maandag 21 juni 2021

Tijd en getij wachten op niemand

 Biesbosche mensen roeiden zoveel als kon, met de stroming mee.

Zaterdag met het laatste van de ‘eb’-stroming mee, de Biesbosch uit.
Met het begin van de ‘vloed’, de Amer op, stroming mee, om naar huis te roeien.

Wij gaan vandaag eens kijken hoe het heden ten dage met het getij zit.

’t Leeuwe Veerke

De PIN-automaat voor het veer

‘Betalen, alleen met PIN’, is de boodschap. Onze gezamenlijke portemonnee bevat alleen contant geld, maar privé hebben we altijd ons pasje bij ons.

De automaat blijkt stuk te zijn. Nu hebben we al veel meegemaakt van zieke kapiteins tot kapotte motoren, maar een defecte PIN-automaat hadden we nog niet gehad.
Dan maar eerst een bakkie.
Door de ruiten van de Biesla lunchroom zien we de veerbaas arriveren, een jongeman met roodblonde krullen.
Om vijf voor tien melden wij ons op de veerstoep. ‘Het veer vertrekt pas om 10:00 uur, hoor,’ vermaant krullemans ons.
Josephine en ik kijken elkaar aan: ‘Het zal wel ouderwets zijn dat je te vroeg arriveert, maar als de vertrektijd tien uur is, is het toch niet zo gek om om vijf voor tien aan boord te gaan?’
Een paar tellen later zwaait het hekje open. We gaan aan boord, evenals twee echtparen. De veerbaas gaat rond met zijn tablet en spoedig heeft iedereen betaald.
We steken de Amer over. De boot schommelt op de golven en we kunnen ons nergens aan vasthouden, maar alle passagiers zijn er nog als we aan de overkant zijn.

Getij

 


 Aan boord hangt een A-viertje waarop beschreven is hoe de mens in de Biesbosch met het getij leefde. Ik spreek tegen de veerman mijn waardering uit over hoe de mens vroeger met de natuur leefde. ‘Ja,’ zegt hij,’ ik ben in deze streek opgegroeid en ik weet precies wat ik kan verwachten bij elk type weer en getij.’

De Biesbosch


Wij waren als eerste op het pontje en dus als laatste eraf. Iedereen slaat rechtsaf.

‘Wat doen wij?’ vraag ik.
‘Je kunt alleen maar rechtsaf,’ wijst Josephine.
In colonne rijden we over het rechte fietspad met links de Nieuwe Merwede en rechts de Amer. Het riet aan beide zijden buigt met ons mee. Dit is geen windkracht 2 zeg ik en we moeten aanstonds 7 km tegen de wind optornen.
Op de kaart had ik gezien dat alle wateren hier ‘gaten’ heten: het Noordergat van de Visschen, Gat van Den Kleinen Hil, Gat van de Bakens en Gat van Den Hardenhoek. Ik zou de herkomst van die namen wel willen weten.

Museumcafé Biesonder

Als we museumcafé Biesonder bereiken, is het gaan miezeren.

 


De ramen van het café kijken uit op de tijdelijke kunstinstallatie: Waiting for it to end. Het bestaat uit twee mensen die, zittend naast elkaar, uitkijken over het water. Het hoofd van de één rust op de schouder van de ander, met hun blik op de horizon. Deze installatie van de Palestijns-Libanese kunstenaar Alaa Minawi laat twee mensen zien die wachten op het einde van de wreedheid van de oorlog - van alle oorlogen - zodat ze in vrede verder kunnen leven.

We maken ons op voor de terugreis tegen de wind in, maar waar is die gebleven: die wind?

Gemaal het Hooge Hof

We zien nergens een bankje om onze boterhammen op te eten tot op ons oog op het gemaal het Hooge Hof valt. Op die trap kunnen we wel zitten.

De fotoreportage

 I
k bind de telefoon aan het hek om een selfie te maken, maar waar stel ik nu de timer in?

Nee, dit is maar twee seconden, dat haal ik niet. Vijf seconden dan? Nee, ook niet. Tien seconden dan? Dat duurt weer zolang dat ik alweer aan het opstaan ben als we de sluiter horen. De vierde keer is het uiteindelijk gelukt.

Ondertussen scheren de zwaluwen om het gemaal heen.
En we horen geluiden van andere vogels. Volgens Birdnet zijn het de zwartkop en de rietzanger.

Het wachten

Als we bij de veerstoep aankomen, zien we het veer net wegvaren. Als de overtocht inderdaad 25 minuten duurt, is hij er over een uur weer.



Er is een abri, zonder ruiten. We zien nergens glas, dus die hebben er nooit in gezeten. Er komt een echtpaar aan dat ook even wat eet en drinkt. Ze vragen aan ons hoe lang het duurt dat het veer komt en ik zeg dat het een uur duurt, maar dat hij ook kan bellen en ik wijs naar het telefoonnummer boven ons hoofd. Daar gaan ze niet op wachten en ze vertrekken. Twee wielrenners wachten een tijdje en ook zij besluiten terug te fietsen. Wij zijn het wachten gewend en we blijven zitten.

De terugreis

Niet lang daarna arriveert het pontje en we gaan met de inmiddels gearriveerde belangstellenden aan boord. Nu de wind is gaan liggen, is het een rustige overvaart.

 


Het is nog steeds dezelfde jongeman die het veer bestuurt.
Hij wijkt uit naar links en ons doel verdwijnt uit het zicht.
Een passagier uit zijn verbazing.
‘Dat doet hij om dat vrachtschip te ontwijken,’ zeg ik.
‘Hij kan er makkelijk voor langs,’ roept de passagier.
‘Ik weet zeker dat hij weet wat hij doet,’ zeg ik
Het schip komt veel sneller dichterbij dan wij als landrotten hadden gedacht. De ‘Amstelkade’ torent hoog boven ons uit als we achter langs kruisen.
De genoemde passagier knikt.

Eén pontje gedaan.
Nog 13 Nederlandse pontjes te gaan.
Nog 28 Belgische pontjes te gaan.

19 juni 2021.

maandag 31 mei 2021

De terrassen zijn weer open

De kleurcode voor Nederlanders voor reizen naar België is oranje. En voor de Belgen is Nederland rood. Tja, wat doen we nu? Josephine heeft al ervaring met de grens oversteken en zij ziet geen enkel probleem.

Is er nog een pontje in Brabant, dat we kunnen doen? 
Ja NB41: In een wandelroute langs de Buulder Aa, gelegen tussen Soerendonk en Maarheeze, is een trekpontje opgenomen.

Maarheeze

Bij binnenkomst rijd ik langs een Lidl en Jumbo en je kunt gewoon voor de deur van de winkels parkeren, zelfs zonder parkeerschijf. Maarheeze heeft ruim 5.000 inwoners, maar veel winkels.



Als we onze fietsen hebben afgeladen, kiezen we een richting uit om te gaan fietsen
Nee, de verkeerde kant uit. Bij kasteel Cranendonck rijden we het bos in, twee maal rechts en dan zijn we er. Een mooie omgeving, maar geen pontje
‘De reis is belangrijker dan het doel,’ hijgt Josephine terwijl we ons overeind proberen te houden op een zandpad.
Toch maar even de GPS gebruiken. Het had twee maal links moeten zijn.
We rijden de Perkstraat in en … rijden tegen een hek aan van Rioolwaterzuivering Soerendonk.
Rioolwaterzuivering Soerendonk van het waterschap De Dommel

Hierachter moet het ergens liggen. Een volgend paadje in dat naar de scoutinggroep Kizito leidt en blijkbaar ook naar een manage, waar de ruiters worden gemaand om de gedane behoeften van edele viervoeters op te ruimen.

Pick up the shit station


Het zelfbedienings touwveerpont

Nu nog dit bruggetje over en we rijden ineens tegen het pontje aan. Wat een prachtig pontje met de touwen in synchrone lussen. Het hout nog niet verweerd.

Het pontje over de Buulder Aa

We lezen de aanwijzingen:

·         Gebruik vanaf 6 jaar: Ja.

·         Max. draagvermogen: 200 kg: Blijven we binnen.

·         Zwemdiploma verplicht: Ja.

·         Gebruik uitsluitend onder toezicht van een persoon met diploma reddend zwemmen: Eh, nee.

We wagen het erop. Josephine stapt erop en het pontje helt vervaarlijk over. Ik breng hem weer in evenwicht. Het water is zo helder dat we de onderliggende kabel zien lopen.

Het pontje ligt in het gespuide water van de rioolzuivering van waterschap De Dommel

Vandaag wil ik mijn Joby GorillaPod proberen. Dankzij de dertig flexibele gewrichten die kunnen buigen en draaien, kun je met dit ministatief een fotocamera of mobieltje stevig op en aan vrijwel elk oppervlak bevestigen.

 

De GorillaPod klaar voor gebruik.

 


Ja, we staan erop.
De weerman had nog zo gewaarschuwd: smeer je goed in, want je huid is nog niets gewend. Ik was mijn zonneklep vergeten, maar gelukkig had Josephine een cap in haar fietstas zitten.
 ‘Petjes staan mij niet’, zeg ik. Josephine moet het beamen.

Vogelgeluiden herkennen

Nergens iemand te bekennen. We zoeken een bankje om de boterham op te eten. Ik zet de app Birdnet aan om het vogelgeluid te detecteren. Juist op dat moment verfrommelt Josephine haar broodzak.
De app heeft niet met zekerheid kunnen vaststellen welke vogel er nu fluit.
Nog een keer (zonder bijgeluiden): de karekiet, is de uitslag.

Terrassen

In Maarheeze kiezen we een terras uit en nemen ons eerste appelgebak sinds 14 maanden. We blijven zitten, zitten en zitten.
‘Wat doen we nu? Nog een stukje fietsen?’
‘Neuh, waar is het dichtstbijzijnde pannenkoekenhuis?’
‘De clown?
‘Nee, geen leuke herinnering aan clowns. Dan klinkt ‘De Suykerbuyk’ gezelliger’

Fietstechnisch geen goede tocht, wel horeca gesteund en het pontje gescoord.

Eén pontje gedaan.
Nog 14 Nederlandse pontjes te gaan.
Nog 28 Belgische pontjes te gaan.

29 mei 2021.



zondag 25 april 2021

Deze maand, 8 jaar geleden

Mijn  moeder zei altijd 'Als je pissebed weggooit, krijg je kakkebed terug'. Zo is het maar net.
Josephine is een tijdje bij haar broer in Duitsland gaan wonen om de eenzaamheid te verdrijven. Het valt ook niet mee als je alleenstaand bent en je nu ook nog eens thuis moet werken.
Ik zag gelijk perspectieven: in het oosten van Nederland zijn een paar pontjes die we nog moeten doen. Maar de Duitse regering kleurt Nederland oranje en dat betekent dat je een negatief testbewijs moet overleggen en in quarantaine moet. Nu hebben wij veel over voor pontjes, maar dit niet.
Dan maar een verhaal van 13 jaar geleden in april opgeduikeld.

 Amstelland gruttoland

‘Als er ergens geen sloot is, ben ik al op vakantie’ zegt schrijver Gerbrand Bakker in Benaliboekt. Sloten waren nu net ons doel van vandaag. In de Bovenkerkerpolder tussen Amstelveen en Uithoorn liggen 2 pontjes op ons te wachten: De zelfbedieningskabelveerpont ‘Maria Johanna Petronella en een naamloze.

 

Als ik op station Nieuwerkerk aan den IJssel uit de lift stap, vraagt een vrouw ‘Bent u van de mannekes?’ ‘Nee, als ik al iets ben, is het van de vrouwkes,’ antwoord ik. ‘Aan de andere kant van het station staat een vrouw met een fiets te wachten op een vriendin.’
‘Mijn vriendin ontmoet ik pas in Gouda,’ zeg ik.
De liftdeuren gaan weer open en er komt een vrouw met een fiets uit. Dezelfde vraag wordt herhaald.
‘LIA!!!!!!!!!!!!, je staat aan de verkeerde kant,’ is de reactie. Een zwak antwoord duidt erop dat Lia het heeft gehoord. Als de sprinter arriveert, komt Lia hijgend uit de lift.

Op het fietsbalkon treffen we een allegaartje van fietsen kris kras door elkaar aan.

 


Josephine komt daar nog eens bij in Gouda.


 De Waver

In Abcoude rijden we over de A2 heen naar de rivier De Waver. Waver komt, volgens mijn Plaatsnamengids van het Engelse to waver (wankelen, heen en weer gaan). In dit geval wordt verwezen naar het kronkelen van het water. We meanderen mee met de bochten van het riviertje en we verbazen ons erover dat we nog niet eerder van dit watertje gehoord hadden. Bij een rustiek bruggetje stoppen we voor soep en een boterham

 



De Amstel

Die kennen we wel. In 2006 hebben we hier al verschillende pontjes gedaan. Het pontje bij Nessersluis doen we nog een keer.

 

Bovenkerkerpolder

We weten dat de pontjes in een sloot in een weiland liggen. We bereiden ons voor op een lange zoektocht en eventueel wat loopwerk. Dan zien we echter een vrouw met twee honden lopen. Die moet hier goed thuis zijn. Jawel, ze weet waar ze liggen en ze wijst hoe we er kunnen komen. Ze vermoedt dat het eerste pontje er niet ligt, omdat die naar een broedgebied van vogels leidt en het broedseizoen is begonnen. Over het tweede pontje is ze verbaasd dat die op de website van de Vereniging van vrienden van voetveren staat. Het is nl. een privé-pontje van een boer. Het wordt ook wel het liefdespontje genoemd, volgens haar. Ik vergeet te vragen waarom.

 

Het pontje naar het vogelbroedgebied

Uit de verte zien we hem al liggen. Bij aankomst blijkt dat de kabel bediend moet worden met een zogenaamde klos

 

De houten klos

De klos houd je onder een zodanige hoek dat hij zich vastklemt en dan kun je de kabel strak trekken. Dit hefmechanisme zorgt ervoor dat je niet veel kracht hoeft te zetten. We hebben dit systeem vaker gezien, maar dan waren het altijd bemande pontjes. Nu mochten we het zelf doen. Aan de overkant kunnen we niet verder en we varen weer terug.


 Het pontje Maria Johanna Petronella

We volgen de aanwijzingen van de hondenuitlaatster op en rijden richting Uithoorn. En jawel, daar ligt hij: de liefdespont. We stappen aan boord; de sloot is zo smal dat we door ons opstappen al voor zoveel beweging zorgen, dat het pontje meteen aan de overkant is. In de verte zien we een boerderij.

 

Het liefdespontje

Vlakbij is een bankje waar we thee drinken en een kokosmakroon eten, ondertussen peinzend hoe deze pont aan zijn naam ‘liefdespont’ komt. We komen er niet uit. Hij ligt in the middle of nowhere. Dat is een pre. Maar erg beschut ligt hij niet. Een verliefd stel zoekt toch wel enige beschutting?

Verderop zien we een mobiele vogelkijkhut. Zou dat het eigenlijke liefdesnest zijn?

 Gruttoland

Amstelland waar we nu zijn, wordt ook wel gruttoland genoemd. We hebben verschillende grutto’s gezien en gehoord; op een gegeven moment streken er twee pardoes naast ons neer.

 

Onze nationale vogel: de grutto
 
Het is duidelijk dat de mobiele vogelkijkhut wordt gebruikt door serieuze vogelaars.

 Vintage cars

In plukjes van drie komen ons oude Austins, Humbers, MG’s en andere oude modellen tegemoet rijden. Bij het pontje over de Nessersluis begrijpen we waarom het er iedere keer drie zijn. Zoveel gaan er op de pont.

 


Eierkoeken

Sinds Sonja Bakker de eierkoek als gezond tussendoortje heeft aanbevolen, zijn ze niet aan te slepen. Nu komt Sonja uit Avenhorn (Noord-Holland bij Hoorn), dus ik begrijp wel dat deze veerman zijn provinciegenoot wil ondersteunen.

De aangegeten eierkoek van de pontbaas


WC

In het begin waren we nog horecagelegenheid tegengekomen, maar nu al uren niet meer. Dus maar aan mensen die voor het huis in de zon zaten, gevraagd of ik daar naar het toilet mocht. Dat was goed. Op het toilet trof ik een klein computertje aan waarmee je Yahtzee kan spelen. Nooit eerder gezien. Terug bij Josephine zei ik: ‘Ik weet wat we kunnen gaan doen als we klaar zijn met de pontjes. We gaan bij mensen aanbellen of we naar het toilet mogen en we kunnen dan de trends op toiletgebied beschrijven.’ Josephine kijkt sceptisch.


 Terug naar huis

Via andere knooppunten dan op de heenweg keren we weer terug naar station Abcoude.

Onze eerste tocht weer sinds een paar maanden. Februari ging niet door vanwege de sneeuw. In maart was Josephine ziek. We hadden geen mooiere dag kunnen kiezen. Sinds lange tijd was het boven de 10 graden en scheen de zon.

 

Twee pontjes gedaan; nog 74 te gaan.

7 april 2013.

maandag 15 maart 2021

Wij nemen het niet zo nauw

Mijn pontjesvriendin mag nog steeds België niet verlaten en kunnen we dus geen pontjestochten doen. Maar elkaar ontmoeten bij de grens kunnen we wel. Ik had uitgerekend dat als ik van knooppunt nr. 19 naar het Belgische 20 zou fietsen en zij vanaf nr. 20 naar het Nederlandse nr. 19 we elkaar zouden moeten tegenkomen

Schaluinen

Ik dacht dat ik knooppunt 75 had ingegeven in het navigatiesysteem van de auto, maar ik kwam uit bij nummer 91. Dat knooppunt stond niet op mijn beperkte uitgeprinte route, maar ik begon maar naar 92 te fietsen over het Bels Lijntje. Een verdwenen spoorwegtracé dat Tilburg met Turnhout verbond. Na 100 meter ga ik de grens over met België. Dat was niet de bedoeling, ik moest in Nederland blijven! Even later rijd ik Nederland alweer binnen. En zo zal het gedurende de hele fietstocht gaan.

Geen grenspalen, maar kruisen op de weg geven de grens aan.

Naar het westen

Ik had de route zo uitgestippeld dat ik heen tegen wind zou rijden. De beloofde windkracht 3 in het zuidoosten kwam niet uit. Het was eerder kracht 5. Ik had ruim de rijd genomen en met de 11 kilometer per uur zou ik er ook wel komen.

In totale eenzaamheid rijd ik uren lang. Af en toe zie ik in de verte een flits van wielerploegen in fluorescerende kleuren.

Eerst koffie. Ik installeerde mijn trapje op het fietspad. Er was in velden noch wegen iemand te bekennen. Alleen de honden blaften bij de boerderij.
Zomers zal het hier vast druk zijn. Nu blijf ik maar in die leegte van de Brabantse Kempen fietsen. Vanaf het einde van de 19e eeuw zijn de heidevelden dankzij de invoering van de kunstmest omgebouwd tot landbouwgronden. Eindeloze vlakten worden afgewisseld met kleine bospartijen. Hier en daar een verdwaalde boerderij. Hier geen coronawandelaars waar ik tegenwoordig in het westen omheen moet slalommen.

De ontmoeting

Nu gaat het spannend worden. Op naar nummer 20 en daarvoor de grens. Ik vraag aan een tegemoetkomende fietser hoe ver het nog is naar de grens: ‘Vijf kilometer,’ roept ze.
Ik blijf stug doorfietsen. Ik ben blij dat ik een jongetje heen en weer zie fietsen op de oprit van zijn huis. Eindelijk iemand om te vragen waar ik ben. Zijn vader antwoordt in het Vlaams en zegt dat ik in Heerle ben. ‘Bent u over een zandpad gekomen?’ Daar moet u weer naar terug.’
Ik ploeter weer over het zandpad en zie rood, wit, blauwe randjes langs de huisnummer. Aan de boer die met zijn tractor bezig is, vraag ik waar de grens is. ‘Ergens in dat bosje met het zandpad, maar het staat nergens aangegeven.’ Ik ploeter weer over het zandpad en op de weg aangekomen, zie ik dat ik eerder het bordje 20 heb gemist. Ik sla links af. Wellicht kom ik zo Josephine tegen. 

Ik houd een echtpaar met een vriendin aan en ik verontschuldig mij voor het feit dat ik illegaal in België ben.
‘Wij kijken niet zo nauw,’ stellen ze mij gerust. ‘Rijd maar achter ons aan,’ zeggen ze bemoedigend. Bij het zandpad stoppen we
‘Maar dit pad heb ik al drie keer afgereden,’ protesteer ik.
‘Twee kilometer verderop is een kapelleke. Daar kunt u beter afspreken.’
Op hetzelfde moment gaat de telefoon. ‘Waar ben je?’ ‘Ja, dat kan ik ook aan jou vragen.’ Toevallig kijk ik achterom en op 200 meter zie ik Josephine aan de overkant staan, met de rug naar mij toe. ‘Draai je om.’
Ik bedank mijn helpers en Josephine en ik rijden het zandpad af en bij het riviertje stoppen we en bepalen dat hier de grens is en pakken onze stoeltjes, drinken koffie respectievelijk thee met wafels van de Antwerpse markt en gevulde koeken van bakker Klootwijk in Capelle.
Het begint te hagelen en we schieten in de lach. We wisselen nieuwtjes uit en na anderhalf uur stappen we weer op om ons voor de wind naar huis te laten blazen.

Ontmoeting bij de Nederlands/Belgische grens.

Nu ik de foto van onze ontmoeting weer zie, realiseer ik me dat het toch mis is gegaan. Ik zit in het Belgische deel en Josephine in het Nederlandse.

Nul pontjes gedaan.
Nog 15 Nederlandse pontjes te gaan.
Nog 28 Belgische pontjes te gaan.

14 maart 2021.

zondag 14 februari 2021

Twitteren

 ‘Twitteren vind ik wel wat voor jou,’ zei Renée van H. tegen mij afgelopen donderdag. Ik had er wel eens over nagedacht, maar het verworpen als te ‘hijgerig’. De volgende morgen heb ik me er toch eens in verdiept. Ik heb nu immers alle tijd om dat soort dingen te doen. Een account was snel aangemaakt en het bleek dat ik zelfs met mijn oude mobiele telefoon (Nokia 6100) kon twitteren. Het is gewoon SMS’en en dan naar een bepaald telefoonnummer sturen en klaar is kees. De eerstvolgende pontjestocht leek mij een geschikte gelegenheid om mijn eerste berichten de ether in te sturen.

Bij ons beiden was er twijfel of we wel zouden gaan, omdat er weer een pak sneeuw was gevallen, maar geen van beiden had de telefoon gepakt. We hadden gewoon weer zin in een tocht. De fietspaden in Capelle aan den IJssel waren afwisselend schoon en met ijs bedekt. De provinciale weg was schoon; het risico van hard rijdende auto’s nam ik op de koop toe.

Vrij reizen

Vandaag zou ik mijn eerste ‘vrij reizenkaartje’ van de NS gebruiken. Niet vergeten om wel een fietskaartje te kopen en niet vergeten om het ‘vrij reizenkaartje’ af te stempelen op het perron.

Catharina Amalia

Achter Amsterdam CS is het spekglad, zelfs de steiger is niet schoongemaakt. Het blijkt dat de fietsen bovenop de fast ferry moeten worden geplaatst. Halverwege de helling naar het dak van de draagvleugelboot Catharina Amalia glijden we weg, maar met behulp van de bootsman lukt het om de fietsen op de bestemde plaats te krijgen.

 

Eenmaal in de boot realiseren we ons dat onze fietstassen er nog op zitten. Als een instructiefilmpje ons vertelt dat we de veiligheidsriemen om moeten doen en dat we tijdens
de reis niet mogen lopen, kijken Josephine en ik elkaar aan. Terwijl de instructiedame vrolijk doorgaat met de mededeling dat we geen mobiele telefoon mogen gebruiken tijdens de vaart, valt mijn oog op een mededeling dat je in de chillroom wel mag bellen. Maar hoe kom ik daar, als ik niet mag lopen? Josephine let beter op: ‘We zìtten in de chillroom.’ Ik verstuur mijn eerste twitterbericht:

‘eerste pontje vandaag fast ferry naar velsen. Wij zitten in de chillroom. ‘

Barbara W. reageert onmiddellijk met:

‘hebben die degelijke ferrys nu ook al een chillroom? ik loop achter:-) veel plezier tijdens je trip’

Na een aanloop verheft de ferry zijn neus en worden we in de kussens gedrukt.

Bij Spaarnwoude passeren we de sneeuwgrens. Bij aankomst blijken onze fietsen nog aanwezig en ook de tassen zitten er nog aan. We kunnen gelijk overstappen op de motorveerpont naar Velsen-Noord. We willen echter niet in Velsen-Noord zijn en we willen weer terug naar de andere kant. We moeten 20 minuten wachten; dan maar een kopje soep met boterhammen. Uiteindelijk gaat het zo snel dat ik vergeet te twitteren.


 De fietspaden zijn mooi schoon en met de wind in de rug zijn we snel weer bij Spaarnwoude, waar de motorveerpont Rijkspont 7 ons naar Buitenhuizen brengt. Ik twitter

‘derde pontje alweer, de rp 7.’

Nu blijven we wel aan de overkant, de Zaanstreek, met zijn mooie houten huizen. We passeren Nauerna (duidt op ‘ver afgelegen plaats’ of ‘land dat de moeite van het bewerken niet loont’). Josphine maakt een paar sfeervolle foto’s.

 

Het wegdek is meestal schoon met hier en daar ijsplekken. Wanneer we het station van Zaandam binnenrijden, blijkt binnen een paar minuten onze trein te vertrekken. In onze ooghoeken zien we nog net het Golden Tulip Hotel met zijn gevel van op elkaar gestapelde Zaanse huisjes. Ik kan helemaal blijven zitten tot Nieuwerkerk. Josephine stapt over op Amsterdam CS.

Op het perron van Nieuwerkerk ontmoet ik weer de vrouw van vanochtend met haar zoon. We wisselen onze ervaringen uit. Zij waren in Amsterdam naar ‘Avatar’ geweest. Bij het bericht dat wij maar liefst 3 pontjes hebben gedaan, steekt ze haar duimen op.

Nog 52 te gaan.

dinsdag 26 januari 2021

Het kan nog net

Terwijl in Nederland de avondklok wordt aangekondigd, beperkt België de maatregel voor het land te verlaten of in te reizen. Van de Nederlandse maatregel hebben we geen last van, want we zijn meestal voor het avondeten binnen. De tweede heeft grotere gevolgen: Josephine kan niet naar Nederland reizen om samen met mij een pontje te doen, ten minste: een pontje doen is geen essentiële reden. Gelukkig gaat de maatregel pas a.s. woensdag in.

Het weer

Om 7 uur loop ik naar beneden om de fiets op de fietsdrager te zetten. De auto en de fietsdrager zijn met een dikke laag ijs bezet. Is het nu wel verantwoordelijk om te gaan?
Kom op, we hebben wel voor hetere vuren gestaan. Met veel moeite krab ik een kijkgaatje in het ijs op de voorruit en zet de auto op een zonnige plaats.
Om kwart over negen heeft het magere zonnetje zijn werk gedaan en het ijs vliegt eraf.
Een stralend blauwe lucht zal ons de gehele dag vergezellen.

Ammerstol

Bij het beeld van de zalmvisser van Roel Bendijk in Ammerstol draai ik het Kerkplein op. Ik verwacht elk moment weggejaagd te worden door kerkgangers, omdat ik oneigenlijk gebruik maak van de parkeerplaats. Onder het klokgelui begin ik mijn fiets af te laden. De kerkgangers knikken me toe. Door het mondkapje kan ik hun gemoedstoestand niet peilen.

 

Het beeld van de zalmvisser in Ammerstol.

Josephine is inmiddels ook gearriveerd, ze stopt haar lange coronaharen onder haar muts en als we reisvaardig zijn, stappen we op onze fiets om gelijk aan de steile beklimming van de Lekdijk te beginnen. Josephine haalt het; ik moet voortijdig afhaken. De beenoefeningen van ‘Nederland in beweging’ zijn blijkbaar niet intensief genoeg geweest.

Lekdijk-West

Over het nieuwe wegdek van de dijk rijden we het dorp uit, richting Lekkerkerk. We passeren het pontje over de Lek, dat we in 2019 hebben gedaan. Bij Bergstoep zien we de wegwijzers naar de motorveerpont naar Streefkerk die we in 2005 hebben gedaan. De argeloze lezer vraagt zich af waarom we deze pontjes en die van vandaag niet op één dag doen. Die van Ammerstol is echter pas in de vaart sinds 2009, die van Bergstoep sinds 1969 en die van vandaag sinds 2018. Dat is ons lot. Er komen steeds maar weer toeristische pontjes bij.

De dijk slingert zich door de Krimpenerwaard. Rechts beneden ons ligt het slagenlandschap met zijn lange, smalle en evenwijdige percelen gescheiden door kilometerslange ontwateringssloten. Het wemelt van de ganzen.
Links schittert de zon in de Lek met zijn grote vrachtschepen.

 

Het landschap zoals de schilders van de Haagse school het graag zagen.

Polder den Hoek

Het uithangbord van boerderij De Vrijheid herinnert ons aan onze vergeefse tocht in 2019 toen we het pontje over de Molensloot wilden doen. En hoe warm het was: 27 graden. Toen lag het pontje er niet vanwege het broedseizoen.
Het beoogde pontje zien we nu in de verte in de Molensloot liggen, maar we moeten omrijden om er te komen. Bij de Hoekseweg maken we een steile afdaling en slaan rechtsaf  een slecht verharde weg in met grove stenen. Bij het vogelscherm gekomen moeten we een hek over en te voet verder.

 

Via het vogelscherm op de achtergrond zou je ganzen, kleine zwanen en smienten moeten kunnen zien.

We glibberen over het graspad en komen een echtpaar met kleinkinderen tegen. Bram (5) begint enthousiast te vertellen dat opa gisteren in het water is gevallen bij het pontje. Gijs (7) en Roos (net vier geworden) moesten keihard huilen.

‘En jij?’vraag ik.
Hij schudt zijn lange blonde coronaharen uit zijn ogen.
Opa vertelt: ‘Ik liep naar achteren om een foto te maken en toen viel ik ineens in de sloot.’
‘En heeft u uw fototoestel nog?’
‘Op de bodem van de sloot.’ antwoordt hij.

En daar is ‘íe dan.

 

Het trekpontje ligt in een wandelroute dat recreatiegebied De Kwakels verbindt met die van de Lekdijk.


En kijk eens: op de vier hoeken een bankje. Eerst overvaren en dan kunnen we een boterham eten en thee drinken uit de thermosfles.


Josephine doet net alsof het geen moeite kost om het pontje voort te bewegen.

We zitten in alle rust te eten en te drinken en bevragen elkaar over onze ervaringen met de pandemie. ‘Lethargie’ is de alomvattende conclusie.

Ineens staan er mensen aan de overkant. We roepen dat ze het pontje naar zich toe kunnen trekken. We laten ons majesteitelijk terugvaren om vervolgens te blijven zitten en weer naar de andere kant mee te varen.

 

De Molensloot. Zo mooi blauw zie je het water niet vaak.

We zitten lekker in het zonnetje en uit de wind, maar we moeten toch echt weer terug, voordat het te koud wordt. We varen terug, lopen over het zompige graspad, trotseren het deels onverharde pad om weer op het asfalt uit te komen en daar is de opgang naar de dijk weer.
Nadat we op adem zijn gekomen op de kop van de dijk, fietsen we naar de auto.

De fietsdrager

Thuis slaat een oude man met de handen op z’n rug gade hoe ik de fietsdrager van de auto afhaal.
‘Krengen zijn het,’ zegt hij met zijn hoofd wijzend naar de fietsdrager.’Ik heb het altijd rotkrengen gevonden.’
Om te vervolgen met ‘ik zag je vanochtend weggaan en toen dacht ik “die gaat fietsen” ‘.

Josephine en ik maken een afspraak voor 14 maart … voorlopig.

Een pontje gedaan.
Nog 15 Nederlandse pontjes te gaan.
Nog 28 Belgische pontjes te gaan.

24 januari 2021.