik schiet een mevrouw aan. ‘Ja, ze weet wel waar dit terrein is.’ Ze kijkt naar links en naar rechts en nog een keer. In mijn ogenhoeken zie ik Josephine al met haar ogen rollen. ‘Ik weet het echt wel, hoor, zegt de vrouw. ‘Is het aan deze kant van het station?’ probeert Josephine. ‘Nee, aan de andere kant.’ En ineens weet ze het.’ Hier onder het viaduct door en dan naar rechts.’

We hebben slechts 22 km gefietst, maar gezien de omstandigheden: regen, harde wind en 12 graden mogen we tevreden zijn.

Eén pontje vandaag; in totaal 316 pontjes gedaan.

4 november 2023

zondag 24 september 2023

Onze eerste rit samen met de elektrische fietsen

 

Toen we in 1998 voor het eerst samen gingen fietsen, hadden we het eerst getest. Fietsten we wel in hetzelfde tempo? Dat bleek zo te zijn. Door de jaren heen bleek wel dat we onze goede en onze slechte dagen hadden, maar over het algemeen fietsten we hetzelfde tempo en kregen we op hetzelfde tijdstip verzuurde benen.

Maar is dat met elektrische fietsen ook zo?
Vandaag gaan we het ervaren.

Het begint natuurlijk met het plaatsen van de elektrische fiets op de fietsdrager. Batterij eruit dan is ‘ie minder zwaar. Het oprijgootje bewijst goede diensten. Maar waar zet ik hem vast? Ik besluit om de diagonale stang te nemen, waar de batterij in zit. Dan zet ik meteen de deksel vast waaronder de batterij normaal gesproken zit. Dan kan ik die niet verliezen. De bevestigingslussen voor de wielen gaan als vanouds erom.



 

Als ik wegrijd, houd ik goed in de gaten of de fiets erop zit. Beweegt hij nou meer dan anders? Ik rijd de grote weg op en accelereer naar honderd en schuif naar de linkerbaan.
‘Hè, de fiets is weg!’ Oh, oh arme fiets. Ik zie al helemaal voor me dat de achterop rijdende auto’s erover heen rijden en krantenkoppen ‘Oude vrouw bindt e-bike niet goed vast, met een grote chaos tot gevolg.’

Ik schuif naar de vluchtstrook en stap uit. De fiets is blijven hangen in de wiellussen. Poeh, dat is een opluchting. De rechtertrapper zit vast in de fietsdrager, maar eerst moet ik alles van het slot doen en losdraaien.

M’n fietsgootje kan ik niet gebruiken, ik sta op een fly over en de vangrail is te dichtbij.

 


Ondertussen raast het verkeer, drie banen breed, langs me heen. En dan gaat het ook nog regenen. Het regenjack is bij de hand. Ik heb moeite de fiets in bedwang te houden. Waar is nu het resultaat van de spierkrachttrainingen die ik volg?
Het lijkt wel of het rustiger is geworden? Ik kijk achterom en ik zie dat een gele wagen van Rijkswaterstaat met oranje zwaailicht achter me staat. Ah, en één baan is leeg. De chauffeur steekt zijn duim op. Stoïcijns worstel ik verder en krijg het uiteindelijk voor elkaar. Ik heb hem nu bevestigd aan de verticale buis.
Ik steek m’n hand op naar de Rijkswaterstaatman en rijd weg. Hij blijft me nog een tijdje volgen. Of denk ik dat maar? Op een gegeven moment slaat hij af.
We kunnen vaststellen dat de emancipatie is geslaagd. Niemand stak een hand uit. Nochtans ben ik de Rijkswachtman dankbaar die over mijn veiligheid heeft gewaakt.

Eenmaal in het Westland zie ik de grote tuindersbedrijven die allemaal opschriften hebben met het woord ‘innovation’ erin en ik denk aan de anderhalve hectare waarom mijn voorouders sinds 1650 hun rug krom hebben gewerkt in Leidschendam-Voorburg.
Met adrenaline in mijn lijf arriveer ik op het Oranjeplein in De Lier. Opgewonden vertel ik mijn avontuur aan Josephine. Zij heeft dat ook gehad, de eerste keer dat ze de fietsdrager gebruikte.
Josephine heeft nu ook een helm, maar een charmante met een hoedje erover heen: Yakkay (brainwear for smart people).

Onverstoorbaar fietsen we naar Schipluiden waar het pontje op ons wacht, hopen we. We rijden achter elkaar op de drukke Gaagweg en we zien ineens het pontje aan de overkant van camping Het Zonneveld liggen. We varen over en komen op een prachtig fietspad dat is aangelegd op de oude trambaan. Weg zijn de auto’s.


 

We rijden door naar Maasland, nog steeds voor de wind. Een prachtig dorpje: links water en rechts oude panden. Bij de Oude Kerk staan twee bankjes en daarop gaan we een boterham eten.

 


‘Hoor je het koor dat oefent in de kerk?’
‘Nee, ik zal mijn hoorapparaten in doen.’

 


Daarna zet Josephine mijn zadel wat hoger.

Josephine kijkt naar de lucht. ‘Laten we ons regenpak maar alvast aan doen.’ We zijn het dorp nog niet uit of het begint te hozen. ‘Zullen we even schuilen?’ ‘Nee, laten we maar doorrijden, we weten wat er gebeurt als we te vroeg te veel pauzes nemen.’ De wind en de regen geselen ons van links. Josephine zet de vaart erin en ik blijf achter, maar de afstand wordt niet groter. Hoorapparaten houden niet van water, ik doe ze in mijn zak.
Ganzen vliegen laag over onze hoofden en lachen ons al gakkend uit terwijl ze zich verzamelen voor de trek naar het zuiden.
Josephine wacht wel op mij bij het volgende bosje. Het water begint mijn linkerschoen binnen te dringen en ik voel een straaltje langs mijn nek lopen.

 


Als verzopen katten rijden we Maasdijk binnen en de zoete lucht van bakkerij Vreugdenhil snijdt door de regen heen. Een enorme zaak waar zoetigheden in alle maten zijn uitgestald.
‘Ik neem niks, nu ik zoveel ben afgevallen,’ zegt Josephine.
‘Misschien serveren ze wel een koekje bij de koffie/thee’ vervolgt ze hoopvol. We worden niet teleurgesteld.
Ik neem een pak koekjes mee voor thuis. De kassière vraagt of ik een spaarkaart heb en of ik wil sparen voor de ovenhandschoenen. Ik sla het af en zeg ‘Ik kom hier nooit meer.’ Ze is beduusd en vraagt waar ik vandaan kom. ‘Capelle aan den IJssel.’ Ja, dat vindt ze wel ver weg.
Zonder mijn hoorapparaten versta ik haar uitstekend.

‘Dat klopt,’ zegt Josephine, ‘Westlanders praten hard omdat ze binnen de kassen vaak van ver naar elkaar moesten roepen.’
‘Nou, ik heb bij mijn vader vaak in de kas gewerkt, maar volgens mij praten wij – Rijnlanders - niet hard.’

De regen is opgehouden en we vervolgen onze weg.
Josephine lacht ‘Je ruikt stal.’
Ja, nu ben ik degene die wat harder fietst.

De volgende ochtend appt Josephine ‘Van elektrische fietsen krijg je trouwens ook pijn in je benen.’

De kop is eraf.
Eén pontje vandaag; in totaal 315 pontjes gedaan.

23 augustus 2023

zondag 20 augustus 2023

Afscheid van onze trouwe stalen rossen

In 2005 en 2008 kwamen onze huidige fietsen in ons leven. Een donkerblauweTarget Nevada Special voor mij en een helblauwe Santos Travel Master voor Josephine.

Aan de komst van mijn fiets zit een verhaal vast. Op 3 december 2005 reden we in de buurt van Katwijk en ik had weer eens een lekke band. Josephine versaagt niet, zet m’n fiets op z’n kop en vervangt de binnenband. Het oppompen met zo’n klein pompje is niet ideaal. Toen we langs E.H. van Galen tweewielers in Katwijk fietsten, vroeg ik of ik daar m’n band verder mocht oppompen. Terwijl ik sta te pompen, komt de eigenaar naar buiten en zegt “Ik heb een mooie aanbieding voor u. En u kunt deze inruilen.’ We lopen met hem de showroom in en zien m’n huidige fiets staan. Als Josephine er niet bij was geweest, had ik hem niet gekocht. Ze knikt goedkeurend. Het blijkt dat de fiets 699 euro kost, met de inruil komt het uit op 400 euro.
‘Hier is een leenfiets. Als jullie nog even gaan fietsen, staat hij voor jullie klaar.’ We fietsen naar de boulevard en eten daar een pannenkoek. Als we terugkomen, is de bidonhouder overgezet en kan ik er zo op wegrijden. Bijna 18 jaar later en  25.499 op de teller, heeft hij zijn dienst wel bewezen. Toch neem ik node afscheid van hem, maar ik moet wel.

Inmiddels heb ik mijn nieuwe elektrische fiets Cube Supreme Hybrid SE 500 binnen, maar Josephine heeft de hare, een Velo de Ville SEB 490 nog niet. Nog een laatste analoge tocht?
‘Laten we dichtbij blijven, ik kom wel naar jou toe.’ ‘Er is een speelpontje in het Schollebos. Laten we daarnaar toe rijden,’

Terwijl we op ons gemak peddelen, halen we herinneringen op aan onze fietsen. Weet je nog dat we ze een keer moesten achterlaten midden in Rotterdam om met de watertaxi naar hotel New York te varen (2007)? We hadden ze wel aan elkaar vastgemaakt en vastgezet aan een hek.



En die keer in 2007 dat we door het water moesten waden? Het was hoog water en wij waren ons van niets bewust. Aangekomen aan de overkant meldde de kapitein van ’t Kleine Veer doodleuk dat we naar de kant moesten waden. De loopplank werd neergelaten en de dapperen onder ons (waaronder ik) reden de loopplank af met de benen in de lucht. Helaas is daar geen foto van gemaakt; wel dat Josephine waardig door het water schrijdt. We waren zo weer opgedroogd; het was 25 graden. 


Wij houden onze fietsen graag in het zicht, maar soms moet je ze uit handen geven, zoals in 2017 op de zeilende veerdienst met skûtsje “Aleida Hendrika” over het Heegermeer (Fr.). Josephine werd gelijk aan het werk gezet.

Verdwenen ze daar nog in het ruim. In 2019 werden onze fietsen gewoon op dek  vastgebonden aan de neergelaten mast van de klipperaak Liquenda II over het Haringvliet.



Weer of geen weer we gingen altijd op pad. En de fietsen moesten ons maar volgen. Op deze novemberdag in 2008 vroeg een jongeman in de trein verbaasd of we gingen fietsen. Wij antwoordden bevestigend
‘Maar jij toch ook?’
‘Ik ga hem alleen naar de winterstalling brengen,’ zei hij.
De veerman van de motorgierpont ‘Geldersweert’ waar we helemaal alleen op staan vraagt bezorgd of we nog ver moeten.
Kortom de hele dag fietsen we in de regen, hagel en natte sneeuw. Zelfs het bankje waar we op neerstrijken, is beijzeld.


Mochten de fietsen eerst nog heerlijk met de trein reizen, nu moeten ze in weer en wind op de fietsdrager staan.


Terug naar het heden. Inmiddels zijn we gearriveerd bij het pannenkoekenrestaurant in het Schollebos. De aanlegsteiger is leeg.


‘Tja,’ zegt Josephine ‘als je het zo op een rijtje zet, hebben ze heel wat met ons meegemaakt. We moeten ze aanstonds maar bedanken:

Stoere fiets,

Hartelijk dank voor alle keren dat ik op je mocht rijden De tijd is nu gekomen om afscheid te nemen van je maar ik heb genoten van je. 

Dank je wel.

 

Nog steeds 314 pontjes gedaan.

19 augustus 2023.

zondag 9 juli 2023

Fietsende coaches toegestaan

Bij de Buitenkaag varen negen pontjes heen en weer en daarvan hebben we er op 14 juni 2003 maar liefst vijf gedaan. Maar ja er komen er elke keer weer bij, zoals die we vandaag gaan doen. Die is op 28 augustus 2021 in de vaart gekomen.

Op het parkeerterrein van supermarkt Hoogvliet in Leiderdorp hebben we afgesproken. Bij aankomst zie ik dat het parkeerterrein heel klein is en ik besluit om de auto in een parkeervak in de straat te zetten. Onder een boom en ik zie dat de overkant in de schaduw ligt en ik vermoed dat de schaduw wel aan deze kant zal zijn als ik terugkom. Het zal 31 graden worden volgens de weerman.

Waar zouden we zijn zonder onze mobiele telefoon?

Om 10 uur is Josephine er nog niet. Ik bel haar en ze neemt meteen op. ‘Ik ben er ook.’ Tegelijkertijd zie ik haar staan nog geen 150 meter van me vandaan.
Terwijl we naar het eerste knooppunt van de route fietsen memoreren we dat we vroeger toen we nog geen mobiele telefoon hadden elkaar maar één keer zijn misgelopen. Ik stond op het Staatsspoor en Josephine op het Hollands spoor in Den Haag. Na een half uur gewacht te hebben, zijn we beiden maar een rondje gaan fietsen. Vanaf die tijd gold de afspraak: Als de ander er na een half uur nog niet is, ga je gewoon alleen een stukje fietsen.
Oplettende lezertjes denken natuurlijk: Dan had je elkaar toch bij het pontje kunnen ontmoeten! Maar helaas, toen deden we nog geen pontjes. Onze eerste tocht was in augustus 1998 in Friesland.

Sweilandpolder

Al snel rijden we in een weids landschap. In zo’n landschap heb je meestal kaarsrechte wegen, maar hier kronkelende de paden in haarspeldbochten. Als je niet uitkijkt, duik je pardoes een sloot in.
Maar wat is dat nu?

Lakenvelders



Een grote kudde Lakenvelders. Een machtig gezicht is het. Ik zei tegen Josephine ‘rijd jij maar vooruit, dan maak ik een paar foto’s.’ Bij de kudde gekomen, stappen de koeien en kalveren het fietspad af. Het is alsof de Rode Zee zich voor Josephine opent.
Nu ben ik aan de beurt. Aangekomen bij de kudde stapt een kalf het fietspad op en verspert mij de weg. Hij kijkt me aan met zijn door vliegen omrande ogen. Ik stap af en wacht tot hij zich verwaardigt mij door te laten.




Dat doet me denken aan een coachopleidingsweekend. Je kon kiezen uit verschillende soorten. ‘Coachen met paarden’ leek me wel wat. Het paard stond in een manegebak en je moest het paard dwingen jou te volgen. Toen ik het touw beetpakte dat aan zijn halter zat, dacht ik ‘Wie ben ik dat ik dit prachtige dier commando’s ga geven?’ Ik liet hem rustig zijn gang gaan. ‘Geen leiderschapskwaliteiten!’ concludeerde de cursusleider. ‘Volgende.’

Het Sweilandveer

 


Ah, een pont op afroep. Ik bel het nummer dat op het bord staat.
‘Het pontje’ is de onmiddellijke reactie.
‘Wij staan bij steiger 2’
‘Ik kom eraan.’

Op het pontje is alles anders, ineens bepalen je benen niet meer het ritme, maar de door zonnecollectoren aangedreven motor.

 


‘Hé, we steken niet over, maar varen evenwijdig aan het fietspad,’ zeg ik
‘We zijn zojuist een inham voorbij gevaren,’ merkt Josephine op.
‘Ah, en daar was geen brug.’

Aangekomen bij steiger 1, kijkt Josephine op haar briefje met knooppuntennummers. Knooppunt 39 staat in het midden van haar briefje. Dat betekent dat we de route andersom vervolgen. We komen door Oud Ade en Rijpwetering.

Bij een bankje bij een molen stoppen we voor een boterham.


 

We zwoegen voort en als we langs de Zeijl rijden, zeg ik ‘Als we de volgende brug overgaan, zijn we weer bij de auto.
‘Eerst nog even een bankje,’ stelt Josephine voor. Ondertussen zien we een bord ‘Fietsende coaches toegestaan’. Wat zouden ze daarmee bedoelen?
‘Misschien zo’n coach die een roeiploeg begeleidt?’
‘Zou het hetzelfde zijn als “wandelcoach” dat heb jij toch een tijdje gedaan?’ vraagt Josephine.

Op het bankje zoek ik ‘fietsende coach’ op. Het is zoals Josephine suggereerde, lees ik: ‘Al fietsend gaan we met elkaar in gesprek … je voelt je vrijer en al binnen enkele kilometers …’

Nou dan zijn wij ook fietsende coaches. We zijn toch altijd in gesprek als we fietsen. Is de conclusie van Josephine.

Inmiddels 314 pontjes gedaan.

8 juli 2023.

zondag 4 juni 2023

Zuidelijk Flevoland

 Pontjes verbinden ons met de prachtigste plekjes van Nederland. Zo ontdekken we met elke tocht steeds meer Nederland. Vandaag is dat Zuidelijke Flevoland.

Eindelijk gaan de fietsen weer mee. We laden ze af bij het Flevoplein in Zeewolde.
Eerst gaan we het pontje doen.

 


Een opa is met zijn kleinzoons aan het spelevaren op het pontje. Terwijl wij wachten tot zij onze kant op komen, verheugen we ons er al op dat opa ons waarschijnlijk naar de overkant zal ‘draaien’.
‘Alstublieft, dames,’ en het drietal loopt naar hun jacht dat even verderop is aangemeerd.

 


We kunnen het zelf ook wel.
Aan de overkant doemt een kademuur op met trappen zonder fietsgootjes ernaast. Josephine vliegt naar boven. Ik kijk bedenkelijk. Gelukkig vindt Josephine een hellende baan rechts van een trap. Die volg ik.
Nu op zoek naar het beginpunt van de fietsknopenpuntenroute die Josephine heeft uitgezet: nummer 19.


 

Ik ken de Flevopolder alleen van de grote wegen die erdoor leiden als we naar Friesland gaan.
Josephine heeft een tocht uitgezet door het Horsterwold, een van de grootste aaneengesloten loofbossen van Nederland, en dat op zeeklei. De paden slingeren zich door het bos met opgeschoten populieren. Geen majestueuze eiken en beuken. Als we na een bocht door de pluizen van de populieren worden overvallen, houden we onze adem in.

 


Ongeveer op de helft van onze fietstocht zien we een bankje achter twee vissers. We gaan er zitten om onze boterhammen op te eten.
We bestuderen de twee. Naast hun stoel staat een plastic bakje waarin maden krioelen.
‘Ik heb al beleg op mijn brood,’ zeg ik
‘Ze passen niet in mijn dieet,’ reageert Josephine.


 

Sinds augustus hebben we niet meer gefietst en het valt ons behoorlijk tegen. We stoppen regelmatig, zogenaamd om de route te bestuderen, maar eigenlijk om even uit te hijgen.
‘We kunnen 73 en 74 overslaan en rechtstreeks naar 19 rijden.’ Stelt Josephine voor.
Dat lijkt mij een goed plan, want ik ben wel aan koffie toe.
Eerst de fiets op de drager zetten; anders hebben we aanstonds geen fut meer.

Horecagelegenheden genoeg in Zeewolde. De terrassen zitten vol en wij gaan binnen zitten. We zijn lang genoeg in de zon geweest.

Onder de cappuccino en thee realiseren we ons dat onze pontjesavonturen niet alleen draaien om het afvinken van een lijstje, maar om het ontdekken van nieuwe plaatsen, het ervaren van de schoonheid van Nederland en het delen van avonturen met elkaar.

Inmiddels 313 pontjes gedaan.

3 juni 2023.

zondag 7 mei 2023

Een lome dag

‘Zal ik een ommetje maken?’ vraagt de veerman als we ons installeren op zijn pontje. Dat willen wij wel. Ik denk nog naïef dat hij dat voorstelt omdat wij wij zijn, maar Josephine veronderstelt dat hij zelf een behoefte heeft aan een ommetje. De Hollandsche IJssel is 50 tot 100 meter breed en ik schat hem hier 50 meter. Een ommetje zou fijn zijn. Hij vaart een stukje richting Capelle en dan draait hij het stuurwiel richting bakboord. Het pontje begint heel langzaam te draaien. ‘Zo, geef je telefoon maar, dan maak ik een foto van jullie.’

Zelfs de jonge aanwas van vrijwilligers op het pontje is 60-plus 

Een artikel in Volkskrant verhaalt over het feit dat het moeilijk is om vrijwilligers te vinden voor pontjes. Het is logisch dat het gepensioneerden zijn, maar ze moeten wel in goede gezondheid zijn, dat gecontroleerd wordt door een arts. Tot hun 84e mogen ze blijven varen; daarna niet meer omdat ze dan niet meer te verzekeren zijn. Dit artikel was voor mij aanleiding om eens in de lijst van nog niet gedane pontjes te kijken, welke daarvan een motorveerpont zijn i.c een pont met vrijwilligers. 

Terwijl ik de lijst doorzoek, realiseer ik me dat we al heel lang geen pontje hebben gedaan met een (vrijwilliger)veerbaas. Ik heb wel weer eens zin in slap ouwehoeren met de vrijwilligers op een pontje. 

Kijk, daar vind ik er een: Met het pontje Gein wordt op incidentele basis gevaren vanaf de binnenstad van Gouda naar het vroegere terrein van de asfaltfabriek aan de zuidoever van de Hollandsche IJssel. 

Pontje Gein of Korne

 Vandaag is het pontje Gein niet in de vaart. Die ligt op de wal voor reparatie. Op zaterdag 15 april is het ‘nieuwe’ pontje Korne voor het eerst sinds 1968 weer ingezet om passagiers te vervoeren. 

Stadsstrand

Na de fotosessie arriveren we aan de overkant. De jongeman van een stel dat staat te wachten, steekt galant zijn hand uit om ons van boord te helpen. We verkennen het terrein. Op het strand onder de nog aanwezige lopende banden van de asfaltfabriek zien we een hemelbed, houten tafels, zitzakken en loungematrassen. Met een beetje fantasie waan je je hier bij een echte strandtent. Qua speelplek is het allemaal niet zo gepolijst, maar wat ruiger. Niet splinter- of roestvrij, maar wel een heerlijke plek voor kinderen om te ravotten.

Strandtent De Vrijheid

Pontje Korne.
De Korne is een kleine rivier in de Betuwe en is een zijtak van de Linge. De Korne stroomt van Buren naar Buurmalsen. 

We gaan op het terras van het restaurant zitten met uitzicht op de Hollandsche IJssel en bestellen flammkuchen die in een houtoven wordt gebakken. Ondertussen zien we het pontje heen en weer varen en inderdaad met alle passagiers wordt een ommetje gevaren. 

De terugtocht



Als we ons aanmelden voor de terugtocht heeft de schipper inmiddels versterking gekregen van een jongeling die mij toefluistert: ‘Het pontje vaart vandaag niet.’ Waarop hij in een schaterlach uitbarst. Hij komt het veergeld innen met een pinapparaat. Contant betalen kan ook, daarvoor heeft hij een mooie leren tas om zijn nek hangen met wisselgeld. 

Als we aan de overkant arriveren, staat er een jong stel te wachten. Ik roep ‘Hij vaart vandaag niet!’ De veerbaas en zijn knecht schieten in de lach. De man van het stel zegt ‘Dan wachten we wel.’
Terwijl we weglopen van het pontje hoor ik: ‘Bettie, Bettie’. Een vriendin komt met haar wandelclub aanrennen om het pontje nog te halen.
‘Rustig aan,’ zegt de veerbaas ‘we komen zo weer terug.’ 

Door het Houtmansplantsoen lopen we terug naar de binnenstad van Gouda en stoppen voor een ijsje bij David’s Gelato Gelateria. Likkend aan mijn ijsje op de brede vensterbank laat ik de dag de revue passeren.
Vanochtend begonnen met een ontmoeting in de bibliotheek van Gouda van mijn golfteammaatje Martine die daar een tentoonstelling bezocht over haar familiegeschiedenis van Kaashandel Maatschappij "Gouda".
En eindigend met de ontmoeting van leesclubvriendin Carla. 

Geroutineerd zet de jonge ijseter zijn fiets voor de deur.

Het voordeel van het zeeklimaat is dat elke dag het weer anders kan zijn. Zo was het ineens een dag boven de 20 graden. Eigenlijk hebben we vandaag niets gedaan, maar we hebben ons wel vermaakt. En … een pontje gedaan.

Inmiddels 312 pontjes gedaan. 

6 mei 2023.

maandag 20 maart 2023

De preciezen contra de rekkelijken

‘Je noteert deze toch wel met potlood?’ vraagt Josephine hoopvol als we Pannenkoekenhuis Midden op ’t Landt in Benschop verlaten.

‘Misschien,’ antwoord ik.

In het pontjestraject heeft ieder zijn taak. Zo ben ik verantwoordelijk voor de administratie van de gedane pontjes.

Een voorbeeld uit het boekje van de Vereniging Vrienden van de Voetveren

Zo schrijf ik in het boekje ‘Overzetveren in de Benelux’ trouw op welke dag we welk pontje hebben gedaan. Daarnaast heb ik een Excel spread sheet waarin ik bijhoud welke pontjes we nog moeten doen. Daarvan moet ik toegeven dat ik dat minder trouw bijhoud.

De laatste versie van het boekje met overzetveren is van 2016 en er zijn  acht pontjes bijgekomen in de provincie Utrecht zie ik in mijn administratie. Daar kies ik het trekpontje in de Lopikerwaard waar een zogenaamd klompenpad is uitgezet, een wandeling over boerenland en dijkjes langs de wetering. De website vermeld dat het pontje vandaag en morgen in de vaart is. De notie dat het broedseizoen waarschijnlijk is aangebroken negeer ik.

Het Benedeneindsepad

We lopen het dijkje op dat ons bij het pontje moet brengen.

Over een paar dagen gaat Josephine een fotoreis naar Japan maken en ik vraag of ze dan ook de beroemde roze bloesem zal zien. ‘Dat hangt er vanaf. We reizen met openbaar vervoer het hele land door en in sommige plaatsen is het er al en op andere moet het nog beginnen. Er is een website waar je het allemaal op kunt volgen. Kijk maar.’

Ongemerkt zijn we bij het pontje gekomen.

 


“Moet ik nu aan het onderste touw trekken of het bovenste?’ vraagt Josephine zich af.
‘Laat maar,’ zeg ik met een blik naar de overkant. ‘Er zit een kettingslot aan. Heb je je betonschaar weer niet bij je?’
‘Nee, en ook niet mijn waadpak.’

 

Aan de ketting.

‘Wat voor dag is het vandaag?’

‘Zondag, 19 maart 2023.’
‘Tsja, hoe lang doen we pontjestochten en hoe lang weten we al dat het broedseizoen op 15 maart begint?’
‘Ze hadden toch pas op maandag het slot erop kunnen doen? Die vogels weten echt niet wanneer het 15 maart is,’ probeer ik nog.

Josephine loopt resoluut weg en met een wegwerpgebaar zegt ze ‘Deze hebben we gedaan.’

Het originele Pontjesreglement schreef voor dat we samen moesten zijn en dat we aan de andere kant op de wal moesten stappen, wilde hij ‘gedaan’ zijn. Daar voldoet dit pontje niet aan, maar sinds een paar jaar zijn we overeengekomen dat ik in een dergelijk geval met potlood de datum aangeef waarop we een eerste poging hebben gedaan. Ik krijg steeds meer het gevoel dat we geen volgende pogingen zullen doen.

Ondertussen genieten we van de natuur en zien 360° geen horizonvervuiling en luisteren we naar de sprakeloze stilte. En dat midden in de Randstad.

 


Even verderop gaan we op een bankje zitten en kijken over de watervlakte in de wetenschap dat hier een waterberging wordt gecreëerd om tijdens extreem natte periodes het water vast te houden en later door te voeren.


Zoals alles, is het opstapje over het hek om het gebied te verlaten, afgestemd op de lengt van de gemiddelde man: 180,8
cm. Josephine komt daar lang niet aan, maar is niet voor één gat te vangen

Inmiddels 311 pontjes gedaan.

19 maart 2023.