zondag 8 november 2015

Feijenoord, Feyenoord of Fijenoord?

Toen ik extra Nederlands doceerde op het Albeda College op Rotterdam Zuid had ik een oefening bedacht met woorden met een ‘ei’, ‘ij’ of ‘y’. Daar was één woord bij, dat niemand fout spelde en dat was ‘Feyenoord’. Voor de leerlingen was het geen vraag of ik de voetbalclub (Feyenoord) bedoelde of het stadsdeel (Feijenoord).

Nu ik met de Waterbus ‘Gemini’ van de Plantagelaan in Kralingen naar de Piekstraat in het stadsdeel Feijenoord vaar, zie ik dat aan de overkant ‘Fijenoord’ staat.
‘Ah, maar dat is de naam van de scheepswerf en machinefabriek, die hier van 1825 tot 1929 stond.’


Kralingen


Dat gebeurt niet vaak: zo'n duidelijke bewegwijzering

In onze queeste om alle pontjes van Nederland te bevaren, hebben we niet alleen te maken met seizoen, maar ook met veren, die alleen in het weekend waren of alleen doordeweeks. En aangezien Josephine de laatste weken van het jaar de vrijdagen heeft vrij genomen, kunnen we de doordeweekse doen. Daarvoor moet je natuurlijk in een werkstad als Rotterdam zijn.

We hebben afgesproken elkaar bij de veerstoep te ontmoeten. Voor mij is het immers een thuiswedstrijd. De aanlegsteiger ligt 8 kilometer van mijn huis. Door het park ‘Oude Plantage’ bereik ik de veerstoep. Om het kwartier zie ik de Gemini aankomen en weer vertrekken. Bij de derde keer is Josephine gearriveerd en gaan we aan boord.

De conducteur checkt onze OV-kaart in en uit.
‘Dat is dan één euro.’
‘Met de RET reis ik als 65-plusser gratis,’ antwoord ik.
‘Ja, het is raar dat het niet voor de waterbus geldt, die wordt ook door de gemeente Rotterdam gesubsidieerd.’

Feijenoord (stadsdeel)

 

De veerstoep in Feijenoord

We komen nu in het Rotterdam van mijn oma, opa, moeder, tante Betty en Oom Piet terecht. In de Oranjeboomstraat woonden mijn opa en oma. Beneden was een bakkerij, op de eerste etage woonden mijn opa en oma en daarboven een jong echtpaar. Het was een echte volksbuurt. De vrouwen hingen gezellig uit de ramen om een kletspraatje te houden.

Mijn moeder keek later hiernaar met strak opeengeperste lippen. Zij was dit milieu inmiddels ontgroeid. Zij was nu een vrouw van een middenstander met een tuinderij. In 1932 was ze door haar ouders naar een tante en een oom in Voorburg gestuurd om 14 dagen voor ze te zorgen. Het is uiteindelijk 14 jaar geworden. En daar heeft ze mijn vader leren kennen, waarvan de voorouders eeuwenlang in Voorburg hebben gewoond.

De oorspronkelijke huizen staan er niet meer. Die typische bovenhuizen met het spionnetje, het spiegeltje waarmee je de straat in de gaten kon houden.
Nu zie ik veel schotels op de balkons. Ik herinner me dat begin jaren zeventig – toen mijn opa en oma nog leefden - de eerste gastarbeiders in deze straat kwamen wonen.

In dit stadsdeel lag ook de Oranjeboombrouwerij, waar mijn oom Piet als kuiper werkte en zo in contact kwam met de zus van mijn moeder, Betty. Omdat er op een gegeven moment geen werk meer voor hem  was, zijn ze naar Weert vertrokken, waar mijn oom bij de Werthabrouwerij ging werken.

Josephine vraagt of ik een nostalgische tour wil maken langs verschillende adressen. Ik wijs dat af. Dat doe ik in de zomer wel een keertje alleen.

Katendrecht

We richten ons op ons volgend doel: de Aqua Shuttle die vertrekt vanaf de Lloydstraat in Katendrecht.

Allemaal nieuwbouw. Er is niets meer over van de zeemanskroegen en zogenaamde boardinghuizen; waar zeelui in afwachting van werk op een volgend schip verbleven. Een louche buurt waar werd gegokt, gestolen spullen geheeld en prostitutie bedreven.

De catamaran 'Aqua Shuttle'

 Er komt een waterbus aanvaren, maar die hebben we al in 2007 gedaan. Ik vraag of de Aqua shuttle hier ook aanlegt. 
‘Nee, die vaart vandaag een andere route. En wij varen ook naar Heijplaat, hoor.’
Ik geloof hem niet en besluit niet te vertellen waarom wij per se met de shuttle willen varen. Een paar minuten later komt de Aqua Shuttle aangevaren. We gaan aan boord en checken in bij Arriva: € 2,50. Een duur dagje qua overtochtgeld.


Heijplaat

We arriveren op de oude RDM-werf en lopen op een gebouw af waar met grote letters SOCIALE ZAKEN op staat. De voorloper van P&O en HR, stellen wij vast. In het Dokkaffee serveren ze de lekkerste appeltaart van Nederland uit de bakkerij van Dudok Patisserie. Het één na laatste tientje van de Vereniging Vrienden van de Voetveren gaat eraan.

De kranen op het stoere terrein van RDM Rotterdam.

We weten niet wat de originele bestemming is geweest van dit gebouw, maar we dromen weg bij de ramen die aan de bovenzijde kunnen worden geopend en in ijzeren armen vallen, lampen aan grote haken aan de muur, die naar het midden gedraaid kunnen worden en verwarmingsspiralen met ventilator, die in de nok hangen.

‘Fietsen we terug of gaan we met de boot terug?’ We besluiten tot dat laatste.
De scheepswerven gaan langzaam over in de hoogbouw van Rotterdam. Je hebt de Spido niet nodig om te genieten van de Rotterdamse Maas.

De stoere bootjes van de watertaxi met hun gele dak schieten overal doorheen.

We stappen uit bij de Erasmusbrug en bellen nog even bij Diny aan om een kopje thee te drinken. Maar helaas, ze is niet thuis. 

Een keertje vroeg thuis is niet erg.

Langs de Maasboulevard en de ’s Gravenweg fiets ik weer naar huis.

Twee gedaan. Nog 56 pontjes te gaan.

6 november 2015.


1 opmerking:

Anoniem zei

Lieve Bettie,
Heb weer genoten van je pontjesdag. Ik heb ook een vriendin in de Oranjeboomstraat gehad. Ik kwam uit Amsterdam en zoiets had ik nog nooit gezien, maar ik ben heel gastvrij ontvangen.

Beetje late reactie, maar jammer dat ik niet thuis was.

Geniet van je boek.
Liefs Diny